Hermafroditos

Wandschildering van een hermafrodiet (Museo Barracco, Rome)

Ten westen van de haven van Halikarnassos (het huidige Bodrum) ligt de heuvel Salmakis, waar in de Oudheid een zoetwaterbron was. Hier leefde, volgens een plaatselijke mythe, de waternimf Salmakis. Het arme meisje werd verliefd op Hermafroditos, een jongen waarvan u al vermoedde dat hij de zoon was van Afrodite en Hermes. Met goddelijke voorouders kon hij niet anders dan een buitengewoon knappe verschijning zijn. De Romeinse dichter Ovidius vertelt dat Salmakis hem aanrandde, dat hij zich verzette, dat zij de goden smeekte om zich met hem te mogen verenigen en dat de twee wezens versmolten tot één, tweeslachtig wezen (Metamorfosen 4.285-388).

Hermafroditisme

De mythe diende om mensen met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken te typeren. Ons woord “hermafrodiet” komt er natuurlijk vandaan. Diodoros van Sicilië legt in zijn Wereldgeschiedenis 4.6.5 uit hoe men zulke mensen destijds zag:

Lees verder “Hermafroditos”

Domitianus (17): Piazza Navona

De Minotaurus van Myron (Capitolijnse Musea, Rome)

Zoals ik in het vorige stukje aangaf, zijn de gebouwen die keizer Domitianus neerzette op het Marsveld overbouwd. Dat begon al in de Oudheid. Keizer Hadrianus zette een nieuw Pantheon neer, met ostentatieve bescheidenheid voorzien van de naam van de oorspronkelijke bouwheer, Agrippa. Domitianus bleef onvermeld, hoewel hij toch ook een bouwfase op zijn naam had. Zijn naam was inmiddels taboe (al zouden er later nog twee keizers zijn die zich zo noemden). In de Middeleeuwen bleef het gebied bewoond, het leger van Karel V ging er in 1527 als een beest tekeer en wat er sindsdien staat dateert grosso modo uit de tijd van de Barok.

En toch is Domitianus niet helemaal verdwenen. De Piazza Navona in Rome, het mooiste plein van Italië, bewaart de contouren van het stadion dat de keizer er heeft laten aanleggen. Zelfs de naam van het langwerpige plein is een echo uit de Oudheid: het woord agon is herkenbaar, wat zoiets betekent als wedstrijd.

Lees verder “Domitianus (17): Piazza Navona”

Drie soorten cyclopen

Odysseus en Polyfemos (Eleusis)

Wat de Grieken een sfinx noemden, kennen we als cherub uit het oude Nabije Oosten. De griffioen kennen we ook van de steppenomaden uit Eurazië – correct geobserveerd in de laatste Asterix. De gorgonen ontleenden de Grieken aan de Mesopotamische Humbaba, ook bekend uit het Epos van Gilgameš. Voor de cyclopen, “rond-ogers”, ken ik echter zo snel geen voor-Griekse parallel. De Grieken vonden de cyclopen uit en deden het meteen drie keer.

De cycloop als herder

De oudste vermelding is te vinden in het negende boek van HomerosOdyssee. Het verhaal is wereldberoemd. Na een landing op een eiland worden Odysseus en twaalf metgezellen gevangen genomen door de cycloop Polyfemos, die hen samen met een schaapskudde in een grot vasthoudt en zijn gasten wil verslinden. De Griekse held geeft wijn te drinken aan de cycloop, die belooft dat hij hem als laatste zal opeten en, beleefd als kannibalen zijn, informeert naar zijn naam. Odysseus antwoordt dat hij Niemand heet.

Lees verder “Drie soorten cyclopen”

Historische hernoemingen

Artemis en Apollo doden de kinderen van Niobe (Glyptothek, München)

Een paar weken geleden deed iemand me een oud kinderboek cadeau, gewijd aan Jan Pieterszoon Coen. Degene die het me gaf, vroeg zich af hoe lang de Coentunnel nog Coentunnel zou heten en we vroegen ons af of de Coentunnel wel was vernoemd naar de Slachter van Banda. En we hadden het erover dat we eigenlijk niet goed wisten wat we ervan moesten denken. Ja, dat de Amsterdamse Stalinlaan in 1956 is omgedoopt tot Vrijheidslaan, dat was wel logisch. Stalin was niet alleen een tiran maar er was ook voldaan aan de voorwaarde dat mensen dat wisten. Er moet enig historisch bewustzijn bestaan, er moet enige ijking van historische feiten aan eigentijdse normen zijn, voordat het gaat schuren en een straat wordt hernoemd. Het Vondelpark wordt pas hernoemd als meer mensen Hierusalem verwoest kennen.

