Vertalingen, steeds weer anders

De klipdas heet in sommige vertalingen konijn.

Iemand legde me de vraag voor waarom er eigenlijk zo veel verschil is tussen diverse vertalingen van antieke teksten. Daar zijn verschillende verklaringen voor te geven. Hier zijn enkele factoren die ik kan bedenken.

De brontaal

De eerste is dat onze kennis van de antieke talen voortdurend groeit. Dat kan gaan om de betekenis van woorden. Zo vermeldt de Bijbel enkele keren een sjafan, wat eeuwenlang is vertaald als konijn. Omdat we tegenwoordig iets meer van de flora en fauna van het Midden-Oosten weten, weten we dat daar geen konijnen voorkwamen. We weten nu dat de betekenis van sjafan klipdas” is.

Lees verder “Vertalingen, steeds weer anders”

Bijbellectuur

Dit is natuurlijk geen konijn.
Dit is geen konijn.

Een kennis van me ging met pensioen en besloot, nu hij wat tijd had, de Bijbel eens te lezen. Zoals te verwachten viel, bekwam hem dat slecht en hij is er halverwege mee gestopt. Zijn eerste fout: hij nam de Statenvertaling. Zijn tweede fout: hij begon bij Genesis. Zijn derde fout: hij vergat dat deze bibliotheek niet voor hem was geschreven.

Om met de Statenvertaling te beginnen: die is vier eeuwen oud en ook in hertaling geen toegankelijk Nederlands. Een andere moeilijkheid is dat een moderne lezer al snel struikelt over evidente fouten. Zo wordt het Hebreeuwse woord voor klipdas vertaald met “konijn”. Je hoeft geen biologie te hebben gestudeerd om te weten dat dit dier in het oude Nabije Oosten niet voorkwam. Storend.

Lees verder “Bijbellectuur”