Doña Marina

Een Aztekisch beeldje van een dame (Humboldtforum, Berlijn)

Vele jaren geleden las ik Ochtend van Amerika, geschreven door Robert Lemm. Het ging over precolumbiaans Amerika, over het wereldbeeld van de daar destijds wonende volken, en over de komst van de Europeanen. De expeditie van Hernán Cortés, de ondergang van de Inka’s. Eén detail uit dat boek is me altijd bij gebleven: dat Cortés een vrouwelijke tolk had, Doña Marina.

Doña Marina, wier eigenlijke naam we niet kennen, was niet alleen Cortés’ vertaler, maar ook zijn minnares. Lemm wees erop dat deze vrouw niet alleen de talige problemen hielp oplossen die Cortés moet hebben ervaren, maar dat ze ook de Spanjaarden cultureel wegwijs maakte in een wereld die hun wezensvreemd was. Die opmerking is bij me blijven hangen. Toen ik me twintig jaar geleden bezighield met Alexander de Grote, viel me op dat ook hij een meertalige vriendin had, Barsine, die hem moet hebben uitgelegd hoe hij moest omgaan met de Perzische gewoonten. De Australische oudhistoricus Brian Bosworth is deze parallel trouwens ook opgevallen.

Lees verder “Doña Marina”

Misverstand: Alexander de idealist

Alexander als wereldheerser (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Misverstand: Alexander beoogde de eenheid van de mensheid

Een van de leukste antieke genres was de showrede, die enigszins vergelijkbaar is met de onzintoespraken die bij ons carnaval worden geïmproviseerd. Het was een oud genre: we weten dat Gorgias van Leontini al in de vijfde eeuw v.Chr. een lofrede hield op Helena van Troje, die volgens de meeste van zijn tijdgenoten niets anders was geweest dan een overspelige vrouw. Eeuwen later liet de Griekse publicist Ploutarchos (46-ca.122) zich uitdagen tot een redevoering over het geluk van Alexander de Grote. Daarbij zei hij onder meer:

Degenen die door Alexander werden onderworpen waren beter af dan degenen die hem ontsnapten, want aan het miserabele bestaan van de laatsten maakte niemand een eind, terwijl de overwinnaar de eersten, goedschiks of kwaadschiks, welvaart bracht. Als ze niet zouden zijn onderworpen, waren ze onbeschaafd gebleven. Als de filosofen zich erop laten voorstaan dat ze ruwe en ongevormde karakters beschaven en corrigeren, dan kan Alexander, die ontegenzeggelijk de woeste aard van talloze stammen heeft veranderd, beslist worden beschouwd als een heel groot filosoof.

Lees verder “Misverstand: Alexander de idealist”