Het graf van Karel de Grote

Proserpina-sarcofaag (Aachener Domschatzkammer)

Ik heb de laatste week in Gemmenich zitten werken aan mijn boek over de wedloop tussen wetenschappers en papyrusvervalsers, Bedrieglijk echt. Zoals u hebt gemerkt ben ik ook naar Luik en naar Tongeren geweest en ik kan toevoegen dat ik voor boodschappen naar Vaals ging, per fiets de beruchte noordwand beklimmend van de Kvarŝtonoj ofwel Vaalserberg. Ook het Drielandenpunt en Aken heb ik bezocht, en in die laatste stad fotografeerde ik bovenstaande sarcofaag. Die dateert uit het eerste kwart van de derde eeuw n.Chr. en is stilistisch verwant met de Marathonsarcofaag in Brescia die ik al eens eerder beschreef.

Wat u ziet is de schaking van Proserpina. De dodengod Pluto neemt het meisje tegen haar zin in mee naar de Onderwereld. Dat gebeurt blijkbaar met goedkeuring van de goden, want Amor wijst de weg, Mercurius leidt de wagen, Minerva duwt het meisje in Pluto’s armen, een zwevende Venus houdt de wagen tegen waarmee Proserpina’s moeder Ceres de achtervolging wil inzetten. De mythe, waarvan ik niet zal beweren dat ze smaakvol is, eindigt ermee dat Proserpina uiteindelijk terugkeert naar de bovenwereld, en in de zin dat de dood niet het laatste woord heeft, kon dit verhaal een christelijke uitleg krijgen en was de sarcofaag voor middeleeuws hergebruik toepasbaar.

Lees verder “Het graf van Karel de Grote”

Semiramis

Een Assyrische koningin (Pergamonmuseum, Berlijn)

Eutropius, wiens door Vincent Hunink vertaalde Korte geschiedenis van Rome onlangs in de winkel is gekomen (full disclosure: ik schreef de inleiding), vermeldt ergens een keizerin Symiasera, waarmee hij Julia Soeamias bedoelt, een uit Syrië afkomstige heerseres. Ik denk dat de rare schrijfwijze geen toeval is. Eutropius wil een herinnering oproepen aan de legendarische oosterse heerseres Semiramis, een van de grote verzinsels uit de Oudheid.

De naam

Toegegeven, de náám Semiramis heeft bestaan. De echtgenote van de Assyrische koning Šamši-Adad V (r.824-811 v.Chr.) heette Šammuramat ofwel Semiramis. Toen haar man was overleden, was ze gedurende drie (misschien vijf) jaar regent voor haar nog minderjarige zoon Adad-Nirari III. De Assyrische legers voerden in deze jaren oorlog tegen de Meden in het oosten en tegen de stad Arpad in het westen. Business as usual dus, zij het dat de commandant een vrouw was of een door haar aangewezen generaal. Veel meer weten we niet over deze koningin, behalve dan dat ze in 787 v.Chr. nog in leven was.

Lees verder “Semiramis”

Fabeldieren

Sfinx met jong (Museum van Bagdad)

Alle oude volken kenden zo hun eigen fabeldieren en voegden daar de fantasiebeesten van hun buurvolken aan toe. De sfinxen die in de Mesopotamische mythologie de Boom des Levens bewaken, keren terug in het joodse verhaal over de Tuin van Eden. De Humbaba’s van de Babyloniërs werden de Gorgonen van de Grieken. Ik schreef er al eens over. De lamassu’s uit Mesopotamië staan op munten uit Sicilië. De Romeinen namen van de Grieken de hele goddelijke veestapel over en daarvandaan wandelde die door naar de middeleeuwse bestiaria.

Hierboven ziet u een sfinx op een ivoortje uit het Archeologisch Museum van Bagdad; de foto is gemaakt door Marjon Verburg, die Irak onlangs bezocht. Op de achtergrond herkent u de paradijselijke vegetatie maar het leukste is natuurlijk dat deze sfinx een jonkie heeft. De ivoorsnijder kende aan het mythologische beest normale dierlijke eigenschappen toe.

Lees verder “Fabeldieren”

Hesiodos’ Theogonie

Of Hesiodos een historisch personage is, staat te bezien, maar dat heeft antieke beeldhouwers er niet van weerhouden zijn portret te maken. Deze mooie kop is in het British Museum, Londen.

Een tijdje geleden blogde ik over een boek over Noordse mythologie. Er was iets vreemds aan de hand met dat boek, want de auteur gaf eerst aan dat de verhalen ooit los van elkaar verteld waren geweest, waarna ze het materiaal doodleuk presenteerde als één groot samenhangend narratief, te beginnen met de scheppingsmythologie en dan via wat mythen over goden naar de sagen over de helden van weleer. Ik constateerde dat de schrijfster het IJslandse materiaal had gepast in de mal van de Griekse mythologie. Een prokroustesbed.

