Hesiodos’ Theogonie

Of Hesiodos een historisch personage is, staat te bezien, maar dat heeft antieke beeldhouwers er niet van weerhouden zijn portret te maken. Deze mooie kop is in het British Museum, Londen.

Een tijdje geleden blogde ik over een boek over Noordse mythologie. Er was iets vreemds aan de hand met dat boek, want de auteur gaf eerst aan dat de verhalen ooit los van elkaar verteld waren geweest, waarna ze het materiaal doodleuk presenteerde als één groot samenhangend narratief, te beginnen met de scheppingsmythologie en dan via wat mythen over goden naar de sagen over de helden van weleer. Ik constateerde dat de schrijfster het IJslandse materiaal had gepast in de mal van de Griekse mythologie. Een prokroustesbed.

Eigenlijk is dat niet helemaal waar. Ook de Grieken vertelden hun verhalen als losse eenheden. De Odyssee toont hoe dat moet zijn gegaan als we horen hoe een bard tijdens een banket een verzoeknummer krijgt te horen: vertel over het Trojaanse Paard! In elk geval bij dat diner werd maar één verhaal voorgedragen. Wat ik eigenlijk had moeten schrijven is dat de Griekse mythologie en sagen, hoe die ook werden doorgegeven, een samenhangend geheel vormden en dat we deze samenhang kennen. De sleutel is één tekst, de onweerstaanbare Theogonie van Hesiodos, waarvan net een prettige Nederlandse vertaling is verschenen van de hand van classicus Ronald Blankenborg.

Lees verder “Hesiodos’ Theogonie”

Wat is een god?

Olielampje met Bellerofon (Kunsthistorisch Museum, Wenen)

Ik heb in het verleden weleens geblogd over een meisje dat in mijn buurt opgroeit. Misschien had ik daarover moeten zwijgen want tot mijn grote schrik concludeerde een van de lezers van deze blog dat ik vast heel goed oude verhalen aan kleuters kon vertellen. Binnen de kortste keren moest ik dus kinderen uit groep twee en drie Griekse mythen uitleggen. Plaatjes genoeg, stukje voorgelezen uit Hesiodos, de rest naverteld.

Verder had ik met Hein van Dolens Op naar de Olympos nog een voorleesboek in de aanbieding ten gebruike bij de ouderlijke nazorg. Het voordeel van dat boek is dat het redelijk dicht bij de originelen blijft en zo het mysterie intact laat: het gevoel dat er een prachtige en verbazingwekkende wereld te ontdekken blijft. In veel navertellingen mis ik die dimensie: ze appelleren aan de smaak van een direct publiek, laten niets onduidelijk en laten niets over om je over te verwonderen. (Ik weet dat dit eigenlijk een beetje mystiek klinkt, maar dat zegt minder over de mythen dan over mijn onvermogen kinderlijke verbazing over verrassende schoonheid te verwoorden.)

Lees verder “Wat is een god?”

MoM | Pastafari

vergiet_pastafari

Gedoe bij de Technische Universiteit Delft. Geohydroloog Michael Afanasyev wil zijn proefschrift verdedigen in een piratenpak omdat dit zo hoort volgens zijn religie, de Kerk van het Vliegende Spaghettimonster. De Volkskrant legt het u in detail uit. Afanasyev meent dat als andere gelovigen zich mogen bedienen van de symbolen van hun religie, dat ook geldt voor pastafari’s als hij. De Volkskrant legt uit dat voor pastafari’s piraten

… goddelijke wezens zijn, waarbij ‘het opwarmen van de aarde, aardbevingen, orkanen en andere natuurrampen allemaal directe gevolgen zijn van het afnemende aantal piraten sinds 1800.’ Volgens de aanhangers is dat verhaal niet vreemder dan dat van een man die water in wijn veranderde of een god die de zee in tweeën spleet.

Los van de in Delft actuele vraag of religieuze symbolen gewenst zijn bij een promotieplechtigheid: de geciteerde vergelijking van twee verhalen is vreemd.

