Archeoloog in Soedan (7)

Eds pottentuintje
Eds pottentuintje

[Ook vandaag geef ik het woord aan Edwin de Vries, een van de medewerkers van Livius maar momenteel als archeoloog actief in Soedan. Het eerste stukje is hier.]

Gelukkig Nieuwjaar allemaal! Onze oudejaarsviering bestond uit een kampvuurtje aan de voet van een duin ergens n de woestijn. Je weet wel, zo’n zandduin met een messcherpe rand. Af en toe kan het hier werkelijk adembenemend mooi zijn. ’s Nachts komt er nu geen maan op, waardoor het sterrenspektakel zijn weerga niet kent. Al met al een vrij bijzondere manier om het nieuwe jaar in te luiden. Voor het gemak vergeet ik maar even dat slapen in de woestijn wederom heel onaangenaam was. De zonsopgang liggend op een duin, dat maakte het echter meer dan waar.

Laat ik eens wat over het aardewerk vertellen. De overgrote meerderheid van het aardewerk dat wij vinden is handgemaakt, dat wil zeggen: niet met het pottenbakkerswiel gemaakt. Dit materiaal is over het algemeen niet erg goed gebakken en de klei zit vol met rommel (zand, kiezels, stukjes pot, etc.), waardoor het gemakkelijk breekt en soms zelfs in plakjes uiteen valt. De meeste potten zijn (of beter gezegd: waren ooit) kogelrond of een beetje ovaal, en hebben vaak roetplekken aan de buitenkant. Het gaat dus voornamelijk om kookpotten van verschillende formaten. Toch weten ze deze handgemaakte kookketels verdraaid dun te maken en daar lijken ze een listige methode voor te gebruiken. Veel van de potten hebben indrukken van manden aan de buitenkant.  Het lijkt erop dat de klei aan de binnenkant van een mand werd gestreken, waarmee de mand in feite als mal dient. Als de klei een beetje was uitgehard kon de mand waarschijnlijk verwijderd worden en de pot gebakken worden. Het aardige van deze methode is dat het leuk versierde potten oplevert die vrij dun zijn (en dus ook niet zo zwaar), en dat ze waarschijnlijk nog vrij vlot in elkaar konden worden geflanst ook.

Het nadeel van de kookpotten is dat ze veel voorkomen, niet alleen in aantallen, maar ook in een groot gebied en ook in veel verschillende periodes. De stijl van de potten verandert niet erg veel in de loop van de tijd, mede omdat de onderlinge verschillen toch al vrij groot zijn. De potten worden slordig en snel gemaakt, waardoor ze altijd al een beetje (of veel) onderlinge verschillen kennen. Veranderingen in trend of regio zijn daardoor niet waar te nemen. Dit is erg jammer voor archeologen, want die maken nu juist gebruik van dit soort verschillen om dingen te dateren of verbanden tussen regio’s aan te tonen. De samenstelling van de klei biedt ook al geen uitkomst, want iedereen maakt gebruik van Nijlafzettingen, die uiteraard sterk op elkaar lijken.

Gelukkig vinden niet alleen maar handgemaakte kookpotten, maar vinden we ook allerlei gedraaid aardewerk (dat wil zeggen: gemaakt met het pottenbakkerswiel). Dit aardewerk wordt wel zorgvuldig gemaakt en is vaak heel gevoelig voor trends in tijd en/of regio’s. Dit betekent dat heel subtiele verschillen (bijvoorbeeld de stand van een randje, of de vorm van de buik van een pot, of decoratie) iets kan vertellen over de herkomst en/of de ouderdom van de pot. Daarnaast treffen we ook potten aan die van verschillende soorten klei zijn gemaakt. De meeste zijn slechts zuiverdere versies van de gebruikelijke Nijlkleien, maar er zitten ook importen uit Egypte (en mogelijk verder) tussen.

Mijn werk bestaat voornamelijk uit het sorteren van het gevonden aardewerk in verschillende categorieën op basis van de klei, en om een inventarisatie te maken van alle aanwezige vormen. Dit betekent dat ik elk stukje dat mogelijk iets kan verklappen over de vorm (voornamelijk randjes) bestudeer en documenteer. Ze krijgen elk een eigen nummer en ik maak er een schaaltekening van. De inventaris die ik op deze manier opbouw zal uiteindelijk worden vergeleken met al eerder uitgevoerde studies in de regio. Op basis van parallellen zullen we dan in staat zijn om goede dateringen te kunnen geven en wat meer kunnen vertellen over de herkomst van het materiaal. De eerste indruk is dat het voornamelijk materiaal betreft uit de Napata-tijd, dat grofweg in de 7e tot 6e eeuw voor Chr. dateert.

Een gedachte over “Archeoloog in Soedan (7)

  1. Willem

    Is het niet mogelijk dat de pot in de mand gebakken werd? Zo’n mand was in een dag gevlochten terwijl de pot best wel lang meeging.
    Ik heb eens een pompoen in een grote mand laten groeien en moest de mand stuk knippen om de pompoen er later uit te halen. Grappig gezicht die afdruk van de mand in de pompoen.

Reacties zijn gesloten.