De leugenaarsparadox

Hoe de auteur van de Brief aan Titus vrouwen het liefste zag (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

Het Nieuwe Testament bestaat uit vier evangeliën, de romanachtige Handelingen van de apostelen, de Openbaring van Johannes en een reeks brieven. Daarvan zijn er minimaal zeven geschreven door Paulus. De Brief aan Titus wordt toegeschreven aan Paulus maar er is discussie over het auteurschap.

Brief aan Titus

Het is geen heel opmerkelijk schrijven. Zoals wel vaker in de antieke literatuur wordt informatie verstrekt in een genre dat daar naar ons gevoel niet bij past. Wat wij in een reglement zouden presenteren, krijgt hier de vorm van een brief. Vergelijk het met die toespraken waarvan wij zouden zeggen: waarom schreef ’ie geen essay?

De inhoud: Paulus – of iemand die pretendeert Paulus te zijn – geeft Titus opdracht op het eiland Kreta (waar heel veel Joden woonden) in elke stad presbyters ofwel ouderlingen aan te stellen. Verder is er een waarschuwing voor dwaalleraren. De polemiek lijkt daarbij gericht tegen mensen die aan niet-Joden de Wet van Mozes willen opleggen, maar helemaal duidelijk is dat niet. Verder biedt de auteur aanwijzingen voor hoe een gelovige zich moet gedragen. Slaven en vrouwen, die moeten het gezag erkennen van de heer des huizes en gehoorzaam zijn.

Lees verder “De leugenaarsparadox”

De brief aan Filemon

De vrijlating van twee slaven met vrijheidsmutsen; de eigenaar schudt een van hen de hand; achteraan kijkt een magistraat toe (Musée royal de Mariemont, Morlanwelz)

We verdelen het Nieuwe Testament traditioneel in een aantal “boeken”. Bij de vier evangeliën, de Handelingen van de Apostelen en de Openbaring van Johannes is dat probleemloos, maar bij de brieven is dat eigenlijk een beetje een rare aanduiding. Zeker bij de Brief aan Filemon, die slechts vijfentwintig zinnetjes telt. Evengoed is het een interessante tekst.

Ik zal nog weleens een keer te spreken komen over het auteurschap van de diverse brieven, maar voor het moment wil ik alleen constateren dat onbediscussieerd is dat Paulus aan het woord is. Hij heeft zich weer eens in de nesten gewerkt, want hij schrijft vanuit de gevangenis aan zijn “geliefde medewerker Filemon” en de gemeente die bij hem thuis samenkomt. Na wat complimenten over Filemons vriendschap komt Paulus ter zake.

Lees verder “De brief aan Filemon”

De Bergrede (1)

Christus als wetgever, op een heel laag bergje. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

Zoals ik al eerder heb verteld, liggen aan de evangeliën van Matteüs en Lukas twee bronnen ten grondslag, enerzijds het evangelie van Marcus en anderzijds de bron Q. (Er gaat een gerucht dat een tekst van Q is aangetroffen in dezelfde cache waarin ook het Judas-evangelie zou zijn gevonden. Ik ben sceptisch, maar noteer het als iets waarop u gespitst moet zijn.) Lukas geeft Q weer in de volgorde waarin hij het aantrof: een reeks spreekwoorden en gezegdes zonder veel verband. Matteüs maakt er toespraken van, waarvan de Bergrede het indrukwekkendste is. Ze is vooral bekend om de ronkende proloog, de beroemde “zaligsprekingen”, waarin Jezus de toekomst schetst in het Koninkrijk van God (“Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.”)

Er is over de Bergrede veel te vertellen. Zo is er een nauwe parallel in de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4Q525 en zijn er leuke antropologische observaties te doen bij het woord “geluk”. Mij gaat het nu even om de compositie als geheel, die er dus een is van Matteüs. Het publiek zal meteen hebben herkend dat als Jezus op een berg de Wet gaat bespreken, dit een verwijzing is naar Mozes’ wetgevende activiteit op de berg Horeb/Sinaï. Dat maakt Jezus in de eerste plaats “de profeet als Mozes”, een gangbare messiaanse titel, en in de tweede plaats een religieuze autoriteit. Immers, joodse religieuze autoriteit wilde zeggen: uitleg van de Wet.

Lees verder “De Bergrede (1)”

De eindtijdverwachting van Handelingen

Christus, met links en rechts van hem vertegenwoordigers van de joodse en heidens christenen (Santa Pudenziana, Rome).

Misschien is het zinvol om in mijn reeks over het Nieuwe Testament eens te kijken voorbij de evangeliën en het leven van Jezus om te zien wat er later gebeurde. De hoofdlijn zal u bekend zijn. Na Jezus’ optreden zetten de apostelen de missie voort en enkelen van hen predikten dat ook anderen dan de Joden deel konden hebben aan het Verbond. Deze laatsten zouden in het christendom steeds meer gaan overheersen en in de loop van de tweede eeuw verdwijnen de “christenen uit het jodendom” geheel, al waren er nog rond 400 n.Chr. bisschoppen die hun gemeentes waarschuwden tegen synagogebezoek.

