
Na vier jaar oorlog was het in 1944 duidelijk dat de partij met het meeste materieel de strijd zou winnen. Geconfronteerd met de schier onuitputtelijke stroom voertuigen en wapens, brandstof en munitie die de geallieerden konden produceren, zag het er voor Duitsland niet goed uit. Het enige wat de Duitsers na D-Day konden doen, was proberen de toestroom van dit materieel te saboteren.
Dat lukte deels: hoewel het Duitse front in Normandië eind juni in elkaar stortte, was het vernielde Cherbourg nog een maand lang onbruikbaar. De garnizoenen van Lorient en Saint-Nazaire hielden hun havens tot het einde van de oorlog uit handen van de geallieerden. Door de vlotte opmars door Frankrijk en België in augustus kwam het front steeds verder te liggen van de beperkte aanvoerhavens. Het offensief dreigde te stokken omdat voorraden honderden kilometers moesten afleggen over slechte wegen.





Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.