Glossolalie

Armeense miniatuur van Pinksteren (Noravank)

Hoe groot de afstand is die ons scheidt van de oude wereld, merken we onder meer als we kijken naar het vroegste christendom. In de Eerste Brief aan de Korintiërs laat de apostel Paulus ons zien wie er zoal deel uitmaakten van een gemeente:

In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis; de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen. En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om uit te leggen wat daar de betekenis van is. Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals hij wil.noot 1 Korintiërs 12.7-11; NBV21.

Lees verder “Glossolalie”

Apollos

Een Egyptenaar (Staatliches Museum Ägyptischer Kunst, München)

Ik stipte gisteren aan dat het een raadsel is hoe het christendom in Egypte is aangekomen. Een van de allergrootste kenners van de materie, Adolf von Harnack, typeerde ons vrijwel volledige gebrek aan informatie als de ergste lacune in onze kennis van het vroege christendom. De kwestie is belangrijk omdat Egypte in de tweede eeuw een ware fabriek van nieuwe ideeën was. Grappig genoeg weten we wél dat er al heel vroeg volgelingen van Jezus leefden in Alexandrië: we kennen er een bij naam, hij heette Apollos en dat is een naam die vooral in Egypte is gedocumenteerd.

Apollos van Alexandrië

De auteur van de Handelingen van de apostelen vertelt:

Intussen arriveerde er in Efese een uit Alexandrië afkomstige Jood, die Apollos heette. Hij was een ontwikkeld man, die goed onderlegd was in de Schriften. Hij had [in zijn vaderland] onderricht gekregen in de Weg van de Heer en verkondigde geestdriftig de leer over Jezus, die hij zorgvuldig uiteenzette, ook al was hij alleen bekend met de doop zoals Johannes die had verricht. In de synagoge begon hij nu vrijmoedig het woord te voeren.noot Handelingen 18.24-26a; NBV21.

Lees verder “Apollos”

Geweld bij Paulus

Een gewelddadige scène (Archeologisch Museum, Korinthe)

De wekelijkse stukjes over het Nieuwe Testament schrijf ik meestal op vrijdag of zaterdag. Vaak heb ik er wat boeken bij, regelmatig laat ik het nog even door iemand lezen. De afgelopen week had ik echter iets te veel dingen tegelijk aan mijn hoofd. Vandaag dus geen blogje met een kop en een staart, maar een vraag.

Geweld bij Paulus

Het gaat om een beroemde passage uit Paulus’ Tweede Brief aan de Korintiërs, waarin de apostel opsomt hoe hij omwille van zijn missie heeft geleden.

Ik heb harder gezwoegd, heb vaker gevangengezeten, heb veel meer lijfstraffen ondergaan, ben vaker in doodsgevaar geweest. Door de Joden ben ik vijfmaal met veertig min één zweepslagen gestraft, ik ben driemaal met stokslagen gestraft en ik ben eenmaal met stenen bekogeld.noot 2 Korintiërs 11.24-25; NBV21.

Lees verder “Geweld bij Paulus”

Hoe Alexander de Grote koning werd (2)

Tempe, waar Alexander de Grote zijn eerste overwinning boekte

In het vorige stukje gaf ik aan dat er allerlei geruchten gingen over de moord op koning Filippos II van Macedonië. Niet iedereen was overtuigd door de officiële lezing dat twee broers van Alexandros van Lynkestis achter de moord zaten. Zo benadrukt filosoof Aristoteles, die goed geïnformeerd was over het Macedonische hof, in zijn Politika dat Pausanias had gehandeld uit persoonlijke motieven.

