De deurklopper van Reuvens

De deurklopper van Reuvens

In 1818 werd Caspar Reuvens benoemd tot bijzonder hoogleraar Archeologie aan de Universiteit Leiden. De nieuwe leerstoel werd door de minister A.R. Falck omschreven als De kennis der oudheid, opgehelderd uit de overgeblevene gedenkstukken. De meest aangewezen plek voor deze leerstoel was Leiden, alwaar voor dit vak de meeste hulpmiddelen voorhanden zijn. Deze laatste zin verwees naar de circa 150 klassieke oudheden uit het legaat Papenbroek, die sinds 1745 in de orangerie van de Hortus Botanicus stonden opgesteld.

In de ogen van de jonge hoogleraar was deze collectie een aardig begin, maar nog lang niet genoeg om het predicaat ’s Rijks Museum waardig te zijn. En dat was zijn streven. In zijn oratie De Laudibus Archaeologiae (‘Over de lof der archeologie’) schetste hij een museum, dat de klassieke wereld tot uitgangspunt had, maar waarin ook de materiële culturen te zien waren, waarmee de Grieken en Romeinen in aanraking waren gekomen óf die door hen beïnvloed waren. En dus was er plaats voor Egyptische en Perzische oudheden, Keltische en Germaanse objecten en zelfs boeddhistische en hindoeïstische beelden uit India en Nederlands-Indië. Dit systeem sloot de archeologie van Noord- en Zuid-Amerika uit; die zou later in de negentiende eeuw aan bod komen, onder invloed van gewijzigde inzichten omtrent culturele beïnvloeding.

Lees verder “De deurklopper van Reuvens”

Roofkunst

Ruurd Halbertsma is conservator in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik vermoed – en hieruit mag u afleiden dat ik hem ken – dat zijn hart ligt bij de Griekse collectie, maar ook over Nederland in de Romeinse tijd weet hij van de hoed en de rand. Bij de expositie over Karthago in 2014 vertelde hij enthousiast over de ontdekking van de aloude stad door Jean-Emile Humbert (1771-1839), een Nederlandse ingenieur die voor de bey van Tunis de stadsmuur verbeterde, enkele forten bouwde, de zoetwatervoorziening regelde en de haven bij Karthago aanlegde. Hoewel Tunis in de negentiende eeuw vooral een Franse stad werd, bevolkt door Italiaanse migranten, is de blauwdruk getekend door een Nederlander.

Jean-Emile Humbert

Of beter: een Hollander. Humbert is geboren in Den Haag, voelde zich na de val van de Oranjes niet thuis in de Bataafse Republiek, trad in dienst van de bey en keerde pas na de Restauratie terug naar het nieuwe koninkrijk Nederland. Daar deed hij zijn vondsten over aan Caspar Reuvens, zodat ze nog altijd in het Rijksmuseum van Oudheden zijn. Hier vindt u een wel heel summiere pagina over museumstuk H1; de H staat voor de naam van de ontdekker. Het was een van de eerste Punische voorwerpen in een West-Europees museum. Humbert identificeerde ook de voornaamste plaatsen in Karthago, zoals de havens, het waterreservoir en de Byrsa. Fascinerend figuur dus, die vroege archeoloog, en daarom een van de personages in Halbertsma’s debuutroman Roofkunst.

[Hierna komen enkele spoilers]

Lees verder “Roofkunst”

E.P. Wegener (1908-1958) (5)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag het slot van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Papyrologe in Leiden

Na het vertrek van de Duitse bezetters uit Nederland in mei 1945 en de wederopbouw van het universitaire leven in Leiden kwam Prof. Van Groningen binnen de Leidse Universiteit in de gelegenheid voor zijn promota een serieuze functie binnen het in 1935 opgerichte Leids Papyrologisch Instituut te regelen. Eefje Prankje Wegener kreeg een aanstelling om met name het werk aan de zgn. “Berichtigungsliste” (een voor papyrologen wereldwijd werkzaam uiterst belangrijk werk-instrument) van de grond te tillen en voort te zetten.

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (5)”

E.P. Wegener (1908-1958) (4)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag de vierde aflevering van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Register van de huizen in Leiden

De situatie van de universiteit in de oorlog moet van nadelige invloed zijn geweest voor het papyrologische werk van Eefje Prankje Wegener. Voor zover dit nu nog valt na te gaan, had zij na haar promotie geen baan en beschikte zij “dus” over veel “vrije” tijd. Dat kan dan ook de verklaring zijn voor het feit dat ze in de jaren 1944-1945 met ir. H.A. van Oerle aan een geheel andere exercitie is begonnen. Tot op de dag van vandaag is niet bekend, hoe zij in contact is gekomen met de architect Van Oerle, die toen al bekend stond voor zijn grote interesse voor de geschiedenis van Leiden (noot 21). Ook hij beschikte over veel vrije tijd vanwege de schaarste aan opdrachten, waardoor hij alle tijd had voor archiefonderzoek (noot 22). Naar alle waarschijnlijkheid zal het contact via Wegeners universitaire begeleiders tot stand gekomen zijn.

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (4)”

E.P. Wegener (1908-1958) (3)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag de derde aflevering van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Study tour naar Parijs, Londen en Oxford

Vermoedelijk op aanbeveling van haar leermeester Van Groningen kreeg Eefje Prankje Wegener een toelage van het Fruin-fonds om in Parijs, Oxford en Londen bij gerenommeerde papyrologen in de leer te gaan (noot 13). In Parijs werkte ze onder de hoede van Prof. P. Collart, mej. G. Rouillard, mr. A. Dain en Prof. P. Collinet. Zij woonde in Parijs op de Rue de Charonne 94 (XIe arrondissement) (noot 14). In Londen werkte ze samen met mr. Theodore Cressy Skeat (1907-2003). Hij was als curator papyrorum verbonden aan het British Museum. En samen publiceerden zij een in het British Museum bewaarde papyrus voor de eerste keer in een omvangrijk (23 pp.) artikel in The Journal of Egyptian Archaeology 21 (1935), pp. 224-247 (zie hieronder de bibliografie, no. 2).

