Met de bodemradar op Urk

Bodemradar

Luchtfoto’s! Luchtfoto’s! Die waren best handig, redeneerden de generaals in de Eerste Wereldoorlog, om te weten waar vijandelijke loopgraven waren. En zo kregen de legers fotografische diensten, zo groeiden de fotoarchieven en zo kregen archeologen er een hulpmiddel bij. Op een zuurstofrijke bodem groeien gewassen beter, en een oude, reeds lang gedempte sloot is nog lang snel zuurstofrijker dan de omgeving. Zulke crop marks zijn zichtbaar op een luchtfoto. In Flanders Fields zijn zo tientallen middeleeuwse versterkte boerderijen geïdentificeerd, en elk jaar wordt wel iets ontdekt op de foto’s die in de jaren twintig boven Irak zijn gemaakt. Zoiets kan natuurlijk ook in Nederland.

Een motte op Urk?

Een lid van een lokale afdeling van de Nederlandse Archeologievereniging-AWN (zeg maar de vereniging van archeologieliefhebbers) bekeek de luchtfoto’s die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt van de droogvallende Noordoostpolder, en hij zag dat even voorbij Urk een kring lag in een deel van de polder dat ooit bij het eiland hoorde, maar al in de Late Middeleeuwen door de zee is verzwolgen. De kring is sindsdien nooit meer zichtbaar geweest, aangezien het nieuwe land in gebruik is genomen voor de landbouw. Ook op de foto’s van Google Earth en op de LIDAR-beelden van het Actueel Hoogtebestand is niets te zien.

Lees verder “Met de bodemradar op Urk”

Leonard Woolley, Digging Up The Past

Wat resteert van de “deep sounding” van Leonard Woolley in Ur

Archeologie is kostbaar. Op een opgraving werken tientallen mensen en daarna zijn er de vondstverwerking, de conservering, de publicatie en de presentatie op de plek waar is gegraven. De financiering is altijd een probleem geweest en dat leidt nogal eens tot overdreven claims. De subsidiënt weet dan namelijk dat zijn geld is gegaan naar iets bijzonders, terwijl de buren van de opgraving ook tevreden kunnen zijn. Een van de beruchtste overdreven claims is de bewering van Leonard Woolley (1880-1960) dat hij in Ur in 1929 de kleiafzettingen van de Zondvloed had ontdekt.

Woolleys “deep sounding” in Ur

Dat leverde een van de beroemdste foto’s op uit de geschiedenis van de oudheidkunde. Zie hiernaast. En de truc werkte. De opgraving kreeg er nog vier seizoenen bij. De kuil in kwestie was echter niet meer (en ook niets minder) dan de deep sounding waarmee Woolley in Ur de hoofdlijn van de stratigrafie had opgesteld.

Je zou haast over het hoofd zien dat dit ook zonder de hysterische claim belangrijk was. Voor het eerst hadden archeologen nu werkelijk overzicht van de volgorde van de laat-neolithische, chalcolithische en Bronstijdlagen in Mesopotamië. Ik blogde er hier over. De tegenwoordig met prikkeldraad beschermde “Woolley’s Pit” in Ur is voor de archeologie van het Nabije Oosten wat het CERN is voor de deeltjesfysica en de Leeuwenhoekmicroscoop voor de biologie.

Lees verder “Leonard Woolley, Digging Up The Past”

LIDAR en de gevolgen

Een vergeten doolhof bij Arcen (foto RAAP)

Een week of twee geleden blogde ik over de vernieuwing die de oudheidkunde in de twintigste eeuw heeft ondergaan dankzij lucht- en satellietfotografie. Daarbij werden soil marks en crop marks geregistreerd, die de aanwezigheid van gebouwen kunnen documenteren. Met radar werden oude rivierbeddingen opgespoord. Dit is allemaal tweedimensioneel. Onze eenentwintigste eeuw voegde er de derde dimensie aan toe: laserscans.

LIDaR

In feite gaat het om iets dat lijkt op een radar: een apparaat zendt een signaal uit en registreert de echo. Het tijdverloop tussen signaal en echo geeft de afstand aan. Alleen gaat het dit keer niet om een radiosignaal maar om een laserpuls. Die pulsen worden bij duizenden en duizenden gezet, waardoor heel gedetailleerde metingen mogelijk zijn en obstakels te omzeilen zijn. Als bijvoorbeeld een vliegtuig – het kan ook een satelliet zijn – pulsen uitzendt boven een bos, zullen negen van de tien pulsen terugkaatsen van het bladerdak maar zal de tiende puls de bodem raken. Zo ontstaat een dubbel signaal en zijn niet alleen de boomkruinen te registreren maar valt ook het bodemreliëf in kaart te brengen. De methode staat bekend als LIDaR ofwel Laser Imaging Detection and Ranging.

Lees verder “LIDAR en de gevolgen”

Crop marks

Crop marks

Vermoedelijk heeft u deze week het berichtje wel langs zien komen en anders leest u het hier nog eens: deze zomer zijn op luchtfoto’s allerlei opmerkelijke patronen zichtbaar. Terwijl de akkers er verdord bij liggen, zijn er ook groene banen. Daar lagen ooit – in Nederland wil dat zeggen: voor de ruilverkaveling – de sloten die de diverse percelen van elkaar scheidden.

Ik beken dat ik even op het verkeerde been was gezet door de berichtgeving, waarin de nadruk lag op die sloten. Het ontdekken daarvan is namelijk niet zo heel bijzonder. Althans niet in Noordwest-Europa, waar eigenlijk alles wel in kaart is gebracht met een techniek die bekendstaat als laser-altimetrie. Dat is een dure manier om te zeggen dat ze met behulp van een in een helikopter of een vliegtuig opgehangen laser de afstand tot de aarde enkele keren hebben gemeten. De resultaten zijn doorgaans supernauwkeurig en men spreekt wel van microreliëf. U kunt ze opzoeken in het Actueel Hoogtebestand Nederland en het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen. Ik sluit niet uit dat ook andere, aanvullende technieken worden gebruikt om het microreliëf in kaart te brengen, maar u begrijpt waar het ongeveer op neerkomt.

Lees verder “Crop marks”