Museum Kam

Museum Kam, Nijmegen

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes of zeven blogjes aan. Dit is het voorlaatste. Het eerste was hier.]

Het moet een halve eeuw geleden zijn dat mijn vader me meenam naar Nijmegen, naar Museum Kam, destijds het archeologische museum van de stad. De locatie kon niet beter: het stond op de rand van de Romeinse legerbasis op de Hunerberg. De graven van de legionairs en hun tijdgenoten zijn gevonden in de straat waar het museum werd gebouwd, die inmiddels Museum Kamstraat heet. Mijn vader en ik kregen uitleg van meneer Stuart, die mijn ontluikende liefde voor Romeins Nederland aanwakkerde met een mooi verhaal. (Voor de insiders die zich afvragen hoe het kwam dat een Zo Grote Naam Uit De Nederlandse Archeologie twee passanten kwam verwelkomen, voeg ik toe dat Peter Stuart de broer was van een collega van mijn vader.)

Museum Kam is eind jaren negentig gesloten. De collectie is overgebracht naar het Valkhof Museum, waarover ik gisteren blogde, en het gebouw is sindsdien in gebruik voor andere doelen. In de coronatijd is het ingericht als onderzoekscentrum met bibliotheek.

Historiserend bouwen

Het pand zélf is ook een verhaal apart. Het is gebouwd tussen 1919 en 1922, toen elders in Nijmegen de Heilig Land-stichting werd aangelegd, het huidige Museumpark Orientalis. Historiserend bouwen was destijds dus in de mode, en het interieur van het museum doet denken aan een Mediterraan huis, gebouwd rond een patio (“atrium”) die de centrale hal vormt. De façade met twee hoektorens knipoogt naar een iets ouder museum in Zwitserland en als iemand me zou vertellen dat de architect een vroeg-twintigste-eeuwse reconstructie van de tempel van Salomo erbij heeft gehad, zou ik het ongezien geloven.

Een van de vitrines

Ik ging er afgelopen vrijdag een kijkje nemen. Ik kon me niet herinneren dat de centrale hal en de eromheen gelegen vertrekken zo mooi licht waren. Hier staat vooral Romeins keramiek en glas opgesteld in vitrines, die zelf eigenlijk ook museumstukken zijn: eenvoudige constructies van metaal en glas, zoals ze honderd jaar geleden werden vervaardigd, toen musea vooral voor wetenschappelijk onderzoek dienden. Dat maakte ze natuurlijk geschikt voor de huidige studiecollectie.

Aardewerk in soorten en maten

Op ooghoogte staan de voornaamste typen, de varianten staan wat hoger en lager. Je krijgt zo een goed idee van de enorme variatie in het aardewerk, en van het ietwat onhandige gegeven dat de categorisering niet altijd zo eenduidig is als je zou willen en dat de diverse systemen elkaar overlappen. (Ik herinner me mijn schok toen ik begreep dat een Beltrán-V-amfoor hetzelfde was als een Dressel-20-amfoor.) Het is dus allerminst uitgesloten dat de bordjes met uitleg nog eens worden vervangen, en daarom zijn ze magnetisch.

Een van de zijvleugels is gewijd aan het aardewerk dat archeologen in Gelderland zouden kunnen tegenkomen, lopend vanaf de IJzertijd tot in de Middeleeuwen. Wie naar boven gaat – de trap is eigenlijk ook al een monument – komt op de galerij, waar de grafcultuur is gedocumenteerd. De inscriptie van legionair Marcus Scanius Maximus uit Amfipolis die ik eergisteren noemde, bevindt zich hier, maar minstens even leuk zijn de assemblages uit het grafveld waarop Museum Kam is gebouwd.

Ik houd het erop dat dit een leeuw is

Museale taken

Een collectie als deze is natuurlijk vooral belangrijk voor specialisten. Voor hen is Museum Kam in de huidige vorm dan ook bedoeld. Wie er zit te studeren, beschikt er niet alleen over een uitgebreide collectie, maar ook over onderzoeksapparatuur en een bibliotheek, en kan vergelijkingsmateriaal opvragen in het archeologisch depot aan het andere einde van de stad.

Op een bepaalde manier is Museum Kam teruggekeerd naar pakweg 1900: als we afzien van glyptotheken en pinacotheken, die altijd bedoeld zijn geweest voor het grote publiek, waren wetenschappelijke musea vooral (maar niet uitsluitend) bedoeld om onderzoekers te helpen. Ze vonden er de planten, de stenen, de manuscripten, de opgezette dieren en de oudheidkundige voorwerpen die ze voor hun studie nodig hadden. Rond 1900 begrepen mensen als Otto Neurath (die van de Wiener Kreis) dat de verhouding tussen wetenschappelijke en publieke taken misschien beter kon worden omgekeerd. Het zwaartepunt verschoof van onderzoek naar overdracht, van wetenschappers naar publiek. Het onderzoek is in de twintigste-eeuwse musea uiteindelijk zelfs op de achtergrond geraakt en het was onvermijdelijk dat daarvoor nieuwe instellingen zouden ontstaan. Dat zo’n onderzoekscentrum dan wordt ingericht in een ooit als museum bedoeld gebouw, is bijna poëtisch.

Rondleiding

Toch is Museum Kam in de huidige vorm geen terugkeer naar de afgesloten wetenschappelijke wereld van weleer, de spreekwoordelijke ivoren toren. Op zondag zijn er rondleidingen. Die heb ik afgelopen weekend niet meer kunnen doen, maar de meneer die ik vertelde dat hij er plezier aan zou beleven, liet me na afloop van zijn bezoek weten dat hij het erg interessant had gevonden en dat zijn gids ook veel bleek te weten van Papoea Nieuw-Guinea. Dat deed mij er weer aan denken dat oudheidkunde en antropologie hetzelfde doel hebben, maar dat is meer iets voor een ander blogje.

Deel dit:

7 gedachtes over “Museum Kam

        1. Yup, verbazing is de fijnste emotie.

          Ondertussen verbaas ik me vooral heel erg over die stadsrechten. Ik heb inmiddels één hoopvolle tip gekregen, maar representatiever is een artikel in het tijdschrift Lampas 53 (2020) dat alles over Nijmegen bij elkaar zet en dat ik pas net vanmorgen in handen krijg. Ik zie dat ik geen bokken heb geschoten en dat die legioenbasis op het St-Josephhof nog steeds een gangbare interpretatie is. Maar het grappige is: terwijl het artikel alles onderbouwt, neemt het de stadsrechten aan zonder annotatie.

          Maar goed, die hoopvolle tip is echt hoopvol, dus ik verwacht binnenkort te weten hoe de stadsrechtelijke vork in de Romeinsrechtelijke steel zit.

  1. Bruinsslot

    Een heerlijk verhaal. Mijn vader nam mij mee naar allerlei musea, bv Miseum in de Broederpoort in Kanpen( collectie al 2 maal verhuisd), nu Stedelijk Museum. En naar Natura Docet, mooi nog steeds bestaand natuur historisch mjseum. Naturalis is ook nog zo’n museum dat vooral onderzoek doet- of zelfs andersom: een onderzoekscentrum waar je ook kunt kijken naar een Tyrannosaurus….

Reacties zijn gesloten.