Duivelskinderen

Johannes Chrysostomos

Het volgende blogje zal u wellicht voorkomen als overbodig: ik betoog dat Joden geen duivelskinderen zijn. Dat haal je de koekoek, zult u zeggen, en u heeft gelijk, maar het kan desondanks geen kwaad te schrijven over een beruchte passage uit het Evangelie van Johannes. Weliswaar denk ik dat zelfs de grootste antisemiet niet denkt dat Joodse vrouwen werkelijk seksuele omvang hebben met duivels, maar er zijn nog altijd mensen die de antijoodse polemiek in het Nieuwe Testament niet ervaren als problematisch.

Nakomelingen van Abraham

De tekst in kwestie is te vinden in het Evangelie van Johannes. Jezus heeft zichzelf gepresenteerd als het licht van de wereld, heeft zich met een grap afgemaakt van de kritiek en heeft mensen opgeroepen tot hem te komen. “Toen hij deze dingen zei,” noteert de evangelist, “kwamen velen tot geloof in hem.” En dan gebeurt er iets vreemds.

Tegen de Joden die in hem geloofden zei Jezus: “Wanneer u blijft vasthouden aan wat ik zeg, bent u werkelijk mijn leerlingen. U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u bevrijden.”

Ze zeiden: “Wij zijn nakomelingen van Abraham en we zijn nooit iemands slaaf geweest – hoe kunt u dan zeggen dat wij bevrijd zullen worden?”

Jezus antwoordde: “Werkelijk, ik verzeker u, iedereen die zondigt is een slaaf van de zonde. … Ik weet wel dat u nakomelingen van Abraham bent. Toch wilt u mij doden, omdat er in u geen ruimte is voor wat ik zeg.”noot Johannes 8.31-37; NBV21.

Dat is nogal wat, dat je degenen die in je geloven in de schoenen schuift dat ze je willen doden. Jezus’ publiek neemt er aanstoot van; Jezus herhaalt dat ze hem willen doden; zijn toehoorders herhalen dat ze goede Joden zijn, kinderen van Abraham en van God; en dan haalt Jezus uit:

“Als God uw Vader was,” zei Jezus tegen hen, “zou u mij liefhebben, want ik ben bij God vandaan gekomen toen ik hiernaartoe kwam. Ik ben niet namens mezelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden. Waarom begrijpt u niet wat ik zeg? Omdat u mijn woorden niet kunt aanhoren. Uw vader is de duivel, en u doet maar al te graag wat uw vader wil. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen. … U luistert niet, omdat u niet van God bent.”noot Johannes 8.42-47; NBV21.

Dit zegt Jezus dus tegen zijn volgelingen, die dus weliswaar in Jezus geloven maar desondanks duivelskinderen zijn. De beloftes die God aan Abraham deed, hebben nooit voor hen gegolden; de Joden zijn nooit de kinderen van God geweest. (In het hoofdstuk zijn nog twee zinnen waarin expliciet de Joden, zonder beperking of nuancering, worden genoemd.noot Johannes 8.22, 8.48.)

Joodse retoriek

Meestal wordt aangenomen dat de gemeenschap waarin het Johannes-evangelie circuleerde, recent een pijnlijke breuk had ervaren met een andere religieuze gemeenschap.noot Dat staat overigens nergens in het evangelie en de hypothese dat er open wonden waren, is tevens geformuleerd om de hierboven geciteerde passage te verklaren. Dat kunnen de andere gebruikers van deze of gene synagoge zijn geweest of mensen die niet instemden met het idee dat Jezus een goddelijke status had. Als deze aanname correct is, haalt de evangelist uit naar die groep. Er is in elk geval sprake van polemiek, en daarin vallen doorgaans harde woorden. Ik attendeer erop dat intern-joodse discussies in de Oudheid altijd waren geformuleerd in nare taal: “wit gepleisterd graf” en “kind van een adder” zijn maar twee voorbeelden, “leugenzoon” en “Belialsoverleg” twee andere. “Duivelskind” misstaat niet in deze verzameling onwelvoeglijke naamwoorden.

Wie nam dit letterlijk?

Ik heb niet de indruk dat de toehoorders van het Evangelie van Johannes de woorden letterlijk namen. Ze waren vertrouwd met deze vorm van discussiëren en herkenden de hyperbool.

