De Maronitische Wereldkroniek (2) Arcadius

Arcadius (Valkhofmuseum, Nijmegen)

[Dit is het tweede van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

706 SE. ≡ okt. 394/sept. 395

…… terwijl de keizer [Theodosius] met het Romeinse leger in de westelijke gebieden was en Eugenius zich … (?).

In de oostelijke gebieden van het Romeinse Rijk veroorzaakten de Hunnen onrust en staken … en Sofene en Mesopotamië over, waarna ze naar Galatië trokken. Deze ramp vond plaats in … in de tijd van Theodosius in zijn tweede regeringsjaar, dat was het jaar 706.

Theodosius regeerde zeventien jaar en enkele maanden, waarna de regering werd overgenomen door zijn zonen Arcadius en Honorius.

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (2) Arcadius”

Maron, een laatantieke kluizenaar

Een moderne afbeelding van Maron

Effe een stukje over de Late Oudheid, over de christelijke kluizenaar Maron. Hij is op afbeeldingen herkenbaar aan een zwarte habijt en een stola, en hij heeft meestal een staf in de hand, waardoor hij te identificeren is als abt. Hij zou zelf hebben opgekeken van die typering, want een abt staat aan het hoofd van een klooster, dus een gemeenschap van monniken. Maron was daarentegen een alleen levende kluizenaar.

Het was in zijn tijd, zo rond het jaar 400 na Chr., niet ongebruikelijk dat mensen in het lijden van Christus wilden delen door in eenzaamheid een sober leven te leiden, liefst in een ontoegankelijk gebied. Zo ook Maron, die leefde bij een verlaten heidense tempel in de buurt van de Syrische stad Kyrrhos. Dat zijn hele bezit bestond uit een leren tent, was voor die tijd opvallend sober: meestal leefden kluizenaars en monniken in grotten of simpele huisjes. Blijkbaar trok Marons nog radicalere versterving de aandacht, want hij had nogal wat volgelingen, die in de omgeving kwamen wonen. Die zullen Marons gezag hebben erkend en op zondag zijn samengekomen voor de eredienst, maar hadden verder weinig gemeenschappelijk. Helemaal alleen waren ze dus niet, een georganiseerd klooster waren ze evenmin; men noemt deze tussenvorm weleens een laura.

Lees verder “Maron, een laatantieke kluizenaar”

De Hagia Sofia

De Hagia Sofia

Mijn zakenpartner reist bovengemiddeld veel en is niet snel ergens van onder de indruk, maar in Istanbul, in de Hagia Sofia, viel hij even stil. En ik snap hem helemaal. De kerk van de Heilige Wijsheid is ook voor mij een van de allermooiste monumenten uit de Oudheid. De Heilige Wijsheid in kwestie is overigens een andere aanduiding voor het Woord van God ofwel Christus.

De belangrijkste kerk van Constantinopel, want daarover hebben we het, stond op een boogscheut van een ouder christelijk heiligdom, de Kerk van de Goddelijke Vrede ofwel de Heilige Eirene. In de tekst die bekendstaat als de Notitia Urbis Constaninopoliana heten ze “de oude kerk” en de “nieuwe kerk”.

Lees verder “De Hagia Sofia”

Aristobulus, de eerste bisschop van Britannia

Een voorname Romein, midden eerste eeuw (Museo civico, Milaan)

Het is vandaag, 16 maart, volgens de Oosters-Orthodoxe kerk,noot De kerk van Rome viert deze dag op 15 maart. de feestdag van een interessante heilige, de apostel Aristobulus, die door Paulus naar Britannia gestuurd zou zijn. Hij wordt daarom ook wel de eerste bisschop van Groot-Brittannië genoemd, hoewel er in die tijd nog geen bisschoppen bestonden. Zijn naam betekent ‘uitstekende raadgever’ en hij zou deel uitgemaakt hebben van de ‘zeventig apostelen‘, gezanten van Jezus:

Daarna stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar hij van plan was heen te gaan.noot Lukas 10.

Lees verder “Aristobulus, de eerste bisschop van Britannia”

Het ongrijpbare antieke christendom (4)

Christus als zonnegod (Catacombe van Petrus en Marcellinus, Rome; eerste helft vierde eeuw)

[Ik was begonnen met een lijstje van verwachtingen die je kunt hebben vóór je begint aan onderzoek naar het vroegste christendom. Context hier, eerste deel daar.]

Verwachting 3: Monotheïsme

Zuiver monotheïsme heeft in de Oudheid nooit bestaan. Het jodendom heeft bijvoorbeeld een traditie gekend over een tweede godheid – ik blogde er al eens over – die weliswaar vanaf de derde eeuw na Chr. door het groeiende rabbijnse jodendom werd beschouwd als onorthodox, maar daarom nog wel heeft bestaan en die een denkkader bood waarin Christus paste als een hand in een handschoen. Hoe belangrijk deze traditie is geweest, is niet meer uit te maken omdat laatantieke rabbijnse kopiisten hun vingers aan dit soort teksten niet vuil maakten.

Lees verder “Het ongrijpbare antieke christendom (4)”

Schelden en terugschelden

Wat doe je, als christelijke auteurs je beschuldigen van zo’n beetje alle delicten uit het Wetboek van Strafrecht en speciaal voor jou zelfs nog een misdrijf verzinnen? Ga je rustig uitleggen dat het allemaal berust op een misverstand? Nee natuurlijk. Dat kost teveel tijd en zou bovendien de indruk wekken dat je iets te verdedigen hebt. Dus scheld je terug. Dat is nu zo. Dat was vroeger zo.

De christelijke polemiek tegen de joden begint al in het Nieuwe Testament. De gemeenschap waarvoor Johannes zijn evangelie schrijft, had een pijnlijke breuk met een joodse gemeenschap achter de rug en de evangelist ziet er geen been in ‘de’ joden aan te duiden als duivelskinderen. In de loop van de tweede eeuw worden de verwijten nog grover. Bisschop Meliton van Sardes verwijt de joden – opnieuw: ‘de’ joden – het misdrijf der ‘theocide’, de godsmoord. Het is geen frisse lectuur.

Lees verder “Schelden en terugschelden”