Het proactieve Driekoningen-stukje

De drie wijzen uit het oosten (Sant’ Apollinare Nuovo, Ravenna)

Zondag is het 6 januari ofwel Driekoningen ofwel Epifanie ofwel een van die momenten waarop kwakhistorici hun kans grijpen om even wat onzin in de krant te krijgen. Het jaar is nog jong, de zaterdagkrant heeft ruimte, de nieuwsredacties zijn nog niet helemaal scherp en oudheidkundigen bijten, anders dan klimaatwetenschappers en artsen, zelden terug als er onzin wordt gedebiteerd. Tijd dus voor weer een proactief stukje – ik las laatst dat er al een vakterm voor zulke voorwaartse verdediging was: prebunking – in de ongetwijfeld ijdele hoop nog wat stommiteiten uit de krant te houden.

Er waren drie koningen

Tweemaal niet waar. Het verhaal over het bezoek van de wijzen uit het oosten is alleen te lezen in het evangelie van Matteüs – en wel hier – en vermeldt (a) geen koningen en (b) geen aantallen. Een onbepaald aantal magoi verschijnt ten tonele, dat is alles. Het aantal van drie is afgeleid van het drietal geschenken (goud, wierook en mirre) maar in de oosterse kerken kunnen het er twaalf zijn. De namen Caspar, Balthasar en Melchior zijn later verzonnen, al zijn ze al te lezen in de laatantieke Sant’ Apollinare in Ravenna. Zie boven. Merk op dat ze geen koninklijke attributen hebben. De koninklijke status zou een toevoeging zijn uit de Middeleeuwen, gebaseerd op Psalm 72.11:

Alle koningen zullen zich voor hem neerbuigen,
alle heidenen zullen hem dienen.

Lees verder “Het proactieve Driekoningen-stukje”

De Bijbel, een inleiding (4)

Mozaïek uit het “Huis van Dionysos” in Sepforis, dat heel misschien het huis is geweest van Yehuda ha-Nasi, de samensteller van de Misjna.

Ik heb in drie eerdere stukken (1, 2, 3) een overzicht gegeven van de joodse literatuur. Een complex geheel, dat ik zo meteen als een leeslijstje zal samenvatten. Voor ik dat doe, nog even overzicht van teksten die illustreren hoe uit het Tempeljodendom – het jodendom dus waarin alles draaide rond de tempel in Jeruzalem – twee nieuwe godsdiensten voortkwamen: het rabbijnse jodendom en het christendom. En dat brengt ons onvermijdelijk bij een van de lastigste thema’s uit de joodse gedachtewereld: de messias.

Nadat de Hasmonese dynastie rond het midden van de tweede eeuw v.Chr. de macht in Judea overnam, waren er Joden die eraan herinnerden dat de monarchie was beloofd aan de afstammelingen van koning David. Andere Joden hadden kritiek op de al te libertijnse levenswijze van hun vorsten en de corrupt geachte eredienst in de tempel. Zo ontstond in de vroege eerste eeuw v.Chr. het messianisme: de verwachting dat een ideale heerser in de nabije toekomst Israël zou herstellen, politiek of spiritueel. In de Psalmen van Salomo wordt het profiel geschetst van de komende zoon van David. De Gelijkenissen van Henoch, die zijn geschreven in de vroege eerste eeuw na Christus, bewijzen dat het mogelijk was de messias gelijk te stellen aan de in Daniël genoemde Mensenzoon, die al vóór de Schepping bestond en het Laatste Oordeel zou vellen.

Lees verder “De Bijbel, een inleiding (4)”