Romeins aardewerk

Reconstructie van een Atheense rammelaar (Celicia Ceramics)

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er een reeks blogjes aan. Dit is het laatste en het eerste was hier.]

Het Museumpark Orientalis heette ooit de Heilig Land-stichting en was destijds, een eeuw geleden, bedoeld om mensen die de pelgrimage naar Palestina niet konden maken, te tonen in welke wereld Jezus had geleefd. Sympathiek bedoeld, maar de implicatie was dat in het Midden-Oosten de tijd had stilgestaan en dat de bewoners niet in staat waren tot dezelfde innovatie die typerend is voor Europa. Orientalis is echter niet alleen een confrontatie met het denken van een eeuw geleden, het is ook het museumpark dat elke zomer ruimte biedt aan het Laat-Romeins Festival, het gezelligste en oudste nog bestaande Romeinenfestival in Nederland.

Keramiek

In het tentoonstellingsgebouw is nu een expositie over oude handelsroutes, die dus mooi aansluit bij de nieuwe opstelling in het Valkhof Museum, maar ik kwam vooral om wat bekenden te ontmoeten en me door archeologe Ester Schraven van Celicia Ceramics te laten bijpraten over historisch geïnspireerd aardewerk. Elk museum verkoopt wel wat imitaties van antiek keramiek of glas, maar ik heb geen idee hoe dat nu wordt gemaakt en hoe authentiek dat nu eigenlijk is.

Lees verder “Romeins aardewerk”

Museum Kam

Museum Kam, Nijmegen

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes of zeven blogjes aan. Dit is het voorlaatste. Het eerste was hier.]

Het moet een halve eeuw geleden zijn dat mijn vader me meenam naar Nijmegen, naar Museum Kam, destijds het archeologische museum van de stad. De locatie kon niet beter: het stond op de rand van de Romeinse legerbasis op de Hunerberg. De graven van de legionairs en hun tijdgenoten zijn gevonden in de straat waar het museum werd gebouwd, die inmiddels Museum Kamstraat heet. Mijn vader en ik kregen uitleg van meneer Stuart, die mijn ontluikende liefde voor Romeins Nederland aanwakkerde met een mooi verhaal. (Voor de insiders die zich afvragen hoe het kwam dat een Zo Grote Naam Uit De Nederlandse Archeologie twee passanten kwam verwelkomen, voeg ik toe dat Peter Stuart de broer was van een collega van mijn vader.)

Museum Kam is eind jaren negentig gesloten. De collectie is overgebracht naar het Valkhof Museum, waarover ik gisteren blogde, en het gebouw is sindsdien in gebruik voor andere doelen. In de coronatijd is het ingericht als onderzoekscentrum met bibliotheek.

Lees verder “Museum Kam”

Romeins Halder

Hercules in actie (Romeins Museum, Halder)

Weinig musea zijn zo mooi gehuisvest als het piepkleine Romeinse museum in Halder: het ligt middenin een natuurgebied, als een bijgebouw van een landgoed dat in de zeventiende eeuw is aangelegd op een donk bij het Brabantse riviertje de Dommel. Aan de cour van het landhuis is een theehuis, waar het goed toeven is. Kortom: ideaal voor een fietstochtje.

Je denkt bij Romeins Nederland niet meteen aan het Brabantse platteland, hoewel er bij mijn weten al zeker veertig jaar systematisch onderzoek wordt gedaan, dat zich vooral richtte op grote landgoederen zoals Hoogeloon. Een bestaande boerderij is daar in de eerste twee eeuwen na Chr. uitgegroeid tot een buitenverblijf dat in Italië niet zou hebben misstaan. Er was zelfs een badhuis. Elders in Noord-Brabant zijn landelijke nederzettingen gedocumenteerd die meer het karakter hebben behouden van een IJzertijdnederzetting. Ook daar was de Romeinse nabijheid echter voelbaar.

Lees verder “Romeins Halder”

Er is te weinig aandacht voor aardewerk

Aardewerk op de vlakte van Šahr-e Qumis (Hekatompylos)

In het eerste deel van dit stukje gaf ik aan dat er in musea nogal veel aardewerk ligt omdat het spul weliswaar breekbaar is maar niet goed kapot wil gaan. Het smelt, roest of brandt niet. Ook is keramiek betrekkelijk waardeloos, zodat niemand zijn leven riskeert om het uit een verbrande of verzwolgen nederzetting op te halen. Het grote aanbod van potten en scherven in de musea wil dus niet zeggen dat het materiaal is oververtegenwoordigd, maar dat andere vondstcategorieën zijn ondervertegenwoordigd.

Nee, er is nooit genoeg aardewerk

Er is ook een ander verhaal te vertellen. Keramiek is namelijk verdraaid informatief. Een van de eersten die dat begreep, was Heinrich Schliemann. In een tijd waarin esthetiek een belangrijke drijfveer was bij het oudheidkundig bodemonderzoek, zocht hij niet naar mooie sculptuur – al was hij niet afkerig van de mooie Helios uit Troje – maar begreep hij dat simpele voorwerpen een belangrijke bron van informatie konden zijn. De hoon die hij kreeg van de toenmalige, kunsthistorisch georiënteerde oudheidkundigen is nog altijd niet verstomd, maar Schliemann had wel gelijk. Het grauwe aardewerk dat hij vond in Orchomenos, Mykene en Troje IV deed hem bijvoorbeeld inzien dat deze nederzettingen gelijktijdig hadden bestaan. Zo ontdekte hij dat je aardewerk kunt gebruiken om chronologieën te bepalen.

Lees verder “Er is te weinig aandacht voor aardewerk”

Er is teveel aandacht voor aardewerk

Aardewerk uit Enkomi

Eigenlijk wil ik al weken eens wat Methode-op-maandag-stukjes schrijven over de koolstofmethode, want toen ik laatst op deze plek meldde dat er een probleem met de kalibratiecurve is, moest ik constateren dat ik nooit echt had uitgelegd wat dat was en waarom we nu met de gebakken peren zitten. Verder zou ik willen schrijven over tekstkritiek, want mijn stukje over de Lachmannmethode blijkt wat al te eenvoudig. U kunt het gerust lezen hoor, maar een recente editie van de Handelingen van de Apostelen leert me dat een vervolg nodig is. U moet dit alles echter te goed houden, want er ligt een lezersvraag:

Waarom hebben archeologen het zo vaak over aardewerk? Is dat niet wat al teveel?

Ja. Er is teveel aandacht voor keramiek. En ook nee, maar eerst waarom er zo veel aandacht is voor aardewerk.

Lees verder “Er is teveel aandacht voor aardewerk”

Archeoloog in Soedan (7)

Eds pottentuintje
Eds pottentuintje

[Ook vandaag geef ik het woord aan Edwin de Vries, als archeoloog actief in Soedan. Het eerste stukje is hier.]

Gelukkig Nieuwjaar allemaal! Onze oudejaarsviering bestond uit een kampvuurtje aan de voet van een duin ergens n de woestijn. Je weet wel, zo’n zandduin met een messcherpe rand. Af en toe kan het hier werkelijk adembenemend mooi zijn. ’s Nachts komt er nu geen maan op, waardoor het sterrenspektakel zijn weerga niet kent. Al met al een vrij bijzondere manier om het nieuwe jaar in te luiden. Voor het gemak vergeet ik maar even dat slapen in de woestijn wederom heel onaangenaam was. De zonsopgang liggend op een duin, dat maakte het echter meer dan waar.

Lees verder “Archeoloog in Soedan (7)”