Van vele boeken te maken is geen einde (1)

Teveel om te lezen
Teveel om te lezen

De foto hiernaast toont wat boeken waarover ik nog eens wil schrijven. De linkerstapel is ruwweg het materiaal dat ik zelf selecteerde, daarnaast torent een stapel boeken die ik óf cadeau kreeg óf als recensie-exemplaar kreeg toegestuurd. Een deel daarvan heb ik al uit, maar het ontbreekt me aan tijd om er rustig over te schrijven. Zonder uitzondering zijn of ogen deze boeken interessant en ik zal de stapel wegwerken als ik de reeks over Jezusmythicisme en voorlichting af heb. Vandaag bied ik enkele korte signalementen, want de gulle gevers mogen toch wel een soort bedankje hebben.

Om te beginnen: Opus Noviomagense van Paul van der Heijden en Clemens Verhoeven. In veertig bladzijden worden enkele Romeinse voorwerpen getoond die zijn opgegraven in Nijmegen, met uitleg over het beroep dat erbij hoort. Een sikkel hoort dus bij een hortulana (tuinierster) en we lezen niet alleen iets over Romeins tuinieren, maar zien ook een foto van zo’n opgegraven sikkel en van een re-enactor in een Romeinse tuin – ik denk in Xanten maar het kan ook Orientalis zijn. Een leuk boekje, dat ik doorgeef aan mijn nichtje en neef. Het heeft geen isb-nummer maar is leverbaar via boekhandel Dekker v/d Vegt en het Valkhofmuseum.

Ik blijf in Nijmegen: ik kreeg Het Valkhof. 2000 jaar geschiedenis toegestuurd als recensie-exemplaar. Ik ga het zeker lezen, want ik wil toch eigenlijk wel eens iets meer weten over de Ottoonse Nicolaaskapel. Maar het gaat nog even duren. In het verlengde hiervan het boek Karolingers en Ottonen, van de Stichting Eerste Millennium: negen hoofdstukken over dat akelig onbekende stuk vaderlandse geschiedenis tussen de Oudheid en de Volle Middeleeuwen.

huizengaDan is er Hardloper Huizenga. Het verhaal van een vergeten wonderatleet, door Job van Schaik. Het gaat over de Groningse slagersknecht Louwe Huizenga, die in de jaren van de Eerste Wereldoorlog in Nederland alles lijkt te hebben gewonnen wat er te winnen viel, de marathon sneller liep dan iemand ooit voor hem en die uiteindelijk zijn carrière gebroken zag worden door een omstreden schorsing. Aangezien het tot mijn heilige voornemens behoort voor mijn zestigste verjaardag ook nog eens een marathon te lopen wandelen, is dit uiteraard verplichte lectuur.

In Haarlem is De Hof van Jan gevestigd, die zichzelf omschrijft als “stichting tot behoud van (typo)grafisch erfgoed”. Ze maken prachtige boeken. In Haarlem laten ze alles staan bevat de teksten van twee lezingen, een van Erik van Muiswinkel en een van Boudewijn Büch. Het thema is archiefbeheer en als oud-archivaris zal ik het zeker met plezier lezen. In elk geval ziet het boekje er beeldschoon uit. Bestellen kan via de website van De Hof van Jan.

scorelSprekend over Haarlem: al maanden staren zes zestiende-eeuwse portretkoppen me aan vanaf het boek Haarlemse Jeruzalemvaarders van Wim Cerutti. De stad heeft vanouds iets met het Heilig Land: er is nog steeds een Jeruzalemkapel en volgens een oude maar helaas niet onomstreden traditie hebben Haarlemmers zich onderscheiden in de strijd om Damiate in 1215. Het boek is uitverkocht.

Ik heb geen idee wie Sint-Pontianus is geweest, maar het is de patroon van Broek op Langedijk, waar de naam van de heilige nog altijd te lezen schijnt te zijn op een klok, die daar al een half millennium hangt. Theo Ettema heeft een boek over de cultus geschreven, Door de paus uit Langedijk verdreven. Het moge duidelijk zijn dat daar een column in zit. Jammer genoeg kan ik van dit boek niet ontdekken waar het online valt te bestellen.

Rue Hamra, Beiroet
Overal lezen mensen Holman (Rue Hamra, Beiroet)

Toen ik laatst door Theodor Holman werd geïnterviewd, drukte hij me zijn laatste roman in handen, Het gestolen leven, die een deel van de stof heeft ontleend aan de gebeurtenissen rond de moord op Theo van Gogh maar in feite vooral gaat over een zeer problematische psychiater-cliënt-relatie. Echt recenseren kan ik het niet, want ik sta op de achterflap vermeld als een van degenen die Holmans eerdere werk hebben aanbevolen, en ik kan daardoor moeilijk doorgaan voor objectieve bespreker. Ik kan u echter wel vertellen dat het verhaal prettig voortkabbelt en dat ik de laatste plotwending totaal niet zag aankomen. Het is niet Holmans sterkste roman, maar hij is als schrijver ervaren genoeg om je op elke bladzijde een keer te laten glimlachen en je geboeid verder te laten lezen.

