
In de vroege vijfde eeuw werd Romeins Libië onder de voet gelopen door woestijnnomaden die bekendstaat als de Laguatan. De ruiters – soms op een dromedaris, vaak op een paard – wisten dat het gebied nauwelijks werd verdedigd. Misschien kenden ze de oorzaak: de Donaugrens stond onder druk en de Rijngrens was al bezweken. Constantinopel en Rome werden omgevormd tot de grootste vestingen van de oude wereld, met muren die nog altijd indrukwekkend zijn. In de ene stad deden ze dienst tot 1453, in de andere tot 1870. Het Romeinse Rijk werd dus bedreigd en alle troepen waren nodig aan het front.
En dus werd de Cyrenaica, het noordoosten van Libië, ontdaan van troepen en meteen onder de voet gelopen. Kyrene, ooit een van de belangrijkste culturele centra van de Griekse wereld en een van de rijkste steden van het Romeinse Rijk, zou nooit meer worden herbouwd. Toen het aan de Donau-grens even rustig was, kwam een generaal Anysius naar Libië, en hij boekte zowaar enig succes, maar verder was de verdediging overgelaten aan het privé-initiatief van de bewoners. Synesios, een rijke grootgrondbezitter, beschrijft in zijn brieven hoe het van kwaad tot erger ging. Zijn Katastasis is de deprimerende beschrijving van de totale vernietiging van het aloude gebied.


Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.