De “Schat van Priamos”

Haarsieraad uit Troje (Berlijn, Neues Museum)
De schat van Priamos: een haarsieraad (Berlijn, Neues Museum)

Het bovenstaande voorwerp, dat ik een paar jaar geleden fotografeerde in het Neues Museum in Berlijn, is nep. Het is een kopie van een sieraad uit de zogenaamde “Schat van Priamos”, die Heinrich Schliemann heeft opgegraven in Troje. De echte voorwerpen werden tijdens de Tweede Wereldoorlog bewaard in kratten in de Flakturm in de Berlijnse dierentuin en zijn in 1945 door de Sovjets meegenomen naar Moskou. Daar liggen ze nu in het Poesjkinmuseum, waar ik nog nooit ben geweest en waarvan ik dus ook geen foto’s heb. In Berlijn liggen replica’s van de originelen én vrij veel voorwerpen die na de oorlog nog in het depot van het museum bleken te liggen.

De Schat van Priamos is legendarisch – en niet alleen omdat ze de Ilioupersis illustreert, het heldendicht over de verwoesting van Troje. Schliemann begreep hoe hij de voorwerpen publicitair moest uitbuiten en dat leverde een van de beroemdste foto’s op uit de negentiende eeuw. Kijk maar na de breek.

Lees verder “De “Schat van Priamos”” →

Piramide

De piramide van Cheops
De piramide van Cheops

Cairo, maandag 7 januari 2008. Ik ben voor het eerst in Egypte. We rijden naar de piramiden en ik zit naast de chauffeur. De weg maakt een bocht en ineens klopt er iets niet meer aan mijn uitzicht. Recht voor me zie ik een grauwe driehoek, vaag en ver weg. Zo enorm groot dat ik een “wauw” niet kan onderdrukken. Als je dingen door hun afstand vaag ziet, zijn ze meestal klein. Maar dit keer past de vaagheid niet bij de omvang.

Er zijn vier echt grote piramiden – ik bedoel met een inhoud van meer dan een miljoen kubieke meter. Twee daarvan zijn gebouwd door koning Snofru (de knikpiramide en de rode piramide in Dashur), de grootste werd in Giza gebouwd door diens zoon Cheops en daarnaast verrijst de piramide van diens kleinzoon Chefren. (Egyptologen hebben het over Sneferu, Khufu en Khafre.) Eerdere en latere piramiden waren aanzienlijk kleiner.

Lees verder “Piramide” →

Het ontstaan van Egypte

Romer_Egypt

Akkerbouw, koningschap, kunst, schrift: ze zijn allemaal ontstaan in de Late Prehistorie en de Vroege Oudheid. Wie een datering zoekt, zit met de periode tussen 5000 en 2500 v.Chr. ruwweg goed; wie een plaats wil weten, moet denken aan de brede zone van de Indusvallei door zuidelijk Iran en het Tweestromenland naar Syrië en Egypte. Doordat de diverse culturen onderling handel dreven, waren er voldoende contacten om de ontwikkelingen in dit gebied min of meer synchroon te laten verlopen. Zo ontstonden, ergens rond de overgang van het vierde naar het derde millennium, vrijwel tegelijk het spijkerschrift in Irak en het hiërogliefenschrift in Egypte.

Zonder zijn ogen te sluiten voor de interregionale verbanden, die hij zelfs opvallend vaak noemt, vertelt de Britse egyptoloog John Romer in het onlangs verschenen eerste deel van A History of Ancient Egypt hoe in het land langs de Nijl de samenleving van de eerste boeren langzaam maar zeker veranderde en een eigen karakter kreeg, hoe het koningschap ontstond, hoe de Egyptische staat werd gevormd en hoe een werkelijk monumentale architectuur ontstond. Het boek eindigt met de bouw van de piramide van koning Cheops, ergens rond 2550 v.Chr.

Lees verder “Het ontstaan van Egypte” →

Antieke lucht

De put waarin het schip is gevonden.

Nog even een toevoeging aan mijn stukje van gisteren, over het graf van Toetanchamon. Ik schreef dat er luchtmonsters zouden kunnen worden genomen: antieke lucht is belangrijk om de samenstelling van de atmosfeer te kunnen reconstrueren, wat weer handig is voor het klimaatonderzoek.

Eerst even iets over het onderzoek in het algemeen, daarna Egypte. Onderzoekers kunnen niet alleen oude lucht vinden in minuscule holtes in stukken barnsteen en in grote reservoirs in onderzeese grotten, maar ook in luchtbelletjes in gletsjers of op Antarctica. Heel prettig zijn de luchtvondsten op Groenland, omdat het ijs daar is ontstaan door neervallende sneeuw, die elk jaar opnieuw een herkenbaar laagje afzet. Dit ijs is dus goed te dateren en dat betekent dat ook de luchtbelletjes vrij precies dateerbaar zijn. (De ouderdom van het veel oudere gletsjer-ijs wordt vastgesteld door middel van een argon-argon-datering.)

Lees verder “Antieke lucht” →