De monniken van Ierland

Clonmacnoise, een oud Iers klooster

Ik vertelde al eerder dat de zesde eeuw een grote crisis markeerde. De antieke cultuur liep ten einde. In West-Europa was bijvoorbeeld de financiering van de scholen, die ooit in elke stad in het Romeinse Rijk hadden gestaan, problematisch geworden. Dat de kunst van het lezen en schrijven dreigde te verdwijnen, blijkt wel uit kerkelijke richtlijnen betreffende ongeletterde geestelijken. Ook ontbraken de middelen om versleten boeken te kopiëren, zodat de bibliotheken in verval raakten. In Sevilla was bisschop Isidorus de koning te rijk met zijn vierhonderd boeken, terwijl zijn tijdgenoot paus Gregorius in Rome met moeite één bibliotheek geopend kon houden. In Tours begon zijn naamgenoot, bisschop Gregorius, zijn Geschiedenis van de Franken met de vaststelling:

De schrijfcultuur in Gallië is in verval en zelfs op sterven na dood. Intussen wisselen goed en kwaad elkaar af: volksstammen gaan barbaars tekeer, koningen razen als nooit tevoren, ketters vallen kerken aan, rechtgelovigen verdedigen ze, het christendom telt vele vurige aanhangers, maar ook tal van afvalligen, kerken worden door vrome mensen rijkelijk begiftigd en door ongelovigen leeggeroofd. En toch is er geen enkel getalenteerd auteur om dit alles in proza of in poëzie te beschrijven. Hoe vaak heb ik de klacht niet gehoord: “Wat een tijd! De letteren zijn verdwenen en er is niemand meer om de gebeurtenissen van vandaag te boek te stellen!”

Vaak heb ik over deze en andere verzuchtingen nagedacht. Ten slotte besloot ik zelf iets te doen om het verleden bij het nageslacht levendig te houden. Ondanks mijn gebrekkige stijl kon ik het niet laten de twisten van booswichten en het leven van rechtschapen mensen op te tekenen.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken, proloog; vert. Jef Ector.

Om de literaire cultuur levend te houden, ging Gregorius zelf schrijven. Dat was rond 590. Eerder in de zesde eeuw had Cassiodorus een ander antwoord geformuleerd op de culturele crisis: hij was met zijn monniken antieke handschriften gaan kopiëren. Ik noemde ze vorige week al. Maar het was teveel gevraagd van een kleine groep kloosterlingen om de gehele Grieks-Romeinse literatuur te redden.

Als ze geen hulp hadden gekregen, zouden wij veel minder Griekse en Latijnse teksten hebben gehad. En die hulp kregen ze, uit onverwachte hoek.

Ierland

In het verre Ierland leefden monniken die zich met grote inzet toelegden op het kopiëren van de oude teksten. Dat is opmerkelijk, want de Ieren hadden nooit behoord tot het Romeinse Rijk en leefden eigenlijk nog in de IJzertijd. Toch zouden zij, meer nog dan Cassiodorus, degenen zijn die de oude teksten behoedden voor vergetelheid. Een geestige publicatie over dit onderwerp is Thomas Cahills How the Irish Saved Civilization (1995): een titel die even overdreven als begrijpelijk is en in elk geval uitnodigt tot lezen.

Het kwam deels door Patricius ofwel Saint Patrick. In 432 trok deze geestelijke naar Ierland, een land waarvan hij de taal en gewoonten had leren kennen doordat hij er zes jaar als slaaf had doorgebracht. Moed kan hem niet worden ontzegd, want kort daarvoor was een andere missionaris vermoord. Toen Patricius dertig jaar later overleed, was het eiland niet alleen gewonnen voor het christendom, maar ook voor de schrijfcultuur.

De Ierse schrijfcultuur

De Ieren legden zich op het maken van boeken toe alsof het een religieuze plicht was. Een echte verklaring voor het feit dat juist in Ierland zoveel teksten werden gekopieerd, is nog niet gevonden. Het eiland telde echter wel zó veel schapen dat het eenvoudig was op grote schaal perkament te vervaardigen. Uiteraard is het feit dat aan deze voorwaarde werd voldaan, geen verklaring.

