Khalchayan

Portret uit Khalchayan (Nationaal Museum. Tasjkent)

Eerst even wat aardrijkskunde. Baktrië is de oude naam van het grensgebied tussen Oezbekistan en Afghanistan. De voornaamste stad is tegenwoordig Termez, waar de Vriendschapsbrug de twee landen verbindt. De rivier onder die brug heet Amurdar’ya maar is in Europa bekender onder de antieke naam Oxus, een gelatiniseerde versie van de Griekse vorm van het Sogdische Waxš, “wild”. Het is een vruchtbaar gebied, deels door irrigatie, deels door de aanvoer van water uit bergrivieren, en een daarvan is de Surkhandar’ya, die zich bij Termez met de Oxus verenigt. Het stroomdal is al even vruchtbaar.

Rond 135 v.Chr. vestigden zich hier de Yuehzi-nomaden, die afkomstig waren uit wat ik gemakshalve China zal noemen. Hun migratie is een van de vele voorbeelden van de quasi-eeuwige beweging van nomadische groepen van Manchurije naar het westen. In Baktrië woonden de nieuwkomers te midden van Sogdiërs, Saken en de afstammelingen van Perzische kolonisten en de Griekse huurlingen die Alexander de Grote hier had achtergelaten, met daartussen nog wat verdwaalde Indiërs. Een volgend, in Baktrië geformeerd leger trok later, in de eerste decennia van onze jaartelling, verder naar het zuiden en vestigde het Kushana-rijk in de Punjab.

Lees verder “Khalchayan”

De Kushana’s

Een Kushana-prins uit Dalverzintepa (Nationaal Museum, Tasjkent)

Het begint dus in China. Of beter, ten noorden van China. Aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. woonden daar twee groepen nomaden. In het noordwesten waren dat de Tochaars-sprekende Yuezhi en in het noordoosten de Xiongnu. En verder was er de eeuwige trek waarmee herdersvolken westwaarts reizen, omdat je dan van het betrekkelijk droge Manchurije en Mongolië naar steeds groenere gebieden reist – over de Altai, naar de Pontische Steppe, naar de Hongaarse poesta.

En dat wil dus zeggen dat de Xiongnu westwaarts trokken en de Yuezhi voor zich uit dreven. In 176 v.Chr. kwam dit proces door een militair conflict in een stroomversnelling en de Yuezhi migreerden via het huidige Kazachstan naar Sogdië, zeg maar het huidige Oezbekistan, waar ze rond 130 v.Chr. aankwamen. Ook vestigden ze zich in Baktrië, het grensgebied tussen Oezbekistan en Afghanistan, aan weerszijden van de rivier de Oxus. Ze woonden hier te midden van een Sogdisch-Baktrisch-Perzisch-Griekse bevolking en namen het Griekse alfabet over. Opgravingen als het Oezbeekse Khalchayan en het Afghaanse Tillya Tepe documenteren het pluriforme karakter van deze wereld.

Lees verder “De Kushana’s”

Een bijl uit Margiana

Een bijl uit Margiana (Louvre, Parijs)

In de afdeling Nabije Oosten in het Louvre in Parijs is momenteel een kleine expositie van voorwerpen die normaal gesproken in het Metropolitan Museum in New York zijn. Er zijn duizend redenen om naar het Louvre te gaan, maar deze tentoonstelling behoort er niet toe: het gaat namelijk om zegge en schrijve tien objecten. Die liggen dan naast voorwerpen uit het Louvre die er enigszins op lijken, wat in museale koeterwaals dan heet dat ze een dialoog aangaan.

Een van de Amerikaanse voorwerpen is bovenstaande bijl. Het voorwerp komt – en eigenlijk klinkt dit verdacht – uit een na de Iraanse Revolutie van 1979 naar de Verenigde Staten overgebrachte collectie van een Iraanse verzamelaar. Ik heb niet kunnen achterhalen waar die verzamelaar de bijl heeft verworven, maar het voorwerpje behoort tot het zogeheten Bactria-Margiana Archaeological Complex (BMAC). Dat is een bronstijdcultuur uit het zuiden van Turkmenistan en Oezbekistan en het noorden van Afghanistan, die u moet plaatsen tussen 2200 en 1700 v.Chr. Ze kenmerkt zich door opvallend grote burchten – ik heb Gonur Deppe weleens genoemd – en handelscontacten met India, de (Indo-Europese) Andronovo-cultuur en Mesopotamië.

