Nog eenmaal Von Stauffenberg

Von Stauffenberg (Ruhmeshalle, München)

Het zal u afgelopen weekend duidelijk zijn geworden dat Von Stauffenberg me fascineert. Ik heb mezelf afgevraagd waarom eigenlijk. In elk geval speelde een rol dat ik in Stuttgart een expositie heb bezocht waar ik voor het eerst las over de eedaflegging. Alle theatraliteit ten spijt zit daar iets in dat me boeit: het aristocratische ideaal. Ik bedoel daarmee niet dat je door geboorte een beter mens bent, maar dat je “durch großen Sinn, Zucht und Opfer den anderen vorangehen” wil. Het is een Bildungs-ideaal.

Let wel: de gezworenen bedoelden er méér mee. Zij verachtten de gelijkheidsleugen, eisten respect voor de van nature bestaande rangen (de geboorteadel dus) en wilden weliswaar de anderen door inzicht, tucht en offerbereidheid voorgaan, maar zagen zich daarbij als leidinggevenden en niet als leraren, opiniemakers of wegbereiders. Dat gezegd zijnde: er is iets te zeggen voor het idee je positief te willen onderscheiden, een nadere verplichting jegens de gemeenschap aan te gaan, jezelf tot iets te verplichten. Ook is er iets te zeggen voor de stelling dat als je geprivilegieerd bent, de lat voor jou hoger ligt. Het is de boodschap van de Ilias, van het Wilhelmus en van Spiderman: with great power also comes great responsibility.

Lees verder “Nog eenmaal Von Stauffenberg”

“Eine ganz kleine Clique”

Enkele leden van de “ganz kleine Clique”

Om Hitlers woorden te bevestigen dat er slechts “eine ganz kleine Clique” van samenzweerders was geweest, arresteerden de Nazi’s de komende dagen slechts 700 mensen, waarvan er maar 200 zouden worden geëxecuteerd, meest door ophanging aan een dunne draad die de cipiers cynisch een pianosnaar noemden. De documenten die tegenwoordig worden getoond in het Bendlerblock, bewijzen dat de “Sonderkommission des Reichssicherheitshauptamtes zur Aufklärung des Anschlags auf Hitler” al op 24 juli begreep hoe het complot in elkaar had gezeten.

Of beter: men had hoofdlijnen herkend en kon die documenteren. Omdat wij deze rapporten nog altijd bezitten, vormt het Nazi-onderzoek nog steeds een leidraad voor ons begrip van de gebeurtenissen op 20 juli 1944. Wat de onderzoekscommissie niet hoefde documenteren, zoals wat er was gebeurd op de Wolfsschanze in de uren na de aanslag, is dus niet zo goed bekend. Een ander probleem is dat wat wél bekend is, is gebaseerd op de verklaringen van gearresteerden die waren gemarteld en probeerden het leven redden. Ze hebben dingen gezegd om de Gestapo naar de mond te praten. Zoiets geldt bijvoorbeeld Berthold von Stauffenberg, die heeft verteld dat hij en zijn broer het Führerprincipe, “völkische” ideeën, de bestrijding van de geest van de grote steden, de opvattingen over ras en het verlangen naar een door de Duitsers zelf bepaalde rechtsordening hadden gedeeld. Er is aanvullend bewijs dat de Von Stauffenbergs aanvankelijk sympathiseerden met het nationaalsocialisme, maar een passage als deze is op zichzelf weinig bewijs (testis unus, testis nullus).

Lees verder ““Eine ganz kleine Clique””

Vrijdag 21 juli 1944, 00:15 (Berlijn)

Fromm biedt zijn arrestanten – Olbricht, Von Stauffenberg, Mertz von Quirnheim, Von Haeften – de gelegenheid nog iets te schrijven. Ze krijgen een half uur, een half uur waarvan hij later zal verklaren dat hij met een snel samengestelde krijgsraad heeft gesproken over het lot van het viertal. Even voor middernacht keert hij terug en laat weten wat het vonnis is. Het zal de vier niet hebben verrast. Von Stauffenberg probeert nog één keer de schade in te perken: hij zegt als enige verantwoordelijk te zijn, de anderen hebben slechts zijn bevelen gevolgd. Fromm acht het geen antwoord waard.

Op de binnenplaats van het Bendlerblock staan auto’s geparkeerd om de executies bij te lichten bij het licht van de koplampen. Het executiepeloton doodt achtereenvolgens Olbricht, Von Stauffenberg, Von Haeften en Mertz von Quirnheim.

Hun lijken worden de volgende ochtend begraven naast de Matthäus-Kirche. Later zou Himmler ze laten opgraven en verbranden, opdat de as kon worden verstrooid en er geen graf zou zijn voor het viertal. Om Von Stauffenbergs hals vonden de grafdelvers een klein crucifix, het eerste cadeau dat hij ooit had gekregen van zijn echtgenote Nina.

