Het Belevi-mausoleum

Het Belevi-mausoleum

Ik had het over de Babylonische Oorlog en mijn oud-docent Bert van der Spek, tevens auteur van het handboek waaraan ik een reeks wijd, herinnert me er terecht aan dat de ambities van Antigonos Eénoog en Seleukos de Overwinnaar niet zó verschillend waren. Ze wilden allebei een zo groot mogelijk gebied regeren, ruwweg zoals Alexander had gedaan, en Seleukos is daarin eigenlijk verder gekomen dan Antigonos. Als er een verschil is, is het dat Antigonos’ poging plaatsvond toen het Alexanderrijk nog iets van een levende herinnering was, terwijl Seleukos het veertig jaar na de dood van Alexander probeerde, toen de verdeeldheid in feite een al voldongen feit was geworden.

Seleukos, die heerste over een groot deel van Azië, kreeg zijn kans in 281 v.Chr., toen hij in een conflict verzeild raakte met Lysimachos, een andere opvolger van Alexander. Deze had vanuit Thracië een rijk opgebouwd rond de Egeïsche Zee. Efese was voor hem een residentie en daar wilde hij worden bijgezet. Zijn grafmonument stond veertien kilometer verderop op de plek die Belevi heet. Hij zou er alleen niet worden begraven.

Lees verder “Het Belevi-mausoleum”

Stedelijke twisten

Inscriptie uit Efese; de donkere delen zijn aanvullingen (British Museum, Londen)

De Historiën van Tacitus behoren tot het indrukwekkendste dat in de Latijnse letteren is geschreven. De auteur vertelt hoe het jaar 69 n.Chr. de heerschappij en ondergang zag van de keizers Galba, Vitellius, Otho, Vespasianus en Julius Sabinus. Ook beschrijft Tacitus in detail de bijbehorende militaire conflicten, zoals de Joodse Oorlog en de Bataafse Opstand. Tacitus, die voor alles senator was, focust bij dit alles op de weinig heldhaftige rol van de Senaat en daardoor is des te schokkende wat hij volkomen terloops vertelt: hoe gemakkelijk steden profiteerden van het wegvallen van het centraal gezag om onderlinge vetes uit te vechten. In Gallië heeft Vienne ruzie met Lyon, in Africa trekken Oea en Lepcis tegen elkaar op en vragen daarbij de hulp van de nomadische Garamanten. Tacitus besteedt er weinig woorden aan. Stedelijke oorlogen waren voor hem volkomen vanzelfsprekend.

In vredestijd was dat natuurlijk minder, maar evengoed rivaliseerden de diverse steden. Plinius de Jongere beschrijft in zijn brieven hoe in Bithynië de concurrentie zich had vertaald in te ambitieuze bouwprojecten, waardoor de ene stad na de andere in financiële moeilijkheden kwam.

Lees verder “Stedelijke twisten”

Apollonios van Tyana (2)

Efesos, theater

[Dit is het tweede van twaalf stukjes over de antieke charismatische wijze Apollonios van Tyana, die ik presenteer ter gelegenheid van de verschijning van de door mijn vriendin Simone Mooij gemaakte vertaling van FilostratosLeven van Apollonios. Het eerste stukje is hier.]

In het Leven van Apollonios vertelt Filostratos over een bezoek dat de titelheld en zijn leerling Damis in de winter van 68/69 brachten aan het eiland Rhodos. In de vertaling van Simone Mooij:

Hij stak over met een gunstige wind en dit is wat hij op Rhodos deed. Toen hij het beeld van de Kolossos naderde, vroeg Damis hem wat hij als groter beschouwde dan dat beeld. Hij zei: “Een man die eerlijk en op de juiste wijze naar wijsheid streeft.” (Leven van Apollonios 5.21)

Dit verhaal kan onmogelijk waar zijn. Het enorme standbeeld van de zonnegod, een van de zeven wereldwonderen, was ingestort in 227/226 v.Chr., een kleine drie eeuwen voordat de twee wijsgeren het eilandje bezochten. De verklaring van deze fout is wellicht dat Filostratos twee Apollonii heeft verwisseld: toen hij het eiland bezocht, hoorde hij een bon mot van een Apollonios en identificeerde de spreker met de wijze van Tyana. De “echte” Apollonios zou wel eens de dichter van De Argonauten kunnen zijn geweest, die op het eiland was toen het standbeeld instortte.

Lees verder “Apollonios van Tyana (2)”