Wat Paulus met blauwe inkt schreef

Gustave Doré, Paulus

Toen hij zich moest verantwoorden voor het misdadige Amerikaanse migratiebeleid, dat kinderen met geweld aan hun ouders ontrukt en ze voor onbepaalde tijd in kampen opsluit, verwees minister van Justitie Jeff Sessions naar de Bijbel. Niet naar koning Herodes, zoals misschien toepasselijker was geweest, maar naar “de apostel Paulus en zijn duidelijk en wijs gebod in Romeinen 13 om de wetten van de regering te gehoorzamen, omdat God ze heeft uitgevaardigd om de orde te handhaven”.

Hij bevond zich wel in goed gezelschap met die verwijzing, want die regels zijn vaker gebruikt als zelfrechtvaardiging door onderdrukkers. Door negentiende-eeuwse slavenhouders in Amerika, bijvoorbeeld, door de Nazi’s en door het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Dat roept de vraag op in hoeverre Paulus’ woorden zich lenen voor zulke repressieve toepassingen. Hier komen ze:

Lees verder “Wat Paulus met blauwe inkt schreef”

Fik Meijers Petrus (3)

Gustave Doré, De verloochening door Petrus

[Ik wijd vandaag een stuk aan het boek Petrus. Leerling, leraar, mythe van Fik Meijer. Ik wil tonen dat er voor geschiedschrijving en wetenschapscommunicatie kwaliteitsnormen zijn. Meijer haalt die niet, zal bij menig lezer scepsis oproepen en draagt zo bij aan het afkalvende draagvlak voor de oudheidkundige wetenschappen. Het eerste deel is hier.]

Einfühlen en de sociale wetenschappen

Ik verraad geen geloofsgeheim als ik zeg dat Petrus en Paulus elkaar niet lagen. Meijer noemt het slot van Paulus’ Brief aan de Romeinen, waarin de auteur iedereen de groeten doet maar niet Petrus, van wie de katholieke kerk aanneemt dat hij in Rome is geweest. Meijer:

De mogelijkheid dat [Petrus] zich wel in Rome bevond, maar actief was onder gelovigen die zich … hadden verenigd in een soort Petrus-partij, die op een andere golflengte zat dan de Paulus-groep, is nagenoeg uit te sluiten. Paulus zou zich wel erg hebben laten kennen als hij om die reden Petrus niet had genoemd. Meer voor de hand ligt dat Petrus op dat moment, in 56-57, niet in Rome was. (blz.107-108)

Dit is een schoolvoorbeeld van de stap in de hermeneutische cyclus die bekendstaat als einfühlen: de historicus wil iets verklaren, onderzoekt de situatie, leeft zich in de actoren in en beredeneert waarom een persoon als deze onder omstandigheden als deze zal handelen op deze manier. Een man als Paulus zou, zelfs als hij meningsverschillen had met Petrus, hem de groeten hebben gedaan. Het subjectieve karakter moge duidelijk zijn: een onderzoeker die houdt van harmonie, zal een ander type actor reconstrueren dan een onderzoeker die bereid is de hakken in het zand te zetten. Zeker als het gaat om de oude wereld, waarover we weinig informatie hebben, is einfühlen geen heel betrouwbare methode.

Lees verder “Fik Meijers Petrus (3)”

Fik Meijers Petrus (2)

amsterdam_gevelsteen_prinsengracht_001
Petrus (gevelsteen Prinsengracht 1, Amsterdam)

[Ik wijd vandaag een stuk aan het boek Petrus. Leerling, leraar, mythe van Fik Meijer. Ik wil tonen dat er voor geschiedschrijving en wetenschapscommunicatie kwaliteitsnormen zijn. Meijer haalt die niet, zal bij menig lezer scepsis oproepen en draagt zo bij aan het afkalvende draagvlak voor de oudheidkundige wetenschappen. Het eerste deel is hier.]

Verouderde interpretaties

Zie ik het goed, dan citeert Meijer niet-Griekstalige joodse teksten (apocriefen, Dode Zee-rollen en rabbijnse literatuur) allemaal uit de secundaire literatuur. Net als in Jezus en de vijfde evangelist is Petrus dus een boek over een jood, geschreven zonder te kijken naar de joodse bronnen. De uitzondering die deze regel bevestigt is de Grieks-schrijvende joodse historicus Flavius Josephus, die Meijer vrijwel letterlijk volgt.

Josephus was een aristocraat die zich aan zijn privileges verplicht voelde op te komen voor de Joden én hun leiders. (Daarin was hij overigens niet anders dan zijn tijdgenoten Tacitus en Ploutarchos.) In Josephus’ visie waren niet alle Joden anti-Romeins, maar was het verzet beperkt tot een kleine groep, die niet luisterde naar het goedbedoelde leiderschap van de joodse elite. Die kleine groep zou sinds de Romeinse annexatie voortdurend de orde hebben verstoord: in de jaren tussen 6 n.Chr. en 66 zou het van kwaad tot erger zijn gegaan tot de Joodse Oorlog was uitgebroken en in 70 Jeruzalem was verwoest. Althans volgens Josephus.

