Talmoed

De Babylonische Talmoed is een enorme collectie rabbijnse wijsheid, die in de zesde eeuw n.Chr. is samengesteld in het huidige Irak. Er moeten vele duizenden uitspraken over vele honderden onderwerpen in zijn opgenomen. Dat kan gaan over ogenschijnlijk triviale kwesties, zoals de vraag of een priester sandalen mag dragen als hij de zegen uitspreekt, en het is makkelijk belachelijk te maken, maar wie erom lacht heeft het niet begrepen. De boodschap is niet dat iedereen zich aan elke rabbinale beslissing moet houden; dat is onmogelijk. De boodschap is dat God in elke handeling, in ieder aspect van het menselijk leven, overal in het universum aanwezig is.

Dat was destijds nogal een stellingname. Dit was een tijd waarin menigeen dacht dat de kosmos het toneel was van een eeuwige strijd tussen God en de Duivel, zodat er delen van de kosmos waren waar het goede niet doordrong. Paraplutermen voor dit dualisme zijn gnosis, manichëisme en zoroastrisme: religieuze stromingen die elk meer of minder dualistisch waren, en rechtlijnig of minder rechtlijnig dachten. De rabbijnen moesten er niets van weten. De Eeuwige was overal. Punt.

Dat wil niet zeggen dat de Eeuwige het laatste woord had. Op een dag spraken de rabbijnen over een bepaalde kwestie en rabbi Eliëzer – een van de allergrootste religieuze autoriteiten van de late eerste, vroege tweede eeuw – bracht alle denkbare argumenten naar voren om zijn collega’s ervan te overtuigen dat ze een bepaalde keuze moesten maken. Ze gaven hem geen gelijk, maar hij zei dat als zijn oordeel het juiste was, een boom het zou bewijzen. En inderdaad, een johannesbroodboom in de buurt ontwortelde zich en herplantte zichzelf honderd meter verder. (Sommigen zeggen: vierhonderd meter.)

“Een boom is geen bewijs,” zeiden de anderen, en Eliëzer zei daarop dat het water zijn gelijk zou bewijzen, waarop de rivier achterstevoren begon te stromen.

“Een rivier is geen bewijs,” zeiden de andere rabbijnen in koor, maar hij zei dat de muren van de school het zouden bewijzen. Meteen begonnen de muren vervaarlijk voorover te hellen. Een van de andere rabbijnen sprak de muren toe: “Als geleerden bezig zijn met een belangrijke discussie, waar bemoeien jullie je dan mee?!”

De muren weken meteen terug, al bleven ze, ter ere van rabbi Eliëzer, nog enigszins uit het lood staan. “Als ik gelijk heb, zal de Hemel het bewijzen!”

Daarop klonk een stem uit de Hemel: “Waarom zijn jullie het oneens met rabbi Eliëzer, terwijl jullie weten dat hij altijd gelijk heeft?!” Een van de andere aanwezigen riep daarop terug “Ze zijn niet in de Hemel!” Daarmee bedoelde hij dat God de Wet al had gegeven op de berg Sinai, en dat het de rabbijnen sindsdien vrij stond geen aandacht meer aan hemelse stemmen te besteden – God had gezegd wat Hij te zeggen had.

Toen God het antwoord hoorde, lachte Hij en antwoordde “Mijn kinderen hebben me overwonnen, mijn kinderen hebben me overwonnen.”

(Babylonische Talmoed, Baba Metzia 59b)

3 gedachtes over “Talmoed

  1. mnb0

    “De boodschap is dat God in elke handeling, in ieder aspect van het menselijk leven, overal in het universum aanwezig is.”
    Ah, maar dat idee is nog steeds gemakkelijk belachelijk te maken. Persoonlijk doe ik dat alleen als iemand in de 21e eeuw deze boodschap nog uitdraagt. Het is tamelijk eenvoudig. Iemand die anno 2014 Aristoteliaanse natuurkunde gebruikt (en ik kan je naam en toenaam geven) is belachelijk. Daarmee is Aristoteles nog niet belachelijk. Hij behoort tot de grootste geesten in de geschiedenis van de mensheid. Alleen is op hem van toepassing wat Rowling Perkamentus in de mond legde: grote geesten maken geen kleine, slechts grote fouten.

  2. MRe

    Toch wel heel bijzonder dat gemarchandeer met God. Je komt het ook in het Oude Testament tegen. Is dat nu uniek voor de Joodse traditie, of zie je dat ook bij andere godsdiensten?

    1. Als je met de OT-traditie verwijst naar het verhaal over Abraham die onderhandelt over Sodom en Gomorra, zou je de legende over Mohammeds nachtelijke reis eens moeten lezen: hij stijgt op ten hemel en onderhandelt over het aantal gebeden dat moslims moeten doen. Het is precies hetzelfde.

      Ik zou het in de talmoedische anekdote niet zo zoeken. Dit is een verhaal over een vader die toestaat dat zijn kinderen het beter weten, en het verraadt meer over de relatie mens-god, zoals gezien binnen de rabbijnse traditie.

Reacties zijn gesloten.