Muzikanten uit ZIncirli (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)
Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers: ook dit keer een verzameling van berichtjes die mijn aandacht trokken. Niet per se het belangrijkste nieuws, niet per se belangrijk, niet per se nieuws.
Muziek!
Het eerste artikel begrijp ik eerlijk gezegd niet tot in detail, maar wat ik wel denk te begrijpen is dat muziek in Bronstijd-Ugarit en India vergelijkbaar klonk. Een en ander valt af te leiden uit het in Ugarit gevonden lied “De bruiloft van Nikkel en Yarich” en de Indische Rig-Veda.
Een van de voordelen van een eigen blog is dat je je volgers nog eens om advies kunt vragen. Ik ben op zoek naar een woord.
Hierboven ziet u een van de beroemdste reliëfs uit de Bronstijd: het stelt de god Baäl voor, de regengod van Ugarit. Hij heeft een knots in de rechterhand en een bliksemschicht in de andere hand. Onder zijn voeten zijn golven, die de verslagen zeegod Yamm weergeven. Het kleine mannetje voor de godheid zal de koning van Ugarit wel zijn, die dit reliëf in de vijftiende eeuw v.Chr. heeft laten vervaardigen en oprichten bij de tempel van Baäl. Daar is dit voorwerp in 1932 opgegraven. Het is nu te zien in het Louvre in Parijs.
Koning Suppiluliuma van Kinalua (Archeologisch museum, Antakya)
De grens tussen Syrië en Turkije loopt als een min of meer rechte lijn van oost naar west, maar vlak voor de Middellandse Zee buigt ’ie ineens naar het zuiden en weer naar het westen. Alsof er ineens iets is weggezakt. Dat iets is vooral de stad Antiochië, gesticht rond 307 v.Chr., Er zijn in dit wegzaksel echter ook oudere nederzettingen. Een daarvan is Tell Tayinat, vanuit Antiochië bezien iets stroomopwaarts aan de Orontes. Het stadje, dat ooit Kinalua heette, was al bewoond in de Vroege Bronstijd en zal wel hebben geprofiteerd van de handel tussen de kust en de verder naar het binnenland gelegen steden als Karchemiš, Aleppo en Mari.
Zoals op deze blog wel vaker verteld, raakte het Bronstijdsysteem na 1200 v.Chr. in de problemen (de “Zeevolken”). Het rijk van de Hittieten, waartoe Kinalua had behoord, ging ten onder. Een nabijgelegen havenstad als Ugarit werd verwoest en verlaten. Kinalua, dat veilig ver van de kust lag, profiteerde ervan en werd nu een belangrijke stad, waar koningen resideerden die regeerden over een vrij grote regio. Aleppo behoorde zeker tot dit IJzertijdkoninkrijk, mogelijk ook Hama, dat 200 kilometer zuidelijker lag.
Misschien herinnert u zich dat ik een tijdje geleden bezig was met Filon van Byblos. Dat is een Grieks schrijvende auteur uit de Romeinse tijd die schreef over de mythen van het oude Fenicië. Zijn driedubbele identiteit is al interessant, net als de Fenicische verhalen. Die documenteren enerzijds een godsdienst die naast het Jodendom heeft bestaan, en anderzijds een tussenschakel was tussen het oude Nabije Oosten en Griekenland. Maar het meest boeiend is hoe die informatie tot ons is gekomen.
Bestond Sanchouniathon?
De zeven fragmenten van Filon van Byblos, die leefde rond 130 na Chr., zijn overgeleverd door de christelijke auteur Eusebios, twee eeuwen later. Misschien heeft die Filon niet zelf gelezen en citeert hij een uittreksel door de filosoof Porfyrios, maar dat laat ik even rusten. Filon claimt nergens dat hij zelf de Fenicische mythen heeft gelezen: hij vertelt alleen maar na wat hij las bij een zekere Sanchouniathon. Die zou hebben geleefd in de tijd van de Trojaanse Oorlog, dus zeg maar rond 1200 v.Chr., en op zijn beurt weer ene Taäutos navertellen.
