Byblos in verval

Fenicische stadstoren in Byblos

“Kleine staten”, zo lees ik in Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, “konden profiteren van de verzwakking van de grote mogendheden”. De auteurs hebben het over de eeuwen na de verzameling problemen die we aanduiden als de Zeevolken-crisis. De Bronstijd kwam ten einde, de IJzertijd begon.

De stadstaten in Syrië werden weer zelfstandig, hoewel er zich soms nieuwe bewoners gevestigd hadden. In sommige stadstaten heersten vorstenhuizen van Hethitische origine (bijvoorbeeld in Karkemiš). Wij noemen deze rijkjes neo-Hethitische vorstendommen. In andere steden kwamen Aramese dynastieën aan de macht.

Nieuwe bewoners?

Ik weet niet of ik het zo zou schrijven. Ik ben er althans zo zeker niet van dat er nieuwe bewoners waren in de oude steden. Voor de Arameeërs is vaak betoogd dat ze geen nieuwe bewoners waren, maar allang woonden in de regio waar ze in de Bronstijd niet opschreven wat in het Aramees was gesproken. Vergelijk het met Nederland en Vlaanderen in de Vroege Middeleeuwen: in de Merovingische en Karolingische kanselarijen schreef men Latijn, maar de mensen spraken Oudnederlands.

Lees verder “Byblos in verval”

Filon van Byblos

De mythe van Ba’al en Mut uit Ugarit (Louvre, Parijs)

In de eerste helft van de tweede eeuw n.Chr. publiceerde een zekere Filon van Byblos een Geschiedenis van Fenicië. Het werk, dat gebaseerd zou zijn op een ouder overzicht van de oosterse mythologie van een zekere Sanchuniathon, is vrijwel geheel verloren gegaan, maar wordt geciteerd door auteurs als Porfyrios en Eusebius. Als Filon werkelijk toegang heeft gehad tot een overzicht van Fenicische mythen, bieden die fragmenten waardevolle informatie over de Kanaänitische religie. Hier hebben we de verhalen van de priesters van Ba’al waartegen de bijbelse profeten het opnamen.

Gruppe versus Albright

Het probleem met Filons Geschiedenis van Fenicië is al lang geleden door de Berlijnse godsdiensthistoricus Otto Gruppe herkend: sommig materiaal oogt eerder Grieks dan oosters en Sanchuniathon zou een verzinsel zijn. Omgekeerd hechtte de Amerikaan William Albright onverkort geloof aan Filons betrouwbaarheid. Daarvoor pleit bijvoorbeeld dat de naam Sanchuniathon ofwel Sknytn, “de god Sakan heeft geschonken”, is gedocumenteerd in de Punische stad Hadrumetum. Veel belangrijker is dat er parallellen zijn met de Kanaänitische mythologie die bekend is geworden met de ontdekking van de kleitabletten uit Ugarit.

Lees verder “Filon van Byblos”

Xerxes’ non-comeback

Een Fenicisch oorlogsschip op eens munt uit Byblos (Nationaal Museum, Beiroet)

In 480 v.Chr. probeerde de Perzische koning Xerxes de Griekse stadstaten te onderwerpen. Hij veroverde Thessalië, zegevierde bij Thermopylai en Artemision, onderwierp Boiotië en verwoestte Athene. Ik heb er al eens over geblogd. Zijn vloot leed echter een nederlaag in de haven van Athene – de zeeslag bij Salamis – en daarop keerde Xerxes terug naar Klein-Azië. De slag bij Salamis geldt daarom als keerpunt in deze oorlog, ja als een gebeurtenis van wereldhistorische betekenis. Dat laatste is onzin, zoals ik hier uitleg, maar het eerste, tja, eigenlijk is het maar de vraag of Salamis zo belangrijk was.

Logistiek?

De grote, onoplosbare vraag is namelijk waarom de Perzen de winter niet benutten om hun vloot, die met 300 of 400 oorlogsbodems nog ruimschoots was opgewassen tegen de Griekse, verder te versterken en waarom ze niet profiteerden van het feit dat in het voorjaar van 479 de Atheners en Spartanen ruzieden over de te volgen koers.

Eén verklaring is dat het voor de Perzen onmogelijk was in de winter voldoende voedselvoorraden op te bouwen. Als dit correct is, was niet de zeeslag bij Salamis beslissend voor de uitkomst van de oorlog. Dan ligt de oorzaak van de Griekse overwinning vooral in de logistiek. De Perzen konden tegenover de technisch superieure Grieken alleen superieure aantallen stellen, maar die veronderstelden onmogelijk grote voedselvoorraden. De operatie moest zijn afgerond voor het einde van het vaarseizoen. De late zomer van 480 was de enige kans die de Perzen hadden gehad, stormen hadden het succes belet en Salamis was de klap geweest die ze niet meer te boven kwamen.