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (3)”

E.P. Wegener (1908-1958) (2)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag de tweede aflevering van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Middelbare school in Wassenaar

Op 3 juli 1922 arriveerde het gezin op Weteringlaan 4 (later 6). Merkwaardig genoeg staat in het bevolkingsregister bij Eefje Prankje Wegener het huisnummer 9 doorgestreept en is dat vervangen door een 7. Of er sprake is van een verhuizing of een omnummering van de huisnummers is niet duidelijk, maar het adres “Weteringlaan 7” zal later in deze geschiedenis vaker opduiken. Verder valt op, dat de Burgerlijke Stand van Wassenaar aanvankelijk enige moeite had met de naam “Prankje”, gezien het feit dat in eerste instantie “Froukje” werd genoteerd; een naams-element dat later (ook al weer) is doorgehaald en vervangen door “Prankje”.

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (2)”

Muurschilderingen

In Leiden is men al een tijdje bezig om op blinde muren schilderingen van natuurkundige formules aan te brengen: Snellius, Huygens, Lorentz, Einstein, Oort, Goudsmit, ze zijn er allemaal, Lorentz zelfs twee keer. Ik vind het een leuk initiatief en weet dat het mensen nieuwsgierig heeft gemaakt. Doel gehaald, project geslaagd. Elders in Leiden zijn op muren gedichten aangebracht. Dat is een even leuk initiatief, maar het pakte wat minder uit. Het bovenstaande Arabische gedicht van de Libanees Adonis is bijvoorbeeld weergegeven in het Engels, als om expats duidelijk te maken dat ze zich niet hoeven verrijken door Nederlands te leren. Wat een haat toch voor onze taal. Niemand mag dan weten waar het graf van Stevin is, de grote Leidse wetenschapper draait zich erin om.

Terug naar de wetenschapsfresco’s, zoals ik ze maar zal noemen: in Utrecht zag ik er ook twee, ter ere van Buys Ballot en Ornstein. Zie mijn vorige blogje. En ik vroeg me af: wat zou je, wetenschapsfrescogewijs, kunnen doen voor de oudheidkunde?

Lees verder “Muurschilderingen”

Friezen en Franken (1)

tuuk_friezen

Het zal de trouwe lezers van deze kleine blog niet zijn ontgaan dat mijn belangstelling voor de Franken en het “Germaanse” deel van onze geschiedenis groeit. De reden is dat die nogal stiefmoederlijk wordt bedeeld nu er zo verschrikkelijk veel aandacht is voor de limes, de grens van het Romeinse Rijk langs de Rijn. Tegelijk is ons Germaanse verleden belangrijk: de Germanen gelden immers traditioneel – en niet zonder goede redenen – als onze voorouders. Dat maakt ze automatisch interessant.

Op zich is het echter wel logisch dat ze wat weinig aandacht krijgen: ze schreven nauwelijks. Er zijn geen bronnen waarin ze zelf melden wat ze dachten van de komst van de Romeinse legioenen. We weten niet hoe ze zich voelden bij handel en ruil, we kennen hun religie vooral uit latere, vijandige bronnen en we kennen hun literatuur alleen uit middeleeuwse teksten. Als het Romeinse staatsapparaat instort en de Franken de macht overnemen, zijn het christelijke auteurs die schrijven over de nieuwe, Germaanse heersers. Zelden of nooit horen we hen in hun eigen woorden.

Lees verder “Friezen en Franken (1)”

Museumverbouwing

Een van de meer toonbare gedeelten van het Rijksmuseum van Oudheden
Een van de meer toonbare gedeelten van het Rijksmuseum van Oudheden

De mooie expositie over Karthago was voorlopig het laatste wat u kon bekijken in het Rijksmuseum van Oudheden. Het was namelijk tijd voor een verbouwing.

Het Rijksmuseum van Oudheden is een oud museum, al bijna twee eeuwen oud, met een eigen geschiedenis die we vaak voor vanzelfsprekend aannemen. Toch was het ooit een innoverend project. Toen Caspar Reuvens (1793-1835) het bouwde, waren er enkele “eerstes”, zoals een auditorium waar ook het grote publiek kennis kon nemen van de laatste wetenschappelijke inzichten. Ik hoop nog eens te schrijven over het boek dat mijn oud-medestudent Mirjam Hoijtink daarover publiceeerde, Exhibiting the Past (2012), en beperk me hier tot de opmerking dat wat Bill Bryson in A Brief History of Nearly Everything schrijft over de eerste publieksmusea, tekort doet aan de ontwikkelingen op het Europese continent.

Lees verder “Museumverbouwing”

De limes

Maquette van een Romeins fort (AVRA, Antwerpen)
Maquette van een Romeins fort (AVRA, Antwerpen)

Er zijn zoveel geschiedenissen als er mensen zijn. De een vindt dit belangrijk, de ander dat. Om toch een beetje overzicht te houden, wordt op school wel eens gebruik gemaakt van “de canon”: dat zijn vijftig dingen die iedereen over vroeger moet weten. Wat hunebedden zijn bijvoorbeeld, wat slavernij was, wie Anne Frank was en wat er is gebeurd in Srebrenica. Als het gaat om de Romeinse tijd, gaat het om de “limes”, de grens van het Romeinse Rijk.

Lees verder “De limes”