De Mykeense “warrior vase” uit de twaalfde eeuw; deze mensen zwierven als piraten uit (“Zeevolken”) (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)
In 2014 publiceerde de Amerikaanse archeoloog Eric Cline een boek over de instorting van het Bronstijdsysteem: 1177 BC. The Year Civilization Collapsed. De titel verwijst naar het jaar waarin farao Ramses III een groep migranten versloeg die oudheidkundigen sinds de negentiende eeuw aanduiden als Zeevolken. Als ik pedant constateer dat het jaartal vermoedelijk niet klopt, is dat om te illustreren dat we over deze periode heel veel niet weten. De dataschaarste die het centrale thema is van de geschiedtheorie, is nog groter dan anders voor de transitie van Bronstijd naar IJzertijd. Desalniettemin kon Cline in 1177 BC vertellen dat klimaatveranderingen, droogte, veranderingen in de economie en migratie een rol speelden, en ook hypercoherentie: de diverse delen van de Bronstijdwereld waren zó intensief met elkaar verbonden dat problemen in pakweg Griekenland gevolgen hadden in Kanaän.
Sterke en zwakke punten
1177 BC was te lezen als antwoord op 2008, toen wereldwijd de hedendaagse, verstrengelde economieën gelijktijdig een crisis indoken. Clines boek werd dan ook een bestseller, vertaald in diverse talen (ook Nederlands). Terecht, want wat Cline over de Late Bronstijd vertelde, was uitstekend gedocumenteerd. En de Late Bronstijd is nu eenmaal fascinerend. Dit zijn sterke punten. Tegelijk: we kunnen geen lessen trekken uit een periode waarover we onvoldoende data hebben. Natuurlijk, in de Oudheid hadden ze ook klimaatverandering, I.D.O.H.Z.O. droogtes, I.D.O.H.Z.O. economische aanpassingen, I.D.O.H.Z.O. migratie – de data staan toe te constateren dát ze er zijn geweest, maar wie het huidige tijdsgewricht wenst te begrijpen, profiteert meer van hedendaagse data dan van de niet-robuuste data die we hebben over de Vroege IJzertijd.
Een astrolabium (Wetenschapshistorisch museum, Samarkand)
In de reeks Faits Divers deze keer: eerst wat voor de hand liggend gemopper en daarna gelukkig ook leuk nieuws.
Alwéér een petitie
Vorige week hadden we de vierde petitie tegen de aangekondigde sluiting van een oudheidkundig instituut in 2024, deze week de vijfde. Dit keer is Latijn aan de Goethe-universiteit in Frankfurt de bedreigde partij. De petitie is hier. (Het jaar is nog geen drie maanden oud.)
Korte inhoud van het voorafgaande: vorige week was het dus oude talen in Cardiff en u kunt daar nog tekenen. In februari waren de geesteswetenschappen in Kent aan de beurt, in januari betrof het archeologie in Helsinki en klassieke talen in Kingston, in december ging het om de sluiting van de archeologische opleiding in Leipzig en het museum van Ename, in november wist een petitie problemen rond het schoolvak Grieks in Vlaanderen te voorkomen, in september was er politieke druk op het Egyptisch Museum in Turijn en in juni dreigde sluiting voor het museum Ermelo (maar dat blijft vooralsnog open).
In het eerste deel toonde ik hoe de legende van Sint-Joris via de legende van Sint-Theodorus teruggaat op het verhaal over Perseus. Maar het is ouder.
De groene man
Nog niet zo heel lang geleden waren er in het Midden-Oosten cultusplaatsen die werden gedeeld door christenen en moslims en soms ook door druzen en joden. Dat is niet zo vreemd. De grenzen tussen godsdiensten zijn niet overal en altijd scherp. In Libanon bestond lange tijd de gewoonte dat moslims, vóór de pelgrimage naar Mekka, de zegen kwamen vragen van de dorpspriester. Want waarom ook niet? Het had eeuwenlang reizigers beschermd, dus zo’n gebruik schaf je niet af. Moslims lieten zich ook weleens dopen, niet om christelijk te worden, maar omdat het doopsel kwade geesten op afstand hield. Ook dat was eeuwenlang goed gegaan, ook dat schafte je niet af. En in elk dorp waren de kinderen islamitisch ten tijde van het Suikerfeest en christelijk met Pasen. Je geloof is waar snoep valt te halen.
