De waarheid in Leiden

Witte zwanen en (in de vitrine) een zwarte zwaan

Het Boerhaavemuseum is het wetenschapshistorisch museum van de in de wetenschapsgeschiedenis zeker niet onbelangrijke stad Leiden. Momenteel is er een expositie over de waarheid: u weet wel, het doel van al dat getwijfel waaraan wetenschappers hun levens wijden. De tentoonstelling behandelt allerlei aspecten: bewijsvoering, blijken van betrouwbaarheid, afbeeldingen om de waarheid te verspreiden, de authenticiteit van data (geïllustreerd aan de hand van een gerestaureerde Griekse vaas), dwalingen, politieke inmenging, expertise, datafraude (de “Würzburger Lügensteine”), de vraag wiens verhaal wordt verteld, leugendetectie en de relatie met fictie.

Ik sla met deze opsomming nog het een en ander over, maar de selectie zal voldoende zijn om u duidelijk te maken dat dit een rijke expositie is. De voorwerpen zijn interessant en goed gekozen; er is duidelijke uitleg; de expositie is toegankelijk voor mensen met een handicap of hyperacusis. En vooral: er is een fantastische uitsmijter, namelijk een bord waarin het museum aan zichzelf twijfelt en mensen oproept ook de eigen gedachten in twijfel te trekken. Er is nog meer moois en interessants te prijzen, dus gaat dat zien.

Uitsmijter (ik weet niet of de waarheid wel zo vaak in het midden ligt, want dat hangt af van je waarheidstheorie)

Wat is waarheid?

Een goede expositie zet aan tot verder nadenken. Wat ik miste (of over het hoofd heb gezien) is een definitie van waarheid. Dat is niet zo vreemd, want daarop bestaan uitlopende visies. Het is in elk geval een uitspraak over een uitspraak. De bekendste visie is de correspondentietheorie van de waarheid en valt te illustreren met een klassiek voorbeeld: over de uitspraak “De lucht is guur en het is vier uur” mogen we de uitspaak doen dat zij waar is indien het werkelijk guur is en vier uur.

Maar er zijn meer visies op waarheid. We kennen ook de coherentietheorie van de waarheid, die erop neerkomt dat iets waar is als het coherent is met (of voortvloeit uit) zaken waarvan we veronderstellen dat ze waar zijn. De op axioma’s gebouwde wiskunde is een voorbeeld. Ook is er de constructietheorie van de waarheid, die behelst dat waarheid slechts een afspraak is, die groeit als mensen dingen interpreteren en erover discussiëren.

Voor elk van die visies valt iets te zeggen. Sterker nog, dat zouden we wat vaker moeten doen. Ik heb er in deze Oudheidblog weleens op geattendeerd dat archeologen bij voorkeur, hoewel niet uitsluitend, werken met de correspondentietheorie, terwijl oudheidkundigen die zich bezighouden met teksten, vaker de coherentietheorie veronderstellen. Oudheidkundige discussies over interdisciplinariteit zijn daardoor nogal eens een dialoog tussen doven. Of beter: terwijl slechthorenden gebarentalen hebben ontwikkeld, streven classici en archeologen niet langer naar het ontwikkelen van het wetenschappelijk equivalent van zo’n gebarentaal. Sinds de invoering van de onderzoeksscholen communiceren de institutioneel gescheiden oudheidkundige bloedgroepen immers onvoldoende, streven ze niet langer naar een gedeelde visie op de waarheid en is er onenigheid over de aard van een oudheidkundig bewijs (voorbeeld).

Twee van de Würzburger Lügensteine.

Wat is wetenschap?

Mij verontrust dat. Binnen het deel van de wetenschap dat ik overzie bestaat inmiddels een forse tegenstelling tussen enerzijds wat wetenschap behoort te zijn, namelijk samen twijfelen om de waarheid te benaderen, en anderzijds het reëel bestaande wetenschappelijk bedrijf. Dat komt neer op de welhaast fabrieksmatige aanmaak van artikelen die

  • óf alle relevante data bevatten over een betekenisloze trivialiteit,
  • óf wel een zeker betekenis hebben maar relevante data negeren.