Lees verder “Vrijdag 21 juli 1944, 00:15 (Berlijn)”

Donderdag 20 juli 1944, 23:30 (Berlijn)

De plaats van Becks zelfmoord

Het Bendlerblock is omgeven door troepen die loyaal zijn aan Hitler. Ontsnappen is niet meer mogelijk. In het Bendlerblock verzamelt generaal Fromm, die meer cognac op heeft dan betamelijk is, soldaten om de samenzweerders te gaan arresteren. Hij vindt ze in zijn eigen kantoor: generaal Friedrich Olbricht, kolonel Claus Graf von Stauffenberg, kolonel Albrecht Ritter Mertz von Quirnheim, eerste luitenant Werner von Haeften en – in burger – generaal b.d. Ludwig Beck. “So, meine Herren,” zegt Fromm sarcastisch, “Jetzt mache ich es mit Ihnen so, wie Sie es heute Mittag mit mir gemacht haben.”

Hij sluit zijn arrestanten echter niet op en de samenzweerders zullen daarover niet verbaasd zijn geweest. Ze weten dat Fromm weet dat zij weten dat hij minimaal sinds 15 juli wist van de coup. De arrestanten kunnen raden dat ze gedood zullen worden voordat ze met de Gestapo zullen spreken.

Lees verder “Donderdag 20 juli 1944, 23:30 (Berlijn)”

Donderdag 20 juli 1944, 21:00 (Berlijn)

Claus von Stauffenberg en Albrecht Mertz von Quirnheim

Het overhaaste vertrek van een ziedende Erwin von Witzleben maakt de soldaten in het Bendlerblock duidelijk dat er iets grondig verkeerd is. Eerst was er het bericht dat Hitler dood was, maar ze horen op de radio voortdurend het tegendeel; eerst zou Von Witzleben het opperbevel aanvaarden, nu is hij vertrokken. De manschappen eisen duidelijkheid: leeft Hitler en zo ja, steunen hun officieren de Führer of zijn ze verraders?

Von Stauffenberg spreekt de muiters toe en wordt bijna gelyncht. Er wordt geschoten en de graaf wordt geraakt in zijn linkerschouder. Een deel van de soldaten deserteert en bevrijdt Fromm.

Lees verder “Donderdag 20 juli 1944, 21:00 (Berlijn)”

Donderdag 20 juli 1944, 18:00 (Berlijn)

Portret van Claus van Stauffenberg, door Ludwig Thormaelen (uit de George-Kreis)

Von Stauffenberg, die al sinds zes uur in de ochtend aan het werk is, is overal tegelijk mee bezig. Hij telefoneert, soms met twee hoorns tegelijk, om mensen van het reserveleger te vertellen dat de Führer dood is. Guido Knopp citeert in zijn boek Stauffenberg een ooggetuige.

Hier Stauffenberg! Jawohl, alle Befehle des BdE (Befehlshaber des Ersatzheerers), jawohl, es bleibt dabei, alle Befehle sofort ausführen! Sie müssen sofort alle Rundfunk- und Nachrichtenstellen besetzen! Jeder Widerstand wird gebrochen!

Wahrscheinlich bekommen Sie Gegenbefehle aus dem Führerhauptquartier, aber die sind nicht autorisiert.

Nein, die Wehrmacht hat die vollziehende Gewalt übernommen. Niemand auβer dem BdE ist autorisiert Befehle zu erteilen. Haben Sie verstanden?

Jawohl, das Reich ist in Gefahr. Wie immer in Stunden der höchsten Not hat jetzt der Soldat die vollziehende Gewalt!

Ja, Witzleben ist zum Oberbefehlshaber ernannt. Es ist nur eine formelle Ernennung.

Besetzen Sie alle Nachrichtenstellen, klar? Heil!

Ondertussen had Von Stauffenberg toegegeven dat Hitler waarschijnlijk niet dood was. Veel deed het er niet meer toe: “Der Kerl is ja nicht tot, aber der Laden läuft ja, man kann noch nichts sagen.”

[Terug naar het eerste deel; deze reeks wordt over een half uur vervolgd.]

Donderdag 20 juli 1944, 17:15 (Berlijn)

Het regeringskwartier van Berlijn met in rood de door de Wehrmacht te bezetten gebouwen. Links, in blauw, het Bendlerblock.

Terwijl in heel Duitsland allerlei elkaar tegensprekende berichten binnenkomen, die ook weer op elkaar reageren, en terwijl de troepen van Paul von Hase de regeringsgebouwen in Berlijn bezetten, verschijnt een kleine SS-afdeling bij het Bendlerblock. De commandant heeft van Himmler instructies gekregen Claus von Stauffenberg te arresteren, maar wordt door de soldaten van de Wehrmacht overmeesterd.

