Spoliatio Aegyptiorum

Egyptische sieraden uit het graf van Djehuty (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Latijnse woorden uit de titel betekenen zoiets als “de beroving van de Egyptenaren”, maar dit blogje gaat niet over de plundering van het museum van Malawi, niet over de roofopgraving waarbij de Sapfo-papyri zouden zijn gevonden en ook niet over de moord op de bewakers van de Leuvense opgraving bij Dayr al-Barsha. Al mag u bij die ellende best even stilstaan. Ik wil het echter hebben over de Spoliatio Aegyptiorum, een uitdrukking die wordt gebruikt ter typering van de relatie tussen enerzijds de christelijke en anderzijds de Romeinse levensbeschouwing.

Jeruzalem versus Athene

Voor de eerste christenen was het nog vrij eenvoudig: de wereld zou op zeer korte termijn worden omgekeerd, de eersten zouden de laatsten zijn en de laatsten de eersten, en er zou een nieuwe wereld ontstaan. De Romeinse wereld zou dus verdwijnen. De eschatologische ommekeer bleef echter uit en de christenen moesten steeds meer nadenken over de plek die ze in dit Romeinse ondermaanse wilden bekleden. Was er niet een tegenstelling tussen hun geloof en hun wereld? In de beroemde woorden van de christelijke auteur Tertullianus: wat had Jeruzalem te maken met Athene? welke overeenkomst was er tussen de Academie en de Kerk? wat hadden ketters en christenen gemeen?noot Tertullianus, De praescriptione haereticorum 7; de titel is onvertaalbaar. Tertullianus gebruikt een term uit het Romeins Recht die erop neerkomt dat de door andersdenkenden naar voren gebrachte bezwaren niet ontvankelijk zijn.

Lees verder “Spoliatio Aegyptiorum”

Augustinus als Numidiër

Er is geen gebrek aan boeken over Augustinus, de vroeg-vijfde-eeuwse bisschop van de Algerijnse havenstad Annaba, het antieke Hippo. Augustinusbiografieën vormen een compleet oudheidkundig subgenre, waarmee hij feitelijk zelf is begonnen: eerst publiceerde hij zijn Belijdenissen, een autobiografie met een duidelijk pastorale inslag, en tegen het einde van zijn leven overwoog hij al zijn eerdere publicaties in zijn Retractiones, een soort intellectuele autobiografie. Het oeuvre bestaat verder uit preken, traktaten, schotschriften, brieven en geleerde werken als De stad Gods. Naar woordenaantal (ongeveer 5.000.000) is hij de best overgeleverde auteur uit de Oudheid. Hij is een van de weinige Romeinen waarover een biografie überhaupt mogelijk is.

Augustinus als Afrikaan?

De Britse classica Catherine Conybeare waagde zich in 2025 aan een nieuwe biografie, Augustine the African, die Abjan Van Meerten vrijwel onmiddellijk vertaalde in elegant, helder Nederlands, Augustinus de Afrikaan. Als u eerdere biografieën las, kunt u het boek echter ongelezen laten zonder dat u veel nieuws mist. Als u daarentegen weinig weet over Augustinus, is het een uitstekende inleiding.

Lees verder “Augustinus als Numidiër”

Faits divers (54)

Spiegel uit Argos (Zwinger, Dresden)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer twee leuke ontdekkingen en iets wat u ontdekken moet.

Augustinus

De eerste leuke ontdekking betreft twee preken van Augustinus. Eigenlijk is het niet helemaal eerlijk dat we nu meer materiaal hebben van een Latijnse auteur van wie we sowieso al overstelpend veel teksten hebben: met naar schatting 5.000.000 woorden is het oeuvre van de laatantieke bisschop het grootste uit de Latijnse literatuur. En nu dus twee extra preken.

Lees verder “Faits divers (54)”

De weerwolf van Jan Wier (2)

Jan Wier

[Dit is de vertaling die Bas Jongenelen maakte van hoofdstuk 14 uit De lamiis liber, waarmee Jan Wier in 1577 aantoonde dat weerwolven niet kunnen bestaan. Een inleiding was hier en het Latijn is daar.]

Mensen kunnen door geen enkele kracht in beesten veranderd worden (hoofdstuk 14)

Aan de almacht van heksen wordt ook toegeschreven dat zij zich echt en geheel kunnen veranderen in wolven, bokken, honden, katten en dieren beesten; om hun lusten te bevredigen, en dat zij zich per direct weer terug kunnen veranderen in mensen. Zelfs door zeergeleerden wordt deze waanzin als absolute waarheid verdedigd.

Lees verder “De weerwolf van Jan Wier (2)”

De Neurenbergse Wereldkroniek

Bamberg in de Neurenbergse Wereldkroniek

Tot de voorwetenschappelijke manieren om te schrijven over het verleden behoren de zogeheten libri annales, “jaarboeken”, waarin alle informatie jaar voor jaar stond geordend. Het verleden werd niet verklaard, alleen geregistreerd en chronologisch geordend. Jaarboeken vermeldden bijvoorbeeld de stichting van steden en kloosters. Ook belangrijke gebeurtenissen, zoals natuurrampen en oorlogen, kregen een plek. Vanaf de Late Oudheid werd de inhoud echter uitgebreider. De jaarboeken groeiden uit tot kronieken.

