Ibn al-Wardi over de Pest

De Umayyadenmoskee in Damascus, waar moslims, christenen en joden in 1349 samen hun gebeden uitspraken.

Abū Ḥafs Zayn al-Dīn ʻUmar ibn al-Muẓaffar Ibn al-Wardī, kortweg Ibn al-Wardi, was een Palestijnse geschiedschrijver en filosoof. Hij is geboren rond 1290 en overleden aan de Pestepidemie die in 1348/1349 door de Levant trok. Harde demografische cijfers ontbreken, maar er zijn aanwijzingen dat de Zwarte Dood in Egypte en Syrië nog erger was dan in West-Europa: ruim 42% van de bevolking zou zijn overleden aan de “haastige ziekte”.

Ibn al-Wardi beschreef de epidemie die hem het leven zou kosten in zijn Essay over het verloop van de Pestilentie. De tekst begint met een kort gebed, beschrijft dan de opmars van de ziekte, en gaat vervolgens over in een smeekbede en een (gedeeltelijk poëtische) beschrijving van de menselijke reacties, en eindigt met een nieuwe smeekbede.

Lees verder “Ibn al-Wardi over de Pest”

Antiek purper

Purperbeschilderde zijde (Archeologisch Museum, Deir ez-Zor)

Ik denk dat ik maar één keer antiek purper heb gezien. Het was gebruikt om Chinese zijde te verven, en de stukjes textiel lagen op een bovenverdieping in het museum van Deir ez-Zor. Of mijn herinnering klopt, weet ik niet en valt ook niet meer te controleren, omdat het museum is geplunderd in de jaren dat de zogenaamd Islamitische Staat in dit deel van Syrië haar schrikbewind uitoefende. Hoe dat ook zij: textiel, met purper beschilderd, is in het archeologisch databastand vrijwel niet aanwezig.

Logisch, want het was zeldzaam en kostbaar, omdat de productie extreem lastig was. Je leest weleens dat alleen de Romeinse keizer purper dragen mocht. Als die regel al echt heeft bestaan, is ze niet werkelijk toegepast (zie het textiel in Deir ez-Zor), maar gegeven de prijs zal het in de praktijk niet eens nodig zijn geweest om zo’n regel te formuleren.

Lees verder “Antiek purper”

De Alexandersarcofaag

De Alexandersarcofaag achter spiegelend glas (Archeologisch Musea, Istanbul)

Osman Hamdi was een van de belangrijkste Ottomaanse archeologen, en het is aan hem te danken dat de koninklijke graven in Sidon in 1887 niet zijn geplunderd maar redelijk professioneel zijn opgegraven. Het gaat om twee complexen; het een was door antieke vandalen geplunderd, in het ander stonden de sarcofagen van een dynastie die in de vijfde en vierde eeuw v.Chr. regeerde over de Fenicische havenstad. De jongste van de stenen grafkisten staat bekend als de Alexandersarcofaag en was het graf van koning Abdalonymos (Abd-Elonim, “dienaar van de hoogste goden”). Deze koning van Sidon zou Alexander volgen tot in India.

Hamdi begreep meteen het belang van de vondst, borg alle sarcofagen en liet ze overbrengen naar het Ottomaanse Museum in Constantinopel, niet ver van het Topkapi-paleis. Daar staat de verzameling grafkisten nog altijd, al heet de instelling inmiddels de Archeologische Musea van Istanbul.

Lees verder “De Alexandersarcofaag”

Lodewijk de Heilige in Sidon

Lodewijk de Heilige begraaft de doden in Sidon: afbeelding uit het getijdenboek van Johanna van Évreux.

Binnenkort verzorg ik in Amsterdam een cursus over de Kruistochten. Een van de personen die dan aan bod zal komen, is de Franse koning Lodewijk de Heilige of, als u z’n koninklijke serienummer wil gebruiken, Lodewijk IX. In de jaren vóór zijn expeditie naar het Heilig Land was de situatie van de Kruisvaardersstaatjes sterk verbeterd. Keizer Frederik II had tijdens de Zesde Kruistocht (1227) Jeruzalem in handen weten te krijgen en in de daarop volgende jaren hadden westerse troepen, profiterend van de verdeeldheid van de Arabische heersers, het Koninkrijk Jeruzalem nog wat verder vergroot.

