Archeoloog in Soedan (9)

Nubische piramiden (klik=groot)
Nubische piramiden (klik=groot)

[Ook vandaag geef ik het woord aan Edwin de Vries, een van de medewerkers van Livius maar momenteel als archeoloog actief in Soedan. Het eerste stukje is hier; het onderstaande schreef hij op 16 januari.]

Toen de Egyptenaren het koninkrijk Kush onderwierpen, troffen zij een tafelberg aan, waar aan de voorkant (d.w.z. de Nijl-kant) een smalle rotsformatie uitsteekt. Deze werd prompt geïdentificeerd als een ureus, een opstaande cobra. Dit symbool, de ureus, is verbonden met het koningschap en met de godheid Amon. De berg werd gezien als het zuidelijke huis van de god, en de Egyptenaren bouwden aldus een tempel aan de voet van de berg, en meenden dat hun onderwerping van Kush door de goden was gerechtvaardigd.

De tempel werd deel van een nederzetting (of andersom?) en de nederzetting kreeg de naam Napata. Kortom, het werd het hart van het koninkrijk Kush dat na de Egyptische overheersing zou opkomen, en uiteindelijk ‘Egyptischer’ dan Egypte zou worden. De tempel aan de voet van de berg onderhield nauwe banden met de tempel van Amon in Thebe, en werd op den duur net zo invloedrijk in Kush als die van Thebe in Egypte. Het is mogelijk dat in de vroege Romeinse tijd de priesters van Amon zelfs konden beschikken over het leven van de farao.

Het huis van Amon heet tegenwoordig Jebel Barkal, ofwel: Heilige Berg. De resten van de tempel zijn nog altijd te bewonderen aan de voet van de berg en ook de ureus is nog aanwezig. Van Napata is niet veel terug te zien, in haar plaats ligt de moderne stad Kareima. Dat het een belangrijke plaats is, en waarschijnlijk altijd is geweest, is wel duidelijk. Kareima is nog altijd een belangrijk knooppunt. Het ligt centraal tussen twee woestijnroutes die de lastige S-bocht in de Nijl afsnijden, en dit zijn hoogstwaarschijnlijk karavaanroutes ouder dan Rome. Daarnaast is bij Kareima de vruchtbare strook langs de Nijl het breedst van heel noordelijk Soedan. Al met al geen slechte plaats voor een hoofdstad.

In de zevende eeuw voor Chr. wisten de heersers van Napata het Egyptische Rijk in te lijven. Mede door de invloed van de priesters van Amon wisten zij zich presenteren als bevrijders en herstellers van de eeuwenoude orde. Misschien niet bijzonder origineel, maar wel effectief, want de heersers worden nog altijd erkend als de 25e dynastie van Egypte. De grootste vorst van deze dynastie is Taharqo, die, als ik mij niet vergis, zelfs nog in de Bijbel genoemd wordt. Taharqo heeft namelijk de twijfelachtige eer Egypte te mogen verdedigen tegen de militaire machine die het Nieuw-Assyrische Rijk heet, een verdediging die begint bij Jerusalem. Taharqo slaagt er uiteindelijk niet in Egypte te behouden.

De 25e dynastie wordt teruggedrongen naar Napata, waar het een onuitwisbare, en vooral ook Egyptische indruk achterlaat. De heersers van Kush noemen zich Farao’s van de beide Egyptes (d.w.z. in dit geval Egypte en Kush) en ze halen de oude traditie van het bouwen van piramides weer uit de kast. De piramide van Taharqo is nog altijd te bewonderen in Nuri, op steenworp afstand van Napata. De traditie om belangrijke mensen in piramides te begraven blijft voortbestaan in de Napata-tijd, en ook in de Meroïtische tijd. De beroemdste piramides van Soedan staan in Meroë, en dateren in de Romeinse Tijd, als Meroë de hoofdstad is van Kush. In Soedan staan uiteindelijk meer piramides dan in Egypte, en er worden nog altijd, zo nu en dan, nieuwe gevonden.

Een gedachte over “Archeoloog in Soedan (9)

  1. mnb0

    “dateren in de Romeinse Tijd”
    Wow! Dat is een verrassing. Een contemporaine beschrijving van de bouw zou niet slecht zijn. Jammer dat de taal tot op heden onbegrijpelijk is.

Reacties zijn gesloten.