
[Dit is het laatste van vijf blogjes over wat archeologie is en hoe we haar belang beter kunnen uitleggen. Het eerste deel was hier.]
Wat is archeologie? (5) Wat te doen?
Samenvattend: archeologie is een wetenschap waarin het evenveel draait om de vondsten als om de vragen. In de voorlichting ligt de nadruk meer op het eerste dan op het tweede, en omdat het wetenschappelijke proces dus onderbelicht blijft, is het voor politici en academische bobo’s prijsschieten. Oudheidkundigen worden onvoldoende begrepen, ook door journalisten, en kunnen weliswaar rekenen op sympathie maar niet op genoeg begrip. Bestuurders kunnen rustig een vakgroep opheffen of op een museum bezuinigen, aangezien niemand snapt wat verloren gaat. Bezuinigen is electoraal veilig.
Net als Dig It All, de houtkamer, Geheimen van het Pottenbakkerswiel, Judith en Le Phare probeert de expositie Boven Het Maaiveld in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de doorgaans ontbrekende informatie wél te geven. Het is, zoals gezegd, niet slechts een stap maar een reuzensprong in de goede richting. We komen er echter niet mee aan de overkant. Het museum heeft ervoor gekozen de bottom-up-zijde van de archeologie te tonen, en haalt met vlag en wimpel de doelen die het zich stelt, maar ik denk dat we méér nodig hebben. Wie tevens de top-down-zijde uitlegt, toont hoe de oudheidkundige disciplines de samenleving verrijken. De Belgische voorbeelden bewijzen dat dit museaal mogelijk is.
Er komt echter nogal wat kijken bij een liefst permanente “Boven Het Maaiveld Plus”-tentoonstelling. Idealiter neemt die expositie niet het archeologisch aanbod als vertrekpunt, maar de publieke vraag, en zoals ik al aangaf zijn mensen wél geïnteresseerd in de oude wereld, maar niet in de oude wereld met de beperkingen van deze of gene academische discipline. Wie de Nederlandse archeologie uitlegt, zal veel meer dan nu gebeurt moeten samenwerken met tekstwetenschappers, ongeveer zoals een egyptoloog én hiëroglyfen kan lezen én graven.
Het academische probleem
Het echte probleem is daarom niet museaal maar academisch: de onzalige splitsing van de bestudering van de Oudheid over diverse disciplines. Die splitsing is weliswaar historisch gegroeid, maar dat ze historisch verklaarbaar is, wil niet zeggen dat ze gerechtvaardigd is. De archeoloog, de geschiedkundige, de taalkundige, de literatuurwetenschapper en ook de theoloog bestuderen immers dezelfde oude cultuur en kunnen niet zonder elkaar. In de twintigste eeuw groeiden ze steeds verder uit elkaar en de onzalige oprichting van onderzoeksscholen heeft die splitsing geïnstitutionaliseerd, althans in Nederland.
De studieduurbekorting in de jaren tachtig, eveneens onzalig, deed de rest. We hebben momenteel geen objectadequate opleidingen en zelfs zijn er in Nederland – althans naar de maatstaven die de wetgever in 1982 beloofde – alleen initiële en geen wetenschappelijke opleidingen.noot Zelfs interdisciplinariteit, sowieso een schaamlap, ligt momenteel buiten bereik. Ik ga althans pas geloven dat de universiteiten er oprecht naar streven, als de relevante onderzoeksscholen komen met gezamenlijke nota’s waarin ook museale overdracht staat behandeld. Omdat de universiteiten zo evident niet functioneren, kun je het de musea niet kwalijk nemen als ze zelfs met een reuzensprong niet voldoende vooruit komen. Als, met een metafoor van Frits van Oostrom, het motorblok van de oudheidkunde hapert, komt de wagen niet vooruit.
Anti-tentoonstelling
Boven Het Maaiveld begon alweer zes weken geleden en ik heb er lang over gedaan om mijn gedachten te ordenen. Ik ben viermaal wezen kijken. Zoals al enkele keren gezegd: de expositie bereikt de doelen die ze zichzelf stelt, maar ik denk dat een museum in deze tijd andere doelen moet stellen. Werkende weg ontstond bij mij het idee van een anti-tentoonstelling, een expositie die het Rijksmuseum van Oudheidkunde trouwens ook verplicht is aan de neutraliteit die je van zo’n instelling verwacht.
