Juvenalis over Rome: vreemdelingenhaat

Grafsteen van Habib, zoon van Annubat, uit Palmyra; let op de Aramese tekst (Via Appia, Rome)

Rome was een smerige grote stad, zoals ik in het vorige stukje aangaf. De problemen waren, om zo te zeggen, objectief groot. Een ander probleem was meer een kwestie van perceptie: niet iedereen was blij met het multiculturele karakter van de grote stad. Met een woord van de Leuvense onderzoeker Maarten Larmuseau: het centrum van het Romeinse Rijk was gekoloniseerd vanuit de periferie.

Vreemdelingenhaat

De Romeinse satiricus Juvenalis (ca.60 – ca.135) presenteert in zijn Derde Satire iemand die moeite heeft met al die buitenlanders. De vertaling is van Marietje d’Hane-Scheltema.

“Ik aarzel niet er recht voor uit te komen
dat ik vooral één mensengroep ontwijk,
de lievelingen van het rijke Rome:
die Griekse droesem, waar die stad van ons
verziekt van is – en veel meer buitenlanders!”

Lees verder “Juvenalis over Rome: vreemdelingenhaat”

De farizeeën in context

De farizeeën stonden aan de wieg van het jodendom van de synagogen, zoals deze in Sepforis

Dit is de laatste van drie blogs over de farizeeën. In het eerste behandelde ik hun geschiedenis en in het tweede hun opvattingen. Daarmee ga ik nu verder.

Twee beweringen van Josephus zijn dat de farizeeën sober leefden en dat ze grote invloed hadden op de gewone mensen. Het eerste kan best waar zijn, maar je denkt niet meteen aan een sobere levenswijze als je in het Evangelie van Johannes leest dat farizeeën bedienden uitsturen om zaken te regelen (Jh 7.32, 7.45).

Josephus’ andere opmerking, dat de farizeeën populair waren bij de gewone mensen, lijkt niet onjuist maar is selectief, omdat vaststaat dat leden van de beweging ook de hoogste posities bekleedden: we lezen over farizeeën die spreken met de hogepriester, we treffen farizeeën aan als leden van hoge raadscolleges en we lezen hoe ze het Sanhedrin samenroepen. Er is zelfs een hogepriester van wie aannemelijk is dat hij tot de beweging behoorde, Gamaliëls zoon Jezus. Dit alles wil niet zeggen dat de farizeeën niet populair waren bij gewone mensen, maar dat dat ze tevens goed lagen bij andere bevolkingsgroepen.

Lees verder “De farizeeën in context”

De ideeën van de farizeeën

Zoals Jezus de beroemdste Jood is, zo is Paulus de beroemdste van alle farizeeën (Catacombe van Petrus en Marcellinus)

Ik vertelde twee weken geleden over de geschiedenis van de farizeeën. Het is tijd eens te kijken naar hun opvattingen. Dat is nog niet zo makkelijk want uit het farizeïsme is weliswaar het rabbijnse jodendom voortgekomen, dat farizese opvattingen documenteert, maar ook aanpaste. We kunnen de getuigenissen uit de Mishna, Tosefta en Talmoed niet zo maar gebruiken om de voorgeschiedenis van het rabbijns jodendom te schetsen.

Een complexe voorgeschiedenis. Ik schetste vorig keer fasen van afsplitsing, invloed, oppositie en macht, terwijl van de twee hoofdstromingen alleen het huis van Hillel – ofwel de helft van de farizese ideeën – de catastrofe van 70 na Chr. overleefde.

Lees verder “De ideeën van de farizeeën”

Een geschiedenis van de farizeeën

Een geleerde met een boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

In het Nederlands is “farizeeër” een scheldwoord. Dat komt door een donderpreek in het Evangelie van Matteüs 23, waarin Jezus uithaalt naar de farizeeën en schriftgeleerden van zijn tijd, die hij typeert als obstakels, hypocrieten, muggenzifters en huichelaars. Laat “adderengebroed” even op u inwerken om te realiseren hoe beledigend die term is.

Het is al sinds de negentiende eeuw bekend dat de scheldkanonnade nooit in deze vorm kan zijn uitgesproken. Het is materiaal uit Matteüs’ bewerking van de bron-Q. De erop gebaseerde beeldvorming is echter blijven bestaan. De Joodse auteur Flavius Josephus helpt ook al niet: de man had een diepe afkeer van alles wat vies, voos en farizees was en hij laat zich in zijn Joodse Oorlog eigenlijk systematisch negatief over hen uit. Pas later, toen hem duidelijk moet zijn geworden dat het toekomstige jodendom een farizees karakter zou krijgen, konden er een paar aardige woorden vanaf, zoals de opmerking dat hij zich liet inspireren door de farizese voorschriften (Uit mijn leven 12). Hier staat het tegengestelde van wat er lijkt te staan: hij zegt hier dat hij een sadducee was, want zoals Josephus zelf ergens laat vallen volgden de sadduceeën doorgaans de farizese halacha.

Lees verder “Een geschiedenis van de farizeeën”

Talmoed

De Bijbel begint met vijf boeken die bekendstaan als ‘de Wet’. Dat is een rotwoord. In het Hebreeuws heten ze Tora, een woord dat een heel scala aan betekenissen heeft, zoals ‘onderricht’, ‘leer’ en ‘doctrine’. Wie de nadruk legt op het laatste, zal er vooral 365 geboden en 248 verboden in herkennen, waaraan een mens zich maar heeft te houden.

Tot degenen die het zo zagen, behoorden de mensen die de joodse gewijde literatuur vertaalden in het Grieks. Zij gaven tora weer als nomos, wat vooral ‘wet’ betekent, en we zien dezelfde attitude ten aanzien van de heilige schrift later bij de sadduceeën. Zij meenden dat wat God had gegeven, eeuwig en onveranderlijk was en te allen tijden diende te worden nageleefd.

Lees verder “Talmoed”

Talmoed

Johannesbroodboom

De Babylonische Talmoed is een enorme collectie rabbijnse wijsheid, die in de zevende eeuw na Chr. is samengesteld in het huidige Irak. Er moeten vele duizenden uitspraken over vele honderden onderwerpen in zijn opgenomen. Dat kan gaan over ogenschijnlijk triviale kwesties, zoals de vraag of een priester sandalen mag dragen als hij de zegen uitspreekt, en het is makkelijk belachelijk te maken, maar wie erom lacht heeft het niet begrepen. De boodschap is niet dat iedereen zich aan elke rabbinale beslissing moet houden; dat is onmogelijk. De boodschap is dat God in elke handeling, in ieder aspect van het menselijk leven, overal in het universum aanwezig is.

Dat was destijds nogal een stellingname. Dit was een tijd waarin menigeen dacht dat de kosmos het toneel was van een eeuwige strijd tussen God en de Duivel, zodat er delen van de kosmos waren waar het goede niet doordrong. Paraplutermen voor dit dualisme zijn gnosis, manichëisme en zoroastrisme: religieuze stromingen die elk meer of minder dualistisch waren, en rechtlijnig of minder rechtlijnig dachten. De rabbijnen moesten er niets van weten. De Eeuwige was overal. Punt.

Lees verder “Talmoed”