Lees verder “Xerxes’ non-comeback”

Mykale en de Feniciërs

Perzisch kapiteel uit Sidon, waar de Perzisch vloot een van zijn voornaamste bases had (Nationaal Museum, Beiroet)

De zeeslag bij Salamis, een eiland voor de kust van Athene, geldt als een keerpunt in de wereldgeschiedenis. De Perzen hadden in de zomer van 480 v.Chr. de Griekse vloot bij Artemision verslagen en het Griekse leger bij Thermopylai, hadden de macht overgenomen in Midden-Griekenland en hadden Athene ingenomen. Ze moesten alleen de resterende Griekse schepen nog verdrijven van Salamis om onverstoord gebruik te kunnen maken van de havens van Athene en door te stoten over de istmus van Korinthe. Het mocht niet zo zijn: de Griekse vloot versloeg de Perzische, waardoor de Perzen hun aanvoerlijnen over zee niet veilig hadden weten te stellen voor de winter inviel. De terugtocht was onvermijdelijk en volgens de negentiende-eeuwse interpretatie overleefde zo de Griekse cultuur deze aanval van barbaarse Aziatische horden.

Dat dit kwakgeschiedenis is, heb ik in februari al eens beschreven en in augustus nog eens. En het komt ook aan de orde in mijn nieuwe boek, Xerxes in Griekenland, dat in feite gaat over de wijze waarop het verleden, doordat oudheidkundigen kwakhistorici niet beter tegenspreken, de laatste tijd is gepolitiseerd. Als u mijn schrijfsels moe bent, leest u Max Webers “Kritische Studien auf dem Gebiet der kulturwissenschaftlichen Logik” (1905) maar. Waar het mij vandaag om gaat is een simpel krijgshistorisch probleem: waarom keerden de Perzen niet terug? Hun leger was onverslagen, hun vloot was nog intact. De schepen lagen in de winter in Kyme, waar ze werden opgekalefaterd. Vermoedelijk was de Perzische vloot, die bestond uit zwaardere en snellere schepen dan de Grieken konden inzetten, ook nog steeds numeriek superieur aan de Griekse zeestrijdmacht. Simpel gezegd: de beslissing viel niet bij Salamis maar in de winter erna.

Lees verder “Mykale en de Feniciërs”

Enge baby’s

Beeld van een baby met vogel uit Bustan-esh Sheikh (Nationaal Museum, Beiroet)

In het jaar 310 v.Chr. belegerde Agathokles, de alleenheerser van Syracuse, Karthago. De bevolking van de stad begreep al snel dat ze goddelijke steun nodig had en besloot tot een dramatisch offer. Diodoros van Sicilië schrijft daarover dit:

Ze kozen tweehonderd kinderen uit de voornaamste families en offerden die in het openbaar. Niet minder dan driehonderd anderen, die ergens van waren beschuldigd, offerden zich vrijwillig. In de stad stond een bronzen beeld van Baal Hammon, met naar de grond toe uitgestrekte handen, de handpalmen naar boven, zodat een kind dat daarop was geplaatst er vanaf kon rollen en in een soort vurige put kon vallen.

Er bestaan reconstructies waarin het beeld van Baal Hammon een beestachtige kop heeft met een grote openstaande bek, zodat de armen – bewogen door middel van kettingen – konden dienen als een soort scheplepel om de kinderen omhoog te tillen en via de muil in het vuur te laten vallen. Dat is een wel erg fantasierijke uitleg van Diodoros’ beschrijving, die zo al naargeestig genoeg is. Lees verder “Enge baby’s”

Feniciërs, Assyriërs en Egyptenaren

Sargon op een reliëf uit Kition (Pergamonmuseum, Berlijn)

Als je op de hellingen van het Libanon-gebergte staat kun je bij zonsondergang, met een beetje geluk, de bergen van Cyprus herkennen: een dunne zwarte lijn aan de horizon. Het is gemakkelijk te begrijpen waarom de Feniciërs van Akko, Tyrus, Sidon, Berytus, Byblos en Aradus zich aangetrokken voelden tot het eiland in het westen, dat zo rijk was aan koper en hout.

Rond 820 v.Chr. namen de Tyriërs – om redenen waarover ik eerder deze week schreef – de verlaten stad Kition over. Het werd al snel een knooppunt in het Fenicische handelsnetwerk, dat een voortzetting was van het systeem uit de Bronstijd. Vanaf Cyprus zouden de Fenicische schepen varen naar Sicilië, naar Karthago en verder. Cyprus was nu weer verbonden met Egypte, Fenicië, Griekenland, Italië en het westelijke Middellandse Zee-gebied.