Maar dat veranderde. Eind vierde eeuw waren er, als we de “heidenen” even buiten beschouwing laten, slechts twee opties: je was óf joods óf christelijk. De wegen waren uiteen gegaan. Woorden die ooit hadden behoord bij een interne polemiek werden door christelijke auteurs als Johannes Chrysostomos gelezen als woorden uit een joods-christelijke polemiek, en wat ooit een retorische overdrijving was geweest, werd voortaan gelezen als feitelijke beschrijving.

Een millennium later leed het voor Martin Luther, die ook geloofde in de bloedlegende, geen enkele twijfel dat zijn joodse landgenoten afstamden van de duivel. De implicaties voor het latere antisemitisme veronderstel ik bekend.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Deel dit:

9 gedachtes over “Duivelskinderen”

  1. Rik Gheysens

    “Binnen de kortste keren maken de tegenstanders elkaar voor allerlei diabolisch uit. De ontstelde Joden beschuldigen Jezus er op hun beurt van dat hij de echte duivel is, geen haar beter en misschien wel erger dan een Samaritaan, niet het minst omdat hij onsterfelijkheid belooft aan wie hem maar wil volgen.” (Simon Schama, De geschiedenis van de Joden. Deel 1: De woorden vinden. 1000 v.C. – 1492, p. 255)

    Het grote probleem, verbonden aan die teksten, is dat de leden van de Johanneïsche gemeente hun sterk anti-joodse gevoelens uitdrukken niet in eigen naam maar als woorden van Jezus en als eigen aan zijn zending. Het is moeilijk dit onderscheid te maken in de 21ste eeuw, zeker wanneer dit gedurende 20 eeuwen niet is gebeurd. De vraag is of de christelijke bronnen de achteruitstelling van de joden, laster en haat ten overstaan van het Jodendom mogen bevatten en legitimeren, zelfs als deze verwerpelijke ideeën voortkomen uit een verkeerde lezing van de teksten.
    Het anti-joodse motief in Johannes is de belichaming van het dilemma van moderne gelovigen: mag de heilige leer het denigreren van, en laster en haat jegens Joden en het Jodendom bevatten en legitimeren, zelfs als deze houding voortkomt uit een verkeerde lezing, vertaling, perceptie en interpretatie? (Abel Mordechai Bibliowicz, Jews and Gentiles in the Early Jesus Movement. An Unintended Journey, p. 164)