Deze terreinwinst werd echter in één klap ongedaan gemaakt door de aankomst van een voordien onbekend leger uit het Verre Oosten. Tot de vele Turkse groepen in Centraal-Azië behoorden ook de Chorasmiërs in het huidige Oezbekistan en Iran, maar hun staat was onder de voet gelopen tijdens de Mongolenstorm. Een deel van het Chorasmische leger was naar het westen getrokken en had zich verbonden met de sultan van Egypte, die deze soldaten aanspoorde Jeruzalem in te nemen. In 1244 verwoestten ze de stad. De christelijke leiders en de emir van Damascus keerden zich nu tegen de Egyptische en Chorasmische troepen, maar werden vlakbij Gaza zo totaal verslagen dat er feitelijk geen christelijk leger meer was in het Koninkrijk Jeruzalem. Dat was eind 1244 gereduceerd tot enkele havensteden, en zou zich nooit meer herstellen.

Lees verder “Lodewijk de Heilige in Sidon”

Cornelis de Bruijn (6) Terugkeer

Cornelis de Bruijn, Libanonceders

Dit is het zesde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Libanon

Cornelis de Bruijn verliet Jeruzalem op 16 november 1681 en bleef even hangen in Ramla om daar – vandaag 343 jaar geleden – Kerstmis te vieren. Nieuwjaar en Drie Koningen volgden en op 8 januari 1682 was hij weer in Jaffa, waar hij onmiddellijk aan boord van een schip ging. De volgende dag arriveerde hij in Tripoli.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (6) Terugkeer”

Benjamin van Tudela in Libanon

Het verzwolgen Tyrus, dat ook Benjamin van Tudela zag.

In 1160 vertrok Benjamin van Tudela, niet ver van Pamplona, voor een lange reis naar het oosten. Op weg naar Jeruzalem bezocht hij ook de Libanese havensteden; op de terugreis bezocht hij ook Irak, Jemen en Egypte. Na zijn terugkeer in 1173 gaf hij een soort interview, wat leidde tot een niet door hem geschreven, maar wel in de eerste persoon verteld reisverslag.

Hij heeft veel aandacht voor het joodse leven in de door hem bezochte steden en identificeert allerlei moderne plaatsen met plekken uit de Bijbel. Dat doet hij, naar huidige inzichten, niet altijd accuraat.

Lees verder “Benjamin van Tudela in Libanon”

Sidon en Tyrus in 1047

Sidon, Vrijdagsmoskee

Zoals ik al eens vertelde, kwam de Perzische dichter en filosoof Nasir Khusrau (1004 – ca. 1080), in 1047, op doorreis naar Mekka, door het huidige Libanon. Van zijn zevenjarige reis door de Levant, Arabië en Egypte deed hij verslag in de Safarname, “het boek der reizen”. Het is een waardevolle bron voor de tijd vóór de Kruistochten. Ik vertelde al over zijn bezoek aan Tripoli en Beiroet. Vandaag gaan we verder naar het zuiden.

Sidon

Van Beiroet gingen we verder naar de stad Sidon, eveneens aan zee. Ze verbouwen daar veel suikerriet. De stad heeft een goed gebouwde stenen stadsmuur met vier poorten. Er is een mooie Vrijdagsmoskee, zeer aangenaam gelegen. Het interieur is helemaal bedekt met matten met allerlei gekleurde motieven.

Lees verder “Sidon en Tyrus in 1047”

Wat is een nahiru?

Nijlpaard in de dierentuin van Antwerpen: een nahiru?

De Assyrische koning Tiglat-Pileser I regeerde veertig jaar, van 1115 tot 1076 v.Chr. Zijn koninkrijk had de chaotische overgang van de Bronstijd naar de IJzertijd, traditioneel geassocieerd met de Zeevolken, vrij goed doorstaan, maar in het westen was het rijk van de Hittieten gedesintegreerd. Nieuwe, kleinere politieke eenheden namen de macht over. Historici noemen het de Neo-Hittitische koninkrijkjes, of ook wel de Arameeërs. De onrust in het westen dwong Tiglat-Pileser tot interventie, niet minder dan veertien keer.