Lees verder “MoM | Pastafari”

Een lamassu uit Nineveh

Nineveh: een lamassu (foto Diane Siebrandt)

De foto hierboven behoort tot de reeks UNESCO-foto’s die ik een tijdje geleden kreeg toegestuurd en waarover toen al blogde. Het is een lamassu: een grote, monumentale stier met vleugels, een mensenhoofd en een kroon. Dit fabeldier bewaakte in Assyrië allerlei poorten, zoals de toegangen tot de koninklijke paleizen en tot de steden. De foto toont de Nergal-poort van Nineveh. Lamassus zijn ook opgegraven in Khorsabad, de residentie van de Assyrische vorsten vóór koning Sanherib Nineveh stichtte (hier). Een provinciaal paleis kon ook door lamassus worden bewaakt: daar is een stukje over zo’n beest uit het museum van Deir ez-Zor in Syrië.

Het meest opvallende trekje van een lamassu is dat hij vijf poten heeft. Of dit alleen maar een artistieke conventie is, zodat je vanuit elke hoek altijd minimaal vier poten ziet, of dat het ertoe bijdraagt dat de dieren extra angstaanjagend zijn voor het kwaad dat ze geacht worden buiten te houden, weet ik eerlijk gezegd niet.

Lees verder “Een lamassu uit Nineveh”

Odysseus en Kalypso

Odysseus smeekt Kalypso om verder te mogen reizen (Antikensammlung, Munchen)

Heel, heel lang geleden hoorde ik iemand uitleggen waarom de nimf Kalypso verliefd werd op de Griekse held Odysseus en waarom ze hem zeven jaar bij zich hield. Ik sta er niet voor in dat dit de uitleg is die de mensen in de Oudheid aan het verhaal gaven, maar dat is niet zo belangrijk. Mythen zijn immers van iedereen die ze nodig heeft en vandaag zijn wij dat.

In elk geval: Kalypso is onsterfelijk en Odysseus is dat niet. Dat laatste is wat hem voor haar aantrekkelijk maakt. Zijn tijd is beperkt en zijn beslissingen hebben consequenties. Als hij een verkeerd besluit neemt zal hij de gevolgen moeten dragen. Hij kan nooit helemaal opnieuw beginnen en dat maakt zijn leven een stuk interessanter dan dat van de onsterfelijke, die de tijd heeft een vergissing te herstellen. Alsof het leven een computerspelletje is waarin je op elk moment kunt terugkeren naar een punt dat je hebt gesaved.

Lees verder “Odysseus en Kalypso”

Hoe leg je een mythe uit?

mythen

Dat er aan kwakhistorici nooit gebrek is, heeft als voordeel dat we inmiddels genoeg voorbeelden hebben om systeem in de waanzin te herkennen. Eén karakteristiek is gebrek aan kennis van de hermeneuse, de wetenschappelijke methode om de bij de uitleg van oude teksten onvermijdelijke subjectiviteit te minimaliseren. Wanneer een kwakhistoricus een antieke tekst leest, interpreteert hij die strijk en zet naar zijn eigen theorie toe.

Vooral antieke mythen lenen zich voor zulke mishandeling. Er zijn er véél, ze zijn overgeleverd in varianten en er is zelden een onloochenbare boodschap. Een kwakhistoricus kan er daardoor altijd wel iets van zijn gading in vinden. Een vraag die hij dan doorgaans niet stelt, is of de gekozen uitlegmethode in de Oudheid wel heeft bestaan – of, met andere woorden, de Grieken hun wonderlijke collectie verhalen wel zouden hebben gelezen op de manier waarop de kwakhistoricus ze wil uitleggen. Wie negeert hoe antieke verhalen op hun onmiddellijke publiek zijn overgekomen, is echter als iemand die ergens naar luistert maar alleen hoort wat hij horen wil. Lees verder “Hoe leg je een mythe uit?”

Hermes in Amsterdam

Hermes (Tropenmuseum)
Hermes (Tropenmuseum)

Amsterdam is de stad van dominees en kooplieden. Die laatsten hebben gezorgd voor een van de officieuze symbolen van de stad: de alom aanwezige Hermes, de Griekse god van de handel, kooplieden, dieven, boodschappers en reizigers. De godheid – door de Romeinen aangeduid als Mercurius – wordt meestal afgebeeld als een naakte jonge man met twee attributen: de herautenstaf en een gevleugelde helm. Het beeld hierboven maakt deel uit van de decoratie van het Tropenmuseum.

De beeldhouwers die de sculptuur verzorgden van de Beurs van Berlage hadden wat meer moeite met naaktheid en gaven Hermes een mantel over de schouders en een nogal onpraktisch ogende rok die, zo te zien, permanent met de arm moest worden opgehouden.

Lees verder “Hermes in Amsterdam”