Nog een souvenir van een interview: Marc Janssens drukte me, na een vraaggesprek voor het Nederlands Dagblad, zijn boekje Proficiat in handen. Het gaat om een verzameling columns over Latijnse woorden in ons Nederlands, waarmee Janssens probeert te tonen hoe diep het Latijn in onze taal en de klassieken in onze cultuur zijn verankerd. Mijn nu al favoriete hoofdstuktitel: “Xenos, Volvo en Magnum”.

Al een hele tijd geleden uitgelezen: Patria. Brieven uit de loopgraven van Arthur Knaap door Jorge Groen, over een Nederlandse (of eigenlijk: Nederlands-Indische) soldaat die in het najaar van 1914 dienst neemt in het Vreemdelingenlegioen en aan de Franse zijde de Eerste Wereldoorlog meemaakt. Enkele van Knaaps brieven werden door Willem Kloos gepubliceerd in De Nieuwe Gids, maar Groen heeft meer, nog onbekend materiaal boven tafel weten te krijgen. Patria gaat echter niet alleen over de Eerste Wereldoorlog, maar ook en vooral over de menselijkheid van een familie onder schier onmenselijke omstandigheden. Ik heb het met plezier – als dit het woord is – gelezen en ga over dit boek zeker nog eens schrijven.

catEveneens al een tijdje geleden uitgelezen: Paul Posts De Romeinse Katakomben in Valkenburg, een beschrijving van een monument dat, bij mijn weten, geen gelijke heeft. Nergens zag ik althans ooit een andere kopie van de mooiste christelijke graven uit Rome. Het is een heel leuk boekje, dat ik u zeker kan aanraden, maar ik ga er pas over schrijven als ik eens in Valkenburg ben wezen kijken. Misschien in januari, als ik toch in Maastricht moet zijn.

Nu we het toch hebben over de christelijke Oudheid: de kerkvader Augustinus was van huis uit leraar in de welsprekendheid en publiceerde een korte Latijnse grammatica. Vincent Hunink heeft dit Handboek Latijn ontsloten – ik zou het geen vertaling willen noemen, want hij heeft natuurlijk de Latijnse rijtjes (scribo, scribis, scribit) niet vertaald. Zeer te prijzen is de opmaak, die overeenkomt met een moderne schoolgrammatica. Minder blij ben ik met de inleiding: het publiek dat een gespecialiseerde tekst als deze wil lezen, weet ook wel iets over het leven van Augustinus en over de Latijnse grammatica, en leest in de inleiding heel weinig dat hij niet al weet. Niettemin ben ik blij dat deze tekst nu ook voor niet-classici als ikzelf is ontsloten.

Uitgeverij Papieren Tijger, die me wel meer recensie-exemplaren stuurt, stuurde me het boek Zwarte Sinterklazen van Arnold-Jan Scheer. Het gaat “over Pieten en ander heidens volk”. Hij documenteert dat in de Indo-Europese folkloristische tradities allerlei zwarte figuren optreden en beargumenteert dat Zwarte Piet geen Afrikaan is. Daarmee valt hij, zo op het eerste gezicht, in dezelfde valkuil als Quincy Gario, dat folklore één betekenis heeft en dat geschiedkundig onderzoek daarop licht kan werpen.

beperktChristian Laes, de aardige hoogleraar oude geschiedenis uit Antwerpen, stuurde me vele maanden geleden al zijn boek Beperkt. Gehandicapten in het Romeinse Rijk, en ik heb hem in ruil mijn Israël verdeeld gestuurd, maar ik heb nog geen tijd gehad zijn boek te lezen. Het ziet er tof uit en het onderwerp is de moeite waard. Ik kom erop terug.

Van de Oudheid naar de recentere geschiedenis: Bezetting in beeld. Het beeldverhaal van Frans Brouwer 1944-1945  is een van de wonderlijkste mij bekende verslagleggingen uit – u raadt het al – de Bezettingstijd. De auteur was een begenadigd tekenaar, die in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog een stripverhaal tekende over zijn ervaringen. Meer informatie hier. Ik ben er nog niet helemaal uit hoe ik hierover zal gaan schrijven, want de tekeningen moeten goed tot hun recht komen. Overigens blijkt Brouwers’ broer zijn Japanse gevangenschap op soortgelijke wijze te hebben gedocumenteerd – wordt dus vervolgd.

taharqaIk rond af met Het lied van Taharqa. De zwarte farao van Hannie Halma, die een aanzienlijk deel van haar leven heeft doorgebracht in Soedan – ofwel het antieke goudland Nubië. De zwarte farao uit de titel is een historisch figuur, die van 690 tot 664 v.Chr. heerste over beide koninkrijken langs de Nijl. Het boek biedt, zo te zien, naast oude geschiedenis vooral veel informatie over het huidige leven in Soedan. Ik moet het nog lezen en kom er nog op terug.

PS

Ik denk dat elk van de boeken hierboven de moeite waard is en dat u zich er geen buil aan valt ze uw vrienden met kerstmis cadeau te doen. Zoekt u een Engelstalig boek voor uw Amerikaanse, Britse of Australische kennissen, dan noem ik toch even Edge of Empire, het boek over de Lage Landen in de Romeinse tijd dat Arjen Bosman en ik schreven. Bestelbaar bij Amazon, bij de uitgever of bij de prima webwinkel van de Amsterdamse Athenaeumboekhandel.

Een gedachte over “Van vele boeken te maken is geen einde (1)

Reacties zijn gesloten.