Lees verder “Feniciërs, Assyriërs en Egyptenaren”

Stervende goden

Melqart (Deens Nationaal Museum)

In de negentiende eeuw was het simpel. Antieke religie had iets te maken met de natuur en met vruchtbaarheid. Het idee was dat godsdienst zou zijn ontstaan om te verklaren wat men niet wist. Wisselden de seizoenen? Er was ergens een godheid aan de gang. Blikseminslag, watersnood, aardbeving? Er was ergens een godheid aan de gang. Misoogst? Er was ergens een godheid aan de gang. Zwangerschap en geboorte? Zorg maar dat er een godheid voor je aan de gang ging om het nieuwe leven te beschermen.

Althans, zo zagen de negentiende-eeuwse wetenschappers het. Hun aanname was dat de mensen in de Oudheid net zo nieuwsgierig waren als zijzelf, en dat staat vanzelfsprekend nog maar te bezien. Een andere aanname was dat mensen in de Oudheid net zo geobsedeerd waren door seksualiteit als de victorianen en ook dat is slechts een aanname.

Lees verder “Stervende goden”

Sarcofaag en masker

Romeinse sarcofaag, Tripoli

In een poort in het Kruisvaarderskasteel dat boven de Libanese stad Tripoli uittorent, staan enkele grauwe Romeinse sarcofagen opgesteld. Ik weet niet hoe ze er zijn gekomen en kan ze niet preciezer dateren dan in de eerste drie eeuwen van onze jaartelling, maar ik weet toevallig wel dat plunderaars de bovenstaande sarcofaag hebben beschadigd door te proberen met een slijptol de zes afbeeldingen los te maken van de rest van de lijkkist.

Met hun flaporen, grijnslach en gestileerde kapsel ogen de mensen wat klungelig geportretteerd. Ik had nog nooit zoiets gezien. Dat wil zeggen: op een Romeinse sarcofaag. Maar zó vreemd zijn deze portretjes niet: ze lijken te staan in een oudere traditie, zoals u hieronder ziet.

Lees verder “Sarcofaag en masker”

Een ruiter uit Byblos

Fenicisch ruiterbeeldje (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Nog even een kleinigheidje uit Byblos, de havenstad waarover ik onlangs heb geblogd: een beeldje van een ruiter. Het is tegenwoordig te zien in de zwaar onderschatte Koninklijke Musea voor Kunst- en Geschiedenis in Brussel. Kijk hier even wat u, als u daar nog nooit bent geweest, allemaal hebt gemist.

Dit soort beeldjes zijn niet uniek. Ze dateren uit ongeveer 700 v.Chr. en zijn ook gevonden in Amrit in het zuiden van Syrië, het antieke Marathous. Ik lees dat kunsthistorici vermoeden dat er Grieks-Cypriotische invloeden in deze beeldjes zijn te herkennen, en dat is zowel interessant als logisch. In deze tijd zijn er immers allerlei Levantijnse invloeden in Griekenland, met het alfabet als bekendste voorbeeld, dus het viel te verwachten dat er ook Griekse invloeden zijn geweest in de Levant.

Lees verder “Een ruiter uit Byblos”

Fenicische identiteiten

Melqart, beeld uit Idalion (British Museum, Londen)

Soms vraag je je af of de wereld gek is geworden. Ik had die ervaring met Josephine Quinns eerder dit jaar verschenen boek In Search of the Phoenicians. Bij vrijwel elk hoofdstuk had ik, vrij naar Louis van Gaal, in de marge willen schrijven “Ben ik nou zo slim of is de schrijfster zo dom?” Dat is een hard oordeel over een boek, maar mijn bezwaren zijn dan ook vrij principieel: ze valt een stelling aan die niemand verdedigt en ze werkt toe naar een conclusie die haar vertrekpunt had behoren te zijn. Ik begrijp niet waarom dit boek is uitgegeven.

Eerst de stelling die niemand verdedigt: dat de Feniciërs zichzelf hebben beschouwd als één volk. Dat volk zou dan door de Grieken zijn aangeduid als “Feniciërs” en door de betrokkenen zelf als “Kanaänieten”. De laatste die iets in deze zin heeft gezegd is de grote oudheidkundige Sabatino Moscati (1922-1997). Niet de geringste, maar wel iemand van twee wetenschappelijke generaties geleden. Moscati had in de eerste helft van de vorige eeuw wat voorgangers en via die voorgangers speelde het idee van een Fenicisch volk een rol in de politiek van Libanon en Tunesië, waar het nog altijd kan opduiken. Ook is er hier of daar nog wel een oudheidkundige navolger, maar in feite is het idee wetenschappelijk even dood als andere negentiende-eeuwse denkbeelden. Quinn vermeldt de onderzoekers die het denkbeeld hebben gesloopt.

Lees verder “Fenicische identiteiten”