Eigenlijk is dat niet helemaal waar. Ook de Grieken vertelden hun verhalen als losse eenheden. De Odyssee toont hoe dat moet zijn gegaan als we horen hoe een bard tijdens een banket een verzoeknummer krijgt te horen: vertel over het Trojaanse Paard! In elk geval bij dat diner werd maar één verhaal voorgedragen. Wat ik eigenlijk had moeten schrijven is dat de Griekse mythologie en sagen, hoe die ook werden doorgegeven, een samenhangend geheel vormden en dat we deze samenhang kennen. De sleutel is één tekst, de onweerstaanbare Theogonie van Hesiodos, waarvan net een prettige Nederlandse vertaling is verschenen van de hand van classicus Ronald Blankenborg.

Lees verder “Hesiodos’ Theogonie”

Wat is een god?

Olielampje met Bellerofon (Kunsthistorisch Museum, Wenen)

Ik heb in het verleden weleens geblogd over een meisje dat in mijn buurt opgroeit. Misschien had ik daarover moeten zwijgen want tot mijn grote schrik concludeerde een van de lezers van deze blog dat ik vast heel goed oude verhalen aan kleuters kon vertellen. Binnen de kortste keren moest ik dus kinderen uit groep twee en drie Griekse mythen uitleggen. Plaatjes genoeg, stukje voorgelezen uit Hesiodos, de rest naverteld.

Verder had ik met Hein van Dolens Op naar de Olympos nog een voorleesboek in de aanbieding ten gebruike bij de ouderlijke nazorg. Het voordeel van dat boek is dat het redelijk dicht bij de originelen blijft en zo het mysterie intact laat: het gevoel dat er een prachtige en verbazingwekkende wereld te ontdekken blijft. In veel navertellingen mis ik die dimensie: ze appelleren aan de smaak van een direct publiek, laten niets onduidelijk en laten niets over om je over te verwonderen. (Ik weet dat dit eigenlijk een beetje mystiek klinkt, maar dat zegt minder over de mythen dan over mijn onvermogen kinderlijke verbazing over verrassende schoonheid te verwoorden.)

Lees verder “Wat is een god?”

MoM | Pastafari

vergiet_pastafari

Gedoe bij de Technische Universiteit Delft. Geohydroloog Michael Afanasyev wil zijn proefschrift verdedigen in een piratenpak omdat dit zo hoort volgens zijn religie, de Kerk van het Vliegende Spaghettimonster. De Volkskrant legt het u in detail uit. Afanasyev meent dat als andere gelovigen zich mogen bedienen van de symbolen van hun religie, dat ook geldt voor pastafari’s als hij. De Volkskrant legt uit dat voor pastafari’s piraten

… goddelijke wezens zijn, waarbij ‘het opwarmen van de aarde, aardbevingen, orkanen en andere natuurrampen allemaal directe gevolgen zijn van het afnemende aantal piraten sinds 1800.’ Volgens de aanhangers is dat verhaal niet vreemder dan dat van een man die water in wijn veranderde of een god die de zee in tweeën spleet.

Los van de in Delft actuele vraag of religieuze symbolen gewenst zijn bij een promotieplechtigheid: de geciteerde vergelijking van twee verhalen is vreemd.

Lees verder “MoM | Pastafari”

Een lamassu uit Nineveh

Nineveh: een lamassu (foto Diane Siebrandt)

De foto hierboven behoort tot de reeks UNESCO-foto’s die ik een tijdje geleden kreeg toegestuurd en waarover toen al blogde. Het is een lamassu: een grote, monumentale stier met vleugels, een mensenhoofd en een kroon. Dit fabeldier bewaakte in Assyrië allerlei poorten, zoals de toegangen tot de koninklijke paleizen en tot de steden. De foto toont de Nergal-poort van Nineveh. Lamassus zijn ook opgegraven in Khorsabad, de residentie van de Assyrische vorsten vóór koning Sanherib Nineveh stichtte (hier). Een provinciaal paleis kon ook door lamassus worden bewaakt: daar is een stukje over zo’n beest uit het museum van Deir ez-Zor in Syrië.

Het meest opvallende trekje van een lamassu is dat hij vijf poten heeft. Of dit alleen maar een artistieke conventie is, zodat je vanuit elke hoek altijd minimaal vier poten ziet, of dat het ertoe bijdraagt dat de dieren extra angstaanjagend zijn voor het kwaad dat ze geacht worden buiten te houden, weet ik eerlijk gezegd niet.

Lees verder “Een lamassu uit Nineveh”