Boven het Maaiveld is immers vooringenomen: het vertelt over de successen van de archeologie, niet over de problemen. Wat is er echter tegen om een expositie te maken waarin je uitlegt:
- hier zien jullie wat al kapot is gegaan door de studieduur tot vier jaar te beperken,
- daar ontdek je wat op het spel staat,noot
- en bedenk dat dit ook de andere wetenschappen te wachten staat.
Behalve benoemen dat er problemen zijn, moeten we ook herbouwen. Ik herhaal nog maar eens dat we een museale vraagbaak nodig hebben, waar journalisten zich kunnen laten bijpraten, zodat ze niet achter elke hype aanlopen. Want het zijn niet alleen de universiteiten die falen, het is ook de wetenschapsjournalistiek die gemakzuchtig is geworden.
We leven in een wereld waarin de wetenschap onder vuur ligt. Ik zie de universiteiten niet snel zeggen “na veertig jaar wanbeleid kunnen we ons werk niet langer doen”, want wie dat toegeeft, roept opheffing af over zijn eigen vakgroep. Maar misschien kunnen musea het tij helpen keren, bijvoorbeeld door een permanente “Boven Het Maaiveld Plus” of door een anti-tentoonstelling. En uiteraard ook en vooral door deel te nemen aan de onderwijsstaking, zelfs al is die zojuist verdaagd wegens een spoorwegstaking.
Enfin. Het moge duidelijk zijn: Boven Het Maaiveld biedt stof tot nadenken.

Wageningse wirwar
Oudheidkundig gezwam
Erfgoeddelicten
Dank voor deze reeks.
En het sluiten van de musea om steun te betuigen aan het bedreigde onderwijs, is niet meer dan logisch.
Het kostte wat tijd om het allemaal te lezen, maar het was kwantitatief en kwalitatief waar voor mijn maandelijkse donatie. Dank je wel. Dit was heel erg goed.
Hartelijk dank voor deze reeks Jona; ben je altijd aan het werk of slaap je ook weleens?
Dit was serieus werk. Maar het blogje van morgen heb ik net in een half uur geschreven.
(Een bijzondere serie. Ik moet de kern van het betoog, over de oudheidkunde, nog even verwerken. Als me dat al gaat lukken.)
Over die bezuinigingen: dat plaatje van Marc Westendorp en die leus van de AOB “Kabinet sloopt hoger onderwijs”. Je krijgt er plaatsvervangende schaamte van.
Je ziet het zo vaak.
De BTW op boeken moest, meen ik, naar 21%. De sector schreeuwde moord en brand. Over de effecten van de vaste boekenprijs en de absurd lange termijnen van auteursrecht op het o-zo-belangrijke-lezen zweeg men. (Pas over vijf jaar zullen de werken van Willem Elsschot eindelijk auteursrecht vrij zijn.)
Als er weer eens een orkest, een dansgroep, een theater moet verdwijnen: hetzelfde liedje. Maar je krijgt eigenlijk nooit een helder antwoord op de vraag waarom het altijd maar gesubsidieerd moet worden. In mijn stad zag je, meen ik mij te herinneren, tijden lang stickers of posters met “De Appel vecht terug”. De Appel had beter voorstellingen kunnen maken die mensen wèl wilden zien.
En het hoger onderwijs. Die krijgen nu, of in de toekomst, minder geld. Misschien moeten ze eens wat minder prestigieuze gebouwen neerzetten. En je krijgt de indruk dat de bestuurders, de managementlagen daaronder en de hele verzameling raden, consultants en zo voort er warmpjes bij zit. En om universiteiten die zich een Engelse naam aanmeten of inmiddels alleen in het Engels onderwijs geven, laat ik al helemaal geen traan.
