Afscheid

1 februari 1984

Ik kreeg vanmorgen het bericht dat mijn oude leraar Latijn is overleden, Ignace Johannesma. Hij werkte aan het Veluws College in Apeldoorn en is achtenzeventig geworden.

Ik was zeker niet zijn beste leerling. Weliswaar haalde ik soms een zeven, maar het schommelde toch meestal rond de zes.  Nooit heb ik elke uithoek van de Latijnse grammatica leren kennen, maar meneer Johannesma heeft me wel iets getoond van de schoonheid van de taal der Romeinen. In mijn beleving was het een soort mechaniekje, waarin alles paste op maar één manier. Daarna kon je nog discussiëren over de uitleg, maar je moest eerst de grammatica heel precies begrijpen.

Lees verder “Afscheid”

Le temps retrouvé

Beneden-Leeuwen, 1968

In 1994 verhuisde ik naar het huis waarin ik nog altijd woon. Ik had een doos met foto’s en wat fotoalbums, die ik op zolder plaatste en in feite vergat. Soms, als mensen me afdrukjes gaven van hun foto’s, legde ik die erbij. Eergisteren heb ik het stof er eens vanaf geblazen.

Dát maakt wat herinneringen los!

De foto hierbij toont mijn zus, vader en mijzelf. We woonden toen in Beneden-Leeuwen. Het is bizar dat ik na ruim veertig jaar nog precies weet hoe de woonkamer was, en dus kan reconstrueren dat we kijken naar een programma op de tv. Het is evident winter, zoals is te zien aan onze warme kleren, en ik denk aan de kachel en het enorme hok waar mijn vader de kolen uit haalde.

Lees verder “Le temps retrouvé”

Pythagoras in de problemen

Om te zien hoe overheidsdiensten elkaar dwars kunnen zitten, schakelen we nu over naar Apeldoorn, naar het “Parkje van Pythagoras” om precies te zijn. Het parkje, dat u hier uit de lucht kunt zien, is dus een driehoek. Een bord legt uit wat de bedoeling is:

Het parkje wordt aan twee kanten omgeven door stoeptegels van 30 x 30 cm. Door tegels te tellen kun je uitrekenen hoe groot die twee zijden zijn. Met de stelling van Pythagoras (A²+B²=C²) kan je nu de lengte van de derde zijde uitrekenen. A en B staan voor de rechthoekszijden en C voor de schuine zijde.

Lees verder “Pythagoras in de problemen”

Geboorte van een stadswijk

De plaats delict

Apeldoorn is al ruim duizend jaar oud en stadhouder-koning Willem III heeft er een buitenhuis aangelegd (Het Loo), maar het werd pas echt een stad nadat het in de jaren zestig van de vorige eeuw in twee opeenvolgende nota’s Ruimtelijke Ordening werd aangewezen als groeikern. Ik ben opgegroeid in een van de uitbreidingswijken, Zevenhuizen. Ruim aangelegd met veel groen, een dozijn lagere scholen, een zwembad, een buurthuis, opbouwwerk, vijvers, een centraal park, een jongerencentrum en opvallend veel kerken.

Een gemeenschap kon je de verzamelde bewoners echter niet noemen. Een van mijn vriendjes kwam uit Pijnacker, een tweede van de Antillen, de derde uit Groningen. Er was weinig wat de bewoners verbond, en omdat dus niemand precies wist wat een Zevenhuizenaar tot een Zevenhuizenaar maakte, was men – zoals ik het heb ervaren – vooral tegen alles wat afweek. Toen ik rond mijn veertiende mijn enkel verstuikte en niet op de gebruikelijke manier kon fietsen, werd ik eens toegesproken door een wildvreemde die me voorhield normaal te fietsen.

Lees verder “Geboorte van een stadswijk”