Lees verder “Een bijl uit Margiana”

Het Parthische Rijk (4): Het einde

Hatra was omstreden tussen Rome en het Parthische Rijk

Ik schreef in het vorige blogje over het Parthische Rijk dat het met het Romeinse keizerrijk een compromisvrede had bereikt over Armenië. De koning van die bufferstad zou een Parthische prins zijn uit de Arsakidische dynastie, maar had de goedkeuring nodig van de Romeinse keizer. Er was echter niets geregeld voor de afzetting van een koning.

Trajanus’ oorlog

Toen de Parthische koning Osroes I gedwongen was een Armeense leider te onttronen, vormde dat voor de Romeinse keizer Trajanus de aanleiding tot een oorlog. In 114 viel hij het Parthische Rijk binnen, gesteund met een betere cavalerie dan de Romeinen ooit eerder hadden kunnen inzetten. De Parthen werden verslagen. De Romeinen annexeerden Armenië en in het volgende jaar marcheerde Trajanus naar het zuiden, waar hij de Parthen dwong het ene na het andere bolwerk te ontruimen. In 116 capituleerde Ktesifon en richtte Trajanus nieuwe provincies in met grandioze namen als Assyria en Babylonia. Dat bleek voorbarig.

Lees verder “Het Parthische Rijk (4): Het einde”

Het Parthische Rijk (3): Westelijke oorlogen

Parthische boogschutter (Altes Museum, Berlijn)
De lichte cavalerie van het Parthische Rijk bestond uit boogschutters (Altes Museum, Berlijn)

[Dit is het derde van vier blogjes over het Parthische Rijk. Het eerste was hier.]

Het Seleukidische Rijk was ten onder gegaan door versnippering, waar westelijke en oostelijke vijanden van hadden geprofiteerd: de Romeinse republiek en de Parthen. In 69 v.Chr. sloten die twee machten een verdrag, waarbij ze de Eufraat als grens aanvaardden. Zes jaar later annexeerde de Romeinse bevelhebber Pompeius de Grote de laatste restanten van het rijk van de Seleukiden.

Asymmetrische oorlog

Verdrag of niet, in 53 v.Chr. stak de Romeinse generaal Crassus de grensrivier over. Bij Carrhae, dat u ook kent als Harran, werd hij echter verslagen door een Parthische commandant die in de Griekse en Latijnse bronnen Surena wordt genoemd, en die lid moet zijn geweest van de Suren-clan. De oorlog rond Harran vormde het begin van een reeks oorlogen die bijna drie eeuwen zouden duren.

Lees verder “Het Parthische Rijk (3): Westelijke oorlogen”

Het Parthische Rijk (2): Bestuur

Portret van een heerser uit het Parthische Rijk uit Aššur (Pergamonmuseum, Berlijn)

Van alle Iraanse dynastieën regeerden de Arsakiden het langst: bijna een half millennium heersten ze over het Parthische Rijk. In mijn vorige stukje beschreef ik hoe ze in de loop van de ruime eeuw tussen 245 en 139 v.Chr. vanuit Hyrkanië hun macht uitbreidden naar Baktrië in het oosten en naar Hyrkanië en Medië in het westen, en tot slot Babylonië en Elam. Deze laatste twee gebieden waren veel verstedelijkter dan de gebieden op de Iraanse hoogvlakte. De veroveraars zouden hun bezittingen moeten gaan organiseren.

In alle gebieden was het bestuur Griekstalig geweest en de nieuwe heersers moesten zich, als ze wilden dat hun heerschappij duurzaam was, daaraan aanpassen. De steden behielden daarom hun oude rechten en het bestuur bleef min of meer hetzelfde. Een interessant detail is de muntslag: de opschriften waren in het Griekse alfabet, ook toen de kennis van deze taal achteruit was gegaan en niemand nog goed wist hoe hij Griekse karakters moest schrijven.

Lees verder “Het Parthische Rijk (2): Bestuur”

Het Seleukidische Rijk

Seleukos I Nikator (Archeologisch museum, Napels)

Een pagina over de Seleukiden, die was er nog niet op deze blog. Terwijl deze hellenistische dynastie toch lange tijd heeft geregeerd over een immens gebied. Ik heb trouwens ook nog geen blog gewijd aan de Ptolemaiën, hoewel die voor Egypte en Cyprus toch ook belangrijk zijn geweest. Maar goed, eerst de Seleukiden.

