E.P. Wegener (1908-1958) (5)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag het slot van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Papyrologe in Leiden

Na het vertrek van de Duitse bezetters uit Nederland in mei 1945 en de wederopbouw van het universitaire leven in Leiden kwam Prof. Van Groningen binnen de Leidse Universiteit in de gelegenheid voor zijn promota een serieuze functie binnen het in 1935 opgerichte Leids Papyrologisch Instituut te regelen. Eefje Prankje Wegener kreeg een aanstelling om met name het werk aan de zgn. “Berichtigungsliste” (een voor papyrologen wereldwijd werkzaam uiterst belangrijk werk-instrument) van de grond te tillen en voort te zetten.

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (5)”

E.P. Wegener (1908-1958) (4)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag de vierde aflevering van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Register van de huizen in Leiden

De situatie van de universiteit in de oorlog moet van nadelige invloed zijn geweest voor het papyrologische werk van Eefje Prankje Wegener. Voor zover dit nu nog valt na te gaan, had zij na haar promotie geen baan en beschikte zij “dus” over veel “vrije” tijd. Dat kan dan ook de verklaring zijn voor het feit dat ze in de jaren 1944-1945 met ir. H.A. van Oerle aan een geheel andere exercitie is begonnen. Tot op de dag van vandaag is niet bekend, hoe zij in contact is gekomen met de architect Van Oerle, die toen al bekend stond voor zijn grote interesse voor de geschiedenis van Leiden (noot 21). Ook hij beschikte over veel vrije tijd vanwege de schaarste aan opdrachten, waardoor hij alle tijd had voor archiefonderzoek (noot 22). Naar alle waarschijnlijkheid zal het contact via Wegeners universitaire begeleiders tot stand gekomen zijn.

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (4)”

E.P. Wegener (1908-1958) (3)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag de derde aflevering van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Study tour naar Parijs, Londen en Oxford

Vermoedelijk op aanbeveling van haar leermeester Van Groningen kreeg Eefje Prankje Wegener een toelage van het Fruin-fonds om in Parijs, Oxford en Londen bij gerenommeerde papyrologen in de leer te gaan (noot 13). In Parijs werkte ze onder de hoede van Prof. P. Collart, mej. G. Rouillard, mr. A. Dain en Prof. P. Collinet. Zij woonde in Parijs op de Rue de Charonne 94 (XIe arrondissement) (noot 14). In Londen werkte ze samen met mr. Theodore Cressy Skeat (1907-2003). Hij was als curator papyrorum verbonden aan het British Museum. En samen publiceerden zij een in het British Museum bewaarde papyrus voor de eerste keer in een omvangrijk (23 pp.) artikel in The Journal of Egyptian Archaeology 21 (1935), pp. 224-247 (zie hieronder de bibliografie, no. 2).

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (3)”

E.P. Wegener (1908-1958) (2)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag de tweede aflevering van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Middelbare school in Wassenaar

Op 3 juli 1922 arriveerde het gezin op Weteringlaan 4 (later 6). Merkwaardig genoeg staat in het bevolkingsregister bij Eefje Prankje Wegener het huisnummer 9 doorgestreept en is dat vervangen door een 7. Of er sprake is van een verhuizing of een omnummering van de huisnummers is niet duidelijk, maar het adres “Weteringlaan 7” zal later in deze geschiedenis vaker opduiken. Verder valt op, dat de Burgerlijke Stand van Wassenaar aanvankelijk enige moeite had met de naam “Prankje”, gezien het feit dat in eerste instantie “Froukje” werd genoteerd; een naams-element dat later (ook al weer) is doorgehaald en vervangen door “Prankje”.

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (2)”

MoM | Muurschilderingen

 

In Leiden is men al een tijdje bezig om op blinde muren schilderingen van natuurkundige formules aan te brengen: Snellius, Huygens, Lorentz, Einstein, Oort, Goudsmit, ze zijn er allemaal, Lorentz zelfs twee keer. Ik vind het een leuk initiatief en weet dat het mensen nieuwsgierig heeft gemaakt. Doel gehaald, project geslaagd. Elders in Leiden zijn op muren gedichten aangebracht. Dat is een even leuk initiatief, maar het pakte wat minder uit. Het bovenstaande Arabische gedicht van de Libanees Adonis is bijvoorbeeld weergegeven in het Engels, als om expats duidelijk te maken dat ze zich niet hoeven verrijken door Nederlands te leren. Wat een haat toch voor onze taal. Niemand mag dan weten waar het graf van Stevin is, de grote Leidse wetenschapper draait zich erin om.

