Faits divers (47)

Het Byzantijnse fort van Madauros

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: de chronologie van Egypte, Charax, restauratietechniek, een superbelangrijk boek, beschadigd erfgoed en – het wordt een gewoonte – de bedreigde geesteswetenschappen.

Kenneth Kitchen

Als u deze blog leest, houdt u van geschiedenisboeken, waarin de resultaten van wetenschappelijk onderzoek worden gepresenteerd. Sommige onderwerpen trekken wat meer de aandacht, andere wat minder, en in die tweede categorie valt zeker het onderzoek naar de antieke chronologie. (Ik heb weleens een boek voorgesteld met de titel “hoe oud is het?” maar geen uitgever durft eraan te beginnen.) Maar een juiste chronologie is verondersteld bij alle andere onderzoek.

Lees verder “Faits divers (47)”

Drone-magnetometrie

Vergelijking van een deel van het Actueel Hoogtebestand Nederland met hetzelfde gebied, gemeten het magnetisch beeld.

Toen de eerste archeologen in de achttiende eeuw aan het werk gingen, interpreteerden ze hun vondsten aan de hand van teksten, en zo is het lang gebleven. Als je had gelezen dat de Bataven in opstand waren gekomen in het najaar van 69 na Chr., dan was dat zowel de mogelijke verklaring als de mogelijke datering van die brandlaag in dat Romeinse fort. Het probleem met de tekstuele interpretatiewijze is natuurlijk dat we over een deel van het verleden geen teksten hebben. Sterker nog, dat is het grootste deel.

Gelukkig hebben archeologen in de twintigste eeuw geleerd om met allerlei natuurkundige en scheikundige technieken informatie te ontfutselen aan het voorwerp en aan het landschap. De geschiedenis van de archeologie is het triomfantelijke verhaal van een oudheidkundig specialisme dat de ene na de andere nieuwe techniek introduceerde, daardoor meer en meer informatie over het verleden wist te genereren en zich minder afhankelijk van de teksten maakte. Archeologie is niet langer “de dienstmaagd van de filologie”. De innovatie gaat bovendien door, zoals nog onlangs, toen archeologen van Periplus Archeomare op het idee kwamen een magnetometer aan een drone te hangen.

Lees verder “Drone-magnetometrie”

Survey

Hekatompylos

Ik heb het zelf nooit iemand horen zeggen, maar tijdens mijn studie had ik nog docenten die wisten dat wat eind jaren tachtig een survey heette, ooit een Landesaufnahme, een Feldbegehung of een Oberflächenbegehung genoemd was geweest. In het Duits klinken dingen altijd wat verstandiger, maar desondanks noemen archeologen een survey nog steeds een survey, en er is vanzelfsprekend ook geen reden om een inmiddels ingeburgerde term te veranderen.

Het principe is simpel: een groep onderzoekers wandelt door het veld en noteert wat ze op de bodem zien liggen. Je loopt een eindje en ziet een scherf. Je loopt wat verder en ziet er drie. Je loopt nog wat verder en herkent er vijf. Nog wat verder zijn het er twee en dan weer een. Daarna houdt het op. Als de man of vrouw die naast je loopt iets soortgelijks constateert, dan lijkt het erop dat er iets in de grond zit. Niet al te diep, want de scherven moeten door de werking van de bodem of door ploegen naar boven zijn gekomen, maar het is er.

Lees verder “Survey”

Thermografie

Warmteverlies in De Pijp in Amsterdam (© Gemeente Amsterdam)

Thermografie, daar had ik nog nooit van gehoord. Vladimir Stissi, die weleens reageert op deze blog, legde het me onlangs bij een kop koffie uit. Het komt erop neer dat een archeoloog de temperatuurverschillen registreert om te onderzoeken wat er in de bodem zit. Als er bijvoorbeeld zonlicht op een stuk land valt, neemt de bodem warmte op, en afhankelijk van wat er in de grond zit gebeurt dat langzaam of snel, zoals de warmte later ook langzaam of snel wordt afgestaan. Klei en zand reageren anders dan steen of metaal. Het verschil tussen dag en nacht is al voldoende om patronen te herkennen.

Infrarood

Het meetinstrument is een infraroodcamera aan een vlieger, vliegtuig of drone, al zou het ook met een satelliet moeten kunnen. Het is wel zaak om op verschillende momenten van de dag te meten, want zowel de opname van warmte als het afstaan van warmte bieden informatie. Je kunt ook kijken naar vochtigheid: hoe snel neemt de bodem vocht op? De methode is natuurlijk niet specifiek voor de archeologie. U kent waarschijnlijk de thermogrammen wel waarop het energieverlies in stadswijken is te zien. Voor archeologen is deze methode echter een geavanceerde manier om soil marks te registreren.

Lees verder “Thermografie”

Gasselte: een nieuw hunebed?

Iets zegt me dat deze heuvel bij Gasselte geen hunebed is

Drenthe kent momenteel tweeënvijftig hunebedden, genummerd van D1 (D = Drenthe) tot en met D54. De twee ontbrekende nummers staan voor een gesloopt en een verkeerd geïdentificeerd monument. Daarnaast zijn er F1, een ten onrechte als hunebed geïdentificeerde megaliet in Friesland, en G1 en G5 in Groningen. De in die provincie ontbrekende nummers kennen we alleen uit oude kronieken. Kortom, we moeten het doen met vierenvijftig hunebedden en dus worden we blij als er nog eentje wordt ontdekt. De laatste ontdekking, G5, was in 1982 even bezuiden Delfzijl; de voorlaatste, D41 bij Emmen, was in 1809.

Hunebed #55

Sinds vorige maand claimt het Drentse dorp Gasselte nummer vijfenvijftig. Er zijn redenen om daaraan te twijfelen. Het bodemarchief van Nederland is redelijk goed bekend en de heuvel in kwestie zie je niet over het hoofd. Als hier werkelijk iets zou zijn, was het allang bekend geweest. Van de andere kant: even ten zuiden van Gasselte liggen Borger en Drouwen, met samen een half dozijn hunebedden. En even ten noorden van Gasselte liggen bij Eext en Annen nog eens zeven hunebedden. Dat er in Gasselte ooit een hunebed is geweest, ligt dus ergens in de lijn der verwachtingen.

Lees verder “Gasselte: een nieuw hunebed?”

Meer NWA: tunnels bij de piramiden

De piramiden van Giza

Ik vertelde gisteren dat de oudheidkundige disciplines te maken hebben met een gierend gebrek aan data en dat er door de empirische zwakte nogal wat subjectiviteit is geslopen in de verbanden tussen die data. Die verbanden laten zich, door datzelfde datagebrek, moeilijk weerleggen en zo zitten we opgezadeld met enkele achterhaalde negentiende-eeuwse sjablonen (superieur Europa versus inferieur Azië, humanisme versus religie, imperium versus barbaren) en met enkele begrippen die ook al niet passen bij de antieke verhoudingen. Ik noemde het koningschap, steden en de staat.

Het dringt niet echt door dat die sjabloons achterhaald en die begrippen geproblematiseerd zijn, zodat de oudheidkunde blijft worstelen met de negentiende eeuw. Dat geldt voor de wetenschappers zélf, die al een halve eeuw streven naar interdisciplinariteit maar er almaar niet in slagen de historisch gegroeide grenzen van hun vakgebieden te slechten, en dat geldt voor het grote publiek. Dat merken we bij deze nagekomen vraag uit de Nationale Wetenschapsagenda (NWA):

Ligt er een tunnelsysteem onder de piramiden van Gizeh?

Antwoord: nee.

Lees verder “Meer NWA: tunnels bij de piramiden”