De boze zoon

Een feestmaaltijd (Archeologisch Museum van Çanakkale)

De parabel van de verloren zoon bestaat uit drie delen. In mijn eerste blogje becommentarieerde ik hoe de jongen zijn erfenis verzilverde en verspeelde, in het tweede had ik het over de interventie van de vader, die ingreep voordat het dorp er schande van kon spreken.

De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.”

Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan …

Lees verder “De boze zoon”

De goede vader

Reconstructie van een oosters dorp in de Romeinse tijd (Museumpark Orientalis, Berg en Dal)

De parabel van de verloren zoon bestaat uit drie delen, waarvan ik het eerste in het vorige blogje behandelde: de jongen heeft zijn erfenis verzilverd en verspeeld, en keert terug.

Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.

Hier lijken twee mensen aanwezig: de met lood in de schoenen terugkerende jongen en de rennende vader. Maar er is een derde aanwezige: de rest van het dorp, dat schande sprak van de jongen die een deel van het familiebezit had verpatst en Israël had verlaten.

Die vader rent niet omdat hij zo blij is. Als je een gewaad draagt dat tot onder de knie reikt, zoals men in het Nabije Oosten wel deed, moet je er bij het rennen voortdurend aan denken dat je je rok optrekt. Als je daaraan loopt te denken, ben je niet onverkort blij. Vreugde werd dan ook op andere manieren getoond en de man rent omdat zijn zoon in gevaar is. Minimaal kan de verloren zoon een paar kiezelstenen naar zich toe gegooid krijgen. Hij heeft zijn familie en het dorp immers te schande gemaakt. De vader grijpt in voor het verkeerd kan gaan.

Lees verder “De goede vader”

De verloren zoon

De peulen van een Johannesbroodboom

Omdat het Vaderdag is, leek het me aardig in mijn reeks over het Nieuwe Testament een stukje over vaderschap te plaatsen. Vandaar: Lukas 15.11-32 ofwel de parabel van de Verloren Zoon, die helemaal niet gaat over een kind dat niet wil deugen. Hier is ’ie, in de vorig jaar aangepaste Nieuwe Bijbelvertaling.

Iemand had twee zonen. De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit …

Zie ik het goed, dan is de pointe niet het vragen van de erfenis. De economische eenheid was en bleef dezelfde: de familie. Het deed er weinig toe wie wat bewerkte. Als er bijvoorbeeld één trekdier was, kon iedereen er gebruik van maken, ongeacht wie welke akker in gebruik had dan wel bezat. De angel zit in het verzilveren. De jongste zoon breekt de economische eenheid op. Hij breekt met zijn familie en bracht schande over zijn dorp. En niet zo’n beetje ook.

Lees verder “De verloren zoon”

Herodes Antipas, de vos

Reintje de Vos (Hulst)

Als ik schrijf dat Oranje het moet opnemen tegen de Rode Duivels, dan weet u dat Oranje geen kleur is en dat de Rode Duivels niet afkomstig zijn uit de hel. De simpele taaluiting veronderstelt kennis van (sport)cultuur. Dat bij elke taaluiting cultuurkennis is verondersteld, brengt ons bij een van de grootste problemen van de oudheidkunde: ons begrip van oude teksten is gebaseerd op kennis van een cultuur die we voor een deel reconstrueren aan de hand van, eh, diezelfde oude teksten. Interpretatie heeft daardoor iets van een cirkelredenering. Al kun je ook optimistisch zeggen dat je, door heen en weer te gaan tussen cultuur en tekst, dichter naar de waarheid toe spiraalt. Of, nog optimistischer, dat je de ene tekst verklaart vanuit de andere.

Reintje de Vos?

De waarheid is echter dat we maar al te vaak onze eigen noties meenemen als we een antieke tekst beginnen te lezen. Bij een vos denken de meesten van ons vermoedelijk aan een slim beest. Reintje de Vos. Een pluimveehouder zal het anders zien. Een vos die zich de toegang tot een kippenren heeft weten te verschaffen, doodt alle kippen, ook als hij zijn honger met één hen of haan had kunnen stillen. Vossen zijn sadisten. Wat zou dus de bedoeling zijn van de opmerking in het Lukasevangelie dat Herodes Antipas een vos was? Was Jezus’ landsheer een slimmerik of een sadist?

Lees verder “Herodes Antipas, de vos”

De Bergrede (18): De gulden regel

Herodotos (Agora Museum, Athene)

Het is de Week van de Klassieken en het komt goed uit dat ik in mijn reeks over het Nieuwe Testament een regel uit de Bergrede kan behandelen met een klassiek Griekse parallel. Maar eerst even terug naar de bron Q, de door de auteurs van het Matteüs- en het Lukas-evangelie gedeelde bron. We komen bij een passage waar we mooi kunnen zien hoe de twee auteurs met de stof omgaan. De vertaling is NBV21.

Matteüs 7.2 Lukas 6.36-38
Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden.
Want op grond van het oordeel dat je velt, zal over jou geoordeeld worden, Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden.
Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld.
en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.

Terwijl Lukas de woorden wat uitbreidt, lijkt Matteüs de eenvoudige oertekst weer te geven. De opmerking over de maat waarmee je gemeten zult worden, vinden we tevens bij Marcus (4.24) en bewijst dat, ook als een wat langere passage uit Q lijkt te komen, we rekening moeten blijven houden met andere relaties tussen de evangeliën. Misschien delen Q en Marcus hier een woord van Jezus, maar het kan ook heel goed een spreekwoord zijn geweest. Er zijn vergelijkbare opmerkingen in het Mishna-traktaat Sotah (1.7) en in de Babylonische Talmoed (Sabbat 127b).

