Hercules in Rome

De schamele resten van het Grootste Altaar
De schamele resten van het Grootste Altaar

Volgens de oude sagen is Rome gesticht door Romulus, maar hij was niet de eerste bewoner. Diezelfde sagen noemen een zekere Euander, die op een dag niemand minder dan de halfgod Hercules op bezoek kreeg, die net op weg was naar Griekenland met de runderen van Geryones. Hij was de Tiber al overgestoken toen hij slaap kreeg. Terwijl hij even indoezelde, roofde de herder Cacus het vee en bracht het naar een grot. Hercules werd echter wakker.

Toen Hercules naar het hol liep wilde Cacus hem met geweld de toegang versperren, maar hij werd geveld door een slag van Hercules’ knots. Tevergeefs de hulp van de herders inroepend stierf hij.

Euander nam kennis van de misdaad en van de aanleiding en toen hij zag dat de gestalte en houding van Hercules groter en indrukwekkender waren dan die van een gewone sterveling, vroeg hij belangstellend wie hij was. Zodra hij zijn naam en die van zijn vader en vaderland had gehoord, sprak hij: “Gegroet, Hercules, zoon van Jupiter! Mijn moeder heeft voorspeld dat u zult worden toegevoegd aan het getal der hemelingen en dat hier aan u een altaar gewijd zal worden, dat het volk dat eens het machtigste ter wereld zal zijn het Grote Altaar zal noem en volgens uw riten zal bedienen.”

Hercules gaf hem de hand en verklaarde dat hij het voorteken aanvaardde en dat hij de godsspraak zou vervullen door het altaar te stichten en in te wijden. Daar werd toen voor het eerst een offer aan Hercules gebracht, waarvoor het mooiste rund uit de kudde was gekozen. De Potitii en de Pinarii, de twee voornaamste families die daar toen woonden, werden uitgenodigd voor de offerdienst en de maaltijd. De Potitii, door Euander geïnstrueerd, waren gedurende vele eeuwen priesters bij deze offerplechtigheid, totdat het geslacht uitstierf.

Tot zover de navertelling door de Romeinse historicus Titus Livius, in de vertaling van mevrouw Van Katwijk-Knapp. Het Grote Altaar stond op de Rundermarkt te Rome; een deel van de buitenmuur is te zien in de crypte van de kerk van Santa Maria in Cosmedin. Je zou denken dat het verhaal over het vee is verzonnen om te verklaren waarom er een heiligdom was op de Rundermarkt.

Het ligt echter complexer. In de eerste plaats zijn er de namen “Euander” en “Cacus”, die zoiets als Goedmans en Slechtmans betekenen. Ze zijn ook bekend uit andere bronnen en het staat vast dat het gevecht tussen Hercules en Cacus een voor-Romeinse achtergrond heeft.

De cultus op de Rundermarkt had bovendien een paar ongebruikelijke trekjes, waarvan er één al is genoemd: dat de priesters werden gerekruteerd uit twee families. Dit is uniek in de Romeinse religie, waarin iedereen kon toetreden tot gods grondpersoneel, ja, waarin een priesterschap een normale stap was in een politieke carrière. In de religies van het Midden-Oosten was het daarentegen volkomen normaal dat de eredienst werd uitgevoerd door een bepaalde familie. (De Joodse familie Cohen is het bekendste voorbeeld.) De naam Potitii is ook curieus, want het betekent “de bezetenen”, wat opnieuw duidt op een oosterse herkomst.

Melqart (Deens Nationaal Museum)

Is er een oosters model? Ja zeker: de cultus van de stadsgod van Tyrus en Karthago, Melqart. Deze werd door iedereen gelijkgesteld aan die van Hercules (of de Griekse Herakles), maar er bestaan geen verhalen over diens slaap. Daarentegen kan de kern van de Melqartmythe, waarin hij sterft, uit de dood opstaat en het kwaad verslaat, heel goed de achtergrond vormen van het verhaal over Hercules’ Romeinse slaappartij.

Is het mogelijk dat de cultus op de Rundermarkt in Rome een Fenicische of Karthaagse achtergrond heeft? Het is zeker niet uit te sluiten en het zou eigenlijk heel Romeins zijn om van een andere cultuur de gebruiken en culten over te nemen.

[Gisteren begon de Romeinenweek. Ik zal de komende dagen in principe elke dag schrijven over een Romeins onderwerp en begon, uiteraard, bij een gebeurtenis uit de beginperiode. ]