De Bergrede (11): Overspel en echtscheiding

Christus, zoals afgebeeld in de Catacomben van Domitilla (Rome). Wat hij in de hand heeft, weet ik niet, maar als hij een toespraak aan het houden is, zou je zeggen dat de spreker zijn aantekeningen heeft meegenomen.

De passage uit de Bergrede die, na de Zaligsprekingen, het bekendst zal zijn, is die over overspel. Het is onderdeel van Jezus’ commentaar op de Wet van Mozes. Hier is ’ie, in de nieuwe Nieuwe Bijbelvertaling. Het Gehenna is zoiets als de hel, zie het vorige stukje.

Overspel

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Pleeg geen overspel.”

Dit zeg ik daarover: iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd. Als je rechteroog je ten val brengt, ruk het dan uit en werp het weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam in de Gehenna geworpen wordt. En als je rechterhand je ten val brengt, hak hem dan af en werp hem weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat je met je hele lichaam naar de Gehenna gaat. (Matteüs 5.27-30)

Lees verder “De Bergrede (11): Overspel en echtscheiding”

De Bergrede (10): Smaad

Sarcofaag uit het mausoleum van de Anicii (Louvre, Parijs)

Na een onderbreking van drie weken herneem ik nu mijn reeks over de Bergrede. Korte inhoud van het voorafgaande: de Bergrede is door de auteur van het Matteüsevangelie gecomponeerd aan de hand van uitspraken uit de Q-bron en biedt, na een proloog (“de zaligsprekingen”) een wetsuitleg waarin Jezus zijn mensen oproept tot volmaaktheid, die haalbaar is in het naderende Koninkrijk Gods. Op de achtergrond spelen enerzijds de concrete repressie die de mensen ten tijde van Domitianus hebben ervaren en anderzijds Jezus’ positie als messias.

Naar de rechter!

De wetsuitleg heeft ruwweg dezelfde vorm als de halachische discussies in de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4QMMT ofwel Enige Werken der Wet: (een uitleg van) een wetstekst wordt neergezet en becommentarieerd. In de Bergrede zijn die commentaren aanscherpingen:

Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk is gezegd: “Pleeg geen moord. Wie moordt, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht.” Dit zeg ik daarover: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie hen voor nietsnut uitmaakt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan. (Matteüs 5.21-22, nieuwste Nieuwe Bijbelvertaling)

Lees verder “De Bergrede (10): Smaad”

De Bergrede (9): De canon

De bergrede op een christelijke sarcofaag (Musée national des antiquités, Algiers)

Ook vandaag blog ik over de Bergrede. Het is een tekst waar nu eenmaal veel over te zeggen valt. Dit keer pak ik er een heel, heel klein detail uit, namelijk enkele woorden uit Matteüs 5.17. In de Nieuwe Bijbelvertaling:

Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.

Even verderop zal Jezus dit toelichten, in Matteüs 13.8:

Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.

Maar dat is niet waarover ik het vandaag wil hebben. Mij gaat het om de vijf woorden “de Wet of de Profeten”. Daar staat niet wat u denkt.

Lees verder “De Bergrede (9): De canon”

De Bergrede (7): christenvervolging

Niet per se een christen (Museum van El-Djem)

In mijn reeks over de Bergrede nu de laatste van de zaligsprekingen waarmee deze compositie begint. Dit is de tekst in de Nieuwe Bijbelvertaling.

Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.

Het Matteüsevangelie is geschreven na de val van Jeruzalem in 70 n.Chr. Als we het dateren rond 80, zullen we er niet ver naast zitten. De volgelingen van Jezus waren toen al vervolgd. In Rome had keizer Claudius al “Joden verdreven die, opgehitst door de agitator Chrestus, voortdurend ongeregeldheden veroorzaakten”. Nero had groepen gebruikt als levende fakkels en in mythologische tableaux vivants. In Jeruzalem was Jezus’ broer Jakobus gestenigd. Het geweld was kleinschalig geweest, maar daarom nog wel serieus.

Lees verder “De Bergrede (7): christenvervolging”

De werken van Barmhartigheid

Adam Elsheimer, Philemon en Baucis

Afgelopen week ging ik naar Gent om het gerestaureerde Lam Gods te bekijken. Tijdens de uitleg die men gaf, viel me op hoe men uitlegde wat het christendom was. Die vraag houdt me eerlijk gezegd nogal bezig, aangezien in mijn omgeving, seculier als die is, kinderen opgroeien en ik eigenlijk wel zou willen weten hoe je hun iets kunt vertellen over oude kunstwerken. Zo’n kruisiging kan nog zo mooi geschilderd zijn, het blijft een naar gezicht, zo’n verminkt menselijk lichaam. Kun je niet-christelijke mensen uitleggen wat dat is? Trouwens, wat is überhaupt een god?