    Over die passage in het Johannesevangelie heeft Reimund Bieringer zijn mening geuit in het blad Tertio van 23 september 2023 tijdens een gesprek met Liza Cortois.
    “U schreef ook over anti-joodse uitspraken in het Johannesevangelie. Tot welke conclusies kwam u daar?
    (Reimund Bieringer) “De uitdrukking hoi Ioudaioi, de joden, vind je in dat evangelie zeventigmaal, in de andere evangelies slechts enkele keren. Als je zo vaak naar een volk verwijst, is het risico op veralgemening en stereotypering zeer groot. Als er in het Oude Testament negatief wordt gesproken over de Jebusieten, voelt niemand zich vandaag door aangesproken. Dat is anders voor de joden voor wie die uitspraken ook vandaag nog kwetsend zijn. Sommige exegeten stellen voor om hoi Ioudaioi te vertalen als ‘de joodse leiders’, maar heel wat joodse collega’s willen dat niet. Ze voelen zich verbonden met die voorouders en willen niet dat christenen zich te makkelijk afmaken van de impact van die tekst doorheen de geschiedenis. Het grote probleem voor mij was dat er in die gewijde tekst dingen staan die ik als gelovige christen niet kan aanvaarden. Het ergste voorbeeld is Johannes 8,44, waar Jezus over de joden zegt: ‘U bent zonen van de duivel, die is uw vader.’ Dat vers heeft doorheen de geschiedenis ernstige gevolgen gehad. Op posters van de nazi’s stond: ‘De joden zijn de kinderen van de duivel’. Op websites van neonazi’s wordt die uitspraak nog steeds gebruikt.”
    Hoe kunnen we die passages duiden?
    “Er is in de geschiedenis op verschillende manieren met die tekst omgegaan.
    – In veel kerkelijke documenten wordt het probleem bij de lezer gelegd, bij de interpretatie van de tekst. Maar je kunt niet ontkennen dat er een gevaarlijk potentieel in de tekst zit.
    – Er zijn ook mensen die het probleem bij de tekst leggen, maar niet bij de auteur, Johannes bedoelde het volgens hen niet zo.
    – In een artikel gaan Didier Pollefeyt, Frederique Vanneuville en ik ervan uit dat er toch een verantwoordelijkheid ligt bij de auteur. Maar we mogen 8,44 ook niet uit de context rukken. In het Johannesevangelie staat nergens dat het jodendom een slechte religie is of dat de joden niet tot heil kunnen komen. Dat evangelie is geschreven als een ultieme poging om ervoor te zorgen dat de joden die Jezus niet als Messias zagen, Hem toch zouden aanvaarden. Men mag niet uit het oog verliezen dat bijna iedereen in het evangelie joods is, ook Johannes zelf. Er zijn joden die volgelingen van Jezus werden en joden die dat niet werden. Johannes heeft het over die laatsten. Hij is bezorgd om hen, ook al toont hij dat volgens ons aanvoelen op een problematische manier. In Johannes 3,16 staat: ‘Zoveel immers heeft God van de wereld gehouden dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft geschonken.’ Er staat ‘kosmos’, daar horen de joden ook bij.
    Er is nog een tweede manier om de tekst te duiden en dat is door hem te situeren in het geheel van het Nieuwe Testament. Sommige mensen, zoals de evangelist Johannes, menen dat alle gelovigen goed zijn en alle ongelovigen slecht. Bij Paulus krijgen we een complexer verhaal. Paulus meent dat joden die niet in Christus geloven, niet automatisch slecht zijn. Volgens hem misbruiken sommige gelovigen het geloof, terwijl sommige ongelovigen in hun geweten goede redenen hebben om niet te geloven. In de Romeinenbrief probeert hij een verklaring te vinden waarom de meerderheid van zijn joodse medemensen niet in Jezus gelooft. God heeft dat volgens hem zo bedoeld, zodat men eerst de niet-joden zou uitnodigen in het geloof. De vrijheid om wel of niet te geloven is net nodig om in alle vrijheid en zonder dwang voor het geloof te kiezen.”

    Vermoedelijk ziet de auteur van het vierde evangelie geen enkel heil meer vanuit de beschreven Joodse toehoorders. Toch schrijft hij in 4.22: “de redding komt immers van de Joden.” Maar die zin is geschreven in een context van het vervangen van de Joodse en Samaritaanse cultus door een nieuwe aanbidding ‘vervuld van Geest en waarheid’: “ ‘Geloof Me,’ zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie noch op deze berg [Gerizim], noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden.’ ” (4.21)

  2. Robbert

    De schrijver(s) van Johannes hoofdstuk 8 polemiseert tegen iedereen: ” het volk, schriftgeleerden en farizee-en, de joden, de mensen”, allen die toehoorden en vragen stelden: iedereen krijgt geheel en al ongelijk en zelfs “velen die tot geloof kwamen” krijgen onder uit de zak.
    Intern-joodse discussie, vertrouwd met hyperbolen?? Kan zijn maar dan hoef je geen stenen te gaan gooien.
    Maar ja, het is een v e r h a a l he? Voor een bepaalde groep van gelovigen die zich afzetten tegen andere groepen. Voor deze krantenlezer, die ook geregeld een paar bijbelbladzijden leest, is het één en al onheuse verdediging.
    Helaas verschrikkelijk serieus genomen door latere generaties, zoals Jona al aanduidt.

    1. Robbert

      Mijn reactie werd geschreven zonder dat ik de voorgaande had gelezen. Die komt ongeveer overeen met wat ik vroeger al als uitleggen had gezien, er zijn vele boeken over anti-judaisme in het NT geschreven.
      Er zit veel geleerde speculatie bij die deze kantenlezer niet zal weerspreken.
      Maar hoe ook te duiden, ik zie geen dilemma voor huidige gelovigen: de beroerde historische uitwerking van teksten in Mattheus en mn. Johannes lijkt mij voor iedereen aannemelijk.

