
[Laatste van vier blogjes over Crucible of Light van Elizabeth Drayson. Het eerste blogje was hier.]
Collegiale controle
Niemand weet alles en dat is ook helemaal niet erg. En juist omdat fouten maken zo menselijk is, bestaat er collegiale controle. Crucible of Light eindigt met een bedankje aan dertien mensen, maar geen daarvan heeft het manuscript gelezen voordat het naar de uitgever ging. Als Cambridge-geleerde beschikt Drayson over ’s werelds slimste collega’s maar ze heeft er geen gebruik van gemaakt. Ik zal niet speculeren over een verklaring.
Wat ik wel doe: concluderen dat Drayson een onderwerp aansnijdt waarvoor ze niet is toegerust. Om te beginnen denkt ze dat het verre verleden bruikbaar is om advies te geven aan onze tijd. Dat is kentheoretisch onverstandig: je kunt conclusies, gebaseerd op niet-robuuste data, niet gebruiken als richtlijn voor een tijdperk waarover je wel robuuste data hebt. Drayson had een beter boek geschreven als ze zich had beperkt tot de negentiende en twintigste eeuw. Haar bezorgdheid is terecht.
Geschiedenis is een wetenschap
Maar vooral: geschiedvorsing is een complexe wetenschap en het maakt nogal wat uit of de historicus een detail beschrijft, zoals de invloed van islamitische verhalen over Mohammeds Nachtreis op Dantes Goddelijke Komedie, of dat hij/zij de invloed beschrijft van een wereldgodsdienst op de cultuur in een compleet werelddeel. Die schaalvergroting vergt een ander wetenschappelijk instrumentarium, namelijk dat van de sociale wetenschappen. Een opsomming van gebeurtenissen waar moslims bij betrokken zijn geweest, schiet simpelweg tekort.
Crucible of Light is daardoor mislukt. Drayson presenteert haar boek als hoognodige correctie op een “rechts” geschiedbeeld, dat de islamitische bijdrage bij de vorming van de Europese cultuur zou negeren. Dat is teveel eer voor rechtse islamofoben. Ze hebben namelijk helemaal geen geschiedbeeld; ze hebben een hekel aan kennis. Dat geldt voor klimatologie, voor gender, voor epidemiologie en ook voor de geschiedwetenschap.
Door dit maar al te reële anti-intellectualisme te bestrijden met een boek zonder overtuigend bewijs en vol herkenbare fouten, heeft Drayson de wetenschap geen dienst bewezen. Ik deel haar bezorgdheid en twijfel niet aan haar goede bedoelingen, maar goede bedoelingen maken nog geen goed boek. Ongewild bevestigt ze het voze vooroordeel dat geesteswetenschappers eigenlijk maar wat uit hun nek kletsen. Een geluk bij dit ongeluk is dat islamofoben alleen islamofobe boeken lezen en Crucible of Light zullen negeren.
PS
[Ik schreef dit stuk voor VersTwee. Nu, een paar dagen later, bedenk ik dat er iets meer te zeggen zou zijn geweest. In het Engelse taalgebied verschijnen veel van dit soort boeken, waarin het vertellen van een goed verhaal gaat vóór het vaststellen van de waarheid. Het is meer geschiedschrijving dan geschiedvorsing. Andere voorbeelden zijn The Swerve van Stephen Greenblatt, het Karthago-boek van Richard Miles, de boeken van Tom Holland of Luttwaks boek over Byzantijnse krijgskunst. Het eindeloos verwijzen naar goed schrijvende maar volkomen verouderde auteurs als Edward Gibbon past ook in dit beeld. Misschien moeten we het presenteren van een verhaal alsof het wetenschap is, maar BritPulp gaan noemen.]
Zelfde tijdvak
Antiek glasjuni 2, 2025
Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (2)februari 16, 2026
Gaat dicht: het Pergamonmuseum in Berlijnaugustus 29, 2023

Geschiedenis is een wetenschap, maar in het Engelse taalgebied is het geen science maar slechts scholarship. Dan krijg je inderdaad waarheidsvrije boeken.
Het kan zijn dat het onderscheid tussen science en scholarship een deel van de verklaring is. Ik denk dat ook het Kanaal te breed is: Engelsen en Amerikanen lezen pas Franse en Duitse boeken als ze zijn vertaald in hun eigen taal. En vaak zijn die vertalingen niet al te best; ik ben gewaarschuwd voor de Engelse versie van Nöldeke.
Zo breed is het Kanaal nou ook weer niet. Want hier in Nederland importeren we juist ontzettend veel van die scholarship. Tom Holland, Simon Schama, ze worden allemaal in het Nederlands vertaald, veel meer dan historici uit Frankrijk of Duitsland. Heeft er natuurlijk ook mee te maken dat we veel meer Engels leren, want dat is een wereldtaal. Frans, Duits, veel te moeilijk en wat heb je eraan. We praten wel Engels met Duitsers.
Toch zijn er “scholars” die aan hun eigen vakgebieden dezelfde hoge methodologische eisen stellen als welke “scientist” dan ook. En JonaL heeft genoeg niet-exacte “wetenschappers” (in de contintentale – geen geografische uitdrukking – betekenis van het woord) aan de kaak gesteld die die eisen aan hun laars lappen. Mijn persoonlijke ervaring (ook niet veel waard, ik zeg het meteen) op internet (maakt het nog erger) is dat het vooral niet-deskundigen zijn die aan het onderscheid science vs. scholarship rare conclusies verbinden.
