Redbad / Radboud in Leeuwarden

Friese munt

Ik ben een van de zeer weinige Nederlanders die de speelfilm Redbad in de bioscoop zagen. Dat was zo’n wanproduct – ik deed meteen verslag – dat ’ie bijna onmiddellijk uit roulatie is gehaald. Omdat ik me destijds al realiseerde dat een kaartje een collector’s item zou worden, heb ik het bewaard. Er is al eens een bedrag van vier cijfers voor geboden, dus er zijn slechtere beleggingen denkbaar voor de oude dag.

Radbodus, Radboud, Redbad

Waarom ging ik überhaupt naar de bioscoop? Omdat Radbodus, zoals hij in onze bronnen heet, ofwel Redbad, zoals hij in Fries heet, ofwel Radboud, zoals hij in het Nederlands heet, een interessant figuur is. We weten dat hij heeft bestaan en tot 719 regeerde in het westen en noorden van Nederland; we weten dat dit gebied Frisia heette; we weten dat hij voornaam genoeg was om zijn dochter Theudesinde uit te huwelijken aan de voorname Frankische edelman Grimoald II; we weten dat hij een rol speelde in de Frankische Burgeroorlog (715-718); we weten dat zijn Frankische tegenstanders hem typeerden als onverbeterlijke heiden.

Lees verder “Redbad / Radboud in Leeuwarden” →

Het Eerste Bulgaarse Rijk (1)

Krum krijgt te drinken aangeboden uit het bekkeneel van Nikeforos I.

Ik wilde al een tijdje een blogje schrijven over het Eerste Bulgaarse Rijk, dat bestond tussen 681 en 1018. De aanleiding: ik organiseer een reis naar Bulgarije, en dit soort blogjes zijn niet alleen een vriendelijk soort reclame, maar ook mijn manier om mijn reisbegeleiderskennis te structureren. De actualiteit biedt nu een extra reden: de stoffelijke resten van een van tsaar Samuel van Bulgarije (r.997-1014) zijn afgelopen weekend overgebracht naar Sofia en daar begraven. Samuel was een van de laatste heersers van het Eerste Bulgaarse Rijk, verantwoordelijk voor een laatste succes én de definitieve ondergang.

Asparuch

Maar eerst het begin. In het voorjaar van 681 na Chr. trok khan Asparuch met een groep (proto)Bulgaren over de rivier de Donau. De Byzantijnse keizer Konstantijn IV, die een belangrijke kerkelijke vergadering voorzat, onderbrak zijn bezigheden en trok vanuit Constantinopel de nieuwkomers tegemoet, werd verslagen en erkende de aanwezigheid van de Bulgaren op de zuidelijke oever van de stroom. Ik vertelde al eens dat Konstantijn Asparuch afkocht, dat de khan zo de middelen had om andere leiders uit te kopen en begon met de opbouw van een bescheiden staatsapparaat, met als voornaamste residenties Pliska en Silistra. Dit was het begin van het Eerste Bulgaarse Rijk.

Lees verder “Het Eerste Bulgaarse Rijk (1)” →

Het koptische alfabet

Koptische schrijfoefening (klik=groot; Ägyptisches Museum, Leipzig)

De Kopten zijn, simpel gezegd, de christenen van Egypte. Ook al is hun land sinds de zevende eeuw geïslamiseerd, ze houden vast aan de laat-Romeinse godsdienst, waaraan ze sinds het Concilie van Chalkedon (in 451) een eigen draai hebben gegeven: het zijn monofysieten. De Kopten hielden ook eeuwenlang vast aan een oude taal, die afstamde van het Egyptisch van de farao’s. Toen de Grieken ten tijde van Alexander de Grote de macht in Egypte overnamen, namen de bewoners van dat land het Griekse alfabet over, maar ze pasten het aan hun eigen taal aan. Hierboven ziet u een schrijfoefening uit de zevende eeuw na Chr., die ik vorig jaar fotografeerde in het Ägyptisches Museum van de Universiteit van Leipzig. (Dat is overigens op een boogscheut van de plek waar begin vorige maand twee doden vielen toen iemand met een auto inreed op mensen in een winkelstraat.)

Doordat het hout in de loop der eeuwen donker is geworden, is de tekst wat moeilijk leesbaar, maar als u Grieks kunt lezen, herkent u met enige moeite de karakters wel in de eerste kolommen. De laatste kolom bestaat uit tekens die het Koptische alfabet heeft ontleend aan het demotisch, een van de oud-Egyptische schriftsoorten. Deze tekens geven enkele klanken weer die in het Grieks niet bestonden en in het laat-oud-Egyptisch wel. Van boven naar beneden gaat het om de š, een soort f, de h, de j en een keiharde g.