Lees verder “Fik Meijers Petrus (2)”

Tien teksten (deel 4)

Een van de snippers van “Enige werken der Wet” (© Wikimedia Commons)

Alvorens verder te gaan met mijn overzicht van tien teksten die een invloedrijk aspect van de Oudheid documenteren, herhaal ik nog even dat invloed wil zeggen dat iets ons denken en eventueel ons handelen in een bepaalde richting duwt. We doen of vinden iets, tenzij we ons daartegen verzetten. Vergelijk het met een berghelling: het is meestal makkelijker naar beneden te gaan, maar als je wil kun je ook naar boven klauteren. Invloed is niet hetzelfde als inspiratie, want we noemen iets inspirerend als we er aansluiting bij zoeken, wat impliceert dat we het niet als vanzelf doen.

Een van de aspecten van de Oudheid die ik in deze reeks behandeld wil zien, is het idee dat God zich kenbaar heeft gemaakt in de vorm van een tekst. De Wet van Mozes is het bekendste voorbeeld. Omdat dit Gods woord was, diende je het als mens serieus te overwegen maar het probleem was dat de Wet niet altijd even duidelijk was. Dus ontstonden er discussies over de juiste manier om zoveel mogelijk te leven in overeenstemming met de Wet. We spreken van halachische discussies en een van de mooiste voorbeelden is Enige werken der Wet, een de belangrijkste Dode Zee-rollen.

Lees verder “Tien teksten (deel 4)”

Kort Cypriotisch (1): Paulus

Apsis in de troonzaal van het Huis van Theseus, Pafos (Cyprus)

Zoals u misschien in de gaten hebt, zwerf ik momenteel over Cyprus. Ik ben nu in Pafos, een havenstad in het zuidwesten van het eiland: evenveel mozaïeken als in Piazza Armerina, maar wat verfijnder en bovendien in een zee van bloemen. Als u een vakantiebestemming zoekt: Pafos. Het is hier prachtig en met een huurauto kun je zo naar de Byzantijnse kerkjes in de bergen. De dichtheid officieel erkend UNESCO-werelderfgoed is nogal hoog in deze contreien.

Het “Huis van Theseus” dateert uit het tweede kwart van de eerste eeuw n.Chr. – de mooie mozaïeken zijn jonger – en is vermoedelijk de residentie geweest van de gouverneur van Cyprus. Zo’n datering is natuurlijk een beetje nattevingerwerk en het voornaamste argument vóór de gelijkstelling van dit huis aan het Romeinse hoofdkwartier is dat het opvallend groot is. Geen heel sterk argument.

Lees verder “Kort Cypriotisch (1): Paulus”

Factcheck: de tempel in Jeruzalem

De Tempelinscriptie uit Jeruzalem (Archeologisch Museum, Istanbul)
De Tempelinscriptie uit Jeruzalem (Archeologisch Museum, Istanbul)

Het relletje vorige maand zal u niet zijn ontgaan: de UNESCO aanvaardde een resolutie over de Tempelberg in Jeruzalem zonder deze zo te noemen. In plaats daarvan werd de naam gebruikt die de Arabieren gebruiken voor de Rotskoepel en Al-Aqsa-moskee: Haram esh-Sharif, “het edele heiligdom”. Op zich een incident waarvan er dertien in dozijn gaan: zichtbaar erfgoed krijgt altijd meer erkenning dan onzichtbaar erfgoed. In ons eigen Delft lijkt het bestuur van de Nieuwe Kerk serieus te denken dat de kerk belangrijker is dan de graven eronder.

Daaruit blijkt weinig begrip voor wat erfgoed nu eigenlijk is en je zou van een erfgoedorganisatie als UNESCO meer inzicht verwachten, maar het is een standaardfout en erger dan dat zou het dan ook niet behoren te zijn. Desondanks reageerde Israël als door een door adder gebeten – en terecht. De Tempelberg is een open zenuw sinds een theorie de ronde doet dat de joodse tempel daar niet heeft gestaan.

Lees verder “Factcheck: de tempel in Jeruzalem”

Kwakgeschiedenis: Paulus’ visioen

Poster van het Syrisch toeristenbureau
Poster van het Syrisch toeristenbureau

Ik had een positief stukje over iets moois voor u klaarstaan, maar er is weer wat klinkklare wetenschap die moet worden weerlegd vóór ze in de krant komt. Dit keer schakelen we over naar de weg naar Damascus, twee kilometer ten oosten van het inmiddels beruchte vluchtelingenkamp Yarmouk: de plaats waar Saulus, de man die later Paulus zou worden genoemd, het visioen zou hebben gehad dat hem ertoe bracht christen te worden. Hier is het verhaal.

Toen hij onderweg was en Damascus naderde, werd hij plotseling omstraald door een licht uit de hemel. Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: “Saul, Saul, waarom vervolg je mij?” Hij vroeg: “Wie bent u, Heer?” Het antwoord was: “Ik ben Jezus, die jij vervolgt. Maar sta nu op en ga de stad in, daar zal je gezegd worden wat je moet doen.” De mannen die met Saulus meereisden, stonden sprakeloos; ze hoorden de stem wel, maar zagen niemand. Saulus kwam overeind, en hoewel hij zijn ogen open had, kon hij niets zien. Zijn metgezellen pakten hem bij de hand en brachten hem naar Damascus. Drie dagen lang bleef hij blind en at en dronk hij niet. (Handelingen 9.3-9).

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Paulus’ visioen”