
[Laatste van de vjf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste was hier.]
In de marge
Hoe ben ik bij deze reeks over Herakles te werk gegaan? Eerst kan ik dit erudiet kransje vrolijk maken met de artificiële intelligentie van Bing, die als antwoord op mijn zoekterm in zijn lijst tweemaal de stallen van Augias vermeldt. De vleesetende paarden van Diomedes zijn de kinderen van de rekening. Domme, domme AI!
Een evidente, zij het altijd gecontesteerde, stap was Wikipedia, dat ik tegenwoordig consulteer in minstens vier talen, Nederlands, Engels, Frans en Duits, en nog een vijfde als het onderwerp gebonden is aan bijvoorbeeld Italië.
Vanuit Wikipedia heb ik alle geciteerde bronnen, waar mogelijk, online geraadpleegd. Dat hield vaak in dat ik toch weer op Wikipedia terechtkwam om originele schrijvers en tussenpersonen verder uit te pluizen. Uiteraard ben ik te rade gegaan bij Mainzer Beobachter en Livius voor de mening van een expert. Thuis heb ik enkele populaire werken liggen over de Griekse mythen, inclusief de Ilias en Odyssee, maar daarin helaas geen mythografie.
Dit alles leverde inzichten op en nieuwe vragen. Nu we uitgelachen zijn met Bing AI: ik heb die inzichten en vragen in ChatGPT gepompt. Daar kwam een zeer interessante mythografische en iconografische analyse uit, die ik stuk voor stuk elders heb gecheckt. Daarnaast heb de synthese telkens kritisch laten nalezen door Deepseek, Gemini en Grok, waaruit dan weer nieuwe voorzetten kwamen ter correctie en aanvulling.
Zoals te verwachten viel, nam de AI af en toe een loopje met de werkelijkheid. Het wantrouwen dat ik heb in “hun” feitenkennis en precisie, is echter gespiegeld in mijn vertrouwen in hun samenvattende, aggregerende capaciteit. Mijn voornaamste bron voor de finale toetsing was ToposText, dat zowat alle vermelde oudheidkundige bronnen in vertaling aanbiedt. En omdat ik toch een klein beetje eergevoel heb als essayist, blijft er van de herkenbare robotische schrijfstijl – hopelijk – niet veel meer over.
Het voorlopige eindresultaat durf ik hier publiceren, omdat ik hoop wijzer te worden van de wijzere mensen die dit lezen. Mijn werk is dus allerminst af.

Scholia
Scholia of scholiën (enkelvoud scholion, σχολιον) zijn korte verklarende of informatieve aantekeningen, toegevoegd aan de marge of tussen de regels van een antieke tekst, meestal door leraren, geleerden of kopiisten. Ze behoren niet tot de hoofdtekst maar begeleiden die.
Scholia ontstaan uit onderwijspraktijk. In de Oudheid en in het Byzantijnse Rijk werd immers geleerd door hardop lezen, verklaren, parafraseren en vergelijken met andere teksten. Eventuele uitleg werd eerst mondeling gegeven, later genoteerd in de marge en vervolgens gekopieerd
Vaak combineren de scholia meerdere soorten uitleg: lexicaal, mythografisch, historisch, literair-kritisch of bronverwijzend. Ze zijn nuttig om oude bronnen te leren kennen of fragmenten letterlijk op te diepen. Maar de auteur van een scholion wordt nooit vermeld en de diverse aantekeningen vertonen inconsistenties. Ze moeten dus altijd kritisch worden benaderd.
Vanouds kennen we Scholia vetera, die materiaal bevatten uit de Alexandrijnse filologie en de hellenistische mythografie. Ze gaan terug tot de derde eeuw v.Chr.. Daarvan onderscheiden zijn de Scholia recentiora, die de Byzantijnse didactiek bevatten.
Scholia in verband met Herakles hebben ons de verwijzing naar Peisandros opgeleverd, alternatieve volgordes van de werken, varianten van de kindermoord en genealogische conflicten.
Het plagiaat van Peisandros
In de Engelse Wikipedia kwam ik een terloopse passage tegen, waarvan een AI-bot een interessante analyse maakte. Volgens de genoemde Wiki, die zich baseert op de Encyclopaedia Britannica (1911, publiek domein), heeft de christelijke auteur Clemens van Alexandrië tweede eeuw na Chr.) in zijn Stromata de in het tweede blogje genoemde Griekse auteur Peisandros van Kameiros beschuldigd van plagiaat. Hij zou de bundeling van de Herakleia gekopieerd hebben van ene Pisinos van Lindos, over wie verder niets bekend is. Volgens (de bronnen van) ChatGPT moeten we Clemens’ bewering met een korrel zout nemen.