Lees verder “Het koptische alfabet” →

De Maronitische Wereldkroniek (1) Inleiding

Sint-Maron

Dit is het eerste van tien blogjes over de onlangs ontdekte Maronitische Wereldkroniek. Ik zal daarin een becommentarieerde vertaling geven van het interessantste deel. En ik zeg meteen: die vertaling heeft geen enkele pretentie. Daarover straks meer. Maar eerst: wat is de Maronitische Wereldkroniek?

Het belang

Zoals de naam al aangeeft, is het een overzicht van de geschiedenis van de wereld, die volgens de samensteller al ruim zes millennia oud was. Het eerste deel is voor ons niet bijster interessant: het is vooral een overzicht van de bijbelse geschiedenis, dat we uit andere bronnen beter kennen. (Geestig is het synchronisme van de krachtpatsers Simson en Herakles.) Na de tijd van de twee koninkrijken en de Babylonische Ballingschap lezen we over Alexander de Grote en het hellenisme. De auteur schrijft dat keizer Augustus koningin Kleopatra liet vermoorden, iets wat vermoedelijk waar is, maar niet staat in andere bronnen.

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (1) Inleiding” →

De hoofddoek (4) de interpretatierichting

Kroonloos Arabisch vrouwenportret uit Tamna (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Ik rondde mijn vorige blogje af met de constatering dat uit de Koran niet zonder meer valt af te leiden dat een moslima een hoofddoek behoort te dragen. Het kan bedoeld zijn geweest, het kan niet bedoeld zijn geweest. We hebben in de voorafgaande blogjes gekeken naar oud-oosterse en Mediterrane teksten en afbeeldingen. De eigenlijke vraag is volgens mij waarom latere islamitische geleerden hebben geconcludeerd dat een moslima een hoofddoek moest dragen.

Hadith

Eén ding staat vast: de eerste gelovigen hadden uiteenlopende meningen. Vroege anekdotes (hadith) vormen daarvoor het bewijs, want ook als die niet authentiek zijn, bieden ze een beeld van de toenmalige samenleving. Eén zo’n anekdote behandelt de vraag of een vrouw met een hoofddoek die het gehele gezicht bedekte, wel in de rechtbank mocht getuigen. Dat duidt op zeer kuise lichaamsbedekking. Een andere anekdote verhaalt dat kalief Omar (r.634-644) een slavin verbood een hoofddoek te dragen omdat dit het voorrecht zou zijn van een getrouwde vrouw. Hij deelde dus de aloude oosterse opvatting. Een afbeelding in Qusair ‘Amra (rond 690 aangelegd door de latere kalief Walid I) toont daarentegen een voorname vrouw zonder hoofddoek, zoals in het Romeinse Rijk voorkwam. In het Kalifaat waren dus diverse meningen.

Lees verder “De hoofddoek (4) de interpretatierichting” →

Manicheeërs in China

Schijf met manichese motieven (Wereldmuseum, Leiden)

Het manicheïsme is een verdwenen godsdienst uit de Late Oudheid. De stichter was de Mesopotamische profeet Mani (216-274 na Chr.), die onderwees dat het universum was verdeeld in twee strijdige kampen, de kwade materiële wereld (“de Duisternis”)  en de goede wereld van de geest (“het Licht”). Dit dualisme deelde het manicheïsme met het Perzische zoroastrisme. Daarnaast accepteerde het elementen uit het neoplatonisme, het rabbijnse jodendom, de gnosis, de hellenistische godsdiensten van Mesopotamië en het vroege christendom. Mani beschouwde zich als de Pleitbezorger (Parakleet) die in het Johannes-evangelie wordt aangekondigd.noot Johannes 14.16. Mani kende ook de Indische godsdiensten en er zijn in de manichese geschriften ook boeddhistische elementen aan te wijzen.

Van Mani naar China

Het manicheïsme ontstond in het nog jonge Sassanidische Rijk, geregeerd door een dynastie die als voorvader een belangrijke priester van Anahita had. De eerste koningen waren geen scherpslijpers en kunnen Mani’s opvattingen, die een synthese vormden van alle binnen het rijk bestaande ideeën, hebben beschouwd als nuttig om eenheid te scheppen.

Lees verder “Manicheeërs in China” →

Museum Dorestad heropend (2)

Munt uit Dorestad (Teylersmuseum, Haarlem)

[Tweede deel van een blog over het belang van Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Het eerste was hier.]

En de Germanen dan?