Na de dood van Alexander de Grote op 11 juni 323 v.Chr. verdeelden zijn generaals, de Diadochen, zijn rijk. Een daarvan was zijn vriend Seleukos I Nikator (“de overwinnaar”), die zich na een reeks conflicten koning wist te maken van de oostelijke provincies – min of meer het moderne Afghanistan, Iran, Irak, Syrië en Libanon, samen met delen van Turkije, Armenië, Turkmenistan, Oezbekistan en Tadzjikistan. Het nieuwe koninkrijk zou twee hoofdsteden hebben, allebei gesticht rond 300 v.Chr. en allebei Seleukeia genaamd. De ene stad lag aan de Middellandse Zee en zou al snel worden overvleugeld door het even verderop gelegen Antiochië; het andere Seleukeia lag aan de Tigris en zou nog eeuwenlang belangrijk zijn.

Lees verder “Het Seleukidische Rijk”

Oezbekistan in Berlijn

Reliëf met een krijger uit Kampyr Tepe (tweede eeuw v.Chr.)

Om deprimerende redenen die u vlak voor het einde van dit blogje zult vernemen, ben ik momenteel in Berlijn. Gisteren zijn we langs Tempelhof, het Schöneberg-raadhuis en andere Koude-Oorlog-locaties wezen fietsen. Vandaag gingen we naar het Neues Museum, de Oezbekistanexpositie en het Altes Museum. Het laatstgenoemde museum toont klassieke kunst, het Neues Museum biedt Egypte en (Germaanse) Prehistorie. Alles bij elkaar ben je daar acht uur mee bezig, een pauze met curryworst inbegrepen. Daarna ben je weliswaar doodmoe maar ook helemaal vol mooie indrukken.

Invloeden op Oezbekistan

Ik hoef u een bezoek aan Berlijn niet aan te raden. Het is immers de interessantste stad van Europa en het is maar zes uur met de trein. Wat ik u wel aanraad, is de expositie Archäologische Schätze aus Usbekistan. Er zijn stukken te zien uit het Nationaal Museum in Tasjkent, het Museum van Termez, de collectie van de Oezbeekse Academie van Wetenschappen en enkele andere musea. Die zul je verder niet snel te zien krijgen, zelfs niet in Oezbekistan.

Lees verder “Oezbekistan in Berlijn”

Geliefde boeken: de Zijderoute

Langs de Zijderoute werd van alles verhandeld. Let op de kleine aap op de rug van de dromedaris. (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Er waren al vroeg contacten tussen Europa en Centraal-Azië. Zo drong Alexander de Grote door tot in Centraal-Azië en veroverde het oasestadje Marakanda, nu Samarkand geheten. De bloeitijd van de grootste en rijkste marktplaats, en het centrum van islamitische geleerdheid en astronomie, begon echter vele eeuwen later, na de komst van de Islam naar Centraal-Azië.

De Romeinen kenden peper en zijde afkomstig van handelsroutes uit het Oosten. Een kostbaar zilver peperpotje, gemaakt tussen 350 en 400 na Chr. en gevonden in Engeland, getuigt daarvan. Het potje laat ook duidelijk zien dat alleen welgestelden zich peperkorrels konden veroorloven.

Lees verder “Geliefde boeken: de Zijderoute”

De hellenistische steden

De hoofdstraat van Apameia

Zoals zoveel zaken in de hellenistische tijd, was de gewoonte steden te stichten een voortzetting van een eerdere praktijk. De vader van Alexander de Grote, Filippos, was de stichter van Filippoi, terwijl drie Fenicische moedersteden Tripoli hadden gesticht. Dit zijn geen koloniën – sowieso een lastig begrip – want Filippoi en Tripoli verrezen niet overzee. Het waren volksplantingen in eigen land.

Het was, zoals zo vaak, Alexander die radicaliseerde. Het lijstje begint met Iskenderun in Turkije, Alexandrië in Egypte en Edessa in Turkije. In Afghanistan liggen Alexandrië in Areia (Herat), Proftasia, Alexandrië in Arachosië (Kandahar) en Alexandrië in de Kaukasos (Begram bij Kabul). Alexandrië aan de Oxus is identiek aan Kampyr Tepe in Oezbekstian. Het Verste Alexandrië is vermoedelijk Khojand. Nikopolis, Boukefala en Alexandrië aan de Akesines (Uch) liggen in de Punjab. Er lijken stadstichtingen te zijn geweest rond Karachi. Charax ligt in zuidelijk Irak. We ronden af met Alexandrië in de Troas in Turkije en Alexandrië in Margiana (Gyaur Kala in Turkemistan). Dit waren compleet nieuwe steden of sterk vergrote oudere dorpen.

Lees verder “De hellenistische steden”