Veldtocht naar zee

De campagnes waren meestal extreem gewelddadig, maar niet altijd. Een expeditie rond het jaar 1000 v.Chr. vermeldt in elk geval niet de wreedheden die voor andere jaren wel worden genoemd. Hij rukte eerst op naar Homs in het huidige Syrië en reisde daarvandaan naar de Middellandse Zee, door de vallei die nu de grens is tussen Libanon en Syrië. Zo bereikte hij Amurru, de kuststrook. Tiglat-pileser was de eerste Assyrische vorst die de zee bereikte en daar was hij overduidelijk trots op. De boottocht was het hoogtepunt van zijn reis.

Lees verder “Wat is een nahiru?”

Judea en zijn buren: politiek

Judea

Een tijdje geleden blogde ik over Judea – of beter, het gebied dat ooit geregeerd was geweest door koning Herodes. Dat bestond om te beginnen uit het eigenlijke Judea, dus de regio rond Jeruzalem, met in het zuiden Idumea en in het noorden Samaria. Deze drie delen vormden ongeveer de helft van het koninkrijk, en na Herodes’ dood (5/4 v.Chr.) kwamen ze in handen van Herodes Archelaos. Die regeerde er een jaar of tien als ethnarch, “volksleider”, waarna het gebied in Romeinse handen kwam. Terwijl Jeruzalem het belangrijkste centrum was van de joodse godsdienst, was het bestuurlijke centrum de stad Caesarea. Die stad had geen uitgesproken joods karakter. Ik kom daarop terug in het volgende blogje.

Het koninkrijk van Herodes was echter groter dan het gebied dat Archelaos erfde. In het oosten lag de Peraia, “overkant”, een smalle strook land aan de overzijde van de Jordaan en Dode Zee, en in het noorden lag Galilea. Zoals ik al eens vertelde, regeerde hier Herodes Antipas, met als hoofdsteden Sepforis en Tiberias – ook geen heel joodse steden. Tot slot lagen in het noordoosten de Golan en de Hauran, een weinig herbergzaam gebied ten zuiden van Damascus. Hier heerste Filippos, wiens residentie Panias was, gewijd aan de Griekse god Pan. Antipas en Filippos heersten elk over een kwart van de bezittingen van koning Herodes, en hun titel was tetrarch, “heerser over één vierde”.

Lees verder “Judea en zijn buren: politiek”

De laat-Romeinse religie

Deze Mithrasgroep uit Sidon toont dat de oude religie nog bestond in de laatste jaren van de vierde eeuw.

In Een kennismaking met de oude wereld noemen De Blois en Van der Spek de doorbraak van het christendom als een van de wezenlijke kenmerken van de Late Oudheid. Dat lijkt me correct, al zou het misschien beter zijn te spreken van de doorbraak van de orthodoxie. Christus had al heel lang talloze vereerders en zelfs degenen die Christus niet vereerden, ontkenden niet dat het ging om een van de vele bovennatuurlijke entiteiten. (Nu ik dit schrijf, vraag ik me af of degenen die de eerste christenen vervolgden, de aan Christus toegeschreven meer-dan-menselijke eigenschappen ontkenden. De Romeinen vervolgden ook joden, astrologen en Isisaanhangers en ik kan me niet herinneren gelezen te hebben dat de magistraten de goddelijkheid van Jahweh, de sterren of Isis in twijfel trokken.) Ook waren vrijwel alle heidenen in de vierde eeuw monotheïsten. Dus misschien moeten we die doorbraak van het christendom wat anders typeren.

Kerstening

Het proces dat zich in de vierde eeuw voltrok, was dat de monotheïsten steeds vaker hun ene god identificeerden met God de Vader en Christus als middelaar accepteerden. Het was minder ingrijpend dan wel wordt gedacht en de weerstand tegen het christendom was zo groot niet.

Lees verder “De laat-Romeinse religie”