Linksom of rechtsom helpen zulke artikelen ons niet verder. Scherper geformuleerd: ik vraag me sinds de instelling van de onderzoeksscholen steeds vaker af of onderzoekers überhaupt kunnen zoeken naar de waarheid. Ik heb vertrouwen in de goede bedoelingen, maar die zijn evident onvoldoende. Zoals ik het zie wordt de speurtocht naar de waarheid geblokkeerd door de structuur van de wetenschap. Wellicht is dat een onderwerp voor een vervolgtentoonstelling in het Boerhaavemuseum.

[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

Deel dit:

14 gedachtes over “De waarheid in Leiden

  1. FrankB

    Waarom zouden de correspondentietheorie en de coherentietheorie elkaar moeten uitsluiten? Neem nou de zwaartekrachtstheorie van Newton. Voorwerpen vallen altijd naar beneden, planeten draaien om de Zon. De waarheid daarvan nemen we waar. Dat is correspondentie. Vervolgens hebben we leuke formules met grootheden als kracht en energie. Die nemen we níét waar. We gebruiken bv. de veerunster. Die meet geen kracht maar uitrekking. De waarheid van de metingen berust op coherentie – om precies te zijn de Wet van Hooke.
    Ik zie correspondentie en coherentie dan ook als noodzakelijke en niet als voldoende voorwaarden. Voeg daar consistentie aan toe. Zowel relativiteitstheorie als quantummechanica voldoen aan beide voorwaarden. Helaas spreken ze elkaar op onderdelen tegen. Dus minstens één is onwaar.

    1. Er is tussen de waarheidstheorieën geen rivaliteit: het zijn visies op de wijze waarop we komen tot een uitspraak over een uitspraak, en ze sluiten elkaar inderdaad niet uit.

      Maar was beter als wetenschappers wisten dat niet elke discipline dezelfde voorkeuren heeft. Als historici door coherentie komen tot een bepaalde hypothese, eisen archeologen nogal eens dat de vondsten het bevestigen (= correspondentie). Dat is een overschatting van de kennis die we uit het bodemarchief kunnen halen, want hoe rijk dat ook is, het is nooit compleet genoeg.

      De discussie is na de instelling van de onderzoeksscholen ten einde gekomen. Dat hangt samen met de archeologische wetgeving, die de archeologie meer financiën gaf (hoera!), maar tegelijk afzonderde: ook zonder werkelijk inhoudelijke dialoog met andere disciplines kwam het geld wel binnen en functioneerde het archeologisch bestel. Inmiddels staat ze intellectueel geïsoleerd en bouwt ze voort op denkbeelden die vanuit andere vakgebieden zijn ondergraven.

      Het punt van mijn blogje is: de expositie, hoe goed ook, sloeg over dat de structuur van de wetenschap de zoektocht naar waarheid hindert. Daardoor is de expositie, die ik heb bekeken met plezier en met vrucht, uiteindelijk wat braaf.

