Als ik schrijf dat het 49 jaar voor het begin van onze jaartelling was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin onze held zich bevond op de berg waar God verschijnt op de dag des oordeels, en als ik dat voor u omreken naar “onze” Palmzondag, dan weet u dat dit een gedichtje is in de reeks “Wat deed J.C. vandaag precies 1991 jaar geleden?”.
Prinsengracht, Amsterdam; Cornelis de Bruijn leefde in het tweede, derde of vierde huis van links
Dit is het laatste stukje over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.
***
Reizen over Moskovie
Het lijkt erop dat Cornelis de Bruijn rusteloos was. In de volgende jaren woonde hij op diverse plaatsen in de Republiek. In 1709-1710 leefde hij in een huis aan de Hartenstraat in Amsterdam, waar hij onder meer zijn weldoener Nicolaes Witsen ontving en Gisbert Cuper, de man die hem het schilderij van Palmyra had laten kopiëren. Cuper en De Bruijn wisselden later brieven uit over het spijkerschrift uit Persepolis. Het is verder bekend dat de kunstenaar in 1711 woonde aan de Prinsengracht in Amsterdam; in 1712 woonde hij even buiten Haarlem.
Al deze tijd was De Bruijn bezig met zijn meesterwerk: Reizen over Moskovie, door Persie en Indie. Toen hij het in 1711 publiceerde, droeg hij het op aan een Duitse bibliofiel uit Frankfurt, Zacharias Conrad von Uffenbach (1683-1734). Dat is enigszins verrassend: Nicolaes Witsen had immers veel gedaan voor De Bruijn en stond erom bekend dat hij dit soort opdrachten op prijs stelde.
Een nieuwe zomer, een nieuwe literaire quiz. In dit rijtjeshuis woonde ooit een beroemde schrijver. Maar wie? En waar?
Het geven van het goede antwoord leidt, zoals de trouwe lezers van deze blog weten, tot onsterfelijke roem, aangezien het Nationaal Archief om de zoveel tijd een backup maakt van deze website. Uw antwoord zal dus, lang nadat de zeespiegel twee meter is gestegen en Nederland grotendeels heeft weggevaagd, nog steeds bekend zijn.
In 2001 bezocht ik met een vriendin de Galleria Doria Pamphilj in Rome. We kwamen er voor maar één schilderij: Diego Velázquez’ beroemde portret van een geducht ogende Innocentius X. We maakten altijd het grapje dat als deze paus een aflaat verstrekte, God zelf het besluit niet ongedaan zou durven maken.
Het doek hing in een apart vertrek met een zolderraam, waarvoor een soort laken was gespannen. Zo viel het Italiaanse zonlicht er niet in volle heftigheid op. Ik geloof dat zo’n lichtfilterende doek een “velum” wordt genoemd. Als er een wolk voor de zon langs trok – en geloof me, anders dan u denkt gebeurt dat in Italië een enkele keer – veranderde het licht. Het schilderij leefde.
De foto hiernaast toont wat boeken waarover ik nog eens wil schrijven. De linkerstapel is ruwweg het materiaal dat ik zelf selecteerde, daarnaast torent een stapel boeken die ik óf cadeau kreeg óf als recensie-exemplaar kreeg toegestuurd. Een deel daarvan heb ik al uit, maar het ontbreekt me aan tijd om er rustig over te schrijven. Zonder uitzondering zijn of ogen deze boeken interessant en ik zal de stapel wegwerken als ik de reeks over Jezusmythicisme en voorlichting af heb. Vandaag bied ik enkele korte signalementen, want de gulle gevers mogen toch wel een soort bedankje hebben.
Om te beginnen: Opus Noviomagense van Paul van der Heijden en Clemens Verhoeven. In veertig bladzijden worden enkele Romeinse voorwerpen getoond die zijn opgegraven in Nijmegen, met uitleg over het beroep dat erbij hoort. Een sikkel hoort dus bij een hortulana (tuinierster) en we lezen niet alleen iets over Romeins tuinieren, maar zien ook een foto van zo’n opgegraven sikkel en van een re-enactor in een Romeinse tuin – ik denk in Xanten maar het kan ook Orientalis zijn. Een leuk boekje, dat ik doorgeef aan mijn nichtje en neef. Het heeft geen isb-nummer maar is leverbaar via boekhandel Dekker v/d Vegt en het Valkhofmuseum.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.