Paulus versus Handelingen

Wie de eerste generatie niet-Joodse christenen waren, is minder duidelijk. We hebben over maar één zo’n verkondiger werkelijk informatie, namelijk Paulus, en juist over hem is veel onduidelijk. In zijn eigen brieven omschrijft hij zijn positie als die van apostel en richt hij zich tot de heidenen; in de Handelingen van de Apostelen is hij nu net geen apostel en richt hij zich tot de “godvrezenden”, dat wil zeggen heidenen die met het jodendom sympathiseerden maar de Wet van Mozes niet of onvolledig volgden.

Lees verder “De eindtijdverwachting van Handelingen”

Johannes de Doper en het christendom

Bethanië, waar Johannes de Doper Jezus zou hebben gedoopt

Ik heb de afgelopen tijd de teksten over Johannes de Doper doorgenomen: de aankondiging van zijn geboorte, zijn prediking en het bericht van Jezus aan zijn leermeester. Verder blogde ik over de joodse rituele baden, een gebruik dat Johannes overnam en aanpaste tot een eenmalige handeling om aan geven dat iemand tot inkeer was gekomen en klaar was voor de Jongste Dag. Al eerder had ik geschreven over twee aspecten van Johannes’ executie: dat Salome niet de zwoele verleidster van de westerse traditie was en dat  speculator een interessant latinisme is. Vandaag: wat er na Johannes’ dood gebeurde.

Al tijdens Johannes’ leven verkondigde Jezus dezelfde boodschap: de eindtijd brak aan, God zelf zou de wereld persoonlijk regeren, de mensen moesten tot inkeer komen en geloof hechten aan dat goede nieuws. Anders dan zijn mentor liet Jezus de mensen niet naar de Jordaan komen, maar trok hij het land in. Een verschil was dat voor Jezus nogal wat “hoge” titels in omloop waren: “Mensenzoon” en “zoon van God” gaan vrijwel zeker op Jezus’ eigen tijd terug, en dat geldt vermoedelijk ook voor messias. Nadat ook Jezus was geëxecuteerd zetten zijn leerlingen het doopritueel voort. En nu deed zich een probleem voor.

Lees verder “Johannes de Doper en het christendom”

Hoezo klassiek?

Zeus en Ganymedes (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Er naderen verkiezingen en dus maakten de kleine christelijke partijen onlangs een puntje voor de eigen achterban, namelijk dat een reformatorische school het recht zou hebben van ouders een verklaring te vragen waarin zij afstand namen van een homoseksuele leefwijze. De discussie hierover is elders gevoerd; mij gaat het om een tweet van SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij.

Scholieren verdienen een veilige school én scholen moeten de vrijheid hebben om de klassiek-christelijke opvattingen over huwelijk en seksualiteit te vertolken. …

Hierover is een hoop te zeggen. Het woord “klassiek” heeft diverse betekenissen.

Lees verder “Hoezo klassiek?”

Lukas, arts en evangelist?

Zesde-eeuwse muurschildering van Lukas, gevonden in zijn zogenaamde graf in Efese (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Maar de apostel Lukas, die van het evangelie, die was toch arts? Ik hoorde het deze week weer iemand zeggen. Het is twee, misschien drie keer niet waar. In de eerste plaats was Lukas geen apostel. In de tweede plaats is hij niet de auteur van het evangelie dat zijn naam draagt. En of hij arts was, dat weten we eigenlijk ook al niet.

Drie vermeldingen

Lukas staat drie keer genoemd in de Bijbel. Paulus vermeldt een medewerker met die naam aan het slot van de korte Brief aan Filemon: een zekere Epafras doet de geadresseerde de groeten, en Paulus’ medewerkers Marcus, Aristarchus, Demas en Lukas sluiten zich daarbij aan.

Lukas duikt ook op in twee aan Paulus toegeschreven brieven. (Het maken van teksten in andermans naam was in de Oudheid niet ongebruikelijk. De auteur vertelt dan wat hij denkt dat de echte auteur zou hebben kunnen schrijven. ) In de Brief aan de Kolossenzen staat het enige biografische detail: Lukas “de arts” en Demas doen de groeten. In de Tweede Brief aan Timotheüs vertelt Paulus dat hij door Demas in de steek is gelaten, dat andere metgezellen verder zijn gereisd en dat alleen Lukas nog bij hem is.

Lees verder “Lukas, arts en evangelist?”