Lees verder “De Bergrede (18): De gulden regel”

De messiaanse maaltijd

De eindtijd, zoals afgebeeld in het Bachkovo-klooster. De drie aartsvaders zitten links.

In deze reeks, waarin ik het Nieuwe Testament probeer te plaatsen in zijn joodse context, waren we beland in een al acht maanden durende subreeks over de Bergrede, en daarbinnen zijn we bezig met het Onze Vader. Vorige week kondigde ik aan dat ik zou terugkomen op de bede om het dagelijks brood. Er is geen enkele reden die niet letterlijk te nemen, maar er is vrijwel zeker ook een overdrachtelijke betekenis. Ik schreef

dat het woord dat we als “dagelijks” weergeven, een hapax is, een woord dat slechts één keer in de antieke letteren voorkomt. Het is dus moeilijk om ἐπιούσιος zomaar te vertalen. Mogelijk is het een verwijzing naar een toekomstige maaltijd, als de mensen in de Eindtijd mogen aanschuiven bij een door de messias aangeboden maaltijd.

Lees verder “De messiaanse maaltijd”

Het Onze Vader (3)

Reliëf met iemand in gebed (Makthar)

Ik had vorige week een beginnetje gemaakt met het Onze Vader, een onderdeel van de Bergrede uit het Matteüsevangelie (6.9-15), ook bekend is uit het evangelie van Lukas (11.2-4) en de Didache 8. Ik heb erop gewezen dat er allerlei criteria zijn waaraan valt af te lezen dat het Aramese origineel mogelijk teruggaat op Jezus zelf. Het is in elk geval ouder dan de drie bronnen waarin de tekst is overgeleverd. Vandaag iets meer over de inhoud, die bestaat uit enkele simpele verzoeken:

  1. dat Gods koninkrijk komt,
  2. dat er dagelijks brood zal zijn,
  3. dat schulden worden vergeven,
  4. dat men niet beproefd zal worden.

Lees verder “Het Onze Vader (3)”

Het Onze Vader (2)

Dagelijks brood (Ezinge)

In de Bergrede, zoals bekend door de auteur van het Matteüsevangelie samengesteld uit Q-materiaal en dus per definitie voorzien van een parallel in Lukas, is ook het Onze Vader opgenomen. Beide auteurs hebben een Aramees origineel, waarover ik al eens heb geschreven, vertaald in het Grieks.

Twee à drie versies

Er is bovendien een buitenbijbelse overlevering van dit gebed. Die is opgenomen in de Didache, een tekst die heeft gecirculeerd onder een groep volgelingen van Jezus die de Wet van Mozes bleven onderhouden. Ze worden wel aangeduid als joodse christenen. De Griekse versie in de Didache lijkt op die van Matteüs, maar daar waar ze ervan afwijkt, komt ze overeen met de Koptische versie. Dit kan het beste verklaard worden met de aanname dat de Didache en de Koptische versie teruggaan op hetzelfde origineel, dat niet Matteüs is. Het is allemaal niet 101% zeker, maar ik wil serieus overwegen dat we te maken hebben met een onafhankelijke, buiten-bijbelse overlevering. Ik zet ze hieronder naast elkaar: tweemaal de Nieuwe Bijbelvertaling en de Didache in de vertaling van Arjan de Kok.

Lees verder “Het Onze Vader (2)”

Geen plaats in de herberg

Het is bijna kerstmis. Het is zinvol in mijn reeks over het Nieuwe Testament een beroemde passage uit het Evangelie van Lukas te behandelen. De voorgeschiedenis – de volkstelling van Quirinius – veronderstel ik bekend. Jozef en zijn zwangere echtgenote Maria zijn aangekomen in Betlehem.

Geen plaats in de herberg

Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in doeken en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het gastenverblijf.

De laatste regel wordt vaak vertaald als “geen plaats in de herberg”. Dat heeft geleid tot het misverstand in het bovenstaande plaatje: dat een harteloze herbergier het echtpaar zou hebben geschoffeerd. Het is niet eens helemaal uit te sluiten. Betlehem lag in Juda, waar men de neus wat ophaalde voor de boerenkinkels uit Galilea.

Lees verder “Geen plaats in de herberg”

Verzoening, vergelding en ressentiment

De ark van Noach (Gevelsteen op de Schreierstoren, Amsterdam)
De ark van Noach (Gevelsteen op de Schreierstoren, Amsterdam)

Wie het jodendom belachelijk wil maken, hoeft de joodse Bijbel maar door te nemen en te kijken hoe God zich gedraagt. Maarten ’t Hart heeft ooit eens het aantal dodelijke slachtoffers geturfd dat de Schepper op zijn kerfstok heeft. Of kijk eens naar de Zondvloed, waarbij duizenden mensen om het leven komen. Dat oogt als een geweldsexces. Terwijl een almachtige God toch ook andere wegen moet hebben om de mensen weer op het goede pad te brengen.

Vergelding en verzoening

Het bovenstaande klinkt als een plausibel argument om de ongelooflijke slechtheid van het Opperwezen te tonen of te beredeneren dat de auteurs van de joodse Bijbel niet spoorden. Maar hier wil ik een kanttekening maken. Het Zondvloedverhaal veronderstelt dat er een periode van groot onrecht is geweest, waarin onschuldige mensen hebben geleden onder het kwaad. Dat God er water overheen gooit is niet bedoeld als ongedifferentieerde straf, maar is de vergelding die in het antieke wereldbeeld voor gerechtigheid noodzakelijk is. Een moord moet worden vergolden; natuurlijk kan God de moordenaar als bij toverslag omvormen tot goed mens, maar daarmee zijn het slachtoffer en zijn nabestaanden niet geholpen. Als God rechtvaardig is, is vergelding noodzakelijk.

Lees verder “Verzoening, vergelding en ressentiment”