Oh, ja: hoe veel maakt ons hoger onderwijs elk jaar over naar Elsevier, Kluwer en al die andere poortwachters. Wij mogen het onderzoek wel betalen maar er niet over lezen.
Het hoger onderwijs zou ook eens naar zichzelf mogen kijken…
Het hoger onderwijs moet zeker naar zichzelf kijken. En het is nog erger, want al die zelfbenoemde clubs die het hoger onderwijs en de wetenschap willen redden (Science in Transition, De Nieuwe Universiteit….) beginnen met de juiste constatering dat men teveel met de rug naar de samenleving staat, en vervolgen dan met gebeuzel over tijdelijke contracten en wat dies meer zij. Het gaat altijd over geld, nooit over wetenschap.
WOinActie is al een eind in die richting afgegleden, maar hamert nog wel op democratisering, dus wie weet kan het iets bereiken.
“Maar je krijgt eigenlijk nooit een helder antwoord op de vraag waarom het altijd maar gesubsidieerd moet worden.”
Om mensen als ik, met een minimaal inkomen, de gelegenheid te geven er van te genieten. Want reken maar niet dat ik in Berlijn, Wenen, Parijs of Londen een kaartje voor een opera kan betalen. In Nederland nog steeds wel.
Let wel, het draait hier niet om elitaire hobbies. Ik ben ook de gemeente Enschede dankbaar omdat ze mijn favoriete voetbalclub in moeilijke tijden op de been heeft gehouden.
Maatschappelijke functie heet zo iets. En in zekere zin gaat dat ook op voor wetenschap, inclusief archeologie.
(We dwalen wat af van het onderwerp, archeologie en oudheidskunde, en dat is mijn schuld dus ik houd het kort)
“Om mensen als ik, met een minimaal inkomen, de gelegenheid te geven er van te genieten. ”
Het zij je gegund, maar het subsidiëren van de culturele instelling is een heel inefficiënte manier om dat te doen.
“Ik ben ook de gemeente Enschede dankbaar omdat ze mijn favoriete voetbalclub in moeilijke tijden op de been heeft gehouden.”
Ik vond de ingreep van die gemeente eigenlijk ongepast. Heeft Glasgow Rangers zich niet – uit de financiële as herrezen – vanaf het vijfde of zesde Schotse niveau omhoog gevoetbald? Zo iets hadden ze ook toen in Enschede moeten laten gebeuren.
“maar het subsidiëren van de culturele instelling is een heel inefficiënte manier om dat te doen.”
Oh ja? Omdat u dat zegt? Of erger nog – omdat u een Vrije Markt Bijgelovige bent?
We hebben tav de Nederlandse kranten en tv gezien wat daar het resultaat van is.
“eigenlijk ongepast.”
Dat mag u vinden. Ik vind van niet. Dit is simpelweg een politieke keuze en dus subjectief. Met uw verwijzing naar een andere voetbalclub in een andere stad in een ander land pretendeert u valselijk een objectieve maatstaf te hebben. Dus haal ik mijn schouders op.
“Het zij je gegund”
Nee, u gunt het mij helemaal niet. Alweer, dat mag. Want politiek. Maar uw pretentie is vals.
Besef ik pas wat later: u verschuift vakkundig de doelpalen. Eerst klaagt u “ik krijg geen uitleg”. Krijgt u die, is het nog niet goed, want redenen. Hiermee bevestigt u slechts dat u om ideologische redenen allerlei overheidstaken wilt afschaffen. Uw redenen zijn uiteindelijk niet relevant. U sleept ze er zo nodig met de haren bij.
Het pand van De Appel staat nog steeds leeg. Niemand heeft ook de moeite genomen het logo over te schilderen.
Veelzeggend?
“Boven het Maaiveld is immers vooringenomen: het vertelt over de successen van de archeologie, niet over de problemen. ”
En dat is een van de hoofdpunten (maar misschien niet helemaal zoals je hier dacht). Het zijn de problemen die interessant zijn, want het bestaan van problemen, of zaken die we niet weten, is de rechtvaardiging voor de beoefening van het vak. Het zijn de onbekenden die aangeven waar het vakgebied mee bezig is, of mee bezig zou moeten zijn.