
[Voor de vaste bezoekers van deze blog: vandaag zijn jullie even niet aan de beurt, maar is de blog voor kinderen die het verhaal van Gilgameš nog nooit hebben gehoord. Daar moet verandering in komen. Het staat u natuurlijk vrij een achtjarige voor te lezen; zondag rond ik af. Het eerste deel was hier.]
In het zuiden van Irak lag een grote stad. Die heette Uruk. Nog nooit was er een plek geweest waar zoveel mensen bij elkaar woonden. Dat kun je tegenwoordig nauwelijks voorstellen want er is eigenlijk niets meer van Uruk over. Hierboven heb je een foto: stof en zand. Ik denk dat over vijfduizend jaar ook van Amsterdam of Antwerpen niet zoveel meer over zal zijn.
In het paleis van Uruk woonde koning Gilgameš. Zijn moeder was de godin Ninsun, de godin die de waterbuffels beschermde, en Gilgameš was dan ook zo sterk als een buffelstier. Als het oorlog was, liep hij voor de soldaten uit om als eerste op de vijand af te gaan; als het leger terug marcheerde naar Uruk, liep hij achteraan om zijn soldaten te beschermen. Vechten kon hij dus als de beste, maar helaas deed hij dat ook in de stad zelf. Hij sloeg de mannen, hij viel de vrouwen lastig. En niemand kon er wat aan doen, want Gilgameš was heel sterk en hij was de koning.









Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.