        1. Philippe Van Acker

          Maar ze kunnen wel tot een afspraak komen hoe de discussie dient gevoerd te worden.
          Er ligt mij al lang iets op mijn lever. In de blogjes van Jona komt regelmatig naar voor: we weten het of we weten het niet. Volgens mij zij zijn daar echter veel gradaties tussen. En ik heb precies nog nergens een aanzet gezien om deze gradaties volgens één of andere systematiek te karakteriseren. Nochtans zijn er voorbeelden van dergelijke systematieken en dan nog wel in de “exacte” wetenschappen, waar je nu niet direct gradaties van onzekerheid zou verwachten. Ik verklaar me nader. Beroepsmatig was ik goed thuis in de laboratoriumwereld. Ondertussen gepensioneerd probeer ik mijn achterstand qua menswetenschappen een stukje goed te maken. In de laboratoriumwereld is het begrip “meetonzekerheid” goed ingeburgerd. Als jong exact wetenschapper was het voor mij verbijsterend om te ontdekken dat “dé meetonzekerheid” niet bestaat. De meetonzekerheid die bij elk resultaat zou moeten opgegeven worden is het resultaat van een afspraak, afspraken die vastgelegd zijn in normen, normen die evolueren in de tijd. Wanneer wij als lab gecontacteerd werden door advocaten om metingen te doen in kader van een gerechtelijk onderzoek, het waarheidszoeken bij uitstek, dan hadden wij de grootste problemen om meetonzekerheid uitgelegd te krijgen. Een bewijs voor de rechtbank kan niet een beetje waar zijn. Onze eerste opdrachten voor advocaten kregen wij dan ook niet betaald. Ten einde raad accepteerden wij nog enkel opdrachten van advocaten mits contractueel vastgelegd dat eerste de meetonzekerheid zou bepaald worden volgens een methode waar zij zich akkoord mee verklaarden. Om een lang verhaal kort te maken: er bestaan systematieken om om te gaan met “een beetje waarheid” en dan vraag ik me af of dit niet bestaat in de geschiedeniswetenschappen, en zo nee, waarom we er dan niet mee beginnen om zo’n systematiek te ontwikkelen. De wijze waarop is al voorgedaan in de laboratoriumwereld.

          1. “Maar ze kunnen wel tot een afspraak komen hoe de discussie dient gevoerd te worden.”

            Helaas gebeurt dat dus niet.

            “ik heb precies nog nergens een aanzet gezien om deze gradaties volgens één of andere systematiek te karakteriseren.”

            Ik ben momenteel al blij dat vooral paleografen zich ervan bewust worden dat ze hun zekerheid als percentage kunnen aangeven. En ja, dat veronderstelt weer aannames waarover te discussiëren valt. Archeologen zijn wat dat betreft, doordat een koolstofdatering geen datering is maar een kans op een datering die als percentage is aan te geven, een stap verder.

            Of heb ik je nu niet goed begrepen?

            1. Philippe Van Acker

              Jawel, maar het gaat verder dan enkel de onzekerheid op de laboratorium-technieken in het geschiedenis-instrumentarium. Ook de wet van het getal speelt: de hoeveelheid data die je claim onderbouwen, het aantal verschillende instrumenten die je claim onderbouwen. Dan zou je misschien tot een schaal kunnen komen waarmee je het waarheidsgehalte van je claim kwalificeert. De wijze van kwalificeren leg je vast in een “norm”, een “norm” die met collegae regelmatig gereviewed wordt.

        2. Ben Spaans

          Dan zouden beleidsmakers niet ‘The Science is settled’ en dergelijke kreten moeten promoten…🤔

          1. Ik zou anno vandaag de dag al blij zijn als ze zoveel respect zouden hebben voor de wetenschap. Maar het interesseert ze gewoon niet of iets feitelijk waar is of niet.

            Wat overigens nog net wat minder erg is dan het KNAW-lid dat in corona-tijd een interview gaf en zei blij te zijn dat de politiek eindelijk eens luisterde naar de wetenschap. De domme arrogantie, de volstrekt hufterige domme arrogantie.

  2. Jort Maas

    Ah, die expositie moet ik zeker bezoeken. Ik heb nu al een heleboel vragen maar geen tijd om iets zinnigs op te schrijven.

  3. Simon Tom

    Interessant boek over dit onderwerp: “Vertrouwd met de werkelijkheid” reflecties op het moderne crisisdenken, van Jaap C. Hanekamp.

  4. Simon Tom

    Overigens ben ik, als Christen, “de Waarheid” gaan zien als een Persoon.
    Jezus zegt : “Ik ben de Weg, de Waarheid én het Leven”

  5. Ben Spaans

    Heeft niks met wetenschap en daaraan gerelateerde waarheidsvinding te maken.
    Functionele spam is dit.

Reacties zijn gesloten.