Erkenning door het leger

Een extra loyaliteitsbetuiging van de Macedoniërs moest de legitimiteit van de heerschappij van Alexander de Grote benadrukken. Daarom belegde Antipatros na de begrafenis een legervergadering, waarbij de manschappen Alexander erkenden als koning. Deze bijeenkomst zou bepalend zijn voor Alexanders verdere carrière. De acclamatie door de manschappen gaf hem wat hij nodig had, maar schiep ook verplichtingen. Hij dankte zijn positie aan de manschappen en zou bijvoorbeeld nooit een veldslag kunnen aangaan als zijn soldaten het daar niet mee eens waren. Hij kon ze niet zomaar bevelen geven maar zou ze ook moeten overtuigen, bijvoorbeeld door te delen in de gevaren. De enige acceptabele stijl van leidinggeven was een theatrale: Alexander moest zich presenteren als een homerische held die de mannen voor ging in de strijd. Dit vormt de kern van de mythe van de jonge wereldveroveraar.

Lees verder “Hoe Alexander de Grote koning werd (2)”

VIII Augusta op de Balkan

Grafsteen van Gaius Valerius Valens van VIII Augusta (Archeologisch Museum, Korinthe)

Met het Zevende, het Negende en het Tiende Legioen behoorde het Achtste tot de oudste eenheden in het leger van het Romeinse keizerrijk. Het viertal bestond al – we weten niet hoe lang – toen Julius Caesar in 58 v.Chr. begon aan de verovering van Gallië. Hij vermeldt het Achtste in zijn verslag van de strijd tegen de Nerviërs en bij de belegering van Gergovia. Het is niet ondenkbaar dat het legioen tijdens deze oorlog op sterkte is gebracht door Gallische strijders in de gelederen op te nemen, want een inscriptie vermeldt ene Gaius Cabilenus “uit Gallië”.

Aan het begin van de Tweede Burgeroorlog, waarin Caesar het opnam tegen de Senaat, kwam het Achtste in actie bij Corfinium en Brindisi (49), waarna het enige tijd in Apulië was gestationeerd. In het voorjaar van 48 diende het bij Dyrrhachion en leed het zware verliezen. Daarom streed hij bij Farsalos samen met het Negende als één eenheid en werden de soldaten, na de overwinning, teruggestuurd naar Italië om daar te worden gedemobiliseerd. Ze kregen land in Campanië. Hoewel veel veteranen zich moeten hebben teruggetrokken op het platteland, wordt het Achtste opnieuw vermeld tijdens als Caesars Afrikaanse campagne. In 45 v.Chr. kregen deze soldaten – die misschien nog niet waren gedemobiliseerd of opnieuw hadden bijgetekend – land in Casilinum.

Lees verder “VIII Augusta op de Balkan”

De Griekse stad Thebe

Boiotisch beeldje van Europa op de stier (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Zeg Griekenland en mensen denken aan Athene en Sparta. De eerste associatie zal zelden Korinthe, Milete of Argos zijn, of Syracuse of Kyrene. Of Thebe. Terwijl die laatste stad heel belangrijk is geweest. Het misschien wel beste bewijs is dat de eigen sagen van Thebe niet alleen bewaard zijn, maar algemeen Grieks erfgoed zijn geworden. We kennen de verhalen over Dionysos, Oidipous, Antigone en de Zeven tegen Thebe bijvoorbeeld uit Atheense toneelstukken en afbeeldingen uit de hele Griekse wereld.

In de archaïsche tijd was Thebe dus een culturele trendsetter. De dichter Pindaros was een Thebaan en er waren filosofen. En Thebe was een machtige stad, die deelnam aan de kolonisatie en de omliggende steden organiseerde in de zogeheten Boiotische Bond.

Lees verder “De Griekse stad Thebe”

Met Abraham Kuyper naar Griekenland (2)

Abraham Kuyper beschreef het Griekse landschap als voornaam (en in Delfi begrijp je waarom)

[Tweede deel van een artikel van Hans Overduin over de reis van Abraham Kuyper rond het Middellandse Zee-gebied. Het eerste deel was hier.]

Naar Griekenland

We schrijven inmiddels januari 1906. Hoewel Kuyper West-Anatolië had bezocht, stak hij van vanuit Smyrna niet direct over naar Athene. Hij nam een omweg via Egypte en Soedan (na eerst nog in Libanon, Syrië en Palestina te zijn geweest), waar hij met name de overblijfselen van de aloude Egyptische beschaving bezocht. Zijn reactie is opmerkelijk. Hoewel hij onder de indruk was van de ruïnes, bleven deze massieve resten volgens hem ver achter bij de overblijfselen van de klassiek Griekse beschaving.

