Antieke namen

Shabti’s van Taharqo en Senkamanisken (Boston, Museum of Fine Arts)

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik voor het eerst arriveer in landen waar het westerse alfabet niet wordt gebruikt, is het voor mij altijd de sport de opschriften te lezen. Het makkelijkst zijn dan namen als “Coca Cola” of “Apple”, waar een logo aangeeft wat er moet staan. De woorden “dames” en “heren” zijn ontcijferd na een eerste toiletbezoek. Daarna volgen gangbare woorden als “computer” en “telefoon”. Ik zal niet snel het moment vergeten, lang geleden in Athene, waarop ik in een flits begreep dat het mysterieuze ΒΙΝΤΕΟ dat ik al enkele keren had gezien, de Griekse manier was om “video” te schrijven.

De vorige alinea was slechts een aanloopje om een simpel punt te maken: de spelling van een woord is niet altijd een weergave van de uitspraak. Het moderne Grieks gebruikt bijvoorbeeld de twee letters nu-tau om de klank weer te geven die wij weergeven als d, terwijl de bèta onze v weergeeft. Geen Griek heeft daar moeite mee, zoals wij weten dat word en wordt twee weergaven zijn van dezelfde klanken, die dan weer niet hetzelfde betekenen.

Lees verder “Antieke namen”

Herodotos’ halflegendarische volken

Perzisch reliëf van een Nubiër

Een van onhebbelijkheden van antieke auteurs is dat ze bij het schrijven niet het fatsoen hadden rekening te houden met ons. Ik ga niet lang zoeken naar een voorbeeld en neem Herodotos, over wie ik momenteel wel vaker blog, en neem ook Nubië, waarover de al eerder beschreven expositie is in het Drents Museum. Herodotos heeft het evident over Nubië als hij vertelt dat de Perzische koning Kambyses wilde oprukken naar de hoofdstad van een koninkrijk ten zuiden van Egypte. De vraag is welke hoofdstad dat was: Napata of Meroë.

Napata was de oude hoofdstad, maar na de verwoestingen die koning Psamtek II van Egypte daar had aangericht – ik blogde er onlangs over – verplaatsten de Nubiërs hun residentie naar Meroë. Voor de interpretatie van Kambyses’ beleid scheelt het nogal wat zijn doel was. Rukte hij op naar Napata, dan zette Kambyses het beleid voort van de eerdere koningen van Egypte; was het daarentegen Meroë, dan was het beleid aanzienlijk ambitieuzer, om niet te zeggen irreëel. Er is echter een dieper probleem: Herodotos noemt Kambyses’ vijanden “Ethopiërs”.

Lees verder “Herodotos’ halflegendarische volken”

Een koninklijk sieraad

Armband van Amani-Shakheto (Egyptologisch Museum, München)

Het najaar kwam aan over het Starnbergermeer en verraste ons met een regenbui. We scholen onder de colonnade bij de Hofgarten en besloten door te lopen naar het Egyptologisch Museum. Dat bestaat inmiddels niet meer: München heeft een nieuw museum. Ook daar zal de schat van Amani-Shakheto echter wel te zien zijn.

Even terug in de geschiedenis. In 1820 vielen de troepen van Mohammed Ali, de Ottomaanse gouverneur van Egypte, Soedan binnen, dat ze in de daarop volgende jaren geheel onder de voet liepen. Hiermee werd het gebied van de Midden-Nijl ook voor westerse avonturiers/wetenschappers ontsloten en zo kwam de Franse mineraloog Frédéric Cailliaud in Napata, een van de hoofdsteden van het antieke Nubië. Hij publiceerde zijn reisverslag, met enkele tekeningen die hij van de Nubische piramiden had gemaakt, in 1826 en bracht met dat boek Giuseppe Ferlini op het idee ook eens een kijkje in Napata te gaan nemen. Deze man, chirurg in het leger van Mohammed Ali, was niet tevreden over zijn soldij en besloot dat plundering, in 1834 een vrij gangbare militaire activiteit, een mooie aanvulling was op zijn financiën. Zo kwam ook hij in Napata.

Lees verder “Een koninklijk sieraad”

De Nubische koningen van Egypte

De piramiden van Nuri. Taharqo werd hier als eerste begraven; nog drie eeuwen zouden hier de Nubische vorsten worden bijgezet.

Nubië, Kush en Napata: de drie namen verwijzen naar enkele steden bij het vierde cataract in de Nijl. Zeg maar noordelijk Soedan. Omdat hier goud werd gewonnen, hadden de Egyptenaren er ruimhartig belangstelling voor. De koningen van de Achttiende Dynastie plaatsten het zelfs onder rechtstreeks bestuur. Weliswaar werd het later weer onafhankelijk, maar de handel tussen het zuidelijke goudland en Egypte ging verder. Illustratief is het Nubische ivoor, dat via Egypte en Syrië werd verhandeld tot in Assyrië aan toe.

Makkelijk zal de handel over de Nijl niet zijn geweest, want Egypte raakte steeds meer verdeeld en lag eigenlijk klaar om te worden onderworpen. Ergens in het derde kwart van de achtste eeuw v.Chr. viel de Nubische vorst Piye Egypte binnen. Wellicht was de bevolking er blij mee, want de Nubiër bood stabiliteit. We kunnen dit afleiden uit de restauratie van enkele oude heiligdommen: meestal een teken dat de overheid wat kapitaal heeft om te investeren.

Lees verder “De Nubische koningen van Egypte”

Archeoloog in Soedan (slot)

Een jaloersmakend mooie foto van de woestijn
Een jaloersmakend mooie foto van de woestijn

[Rond de jaarwisseling publiceerde Edwin de Vries een reeks artikelen over zijn veldwerk in Soedan. De eerdere delen zijn hier – 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12 en 13 –  en hieronder is een epiloog.]

Afgelopen maandag (19 mei) zijn de eerste resultaten van het veldseizoen 2013-2014 in Sudan gepresenteerd in het British Museum. Dit gebeurde in de vorm van een conferentie van een dag, waarvoor geïnteresseerden en betrokkenen (vooral ook geldschieters) worden uitgenodigd om de resultaten te bewonderen. Als medewerker van één van de vele projecten was ik ook uitgenodigd. Gezien mijn vrouw en ik verschillende vrienden in London hebben leek het ons een mooie gelegenheid om daar eens naartoe af te reizen om deze vrienden op te zoeken en en passant ook nog eens zo’n mooi evenement in het British Museum mee te maken.

Lees verder “Archeoloog in Soedan (slot)”

Archeoloog in Soedan (9)

Nubische piramiden (klik=groot)
Nubische piramiden (klik=groot)

[Ook vandaag geef ik het woord aan Edwin de Vries, een van de medewerkers van Livius maar momenteel als archeoloog actief in Soedan. Het eerste stukje is hier; het onderstaande schreef hij op 16 januari.]

Toen de Egyptenaren het koninkrijk Kush onderwierpen, troffen zij een tafelberg aan, waar aan de voorkant (d.w.z. de Nijl-kant) een smalle rotsformatie uitsteekt. Deze werd prompt geïdentificeerd als een ureus, een opstaande cobra. Dit symbool, de ureus, is verbonden met het koningschap en met de godheid Amon. De berg werd gezien als het zuidelijke huis van de god, en de Egyptenaren bouwden aldus een tempel aan de voet van de berg, en meenden dat hun onderwerping van Kush door de goden was gerechtvaardigd.

Lees verder “Archeoloog in Soedan (9)”