
Vrij algemeen is bekend dat Willibrord de schutspatroon van de Nederlandse katholieke kerkprovincie is: hij wordt wel gezien als de vroegste missionaris van de Lage Landen (aan het begin van de achtste eeuw). Maar er is nog een tweede patroonheilige van deze kerkprovincie: Sint-Plechelmus. Ook deze heilige is van Angelsaksische herkomst, en misschien zelfs wel uit dezelfde streek afkomstig als Willibrord (te weten: Northumbria). Zijn naam (Pleghelm) wordt voor het eerst genoemd in een handschrift uit de negende of tiende eeuw: het Liber Vitae Dunelmensis (afkomstig uit Durham) en nu te vinden in de British Library in Londen
Anderen noemen Ierland als Plechelmus’ geboortestreek, terwijl de derde missionaris van belang voor de Lage Landen (Bonifatius) Zuidwest-Engeland als herkomstgebied kent. Net als Willibrord en Bonifatius was Plechelmus in onze streken actief in de eerste helft van de achtste eeuw. Plechelmus werd daarbij waarschijnlijk vergezeld door Otger en Wiro.
Gesleep met stoffelijke resten
Volgens oude tradities zouden de stoffelijke resten van Plechelmus, Otger en Wiro uiteindelijk in Sint-Odiliënberg terechtgekomen zijn, maar zoals dat wel vaker ging: misschien is Otger gedeeltelijk herbegraven in wat later de Sint-Maartenskerk te Groningen werd. Er werd nogal “geschoven” met relikwieën, die immers ook een grote aantrekkingskracht hadden op pelgrims en daarmee een economische factor van belang waren voor de zich ontwikkelende middeleeuwse steden. Van de Sint Maartenskerk in Groningen (tegenwoordig de Martinikerk geheten) is bekend dat er lange tijd ook een arm van Johannes de Doper bewaard werd.noot Bij de zogenaamde Reductie van Groningen (in 1594: de overgang van de stad naar de protestantse religie) zijn al deze relikwieën (ook die van Otger) helaas verdwenen.
Plechelmus als Twentse heilige
Terug nu naar Plechelmus, wiens feestdag officieel op 15 juli gevierd wordt. Deze heilige was als missionaris, samen met Otger en Wiro, vooral actief in het Nederlands-Duitse grensgebied, ter hoogte van Twente en de Achterhoek. Aan Otger is daarom een kerk gewijd in Stadtlohn (over de Duitse grens, bij Winterswijk), maar vanaf het midden van de negende eeuw werd de heilige Plechelmus de patroon van de latere basiliek in Oldenzaal, een kerk die hijzelf tweehonderd jaar daarvoor gesticht zou hebben. Deze basiliek, oorspronkelijk door Plechelmus gewijd aan Sint-Sylvester, is een zeer fraai voorbeeld van Romaanse kerkbouw in Twente.
Bisschop Balderik van Utrecht (afkomstig uit Oldenzaal en bisschop van Utrecht van 918-975) verhief Plechelmus, Otger en Wiro tot heilige personen, en gaf opdracht om tenminste een deel van de relikwieën van Plechelmus over te brengen van Sint-Odiliënberg naar Oldenzaal. Uiteindelijk vond deze belangrijke Utrechtse bisschop ook zelf (maar dat pas in 1481) zijn laatste rustplaats in Oldenzaal.
Het gesleep met relikwieën maakt dat we niet met zekerheid weten waar deze vroege heiligen van de Lage Landen nu exact worden bewaard, maar zeker is dat Twente al vroeg een belangrijk aandeel kreeg in de Plechelmus-verering. Ook latere Twentse kerken werden naar deze heilige vernoemd: o.a. in Saasveld, Rossum, Deurningen en De Lutte. Veel jongens en mannen uit Oldenzaal en omgeving hebben nog de doopnaam “Plechelmus”.
De bekende Twentse cabaretier Herman Finkers heeft sterke banden met Plechelmus: toen de basiliek aan de eredienst dreigde te worden onttrokken vanwege het teruglopende kerkbezoek, voerde hij in 2006 actie voor het behoud van dit religieuze monument als “kerk in werking”.
Plechelmus en het carnaval
Oldenzaal is nog steeds een katholiek stad in Twente, waar het carnaval nog ieder jaar – ook rond de Plechelmus-basiliek – uitbundig gevierd wordt. In Limburg was men wellicht wat minder gelukkig met de vrome werken van Plechelmus: het verhaal gaat dat hij beelden van een in Limburg zeer gewaardeerde heidense familie Valuas liet vernietigen (zoals andere missionarissen heilige eiken lieten omhakken), waaruit de traditie is ontstaan dat bij de jaarlijkse carnavalsoptocht in Venlo nog steeds reuzenbeelden (van de heidense legerleider Valuas en zijn vrouw) worden rondgedragen. Maar het is hoogst twijfelachtig of dit een waar gebeurd verhaal is: Italianen zouden zeggen: se non è vero, è ben trovato ofwel “ook als het niet waar is, is het een mooi verhaal”.
[U heeft wellicht gemerkt dat Han Borg is begonnen met een reeks over de historische achtergronden bij de diverse middeleeuwse heiligen. Dank je wel Han!]
Zelfde tijdvak
Islamitisch recht (2) de hadithjuni 12, 2025
De Kopten (1)februari 14, 2023
B6: Boeddhisme als oosterse filosofiejuni 9, 2024

Het genoemde manuscript is deel van de Cottonian Library, die mee aan de basis lag van de British Library. De collectie van de 16de-eeuwse bibliofiel en antiquariër Richard Cotton, deels bijeengesprokkeld na de Dissolution of the Monasteries, kent een interessante indeling. De kasten waren gekroond met een buste van een klassiek figuur, de rekken kregen een letteraanduiding (A bovenaan) en de boeken een vaste plaats, te tellen vanaf de linkerkant.
Zo is het manuscript uit bovenstaand stukje Domitian VII ( de kast “Domitianus” bestond maar uit één schab, vermoedelijk omdat ze boven de deur stond).
Andere beroemde manuscripten zijn Nero A, X (Sir Gawain and the Green Knight) en Vitellius A, XV (Beowulf). Van beide teksten is dit het enige bewaarde handschrift.
Interessant!
Geweldig.
Ik kijk uit naar de volledige reeks!