Keltische verhalen gaan vaak over de queeste die een krijger in eenzaamheid volbrengt om een doel te bereiken. Wellicht inspireerden deze vertellingen het idee van de peregrinatio propter Christum (“om Christus een vreemdeling worden”). Talloze Ierse monniken reisden overzee, soms voor een pelgrimstocht naar het continent, soms om nooit terug te keren. Heimwee gold als ascese. Eén van die reizigers was Columba, die al eenenveertig abdijen zou hebben gesticht voordat hij in 563 als balling het “eiland der heiligen” verliet. Abdij tweeënveertig verrees daardoor op het eiland Iona, vlak voor de kust van Schotland, waaraan hij eveneens een bezoek bracht. (Volgens zijn hagiograaf Adomnán was één woord van Sint- Columba afdoende om een vervaarlijk watermonster een veilig heenkomen te doen zoeken in Loch Ness.)

[Wordt morgen vervolgd]

Nog een persoonlijke noot

De Ierse monniken inspireerden mij in de jaren negentig om online informatie over de Oudheid te delen. De generatie studenten waartoe ik behoorde was de eerste in een paar eeuwen die minder minder mocht leren dan de voorafgaande generatie: eerst was er de niet-invoering van de tweefasenstructuur, vervolgens werd ons een OV-studentenkaart opgedrongen die feitelijk betekende dat de overheid de ambitie liet varen om studenten huisvesting te bieden bij hun universiteiten. Spoorstudenten hebben per week enkele uren minder tijd om te studeren.noot Dat de huidige studenten harder zouden studeren dan eerdere studenten, is een belediging voor de vorige studenten, geen feitelijk argument. Wat ik maar wil zeggen: Nederland, en eigenlijk de hele westerse wereld, koos eind jaren tachtig voor culturele achteruitgang. In mijn ogen gaf dat de wanhopige renaissance van de Ierse monniken een grimmige actualiteit.

Deel dit:

9 gedachtes over “De monniken van Ierland

  1. Fried Deelen

    Bij zijn lessen over de onvergelijkbare bijdrage van Ierland aan het overleven van het christendom en de klassieke cultuur (in die volgorde, toch) raakte mijn docent geschiedenis van de oude kerk, prof. van den Baar (niemand wist zijn voornaam), in een vervoering die hij overbracht aan zijn studenten. Het is mijn persoonlijke noot. Wat kan men het leven soms dankbaar zijn deze of gene docent meegemaakt te hebben.

  2. De Ierse monniken zouden trots op je zijn. Wat een archief is reeds ontstaan! Dat was er in de jaren 80 allemaal nog niet … Toch een lichtpunt zou ik zeggen.

  3. Frans Buijs

    Bedankt voor dit monnikenwerk! En als de plannen van het komende kabinet doorgaan, zal het ook wel nodig blijven…

  4. Ben Spaans

    De OV-studentenkaart krijgt de schuld – is massa-onderwijs niet het echte probleem? De uitval in het hoger onderwijs is immens, als er al afgestudeerd wordt wordt er vaak niets meer met de oorspronkelijke studie gedaan, in ieder geval beroepsmatig.
    Al die verschraling, zijn dat voor een deel ook niet onbeholpen pogingen met allerlei agenda’s om massaal hoger onderwijs hanteerbaar te houden?

  5. Ben Spaans

    Jongens, zeker een derde van de mensen die gaan studeren haakt op enig moment af, in het HBO ligt dit nog hoger.

    Niets ontluisterender dan eerste jaars werkcolleges, zoals bij geschiedenis.

    1. Merit

      Dat afhaken is omdat men niet meer ter kerke gaat, alwaar geleerd wordt dat, als je iets begint, je het ook af moet maken.

  6. Ben Spaans

    Ik weet niet of het zo simpel is. Er zijn ook een hoop studenten van christelijke huize die afhaken.
    Maar sowieso, studeren is enorm ontregelend/kan ontregelend zijn. Onderschat niet hoeveel mensen er zijn met al dan niet onderkende psychische problemen, en allerlei existentiële vragen kunnen ook keihard binnenkomen in die levensfase. Of persoonlijke problemen zich tijdens de studie ontwikkelen. Of allerlei andere zaken die tot motivatie-verlies kunnen leiden, zoals de praktijk van de academische cultuur.

    Ja, luiaards heb je ook onder studenten.

Reacties zijn gesloten.