Plechelmus

Sint-Plechelmus en de Sint-Plechelmusbasiliek in Oldenzaal

Vrij algemeen is bekend dat Willibrord de schutspatroon van de Nederlandse katholieke kerkprovincie is: hij wordt wel gezien als de vroegste missionaris van de Lage Landen (aan het begin van de achtste eeuw). Maar er is nog een tweede patroonheilige van deze kerkprovincie: Sint-Plechelmus. Ook deze heilige is van Angelsaksische herkomst, en misschien zelfs wel uit dezelfde streek afkomstig als Willibrord (te weten: Northumbria). Zijn naam (Pleghelm) wordt voor het eerst genoemd in een handschrift uit de negende of tiende eeuw: het Liber Vitae Dunelmensis (afkomstig uit Durham) en nu te vinden in de British Library in Londen

Anderen noemen Ierland als Plechelmus’ geboortestreek, terwijl de derde missionaris van belang voor de Lage Landen (Bonifatius) Zuidwest-Engeland als herkomstgebied kent. Net als Willibrord en Bonifatius was Plechelmus in onze streken actief in de eerste helft van de achtste eeuw. Plechelmus werd daarbij waarschijnlijk vergezeld door Otger en Wiro.

Lees verder “Plechelmus”

Historische taalkunde

Je kunt niet alles leren, maar mag wel betreuren dat je opleiding zó kort was dat je cruciale dingen niet hebt meegekregen. Aan AristotelesOrganon, vermoedelijk de grootste filosofische prestatie uit de Oudheid, is tijdens mijn studie geen woord besteed, noch bij de colleges geschiedenis, noch bij filosofie. Ook over oudgermanistiek, d.w.z. de bestudering van de antieke en vroegmiddeleeuwse fase van de Germaanse talen, heb ik weinig gehoord. Ik denk eigenlijk: niets. Terwijl het vak toch niet zonder belang is. Onze taal is immers een mooi stuk antiek erfgoed en kennis daarvan is zeker voor oudheidkundigen die zich met Nederland en Vlaanderen bezighouden, niet bepaald betekenisloos.

Om mijn kennislacune te vullen las ik Lo, donk, horst van Jozef van Loon, emeritus hoogleraar in Antwerpen. Simpel samengevat toont hij aan dat het woord lo in de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen verwees naar een cultuurbos, terwijl donk en horst het Frankische en het Saksische woord waren voor versterkingen in moerassige gebieden. Toen ik onlangs vanuit Vught door het Bossche Broek fietste naar Oeteldonk, begreep ik het meteen.

Lees verder “Historische taalkunde”