Griekse mythen

Ik was het gesprek eigenlijk alweer vergeten toen ik gisteren, dinsdag dus, eraan dacht dat het Apolloproject is vernoemd naar een Grieks-Romeinse godheid die een stuk of wat verkrachtingen op zijn geweten heeft. Nooit eerder bij stilgestaan. Het huidige Artemisproject is vernoemd naar de zus van Apollo, die erop toezag dat de jager Aktaion door zijn eigen honden werd verscheurd. Broer en zus moordden ook de kinderen van Niobe uit, zes meisjes en zes jongens.

Lees verder “Historische hernoemingen”

“Rape in the sky”

Romeinse gem (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

We moeten wegens de corona zoveel mogelijk thuis blijven maar voor de opnames van Oog op de Oudheid moest ik afgelopen dinsdag toch echt naar Leiden, naar het Rijksmuseum van Oudheden. Daar was een expositie van gemmen – u weet wel, gesneden edelstenen – ingericht waar geen mens momenteel naar kan komen kijken. Het stemde me intens treurig. Het is zoiets als de weg weten in een huis dat is gesloopt. (Tussen haakjes: al mijn veel beleden sympathie voor Rotterdam maakt me niet blind voor de waanzin van de sloop in de Tweebosbuurt.)

Terug naar die gemmen. Hierboven een Romeins voorbeeld uit de eerste eeuw n.Chr.: een adelaar die iemand optilt. De adelaar is Zeus/Jupiter, daar zit geen probleem. Maar wie is de ander? Is het Hebe, de schenkster van de goden? Die wordt meestal afgebeeld met een beker in de hand. Is het – zie het plaatje hieronder – Ganymedes, de geliefde van Zeus? Het door een enorme adelaar meegevoerde mensje lijkt een vrouw met een haarknotje.

Lees verder ““Rape in the sky””

MoM | Heldenverhalen, steeds hetzelfde

Heldenleven (StoryWorld, Groningenl klik = groot)

Je kunt verhalen op verschillende manieren analyseren. De kern is een plot waarin de diverse elementen noodzakelijk moeten samenhangen. Als twee kinderen alleen door het woud zwerven, moeten ze daar door hun stiefouders zijn achtergelaten, en dat moeten die stiefouders hebben gedaan omdat er grote armoede heerste. Er is daarnaast in een verhaal een achtergrond die je ter kennisgeving aanneemt. Alleen een scherpzinnig kind vraagt waarom een oude vrouw moederziel alleen op een afgelegen plek in het woud gaat wonen en een huis bouwt van pannenkoeken.

Ook binnen de plot zelf zijn, zeker als het om volksverhalen gaat, vaste elementen aan te wijzen. Dingen gaan in vertellingen bijvoorbeeld meestal twee keer verkeerd en de derde keer goed. Als een Griekse auteur schrijft dat Peisistratos twee keer vergeefs had geprobeerd de macht in Athene te grijpen voordat het de derde keer wel lukte, is dat een sterke aanwijzing dat de bron een mondelinge traditie is. De informatie is dus niet zo betrouwbaar. Iets dergelijks valt te zeggen over de geboorte van Caesar door middel van een keizersnede: een te gebruikelijk verhaalmotief om zomaar geloofd te mogen worden.

Deze twee voorbeelden tonen waarom de analyse van volksverhalen belangrijk is. Ze vormt een soort alarmbel die je op je qui vive maakt bij het lezen van antieke biografieën. En met het woord biografie belanden we als vanzelf bij de bestudering van mythen, sagen, legendes, heldenliederen en andere heldenverhalen.

Lees verder “MoM | Heldenverhalen, steeds hetzelfde”

Keltische verhalen

Cernunnos (Musée de Cluny, Parijs)

Als de Vlaamse auteur Herman Clerinx, aan de trouwe lezers van deze blog bekend als de auteur van door mij bewonderde boeken over de hunebedden en de Romeinen in de Lage Landen, in zijn nieuwe boek Het oudste geheugen op aarde. Verhalen uit de Keltische wereld de La Tène-cultuur moet typeren, dus de tweede grote fase van de Keltische beschaving, schrijft hij:

deze kunstenaars leefden gelijktijdig met de meesters van de klassieke Griekse kunst. Maar terwijl de Grieken bedreven waren in het realistisch afbeelden van mensen, hadden de Keltische kunstenaars een andere belangstelling. De dagelijkse werkelijkheid boeide hen niet; zij toonden liever hun dromen, hun angsten, hun fantasie en hun mythen. Ook dat herkennen we in de verhalen uit de Keltische wereld. Realistisch kunnen we die moeilijk noemen, fantasierijk des te meer.

