Kwakgeschiedenis: Reza Aslan

De opvattingen van Jezus van Nazaret waren niet die van de kerk die in zijn naam werd gesticht: dat is het vertrekpunt van de speurtocht naar de historische Jezus. Die speurtocht is nogal frustrerend. Al een eeuw geleden concludeerde Albert Schweitzer dat we alleen zeker wisten dat de Joodse wijsheidsleraar had verwacht dat het einde der tijden nabij was. De Duitse theoloog wees er verder op dat wetenschappers, doordat er zo weinig zekerheid bestond, konden wegredeneren wat ze niet beviel en konden selecteren wat in hun straatje paste. Jezusportretten zeiden daarom meer over degene die ze schetste dan over de man uit Nazaret.

Dat was 1906. Een halve eeuw verkeerde het onderzoek in een impasse, maar het werd hernomen na de ontdekking van de Dode Zee-rollen, waardoor Jezus beter in zijn Joodse context kon worden geplaatst. Tegelijk werden criteria geformuleerd die moesten verhinderen dat onderzoekers selectief met hun informatie omgaan.

In Europa heeft niemand, christelijk of anders, hier veel moeite mee. Zelfs evangelische christenen, die de Bijbel wat letterlijker nemen dan gebruikelijk is, zullen niet snel insinueren dat dit onderzoek dient ter bestrijding van hun geloof. Dat ligt anders in de Verenigde Staten, waar menigeen geschokt reageerde toen Reza Aslan vorig jaar zijn boek Zealot. The Life and Times of Jesus of Nazareth publiceerde. Een academicus! Een moslim! Uit Iran! Axis of Evil!

Alle ophef kon niet verbergen dat het ging om een overbodig boek. Aslan herhaalt alle fouten waarvoor Schweitzer waarschuwde: hij gaat ervan uit dat veel verhalen uit de evangeliën verdichtsels zijn en selecteert daarna uit diezelfde teksten wat hem te pas komt. Geen spoor van methodische reflectie. Verder beheerst hij zijn stof onvoldoende: toen ik het boek voor het NRC Handelsblad recenseerde, streepte ik per vier pagina’s drie feitelijke onjuistheden aan. Ik was de enige niet die verbijsterd was.

Afgelopen donderdag was Aslan, op uitnodiging van het John Adams Institute, in Amsterdam. Ik wilde hem wel eens horen, want ik werk – full disclosure – aan een boek over het antieke Jodendom, waarin Jezus ook een hoofdstuk heeft. Ik hoopte dat Aslan als spreker beter tot zijn recht zou komen dan als schrijver, maar kwam bedrogen uit.

Moderator Casper Thomas kon het ook niet helpen. Wie in het openbaar iemand interviewt, kan zijn gast niet afvallen, maar het zal hem niet zijn ontgaan dat Aslan enerzijds zei dat je het Nieuwe Testament niet letterlijk mag nemen en anderzijds de Handelingen van de apostelen benutte als geloofwaardige bron. Een interviewer moet bovendien vragen stellen waardoor de geïnterviewde zijn eigen verhaal kan doen. Thomas deed zich dus dommer voor dan hij is, maar omdat Aslan weinig had te melden, moest Thomas een wel heel laag niveau kiezen: zijn kinderbijbel.

Vergeleken met wat we leerden op de lagere school is alles vroeg of laat vernieuwend. Des te gênanter was het dat de bijeenkomst plaatsvond in de aula van de Universiteit van Amsterdam, waarvan de naam de hele avond prominent in beeld was.

We werden ruim een eeuw teruggeworpen in de tijd en het is begrijpelijk dat mijn collega Marcel Hulspas op ThePostOnline de bijeenkomst samenvatte als ‘Een charlatan in de Lutherse Kerk’. Helaas staat het geval niet op zichzelf. De meeste informatie wordt tegenwoordig immers overgedragen op internet, waar bad information drives out good. De betrouwbaarste informatie ligt namelijk op betaalsites, zodat er ruimte is voor de terugkeer van verouderde ideeën. IJs en weder dienende zal ik volgende week een tweede voorbeeld behandelen.

[Mijn wekelijkse religiecolumn, afgelopen maandag op Sargasso.]

12 gedachtes over “Kwakgeschiedenis: Reza Aslan

  1. Roelof

    Tja…Als je een aansprekende naam hebt krijg je nu eenmaal meer (media)aandacht. Paul Verhoeven kreeg met zijn waardeloze boek over Jezus ook veel meer aandacht dan welke andere (echte)wetenschapper dan ook. Jammer dat Aslan ook in Nederland een podium heeft gekregen.

    Ben je overigens niet te positief over de criteria die geformuleerd zijn over het omgaan met het materiaal over Jezus? Volgens mij is hierover steeds minder consensus.

    1. Klopt, er is behoorlijk wat kritiek op die criteria. Toch is het een kwalitatieve verbetering t.o.v. alles wat eraan is voorafgegaan. Ik zal nog steeds met droge ogen beweren dat het Jezusonderzoek een voorbeeld is hoe het moet en kan. Dat laat onverlet dat ik me meer op mijn gemak voel als een conclusie vanuit diverse criteria wordt bereikt dan vanuit één criterium. Ze moeten zeker niet worden verabsoluteerd.

  2. Je schrijft: “Zelfs evangelische christenen, die de Bijbel wat letterlijker nemen dan gebruikelijk is, zullen niet snel insinueren dat dit onderzoek dient ter bestrijding van hun geloof.”

    Dat lijkt me iets te optimistisch. Bij de EO-achterban ben je al snel verdacht als je de Bijbel niet leest als directe weergave van geschiedenis.

    Verder leuke column.