Hoewel hier een bot spreekt, neem ik het toch over. Clemens van Alexandrië schreef zijn Stromata zes à zeven eeuwen na Peisandros. In boek 1.21-23 beschrijft hij de intellectuele afhankelijkheid der Griekse denkers, die oudere bronnen “plagiëren”. Als voorbeeld geeft hij “Peisandros van Rhodos heeft zijn Herakleia ontleend aan eerdere dichters, onder wie Pisinos van Lindos.” De woordkeuze van Clemens (μετενεγκών / λαβών) is echter zachter dan het “plagiarism” van de Britannica. Dat is opvallend. Pisinos van Lindos is bovendien volledig obscuur. Hij wordt uitsluitend door Clemens genoemd en we kennen fragmenten noch datering. We hebben dus zeer weinig materiaal dat ons toelaat te verifiëren of Pisinos werkelijk bestond en of hij een Herakles-epos schreef.
Als we Clemens lezen als christelijk polemist, en niet als literair historicus, dan moeten we de passage over Peisandros zien als een poging afbreuk te doen aan de Griekse traditie. Hij degradeert Peisandros door hem afhankelijk te maken van een veel obscuurdere voorganger. In feite toont deze beschuldiging – als het er een is – dat Peisandros in de Romeinse Keizertijd werd gezien als belangrijk. Men beschuldigt immers geen irrelevante dichter van plagiaat, of zachter, een gebrek aan originaliteit.
[Dit was een gastblog van Dieter Verhofstadt. Dank je wel Dieter!]
Zelfde tijdvak
Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (3)februari 16, 2026
Archeologie en neoliberalismemaart 23, 2026
Wat is archeologie? (5) Toekomstjuni 9, 2025

Een mooie blog, dank u!
Een schitterend blog, met ook een heel interessante verantwoording. Misschien niet voor mensen die nu nog in het volle leven staan, en voor wie dit allemaal gesneden koek is, maar voor mensen als ik, die daar al een tijdje weg zijn. Wat is het veranderd, wat heb je een enorme extra mogelijkheden en wat een specifieke, nieuwe vaardigheden heb je nodig om daar gebruik van te maken. Zouden die vaardigheden al een boek over onderwijstheorie hebben bereikt? Of ergens in een curriculum staan, of is het nog zelfstudie?
Dat is zelfstudie, ik zou bijna zeggen “per se”. Mijn vrouw staat in het onderwijs en daar zijn ze ook niet van gisteren, omdat de leerlingen van vandaag zijn. Ze moeten daar dus én mee aan de slag ten goede, én vermijden dat het ten kwade gaat. Ik sla dat gade maar het meta-principe geldt: verlaat je niet op één bron, zeker niet als die bron andere bronnen aggregeert en zéker niet als het dat doet zonder die bronnen te vermelden, want dan kan het bijna even goed een verzinsel zijn.
AI is – voorlopig althans – een derde golf, na google en wikipedia. In-de-20ste-eeuw-hadden-ze-ook intellectuele luiheid. Toen Wikipedia zijn opwachting maakte en onder dezelfde pek en veren bedolven werd als AI nu c.q. op gelijkaardig gejuich onthaald, moesten leerkrachten de pupillen eveneens diets maken dat je voor een goed werk toch best eens naar de bib gaat, minstens andere online bronnen raadpleegt of allerminstens de WP in diverse talen.
Toevallig was ik aldus de AI tegen mekaar aan het uitspelen en hyperkritisch te checken (wellicht nog steeds niet foutloos) toen in België het schandaal losbrak over de Gentse rector De Sutter. Ik ben grotendeels van haar partijkleur (Groen) maar ik was toch erg streng voor dat onzorgvuldige kladwerk met gehallucineerde citaatjes. Als boegbeeld van een academisch instituut, bij je maiden speech, dé kernwaarde van het onderzoek aanfluiten – ik vind dat daar geen mantel der liefde over hoort.
Maar ik wijk af: ja, de mogelijkheden zijn nu zo groot dat ik me als relatieve leek dergelijke blog kan permitteren, immer met de Dunning-Krüger staart tussen te benen. Toch hoop ik dat er in de commentaren nog Theocritussen opduiken, die de tekst en zijn kernidee bijschaven.
Bedankt Melis!