Waarom ik “Xerxes in Griekenland” schreef

Gistermorgen heb ik bij uitgeverij Omniboek het bestand ingeleverd van mijn nieuwe boek, Xerxes in Griekenland. De presentatie is donderdagmiddag 28 november in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden; het ligt vanaf 3 december in de boekhandel en als u het meteen wilt hebben, bestelt u het hier. Dat is een Amsterdamse boekhandel maar ze leveren landelijk.

Xerxes in Griekenland is een kwart eeuw in de maak geweest, vanaf het moment waarop classicus Hein van Dolen me vroeg om de landkaarten en het register voor zijn vertaling van de Historiën van Herodotos te maken, die in 1995 is gepubliceerd onder de titel Het verslag van mijn onderzoek. De Historiën zijn de voornaamste bron over Xerxes’ veldtocht. Sindsdien cirkel ik steeds weer naar Xerxes’ veldtocht terug, is het niet omdat ik op vakantie naar Griekenland ging, dan was het wel omdat ik een boek schreef over Alexander de Grote of omdat kwakhistorici na de Amerikaanse inval in Irak hun kans schoon zagen om een hoop negentiende-eeuwse rotzooi de wereld in te pompen.

Lees verder “Waarom ik “Xerxes in Griekenland” schreef”

Continuïteit en relevantie

Eergisteren en gisteren schreef ik over teksten die aspecten illustreren van de oude wereld die hun invloed lange tijd hebben doen voelen. De labels uit graf U-j in Abydos tonen het begin van de schrijfkunst, waarvan ik het belang niet hoef toe te lichten. De wetten uit Ešnunna vertegenwoordigen een alternatief voor gewoonterecht, namelijk codificatie, waarop wij voortbouwen. Enuma Eliš bood een model voor nogal wat latere mythologie, die wij weliswaar achter ons hebben gelaten, maar die eeuwenlang invloedrijk is geweest. De Gatha’s illustreren de vervlechting van religie en ethiek, die voor vele gelovigen nog altijd actueel is. De Ilias documenteert onze norm dat privileges verplichten én onze zin voor het tragische.

Maakt dit alles de bestudering van de Oudheid relevant? Dat is alleen vol te houden, geloof ik, als je aanneemt dat dingen in hun ontstaansfase puur en zuiver zijn en dat je de kern van een verschijnsel het beste begrijpt door de oorsprong te bekijken. Mij lijkt dat baarlijke nonsens. De eerste wetten zijn niet zuiverder dan latere en je begrijpt de aard van wetgeving ook niet beter als je de tabletten uit Ešnunna bekijkt. Hooguit begrijp je beter welke bezorgdheden mensen ertoe brachten informele rechtsvinding te vervangen door een meer geformaliseerde praktijk. Dat is leuk om te weten, maar maakt het niet meteen relevant.

Lees verder “Continuïteit en relevantie”

Het gelijk van André Klukhuhn

De ernstigste consequentie van de snel groeiende publicatieberg is gelegen in de steeds toenemende starheid van de wetenschap. Immers, in iedere publicatie wordt gebruik gemaakt van stukken theorie en techniek, overgenomen uit andere publicaties, die ieder op hun beurt weer verwijzingen bevatten naar een volgende vertienvoudigde laag publicaties, enzovoort. Voor een kritische lezer is er zodoende geen beginnen meer aan om de betwijfelde uitkomsten van een publicatie ter discussie te stellen. Het graafwerk naar de wortels van de bewering zou al aanzienlijk meer dan een gemiddeld wetenschappelijk mensenleven in beslag nemen. Die consequentie is daarom zo ernstig, omdat de kritiseerbaarheid ermee verloren gaat, waarmee de wetenschap tot in de kern wordt geraakt.

Aan het woord was chemicus André Klukhuhn, destijds hoofd van het Studium Generale in Utrecht en auteur van Hypothese van het heden (1989). Pagina voor pagina legt hij uit hoe de wetenschap in de jaren tachtig het moeras in aan het lopen was. Sindsdien heeft hij jaar na jaar meer gelijk gekregen.

Lees verder “Het gelijk van André Klukhuhn”