    1. Nee, wetenschappelijk zijn beide een gelopen race. Het niet-bestaan van Jezus is, met de vondst van de DZR, totaal implausibel geworden, als het ooit al anders is geweest. De redenatie is steeds weer dezelfde: voor het bestaan en de meningen van Jezus worden extreem hoge eisen aan de bewijsvoering gesteld, terwijl te goeder trouw alles wordt aangenomen wat duidt op ontlening aan andere religieuze tradities.

      Sterkste argumenten voor Jezus’ bestaan zijn (a) een DUBBELE vermelding bij Josephus, waarvan er een omstreden is maar daarom nog niet (zoals Aslan meent te mogen doen) kan worden genegeerd. Bediscussieerbaar wil niet zeggen irrelevant. (b) Dat Jezus past in de context van de Dode Zee-rollen; geen vervalser kon dat bedenken. Ik ga er nu verder niet op in, er is voldoende literatuur waarin “the mythicist approach” wordt weerlegd.

      Wat de zeloten-these betreft: Jezus leefde nu net in een tijd waarin het rustig was. Aslan (en soortgelijke auteurs) verzinnen complete ingrepen door middel van Romeinse legioenen om het onrustig te laten lijken. Enz. Enz. Enz.

    2. mnb0

      Ik wil nog wel even aanvullen.

      1) Bisschop Polycarpus van Smyrna claimde een leerling te zijn geweest van Johannes de Apostel. Apostelen zonder messias zijn tamelijk malloot.
      2) Atheïsten mogen graag wijzen op Jezus’ voorspelling dat hij spoedig een comeback zou maken (oa Marcus 9:1). De auteur van Marcus had dat niet opgeschreven als Jezus een mythologisch karakter was, omdat rond de tijd van opschrijven de voorspelling al niet was uitgekomen (Principle of Embarrassment).
      3) Zoals ik op deze site heb mogen leren: theologen hebben nogal lang geworsteld met de uitspraak “Vader, Vader, waarom hebt u mij verlaten”. Een prima seculiere verklaring is dat Jezus om de pijn te verdragen de Psalmen opzei. Zie Psalm 22. Deze verklaring is alleen juist als Jezus inderdaad aan het kruis hing.

      Het is niet zozeer dat de argumenten van Jezusmythologen onjuist zijn. Hun methode deugt niet. Hun argumenten zijn ad hoc. Pas ze maar eens toe op Socrates en Diogenes van Sinope. Afgezien van het archeologisch bewijs zouden ze zelfs het bestaan van Alexander de Grote moeten ontkennen.
      Daarnaast doen ze hetzelfde als creationisten: ze pikken twijfelachtige punten eruit die ze bekritiseren om vervolgens te concluderen: Jezus/evolutie is een mythe. Dat is een non-sequitur.
      Tenslotte bieden Jezusmythologen (net als creationisten) geen toetsbaar alternatief. Als Jezus een mythe was, wie heeft het karakter dan verzonnen? Waarom? Waarom namen minstens vier auteurs (de vier canonieke Evangeliën plus Thomas) het karakter over, maar veranderden van alles en nog wat? Wat Jezusmythologen vergeten is dit. In de wetenschap moet je niet alleen een theorie verwerpen, je moet met een alternatief komen dat alle bekende feiten verklaart, het liefst beter en ook nog een paar meer. Precies hierom is de snarentheorie omstreden om van BCS theorie (supergeleiding) maar helemaal niet te spreken. In dit opzicht falen Jezusmythologen volkomen.
      Spreek je ze er op aan dan geven ze niet thuis. Daarmee is duidelijk dat Jezusmythologen net zo politiek gemotiveerd zijn als creationisten. Dat weer heeft mij doen concluderen dat atheïsme correct mag zijn, maar dat de wereld er niet beter op wordt als religie verdwijnt. Het menselijk vermogen tot zelfbedrog kan nauwelijks onderschat worden en dat geldt ook voor atheïsten. Ook zij (wij) zijn in staat om van alles en nog wat goed te praten – en dus ook allerhande rottigheid.

  3. Fred Vellinga

    Verwarrend. Als ik de links volg in uw artikel dan verneem ik dat hij Moslim is en bekeerd en belijdend Christen is. Dus, wat is hij nou? Als hij Moslim is zou je over een aantal jaren een mooi boek kunnen verwachten over de historische Mohammed.

    1. Als ik het goed begrijp kwam hij uit een “lauw” Iraanse gezin, vond hij Jezus op een evangelisch zomerkamp en viel hij van zijn geloof toen hij eenmaal studeerde. Ik geloof dat ik eens een filmpje zag waarin hij zich presenteerde als “one of the leading Muslim scholars in the USA”.

  4. Wim G.

    Ben halverwege het boek. Vond het aanvankelijk lekker lezen en interessant, maar werd steeds kriegeliger vanwege zijn onderhuids voelbare minachting voor de toenmalige joodse cultus en bijvoorbeeld het feit dat hij de streek “Palestina” noemt in een periode dat die naam nog niet door Hadrianus was verordonneerd! En dan…. de kennelijke willekeur over wat wel en wat niet historisch is of verdichtsels zijn.
    Maar ja… het vorige boek dat ik over Jezus las was van Eugen Drewermann (een werkelijk prachtige boek, daar niet van! En Drewermann is intellectualistisch van een groter kaliber dan Azlan), maar ook van Drewermann kun je zeggen dat hij Jezus naar zich toe trekt. (Jezus was een poëet, een psychotherapeut, aldus Drewermann).
    Wat vindt de Mainzebeobachter van Drewermann?
    Ben trouwens benieuwd naar zijn “aanstormende” boek “Israel verdeeld”. Zal het zeer waarschijnlijk wel gaan lezen.

Reacties zijn gesloten.