Terug naar de wetenschapsfresco’s, zoals ik ze maar zal noemen: in Utrecht zag ik er ook twee, ter ere van Buys Ballot en Ornstein. Zie mijn vorige blogje. En ik vroeg me af: wat zou je, wetenschapsfrescogewijs, kunnen doen voor de oudheidkunde?

Lees verder “MoM | Muurschilderingen”

Museumverbouwing

Een van de meer toonbare gedeelten van het Rijksmuseum van Oudheden
Een van de meer toonbare gedeelten van het Rijksmuseum van Oudheden

De mooie expositie over Karthago was voorlopig het laatste wat u kon bekijken in het Rijksmuseum van Oudheden. Het was namelijk tijd voor een verbouwing.

Het RMO is een oud museum, al bijna twee eeuwen oud, met een eigen geschiedenis die we vaak voor vanzelfsprekend aannemen. Toch was het ooit een innoverend project. Toen Caspar Reuvens (1793-1835) het bouwde, waren er enkele “eerstes”, zoals een auditorium waar ook het grote publiek kennis kon nemen van de laatste wetenschappelijke inzichten. Ik hoop nog eens te schrijven over het boek dat mijn oud-medestudent Mirjam Hoijtink daarover publiceeerde, Exhibiting the Past (2012), en beperk me hier tot de opmerking dat wat Bill Bryson in A Brief History of Nearly Everything schrijft over de eerste publieksmusea, tekort doet aan de ontwikkelingen op het Europese continent.

Lees verder “Museumverbouwing”

Lugdunum Batavorum

De Latijnse naam van Leiden is Lugdunum Batavorum, “het Lugdunum der Bataven”. Je hoeft geen Latijn te hebben gestudeerd om te weten dat dit onzin is. De stad lag immers in het grensgebied van twee andere antieke stammen: ten zuiden van de Oude Rijn woonden de Cananefaten, wier hoofdstad lag bij Voorburg, en ten noorden van de Rijn woonden de Kleine Friezen, die als voornaamste centrum een heiligdom hadden in de Velserbroek. Als u dat laatste nog niet wist, hoeft u zich niet te schamen, want deze antieke cultusplaats is nog nauwelijks onderzocht. Waar het me nu om gaat is dat u weet dat de Bataven niet woonden in Zuid-Holland, maar in het grote rivierengebied. Hun hoofdstad was Nijmegen. Elk kind leert dat tegenwoordig op de middelbare school, want de limes is een van de “vijftig vensters” van de nationale geschiedeniscanon.

Lugdunum Batavorum is een verzinsel uit de zestiende eeuw. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was in opstand gekomen tegen de Spaanse koning, en de rebellen ontwaarden een parallel tussen hun eigen revolte en de opstand van de Bataven tegen de Romeinen. Op historische landkaarten werd het gebied van de Bataven daarom wat vergroot, zodat het grenzen kreeg die ruwweg leken op die van de Republiek. Zo werd Zuid-Holland met terugwerkende kracht Bataafs.

Lees verder “Lugdunum Batavorum”

Toga-party in Leiden

(©Hielco Kuipers)

Hoewel ik als historicus altijd heb geweigerd me te specialiseren, kan ik toch niet ontkennen dat ik de Oudheid het interessantst vind: Babylon, Egypte, Judea, Griekenland, Rome, de Kelten. Elke maand geef ik daarover een elektronische nieuwsbrief uit waarin ik links opneem naar het oudheidkundig nieuws van de voorgaande weken. Wat me elke maand weer opvalt, is dat met name archeologische persberichten erg inaccuraat zijn. Zo’n 40 procent ervan bevat serieuze onjuistheden, meestal overdrijvingen waarvan je vrij makkelijk kunt zien dat er wordt geprobeerd een financier te behagen.

Als ik hierover vertel aan collega’s, kijken ze me meestal wat meewarig aan. “Dat wisten we allang,” zeggen ze dan, verbaasd over mijn naïviteit. Ze weten dan meestal nog andere voorbeelden te geven, bewijzend dat ze het inderdaad allang wisten en dat ze niet de vermoeid-cynische pose aannemen van de wereldwijze geleerde die het allemaal al heeft gezien en niets meer gelooft. De archeologie heeft een serieus imagoprobleem.

Lees verder “Toga-party in Leiden”