Hoezo limes? (2)

Loodbaar (Gallo-Romaans museum, Tongeren)

[Vandaag gaat de Romeinenweek van start. Ik zal de komende dagen in principe elke dag schrijven over een Romeins onderwerp. Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Historiek.net]

Heel bijzonder is de loodbaar die het Gallo-Romeinse Museum in Tongeren in 2009 aankocht. Dit zou wel eens een van de belangrijkste bewijsstukken kunnen blijken te zijn, maar vóór ik de implicaties behandel, een disclaimer. Er is inmiddels een wetenschappelijke publicatie, die ik echter niet te pakken heb kunnen krijgen tussen het moment waarop ik het verzoek kreeg dit te schrijven en de deadline. Het onderstaande dus met een slag om de arm.

De inscriptie luidt IMP. TI. CAESARIS AVG. GERM. TEC. De eerste woorden verwijzen naar keizer (imperator) Tiberius en diens titels caesar en augustus. Het laatste woord moet de afkorting zijn van een onbekend woord voor loodmijn en de puzzel zit in het voorlaatste woord: de mijn is in Germanië.

Exploiteerde Rome tijdens de regering van Tiberius (r. 14-37) een loodmijn op de oostelijke Rijnoever? Het is de ogenschijnlijk logische interpretatie, lood komt voor in de vallei van de Lahn en een chemische analyse uit 2009 sluit niet uit dat het lood van de baar komt uit het Overrijnse. Als deze identificatie klopt, hebben de Romeinen Germanië niet (of niet volledig) geëvacueerd.

Er zijn tegenwerpingen. Er is wel eens op gewezen dat de westelijke Rijnoever soms ook “Germanië” werd genoemd en ook in dit gebied zijn loodmijnen. Een tegenwerping tegen deze tegenwerping is dat het woord “Germanië” (althans voor zover mij bekend) niet voor dit gebied werd gebruikt vóór het jaar 83, al woonden in de Ardennen enkele verdwaalde Germaanse stammen. De vraag is pertinent of iemand zou hebben geopperd dat dit gebied op een vroeg moment al Germanië heette, als het niet was omdat de Romeinse evacuatie van de oostelijke Rijnoever in 9 moest worden “gered”. Het is een voor de gelegenheid geopperde hypothese, bedoeld om de conclusie niet te hoeven trekken dat een deel van het Overrijnse tijdens Tiberius nog onder Romeinse controle stond. De hypothese kan op zich waar zijn – nogmaals, ik heb de laatste publicatie niet kunnen consulteren – maar het is methodisch niet heel sterk.

Het is mogelijk dat de evacuatie plaatsvond ten tijde van keizer Claudius (r. 41-54). Deze vorst hervormde het militaire apparaat en de ontruiming van het land beoosten de Rijn zou goed passen in dit beleid. De Romeinse redenaar Florus vergeleek later de evacuatie van het Overrijnse met Claudius’ annexatie van Brittannië:

Een imperium waarvoor de Oceaan geen grens was geweest, kwam tot stilstand aan een rivier.

Deze passage, die door generaties Duitse schoolkinderen is gelezen, is de enige bron die de Rijn zo duidelijk typeert als grens. Het is duidelijk dat Florus een fase bekritiseert waarin de Romeinen terugvielen op de Rijn als grens, maar we weten niet of dat slaat op de tijd na de slag in het Teutoburgerwoud of op de tijd van Claudius.

Om de zaak complexer te maken: het is mogelijk dat de Romeinen op een bepaald moment het Overrijnse alsnog onder een of andere vorm van bestuur brachten. De afgelopen jaren zijn op de oostelijke Rijnoever enkele intrigerende Romeinse militaire vondsten gedaan. In 2011 werden zes kleine versterkingen geïdentificeerd bij Göttingen, zo’n 200 kilometer voorbij de Rijn. Ze dateerden uit de eerste of tweede eeuw en dienden onder meer om signalen door te geven. De Romeinen bouwden zulke torens alleen in gebieden waar ze (semi)permanent aanwezig waren.

Dit jaar was het opnieuw raak: nu gaat het om een kamp in Thüringen, het zuiden van de voormalige DDR, een kleine 300 kilometer ten oosten van de Rijn. De vondsten kunnen nog niet worden gedateerd maar alle opties liggen open.

Het kan zijn dat we over een paar jaar concluderen dat de nieuwe vondsten enkele losse campagnes documenteren, die plaatsvonden nadat de Romeinen het Overrijnse hadden ontruimd (na óf de slag in het Teutoburgerwoud óf de Claudiaanse legerhervormingen). In deze theorie past ook het slagveld dat enkele jaren geleden op de Harzhorn is geïdentificeerd.

Het is echter ook mogelijk dat we zullen concluderen dat de Romeinse legers (semi)permanent aanwezig zijn gebleven en het gebied controleerden op een vooralsnog niet goed begrepen wijze. In deze theorie past het al langer bekende, langere tijd bezette fort bij Kneblinghausen. Als dit klopt, komt echter wel de vraag op wat de limes is, want een echte grens was ze dan blijkbaar niet. Het is zeker denkbaar dat als een toekomstige commissie nog eens nadenkt over een Nederlandse geschiedeniscanon, de limes weer verdwijnt uit ons collectieve verleden.

Feit is in elk geval dat, nu Romeinse vondsten niet meer automatisch voor 9 n.Chr. worden gedateerd, de archeologie niet langer wordt benut om te bevestigen wat Florus beweerde. De archeologie kan eindelijk voor zichzelf gaan spreken.

Een gedachte over “Hoezo limes? (2)

  1. Knotwilg

    Het is toch niet omdat er 300 km ten oosten van de limes nog kampoverblijfselen worden gevonden van nà 9, dat de limes tot 9 geen oostgrens kon zijn? 300 km is een behoorlijke afstand en het Romeinse rijk had vele zijden.

    (vanwege een volstrekte leek met een kaart van Europa in het hoofd)

Reacties zijn gesloten.