Hier zijn echter vraagtekens te plaatsen. Al vanaf de vroege zestiende eeuw staan in het Nederlandse geschiedbeeld de Germanen centraal. Het hertogdom Gelre, al snel gevolgd door de Republiek, identificeerde zich met de Bataven; de bewoners van de noordelijke gewesten noemen zich nog altijd Friezen; een krant uit Twente noemt zich Tubantia; tal van gemeentes beschikken over Chamavenstraten, Frankenwegen of Saksenlanen; er is een ware industrie van Batavia’s, Batavi Droogstoppels, Batavus-fietsen en Batavier-bieren.

Vreemd is deze identificatie met het Germaanse verleden niet: het Nederlands stamt immers af van het Frankisch, het christendom kwam hier aan in de Frankische tijd, de oudste laag van onze literatuur stamt uit die tijd en de Rotterdamse havens gaan via Dordrecht terug op – daar zijn we! – het Frankische Dorestad. Nederland wortelt in een Germaans verleden, maar dat verleden heeft een dubbele handicap, namelijk dat het enerzijds moeilijk beleefbaar valt te maken (wie van u bezocht Erve Eme in Zutphen?) en anderzijds nogal unzeitgemäβ is in het zich verenigende Europa.

Lees verder “Museum Dorestad heropend (2)” →

Het ontstaan van de islam

Rechtsgeleerden in discussie in een bibliotheek

Een tijdje geleden plaatste ik hier een reeks blogjes over het ontstaan van het Kalifaat. Die gebeurtenis vormt het slotakkoord van de Oudheid: de demografische neergang van de zesde eeuw, de groeiende samenwerking tussen de Arabischsprekenden, de doorbraak van het monotheïsme en soortgelijke laatantieke processen kwamen samen en het resultaat was een nieuwe samenleving. In die nieuwe samenleving ontwikkelde zich de islam, waarover ik ook al blogde.

De bliksemsnelle groei van een wereldrijk en de geboorte een wereldgodsdienst vormen interessante thema’s; het zijn onderwerpen waar wetenschappelijk beweging in zit; en ik denk er al langer over daar eens een boek aan te wijden. Het probleem is natuurlijk dat mijn kennis van het Arabisch en een hele reeks andere relevante talen beperkt is. Gelukkig ken ik aardige arabisten en islamologen.

Lees verder “Het ontstaan van de islam” →

Theodomir

Zomaar mooi kapiteel uit het Rijk van Toledo (Archeologisch museum, Mérida)

Een tijdje geleden postte ik enkele blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland in 711 na Chr. Simpel samengevat stak generaal Tariq ibn Ziyad vanuit de Maghreb over naar Andalusië, waar hij Roderik versloeg, de koning van het Rijk van Toledo. Na dit eerste succes arriveerde een tweede Arabische strijdmacht, en vervolgens liepen de twee legers de regio volledig onder de voet. De verovering werd vereenvoudigd door verdragen te sluiten met lokale leiders, zoals een zekere Theodomir. Die erkende de Arabieren als gezaghebbers en kreeg in ruil erkenning als heerser van het zuidoosten van Spanje.

Voor mijn eerdere blogjes was Theodomir niet meer dan een voorbeeld van het soort verdragen dat de Arabieren sloten om hun gezag te vestigen. Er valt echter meer over deze man, die zo mooi de overgang van Late Oudheid naar Middeleeuwen markeert, te vertellen. Maar eerst iets over de context: wat de laatste generatie zou blijken te zijn van het Rijk van Toledo. En voor we dáár aan toekomen, moet ik nog wat verder terug, namelijk naar het midden van de zesde eeuw.

Lees verder “Theodomir” →

Een geschiedenis van El-Andalus (1)

Deze zomer blogde ik enkele keren over de geschiedenis van El-Andalus, zoals ik het zuidelijke deel van het Iberische Schiereiland in de Middeleeuwen noem. Dat je het niet Spanje kunt noemen, is logisch: er is immers ook Portugal. Dat je het niet Arabisch Iberië kunt noemen, is ook logisch, want ook al was Arabisch de kanselarijtaal, er leefden ook Berbers en mensen die ik maar even “post-Romeins” zal noemen. Daaronder waren mensen die zichzelf identificeerden als Visigoten en Byzantijnen.

Islamitisch Spanje?

Je kunt El-Andalus ook aanduiden als “islamitisch Spanje”, maar ik heb nooit veel gezien in die naam. Toen ik begin jaren negentig mijn scriptie schreef over de romanisering en arabisering van Iberië, had ik niet het idee dat de islam erg belangrijk was. Eén reden is dat onze bronnen de Arabische verovering van El-Andalus nergens typeren als een overwinning voor het geloof. Het was een extreem succesvolle plundercampagne, niet méér.

Lees verder “Een geschiedenis van El-Andalus (1)” →