Het scheiden der wegen

Allegorie van de Wet en Genade (Schnütgenmuseum, Keulen)

Waarom zijn joden en christenen gescheiden wegen gegaan? Het bovenstaande glas-in-lood-raam, daterend uit de zestiende eeuw en te zien in het Schnütgen-museum in Keulen, helpt het doorgronden. Het documenteert het oude antwoord, dat ik zal proberen af te zetten tegen het nieuwe. Links ziet u hoe Adam en Eva eten van de verboden vrucht, vooraan ziet u hoe Adam, als symbool voor de gehele mensheid, de keuze krijgt tussen twee wegen: links de weg van de joodse hogepriester, die wordt gesymboliseerd door de Wet van Mozes (helemaal achteraan), en rechts de weg die wordt aangegeven door Johannes de Doper, wijzend naar het Lam (Christus). Een lijk links en de wederopstanding rechts maken duidelijk welke weg de betere is. Volgens de glazenier natuurlijk.

In zijn visie sloot God tweemaal een verbond met de mensheid. Eerst deed Hij dat door de mensen via Mozes de Wet te geven. Als de Joden zich daar maar aan hielden, lag de wereld die zou komen binnen hun bereik. Het leidde – nogmaals: ik geef een zestiende-eeuwse mening weer – tot een godsdienst waarin mensen zich onzeker voelden van hun redding, nerveus probeerden zich zo nauwgezet mogelijk aan de regels te houden en uiteindelijk allemaal nieuwe regels erbij verzonnen, die zijn vastgelegd in de Mishna en de Talmoed.

Lees verder “Het scheiden der wegen”

Paulus en de olifant (3)

Zestiende-eeuws ikoon van Paulus (Museum van kerkschatten, Omodos)

[Joris Verheijen, wiens blog u hier vindt, studeerde geschiedenis en filosofie en werkt in het middelbaar onderwijs. Hij stuurde me onlangs de onderstaande recensie toe van drie boeken over de apostel Paulus. Dit is het derde deel; het eerste is hier.]

Zoals aan het slot van het vorige stuk aangegeven is Paulus in de jaren negentig onder atheïstische filosofen populair geworden. Van der Heidens verklaarde doel is om de daaropvolgende discussie “nu ook in het Nederlandse taalgebied te ontsluiten”, maar dat is een te bescheiden typering van Het uitschot en de geest: Paulus onder filosofen. Van der Heiden probeert om de thema’s, doelstellingen en argumenten van de betrokken denkers systematisch in kaart te brengen en te wegen, waarbij hij ze ook nog toetst aan de teksten van Paulus. Zo’n ambitieus boek is er bij mijn weten tussen alle bundels van de laatste tien jaar nog niet eens in het Engels verschenen.

De “spelers” in dit veld, kondigt de auteur aan, zijn “Heidegger, Taubes, Badiou en Agamben – met de neurotische entertainer Žižek als onvermoeibare reserve”. De namen zijn bekend voor wie de discussie heeft gevolgd, maar de ad hominem waarmee Van der Heiden Žižek naar de reservebank stuurt valt uit de toon bij de omzichtige, secure stijl van zijn boek. Verderop in het eerste hoofdstuk  kondigt hij aan dat

we zullen zien dat de filosofen de vraag naar de Messiaanse gebeurtenis stellen in discussie met het denken van Hegel, die in feite een moderne, gedynamiseerde versie van een monisme biedt. Paulus’ beginsel van de geest, zo betogen de filosofen, biedt een alternatieve opvatting van de geest voor die welke Hegel in zijn dialectische begrip van de wereldgeest uitwerkt.

Lees verder “Paulus en de olifant (3)”

Paulus en de olifant (2)

Olielampje met Petrus en Paulus (Archeologisch Museum, Florence; binnenkort meer)

[Joris Verheijen, wiens blog u hier vindt, studeerde geschiedenis en filosofie en werkt in het middelbaar onderwijs. Hij stuurde me onlangs de onderstaande recensie toe van drie boeken over de apostel Paulus. Dit is het tweede deel; het eerste is hier.]

Een interessante opmerking van Van der Heiden is dat in de recente herwaardering voor de antieke cultuur “het thema van de levenskunst” overheerst. Hedendaagse geïnteresseerde lezers hebben volgens hem geen behoefte aan “weten omwille van het weten alleen”, maar vooral aan een bezinning op “levenshoudingen en levenswijzen” van antieke voorgangers, waar ze zichzelf aan kunnen spiegelen. Dat verklaart misschien waarom een boek als dat van Meijer zoveel beter verkoopt dan de jaloersmakend heldere inleiding van Lietaert Peerbolte, Paulus en de rest.

Bij die laatste komt naast het theologische ook het historische perspectief het beste uit de verf. Omdat hij in een slothoofdstuk bovendien stilstaat bij de discussie over Paulus onder filosofen, is hij feitelijk de enige die de olifant vanuit alle drie de genoemde vakgebieden heeft onderzocht. Zijn boek behandelt het “Nieuwe Perspectief op Paulus”, recentelijk nog op dit blog beschreven. Dit Nieuwe Perspectief heeft sinds de jaren zeventig korte metten gemaakt met de dominante protestantse uitleg van wet en genade en onderstreept dat de apostel altijd een Jood is gebleven.

Lees verder “Paulus en de olifant (2)”