Driemaal wereldgeschiedenis

Eroten met guirlandes uit Taxila: een puur Romeinse vorm in het huidige Pakistan (Humboldtforum, Berlijn)

De term “wereldgeschiedenis” is vaag. Toen ik haar tijdens mijn studie voor het eerst uitgelegd kreeg, bedoelde mijn docent er duidelijk “synthese” mee. Tegenwoordig lijken we vooral te bedoelen dat we lokale geschiedenis inbedden in een wijdere context. Dat is bepaald geen nieuw perspectief.

Wereldgeschiedenis: eerste fase

In de achttiende eeuw bereikte een enorme hoeveelheid etnografische informatie Europa. Dat dwong de Verlichtingsfilosofen na te denken over een verklaring voor de overeenkomsten en verschillen tussen de diverse culturen. Zo ontstond het idee dat de mensheid van primitief via barbaars naar beschaving was gegroeid. Etnografische data en informatie uit antieke bronnen gingen bij denkers als Turgot en De Condorcet hand in hand.

Lees verder “Driemaal wereldgeschiedenis”

De Zijderoute (1)

Aan de Amur Darya
Waar de Zijderoute de Amu Darya kruist

Historische kennis bouw je, om zo te zeggen, op door steeds minder breed te generaliseren. Je deelt het verleden het eerst in in Oudheid, Middeleeuwen en Nieuwe Tijd; als je geschiedenis dan leuk blijkt te vinden, verfijn je je kennis; en zo steeds verder. Als je kennismaking een verfijningsniveau te diep begint, is er een grote kans dat je het niet begrijpt, wat kán – het hoeft niet – betekenen dat je er nooit door geboeid zult raken. Dat is ongeveer de situatie waarin ik me bevind voor wat betreft Centraal-Azië: ik lees over Yuezhi-nomaden, over steden als Samarkand, over Mohammed Shaibani en over landen als Tadzjikistan, maar ik begrijp het grote plaatje niet. Ik begrijp dat Timoer Lenk in Oezbekistan een soort nationale held is, maar ik begrijp niet waarom – het was in elk geval geen Oezbeek.

Dat geringe begrip is toch wel wat ergerlijk, aangezien ik dit najaar naar Oezbekistan ga. Ik beken dat Beckwiths Empires of the Silk Route, waarover ik hier al eens schreef, me niet echt verder hielp: het was te gedetailleerd om echt begrip voor de hoofdlijnen te krijgen. Toch denk ik dat ik de laatste weken wat meer grip heb gekregen en dat ik nu datgene over de geschiedenis van Centraal-Azië kan vertellen wat ik zelf graag als eerste kennismaking zou hebben gehad. Drastisch vereenvoudigd dus. Turken en Mongolen gaan bijvoorbeeld op één hoop, want ze spreken allebei Altaïse talen.

Lees verder “De Zijderoute (1)”

Zijderoute

De Bibi Khanum-moskee in Samarkand

Ik beken dat ik er altijd moeite mee heb, met al die Centraal-Aziatische volken die je, als je je bezighoudt met de Oudheid, geacht wordt te herkennen. Het begint al in het tweede millennium v.Chr., toen de sprekers van de Indo-Europese talen uitzwermden: de Indiërs, de Iraniërs, de Hittieten, de Armeniërs, de Thraciërs, de Grieken, de Italiërs, de Kelten, de Germanen en dan mis ik er nog een paar. Dat uitzwermen duurde tot ver in het eerste millennium.

Op de steppe zelf woonden de Skythen en de Saken, van wie de Griekse onderzoeker Herodotos zegt dat het verschillende volken zijn maar die volgens moderne onderzoekers vreselijk veel op elkaar leken. We kennen ze ook als Sogdiërs, terwijl de Chinezen hen aanduiden als de Sai of de Saklai. Uit de Perzische en Griekse bronnen kennen we diverse Skythisch/Sakische volken: de Sakā haumavargā of Amyrgische Saken (de haoma-drinkende Saken), de Sakā tigrakhaudā of Orthokorybantiërs (puntmutsdragende Saken), de Pausiken ofwel Apā Sakā (water-Saken), de Māh-Sakā of Massageten (zonne-Saken), de Sakā paradrayā (Saken van overzee ofwel Skythen).

Lees verder “Zijderoute”