Dat gezegd hebbende vind ik het onderscheid onzinnig. Exacte wetenschappen, sociale wetenschappen, humanoria is veel duidelijker. De overeenkomsten bepalen wat wetenschap is; de verschillen bepalen het onderscheid. Helaas heb ik “scholars” ontmoet die diep beledigd zijn als ik hun vakgebied “science” noem. Tja.
Mijn god wat een moordende recensie! Weer een boek dat we niet hoeven te lezen ;). Misschien moet “Vergeten Erfenis” maar eens in het Engels vertaald worden?
Hoe ik een kwart eeuw veel te veel tijd heb doorgebracht op internet kan ik u verzekeren dat dat niet zijn enige boek is dat nodig vertaald moet worden. In de loop der jaren heeft JonaL ook in de Engelstalige wereld een zekere reputatie opgebouwd. Dus ik vermoed al een tijdje dat die vertalingen lonend kunnen zijn.
Aan de andere kant – zonder die vertalingen blijf ik een oneerlijk voordeel houden tov Engelstalige discussiepartners. Dat streelt mijn ijdelheid. Hoe vaak ik de Fiscus Judaicus heb genoemd als iemand zich weer eens afvroeg hoe in de Oudheid het christendom en judaisme uit elkaar dreven …. ik ben de tel kwijt.
En hoe vaak kreeg je dan de vraag: “Huh? What?”
Nooit. De reactie was onveranderlijk stilte. Wat mij doet vermoeden dat men afdroop in schaamte om de eigen onwetendheid. Want die Fiscus Judaicus is heel eenvoudig terug te vinden op internet.
Nee, mijn boek “Vergeten erfenis” was destijds redelijk up-to-date en kreeg ook goede besprekingen, maar er is veel nieuwe informatie. Een team zou het nog aankunnen, en dan moet er één goede hoofdauteur zijn.
“Drayson presenteert haar boek als hoognodige correctie op een “rechts” geschiedbeeld.”
Als radicaal linkse rakker vind ik dit onvergeeflijk en wel om drie redenen.
De aanname dat een ‘rechts’ geschiedbeeld bij voorbaat fout is is een drogreden.
De implicatie dat ‘linkse’ geschiedbeelden geen correctie behoeven is aantoonbaar onjuist.
Wie geschiedbeelden wil corrigeren (een nobel doel) dient onbevooroordeeld te zijn. Dat is uiteraard onmogelijk, maar we kunnen er wel naar streven.
De schrijfster heeft zichzelf tot onderdeel van het probleem gemaakt. Dit noem ik links anti-intellectualisme, Om voor de hand liggende redenen kan dat geen oplossing zijn.
Ik had het graag uit de sfeer rechts/links gehaald. Het zijn volkomen achterhaalde begrippen – en dat was in de jaren tachtig al voldoende bekend, zie bijv. de Huizinga-lezing van Renate Rubinstein.
Daar ben ik het als politiek actieveling niet mee eens – de verdeling is actueler dan in lange tijd geweest is. Ik doe dan ook mijn best de aloude linkse waarden in een modern jasje te steken. Daarbij zit voornoemd links anti-intellectualisme soms behoorlijk in de weg.
Onzin, die linkse waarden. Die zijn verpatst met de motie van Kati Piri.
Met excuses voor dit off-topic probleem.
Ik kan me daar wel iets bij voorstellen: die heeft inderdaad verdeling gezaaid. Maar voor mij zijn “links” en “rechts” eigenlijk al in de jaren tachtig opgehouden zinvolle begrippen te zijn.
En ik stoor me in hoge mate aan het tribalisme, dat de oplossing van reële problemen blokkeert. Mijns inziens zijn “links” en “rechts” twee gezichten van hetzelfde, in Nederland ronduit militante, anti-intellectualisme.
Een van de grote problemen in de huidige geschiedenis “wetenschap” is dat zovelen het verleden naar de in de mode zijnde normen van deze tijd beoordelen. Als mensen ondervinden dat kleine gemeenschappen in het verleden zichzelf probeerden te beschermen door buitenstaanders niet zo maar toe te laten, dan reageren ze vol onbegrip. De oude Grieken in hun stadsstaten hadden zo’n exclusieve praktijk, maar de Romeinen in de Keizertijd stonden wel open voor buitenstaanders en hun open idee van burgerrecht en acculturatie was bijzonder. De Islamitische veroveraars praktiseerden veel meer een systeem van culturele en politieke dominantie gebaseerd op hun religie met gescheiden religieuze sferen. Waarom dit verschil? Dat vind ik interessant. En naar mijn oordeel is dat in de huidige tijd in de meeste islamitische landen nog steeds de praktijk. De Turken wisselden in de 20e eeuw de Islam in voor Turks nationalisme, maar het principe bleef hetzelfde. Andere nationaliteiten of religies moesten zich onderwerpen. Of onze staatsopvatting veel ontleend aan de Romeinse praktijken is de vraag.