De Sint-Baafs-kathedraal koos ervoor het christendom niet uitsluitend te presenteren met zijn wonderlijke verhaal over zondeval, kruisdood en het verzoenend bloed van het Lam Gods, maar benadrukte dat het christendom ook stond voor concrete sociale actie: vluchtelingen herbergen en hongerigen voeden. We zijn hier op het terrein van de werken van barmhartigheid.

Lees verder “De werken van Barmhartigheid”

De Bergrede (6)

Olijfboom (Neot Kedumim)

Vandaag even een stukje in mijn reeks over het Nieuwe Testament, meer specifiek over de Bergrede, nog meer specifiek over één van de zaligsprekingen waarmee de Bergrede begint. In de Nieuwe Bijbelvertaling luidt Matteüs 5.5:

Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.

Dat is een echo van Psalm 37.

Wie nederig zijn, zullen het land bezitten
en gelukkig leven in overvloed en vrede.

Die psalm bevat verder een schets van de wereld die zal komen: doe het goede, stoor je niet teveel aan het kwade, want het zal uiteindelijk verdwijnen, geen zondaar overleeft. Utopie, natuurlijk.

Lees verder “De Bergrede (6)”

De Bergrede (5): de lichtmetafoor

Lamp op een standaard (Museum van Limassol)

Tijd om het weer eens over de Bergrede te hebben, en dan meer in het bijzonder over de lichtmetafoor. Die is te vinden in het bruggetje tussen enerzijds de Zaligsprekingen waarmee de toespraak begint en anderzijds de door Jezus voorgestelde uitwerking van de Wet van Mozes (zoals zijn oordeel over het afleggen van eden). Nadat Jezus het heil heeft aangekondigd voor wie huilt, hongert naar gerechtigheid, wordt vervolgd of anderszins ellende ondervindt, maar voordat hij uitlegt dat ze naar volmaaktheid moeten streven, houdt hij zijn publiek voor:

Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel. (Mt 5.14-16; Nieuwe Bijbelvertaling)

Lees verder “De Bergrede (5): de lichtmetafoor”

De Bergrede (4)

Jezus met de Wet van Mozes (Catacombe van Domitilla, Rome)

De Bergrede, waarover ik al enkele keren eerder blogde (een, twee, drie, vier), bestaat uit een proloog van zaligsprekingen, gevolgd door een reeks aanscherpingen van de Wet van Mozes:  “Jullie hebben gehoord dat…” wordt dan gevolgd door “en ik zeg zelfs…”. Verder zijn er oproepen om het goede niet te doen voor de bühne maar vanuit overtuiging, eenvoudig te zijn in gebed, anderen niet te veroordelen – kortom, volmaakt te zijn zoals God volmaakt is.

Eén van de aanscherpingen is deze (Matteüs 5.33-37, Nieuwe Bijbelvertaling):

Jullie hebben ook gehoord dat destijds tegen het volk werd gezegd: “Leg geen valse eed af, voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost.” En ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, want dat is de troon van God, noch bij de aarde, want dat is zijn voetenbank, noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote koning; zweer evenmin bij je eigen hoofd, want je kunt nog niet één van je haren wit of zwart maken. Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad.

Lees verder “De Bergrede (4)”

De Bergrede (3)

Christus als wetgever op een piepklein bergje. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

Het zal u niet zijn ontgaan dat ik afgelopen week in Frankrijk was om de laatste hand te leggen aan mijn boek Hannibal in de Alpen. Als u het niet merkte door het reeksje van woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag, dan was het misschien door dit draadje op Twitter. Er was door alle drukte weinig tijd om mijn wekelijkse stukje over het Nieuwe Testament voor te bereiden, maar gelukkig kan ik u een alternatief bieden. Of beter: twee.

Ik blogde onlangs over de vraag of Jezus kon lezen en schrijven. Daarover is nu ook dit stuk van Jan Krans te lezen op de blog van de Protestantse Theologische Universiteit. Aanbevolen.

Lees verder “De Bergrede (3)”

De paleografie van 4QBéatitudes

In een eerder stukje verwees ik naar de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4Q525 of 4QBéatitudes. Voor wie de telling niet kent: 4Q verwijst naar de vierde grot van Qumran, daarna volgt een nummer of een naam. In dit geval dus 525 of, zoals de Franse geleerde die de tekst publiceerde het fragment noemde, Béatitudes.

Ik heb er onlangs bij een podcast over gesproken en zei toen dat het mogelijk was dat deze tekst, die wel enige parallellen heeft met de Zaligsprekingen uit de Bergrede, niet per se het model hoefde zijn van de christelijke tekst. Het kon ook andersom zijn, opperde ik, omdat het fragment niet scherp gedateerd is. Er is geen koolstofdatering. Een vroege versie van Jezus’ woorden kon heel wel de auteur van een late Dode-Zee-rol hebben beïnvloed. Die gedachte was een improvisatie in de studio en ik had het beter niet kunnen zeggen, want de tekst is paleografisch gedateerd in de Herodiaanse periode.

Lees verder “De paleografie van 4QBéatitudes”