Hier wordt de toon gezet van Kuypers mening over Griekenland. Vervolgens moest Noord-Afrika het ontgelden. Het sleutelwoord hierbij is “lelijkheid” (Kuyper hanteert zelf de term “affreus lelijk”) en dat sloeg zowel op het landschap als op zijn bewoners. Hij vergeleek de ongenuanceerde Maghreb met de fijne lijnen en de edele trekken van het Griekse landschap en zijn bewoners. Zo’n opmerking zou tegenwoordig ondenkbaar zijn en voor racistisch worden versleten, maar in die tijd was dit slechts een objectieve observatie.

Lees verder “Met Abraham Kuyper naar Griekenland (2)”

Willem van Moerbeke

De Vierde Kruistocht mislukte spectaculair. De deelnemers kwamen nooit verder dan Constantinopel, dat ze in 1204 innamen. Het graf van een van de commandanten, de Venetiaan Dandolo, is nog steeds te zien in de Hagia Sofia. Eenmaal meester van de grote stad, plaatsten de kruisridders de Vlaamse graaf Boudewijn IX op de keizertroon. Meteen kwamen er twee concurrerende keizers. Het Byzantijnse Rijk is deze verdeling, die duurde tot 1261, nooit meer te boven gekomen.

Voor West-Europa was de gebeurtenis echter profijtelijk: wetenschappers kregen toegang tot allerlei Griekse handschriften. Een van de sleutelfiguren in de overdracht van klassieke teksten was de Vlaming Willem van Moerbeke. Tussen 1260 en 1270 vertaalde hij vrijwel alle werken van de filosoof Aristoteles, en ook enkele laatantieke commentaren daarop, alsmede het leeuwendeel van het ons bekende oeuvre van de natuurkundige Archimedes en ook iets van de arts Claudius Galenus.

Lees verder “Willem van Moerbeke”

Paulus, Gallio en Sosthenes

Menora’s (Archeologisch museum van Korinthe)

Paulus zijnde Paulus, werkte hij zich ook in Korinthe in de nesten. Eerst probeerde hij de joden die daar naar de synagoge kwamen, ervan te overtuigen dat Jezus de messias was, maar de doelgroep was niet bepaald overtuigd. Daarom richtte Paulus zich tot de niet-joodse bewoners van Korinthe, die hij toesprak in het huis naast de synagoge. Dat was natuurlijk vragen om moeilijkheden. En jawel.

Paulus bij Gallio

De joden keerden zich gezamenlijk tegen Paulus en daagden hem voor het gerecht. Ze namen hem mee naar Gallio en zeiden: “Deze man haalt de mensen over om God te vereren op een wijze die in strijd is met de wet.” (Handelingen 18.13; NBV21)

Lees verder “Paulus, Gallio en Sosthenes”

De Peloponnesische Oorlog (2)

Inscriptie met de namen van gesneuvelde Atheners (Louvre, Parijs)

In het eerste stukje legde ik de hoofdlijn van de oorlogen tussen 431 en 387 v.Chr. uit. Wat opvalt in het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, is hoe traditioneel het is. De auteurs volgen Thoukydides, die de Archidamische en Dekeleïsche Oorlog samenneemt tot één conflict. De Korinthische Oorlog, die uitbrak na Thoukydides’ dood, behandelen ze afzonderlijk.

Voor wat samen hoort en wat niet, volgen ze dus het oordeel van hun bron. Daar ligt een reëel probleem, want het is denkbaar dat als Thoukydides langer had geleefd, hij alle drie oorlogen had beschreven. Er is namelijk een aanwijzing dat hij Athenes herstel nog heeft herkend, aangezien hij het ergens heeft over de onvermijdelijkheid waarmee dingen zich ongeveer herhalen zoals ze al zijn gebeurd. De discussie over de interpretatie daarvan is hopeloos complex en hangt samen met die over zijn sterfjaar.

Lees verder “De Peloponnesische Oorlog (2)”