  3. FrankB

    Als verstokt atheïst heb ik geen behoefte religieuze teksten van een paar millennia geleden te verdedigen. Het komt mij wel goed uit dat ook destijds gelovigen elkaar niet konden uitstaan.
    Maar als we het hebben over de antisemitische invloed die deze teksten hebben gehad moet ik toch opmerken dat er sinds minstens tweehonderd jaar meer aan de hand is. Daar wil ik één voorbeeld van noemen: natuurkunde. Of wat daar voor door moet gaan. Dat is zo beroerd dat het bijna lachwekkend wordt. Het heet “Duitse natuurkunde”. en was de “tegenhanger” van “joodse natuurkunde”. Er zaten twee Nobelprijswinnaars bij: Johannes Stark en Philipp Lenard.
    Hier kunnen we toch de auteurs van de Evangeliën niet verantwoordelijk voor stellen.

    1. Robbert

      De auteurs van het NT zijn mijns inziens niet verantwoordelijk te stellen voor het latere christelijke antisemitisme. Zelfs christelijke antisemieten zijn mi. niet onverkort verantwoordelijk te stellen voor de vernietiging van miljoenen.
      Een religieus-culturele voedingsbodem voor die ontspoorde geleerden (ik moest ze even opzoeken) was er zeker.

      1. FrankB

        Neemt niet weg dat er een duidelijke verschuiving is geweest van religieuze “argumentatie” naar “wetenschappelijke”. Die twee kwaadaardige clowns hebben hun Nobelprijzen niet voor hun theologisch denkwerk verkregen.
        Bovendien is “religieus-culturele voedingsbodem zo generiek dat het betekenisloos wordt. Hoewel ik zelfs nooit gedoopt ben (de goden waarin ik niet geloof zij gedankt) heeft mijn denken precies dezelfde religieus-culturele voedingsbodem, doodeenvoudig omdat Nederland een dik millennium lang door en door christelijk is geweest, net als Duitsland.

  4. Sara

    Het hele Nieuwe Testament mag van mij de prullenbak in.
    De woorden die de held van deze verhalen in de mond worden gelegd; hoe hij zich blijkbaar keert tegen de joden die hem niet als Messias zagen: het heeft allemaal één doel: van de figuur van een rondreizende joodse leraar (zoals er velen waren), een soort godheid maken, door hem o.a. op te zetten tegen joden die hem niet zagen als de Messias. Want de nieuwe godsdienst, een variant toen nog binnen de joodse godsdienst, moest zich natuurlijk onderscheiden daarvan en zich presenteren als de enig ware.

    1. Rik Gheysens

      Zowel aan het joods als aan de christelijk gedachtengoed kleven stellingen die voor een humanist niet door de beugel kunnen. Het is de delicate opdracht van historici, filosofen, enz. om de hele achtergrond van die religies aan het licht te brengen. Ik denk dat dit tot op heden nauwelijks is gebeurd. Friedrich Nietzsche heeft evenwel een verdienstelijke poging daartoe gedaan. Nu staan we veel verder betreffende de kennis van het verleden. Het boek van Marleen Reynders, Exodus, bijv., heeft mij enorm geïnspireerd;
      Momenteel blijven de christelijke instituten veel mensen inspireren. Een cultuur van 2000 jaar kan men niet wegvegen in één pennentrek. Als oplossing vult elke predikant, priester, kloosterling, … zelf in wat de boodschap van Jezus voor vandaag betekent, en neemt daarbij als maatstaf het humanisme. Alle opvattingen van de Bijbel die niet verenigbaar zijn met het huidig niveau van humanisme, blijven ze deskundig in de koelkast houden. Zelfs Paulus deed dit reeds in verband met de onverbreekbaarheid van het huwelijk die door Jezus werd gepredikt.

      Ook Israël heeft tegenwoordig af te rekenen met de invloed van de Haredi (ultra-orthodoxen) in de regering, met alle kwalijke gevolgen van dien.

      Men zou kunnen overwegen de levensvisie die is uitgewerkt door Spinoza toe te passen. Toch blijven de verhalen van de Bijbel mensen aanspreken, ook al onderkennen ze dat vele verhalen niet relevant zijn en zelfs onmenselijk overkomen.

Reacties zijn gesloten.