Ineens dacht ik: ja, dát is het. Wonderlijke goden met hertengeweien of drie gezichten, toverketels waar allerlei goeds in zit en dat in oneindige hoeveelheden, wezens van het duister, rondzwervende demonen: het zijn droomgezichten, fantasieën en soms ook angsten. Clerinx is een goede docent die vaak precies de juiste formulering weet te vinden.

Lees verder “Keltische verhalen”

“Lycurgue cavalier”

Lykourgos zonder paard (Louvre, Parijs)

Even een vraagje. Het bovenstaande beeldje fotografeerde ik twee weken in het Louvre op de afdeling Romeins Egypte. Het bordje met uitleg zegt dat het Lycurgue cavalier is en voegt toe – voor wie dat nog niet mocht hebben herkend – dat het rijdier ontbreekt. De datering is nogal vaag: eerste eeuw v.Chr. tot en met de vierde eeuw na Chr. De Romeinse tijd dus.

Probleem: ik heb geen idee wat kan zijn afgebeeld. Lykourgos is de legendarische wetgever van Sparta en hoewel zijn biografie een paar paarden vermeldt is er niets dat ik hier afgebeeld kan zien. Ook zijn er diverse Lykourgoi in de Griekse mythologie, maar dat brengt me ook niet verder. Kortom, ik heb geen idee wat hier kan zijn afgebeeld. Wie weet meer?

Misschien zinnig toe te voegen: het beeldje stamt uit de collectie van het Musée Guimet en heeft het catalogusnummer AE E 20842. Ik kan het desondanks in de online-catalogus van het Louvre niet vinden.

De oplossing

Dat was snel! Le dieu à la bipenne, c’est Lycurgue. Leve het internet.

Het graf van Karel de Grote

Proserpina-sarcofaag (Aachener Domschatzkammer)

Ik heb de laatste week in Gemmenich zitten werken aan mijn boek over de wedloop tussen wetenschappers en papyrusvervalsers, Bedrieglijk echt. Zoals u hebt gemerkt ben ik ook naar Luik en naar Tongeren geweest en ik kan toevoegen dat ik voor boodschappen naar Vaals ging, per fiets de beruchte noordwand beklimmend van de Kvarŝtonoj ofwel Vaalserberg. Ook het Drielandenpunt en Aken heb ik bezocht, en in die laatste stad fotografeerde ik bovenstaande sarcofaag. Die dateert uit het eerste kwart van de derde eeuw n.Chr. en is stilistisch verwant met de Marathonsarcofaag in Brescia die ik al eens eerder beschreef.

Wat u ziet is de schaking van Proserpina. De dodengod Pluto neemt het meisje tegen haar zin in mee naar de Onderwereld. Dat gebeurt blijkbaar met goedkeuring van de goden, want Amor wijst de weg, Mercurius leidt de wagen, Minerva duwt het meisje in Pluto’s armen, een zwevende Venus houdt de wagen tegen waarmee Proserpina’s moeder Ceres de achtervolging wil inzetten. De mythe, waarvan ik niet zal beweren dat ze smaakvol is, eindigt ermee dat Proserpina uiteindelijk terugkeert naar de bovenwereld, en in de zin dat de dood niet het laatste woord heeft, kon dit verhaal een christelijke uitleg krijgen en was de sarcofaag voor middeleeuws hergebruik toepasbaar.

Lees verder “Het graf van Karel de Grote”

Semiramis

Een Assyrische koningin (Pergamonmuseum, Berlijn)

Eutropius, wiens door Vincent Hunink vertaalde Korte geschiedenis van Rome onlangs in de winkel is gekomen (full disclosure: ik schreef de inleiding), vermeldt ergens een keizerin Symiasera, waarmee hij Julia Soeamias bedoelt, een uit Syrië afkomstige heerseres. Ik denk dat de rare schrijfwijze geen toeval is. Eutropius wil een herinnering oproepen aan de legendarische oosterse heerseres Semiramis, een van de grote verzinsels uit de Oudheid.

De naam

Toegegeven, de náám Semiramis heeft bestaan. De echtgenote van de Assyrische koning Šamši-Adad V (r.824-811 v.Chr.) heette Šammuramat ofwel Semiramis. Toen haar man was overleden, was ze gedurende drie (misschien vijf) jaar regent voor haar nog minderjarige zoon Adad-Nirari III. De Assyrische legers voerden in deze jaren oorlog tegen de Meden in het oosten en tegen de stad Arpad in het westen. Business as usual dus, zij het dat de commandant een vrouw was of een door haar aangewezen generaal. Veel meer weten we niet over deze koningin, behalve dan dat ze in 787 v.Chr. nog in leven was.

Lees verder “Semiramis”