De proloog van het Evangelie van Johannes: ἐν ἀρχῇ ἦν ὁ λόγος, met een spiritus asper op ὁ en driemaal een spiritus lenis (Byzantijns Museum, Athene)
Het alfabet heeft een lange geschiedenis. Het lijkt erop dat het is ontstaan in Egypte, waar niet-Egyptische arbeiders voor korte notities enkele hiërogliefen namen. Hun aantekeningen zijn gevonden in de Wadi el-Hol, al zijn niet alle onderzoekers het eens over de interpretatie. Die krassen dateren uit de tijd van Egyptische Middenrijk. De volgende stappen brengen ons via de Sinaï naar plaatsen als Lachis in de Levant en vervolgens naar het Ugarit van de Late Bronstijd. In de Vroege IJzertijd vinden we teksten van aanzienlijke lengte in de steden van Fenicië, zoals het grafschrift van koning Ahirom van Byblos. Dit is het beroemde Fenicische alfabet.
Tot dan toe noteerde men vooral medeklinkers. Het Hebreeuwse, het Aramese, het Punische en een groep fascinerende, nog niet zo lang begrepen zuidelijke alfabetten gaan op dat klinkerloze Fenicische alfabet terug. Ook de Grieken namen de Fenicische tekens over, maar zij pasten het aan om klinkers te noteren: alfa, epsilon, èta, jota, omikron, ypsilon, omega. Wat anderen uitvonden, deden de Grieken beter, zoals Plato ergens zegt. De Etrusken, Romeinen en Kelten namen dat Griekse alfabet weer over en momenteel is het Romeinse alfabet in feite de wereldwijde standaard. Zeker, u kunt met uw tekstverwerker Chinese, Japanse of Koreaanse karakters typen, maar de onderliggende software is geschreven in het Latijnse alfabet.
Mot, de antiheld uit het Fenicische scheppingsverhaal (relief uit Ugarit; Archeologisch museum van Aleppo).
U heeft nog ongeveer een week om naar de Byblos-tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden te gaan. Misschien is het leuk nog één keer over Byblos te bloggen en daarvoor neem ik nog een citaat uit de Fenicische Geschiedenis van Filon van Byblos. De expositie legt de nadruk vooral op de Bronstijd, wat een perfect te verantwoorden keuze is, maar bij elke keuze vallen dingen overboord. Zoals de aanwijzingen die we hebben voor de godenverhalen die circuleerden.
Aanwijzingen. Méér is het niet. Over Filon heb ik al verteld dat hij een Griekstalige Romein was die schreef over het oude Fenicië. Zijn geschiedwerk bevatte euhemeristische delen, dat wil zeggen dat Filon – op gezag van een eerdere auteur Sanchouniathon? – de goden presenteerde als verdienstelijke stervelingen. Dit is een hellenistische interpretatie van de aloude mythen, maar dat laat onverlet dat die mythen dus wel ouder zijn en kunnen teruggaan op de IJzer- of Bronstijd.
Kleitablet uit Ugarit met een deel van de mythe van Baäl (Louvre, Parijs)
Ik wil niet altijd op alle slakken zout leggen en daarom blog ik niet over alle minder dan optimale informatie over de Oudheid. In 2014 was 40% van de nieuwsberichten aantoonbaar onjuist; ik denk dat het percentage onzinnige, overdreven of ongenuanceerde berichten inmiddels hoger ligt. Lees het waarom maar in De Volkskrant.
Zo was er onlangs de claim – hier in Trouw en daar in De Morgen – dat een vloektablet de oudste vermelding zou bevatten van de godsnaam Jahweh. We hoeven er geen aandacht aan te besteden. De kop (“Is dit vloektablet de oudste tekst ooit waar de God van de Bijbel op staat?”) maakt al duidelijk waarom. Immers, de Wet van Betteridge is van toepassing.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.