Ondertussen wacht Beck nog altijd op het moment waarop hij zijn radiotoespraak kan beginnen, maar de technicus verschijnt almaar niet.

[Terug naar het eerste deel; deze reeks wordt over een kwartier vervolgd.]

Donderdag 20 juli 1944, 16:40 (Berlijn)

Von Stauffenberg

Terwijl generaal Fromm de samenzweerder Mertz von Quirnheim gearresteerd houdt en Olbricht nog steeds aarzelt, en terwijl de telex te langzaam het bericht dat Hitler dood is verspreidt, bereiken Von Stauffenberg en Von Haeften het Bendlerblock. Ze worden opgewacht door onder andere Berthold von Stauffenberg, die zijn marine-uniform draagt. Claus von Stauffenberg legt uit dat Hitler dood is. Hij heeft immers gezien hoe iemand met Hitlers mantel naar buiten werd gedragen. De bomexplosie was geweldig, niemand kan het hebben overleefd.

Het gezelschap gaat naar Fromm, die hun voorhoudt dat Keitel het tegendeel heeft beweerd. “Keitel liegt,” weet Von Stauffenberg, “zoals altijd.” Hoe weet Von Stauffenberg dat zo zeker, wil Fromm weten. “Omdat ik zelf de bom heb geplaatst,” bekent Von Staufenberg, waarop Fromm de graaf adviseert zelfmoord te plegen. Olbricht smeekt Fromm zich bij de samenzwering aan te sluiten. Fromm zoekt een wapen, maar Von Haeften overmeestert hem en Fromm wordt opgesloten in een van zijn vertrekken, waar hij de beschikking heeft over een flinke voorraad cognac.

[Terug naar het eerste deel; deze reeks wordt om 17:00 vervolgd.]

Donderdag 20 juli 1944, 15:45 (Rangsdorf)

Olbricht (links, met ridderkruis) in gezelschap van Wernher von Braun (in burger). De man middenin is Heinz Brandt, die zou worden gedood bij de aanslag in de Wolfsschanze.

Als operatie Walküre zou zijn begonnen, zou vliegveld Rangsdorf bezet moeten zijn door eenheden van het reserveleger. Als Von Stauffenberg en Werner von Haeften landen, blijkt daarvan echter geen sprake. Von Haeften rent naar de dichtstbijzijnde telefooncentrale en belt met het Bendlerblock: “De Führer is dood!” Eindelijk hebben de samenzweerders in Berlijn de zekerheid die ze nodig hebben.

Olbricht ijlt naar zijn superieur, Fromm, met de papieren waarmee Walküre in werking kan worden gesteld terwijl Albrecht Mertz von Quirnheim de aanwezige officieren alvast vertelt wat er zal gebeuren: nu Hitler het slachtoffer is van een moordaanslag, krijgt de Wehrmacht buitengewone bevoegdheden. De strijd in Rusland, Italië en Normandië gaat vanzelfsprekend gewoon verder. Veldmaarschalk Erwin von Witzleben zal, als officier met de hoogste rang, het opperbevel van Hitler overnemen en generaal Ludwig Beck wordt de nieuwe president van Duitsland. Over de integratie van de gewapende delen van de SS in de bevelstructuur van de Wehrmacht, zo weet Mertz te vertellen, wordt momenteel overlegd.

Lees verder “Donderdag 20 juli 1944, 15:45 (Rangsdorf)”

Donderdag 20 juli 1944, 14:00 (Berlijn, Wolfsschanze)

Het Bendlerblock

Erich Fellgiebel mag dan de telefooncentrale van de Wolfsschanze hebben geblokkeerd, het is niet de enige centrale. De SS heeft eigen apparatuur en Heinrich Himmler begrijpt al heel snel dat er een aanslag is geweest, en dat Hitler die heeft overleefd. Himmler vliegt naar de Wolfsschanze.

Intussen is de aanwezigheid van een koppel en de afwezigheid van de eigenaar een sterke aanwijzing wie er achter de aanslag heeft gezeten en al vrij snel begrijpen de mensen in de Wolfsschanze dat Von Stauffenberg de bom heeft geplaatst. Waar is hij? Als duidelijk wordt dat hij in een vliegtuig zit, concludeert Martin Bormann, de partijsecretaris van de NSDAP, dat de moordenaar aan het vluchten is en laat het bevel doorgeven een alleen vliegende Heinkel 111 neer te halen. Het bevel komt op de tafel van Friedrich Georgi, de schoonzoon van Friedrich Olbricht en een van de samenzweerders. Die laat het bevel verdwijnen.

Lees verder “Donderdag 20 juli 1944, 14:00 (Berlijn, Wolfsschanze)”