Wereldkronieken

Door de uitvinding van de boekdrukkunst in de vijftiende eeuw won vooral de wereldkroniek aan populariteit. Zo’n boek bevat stukken geschiedschrijving uit de hele destijds bekende wereld, zodat de geschiedenis begint bij Adam en Eva. Na dit gedeelte, dat in wezen een parafrase is van de Bijbel, gaat de wereldkroniek verder met de geschiedenis van het Romeinse en het Byzantijnse Rijk.

Lees verder “De Neurenbergse Wereldkroniek”

Pontius Pilatus (6) Besluit

Kopie van de inscriptie van Pontius Pilatus uit Caesarea.

[Dit is het laatste van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Prefect

Ik heb in de vorige vijf blogjes verteld dat de evangelisten, Filon van Alexandrië en Flavius Josephus de voornaamste bronnen zijn voor de loopbaan van Pontius Pilatus. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus noemt de man ook een keer, en typeert hem als procurator. Hij was feitelijk prefect. Dat weten we uit bovenstaande inscriptie, gevonden in 1961 in Caesarea Maritima, de residentie van de gouverneur van Judea. Ik heb er al eens over geblogd.

De ene helft van de steen is beschadigd, maar we kunnen de andere helft lezen:

. . . . S TIBERIEUM
. . [Po]NTIUS PILATUS
[praefe]CTUS IUDA[ea]E
[ref]ECI[it]

Dit betekent dat Pontius Pilatus, de prefect van Judea, iets heeft hersteld dat Tiberieum heette. Wat dat zou moeten zijn geweest, is vooralsnog onbekend, maar het is aannemelijk dat het een tempel was ter ere van keizer Tiberius.

Lees verder “Pontius Pilatus (6) Besluit”

Manicheeërs in China

Schijf met manichese motieven (Wereldmuseum, Leiden)

Het manicheïsme is een verdwenen godsdienst uit de Late Oudheid. De stichter was de Mesopotamische profeet Mani (216-274 na Chr.), die onderwees dat het universum was verdeeld in twee strijdige kampen, de kwade materiële wereld (“de Duisternis”)  en de goede wereld van de geest (“het Licht”). Dit dualisme deelde het manicheïsme met het Perzische zoroastrisme. Daarnaast accepteerde het elementen uit het neoplatonisme, het rabbijnse jodendom, de gnosis, de hellenistische godsdiensten van Mesopotamië en het vroege christendom. Mani beschouwde zich als de Pleitbezorger (Parakleet) die in het Johannes-evangelie wordt aangekondigd.noot Johannes 14.16. Mani kende ook de Indische godsdiensten en er zijn in de manichese geschriften ook boeddhistische elementen aan te wijzen.

Van Mani naar China

Het manicheïsme ontstond in het nog jonge Sassanidische Rijk, geregeerd door een dynastie die als voorvader een belangrijke priester van Anahita had. De eerste koningen waren geen scherpslijpers en kunnen Mani’s opvattingen, die een synthese vormden van alle binnen het rijk bestaande ideeën, hebben beschouwd als nuttig om eenheid te scheppen.

Lees verder “Manicheeërs in China”

Augustinus over astrologie

Deel van een diptiek van twee astrologische tabletten (Archeologisch museum, Grand)

Van weinig antieke auteurs – misschien wel geen enkele – is het oeuvre zo goed bewaard als dat van de kerkvader Augustinus. Gek genoeg is hij moeilijk te peilen: nu eens denk je dat het een strenge man is geweest die hoge eisen stelde aan de mensheid, dan weer proef je oprechte vriendschap en vergevingsgezindheid. Maar misschien is die tegenstelling wel gewoon menselijk. In elk geval is hij heel intellectueel: hij stelt goede vragen en neemt geen genoegen met gemakkelijke antwoorden. Ook niet met moeilijke antwoorden trouwens. Hij lijkt zijn leven lang zoekend te zijn geweest.

Vandaag citeer ik eens een stukje uit De stad van God, zijn belangrijkste werk. En omdat het een echt klassieke tekst is, heeft menigeen ervan gehoord en heeft niemand het gelezen. Gelukkig is er een tijdje geleden een toegankelijke Nederlandse vertaling verschenen, gemaakt door Chris Dijkhuis. Het sterke ervan is dat deze veel toelichting bevat. Ik ben al een tijdje bezig met het lezen, en dat het niet opschiet, komt doordat er steeds andere boeken tussendoor komen.

Lees verder “Augustinus over astrologie”

De snelle arabisering van de Maghreb

Maghrebijnse munt, vroege achtste eeuw (Raqqada, Kairouan)

[Laatste van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Er is een wonderlijk verschil tussen landen als Syrië en Egypte enerzijds en de Maghreb anderzijds: in de oostelijke landen bleef, toen de Arabieren kwamen, de laat-Romeinse bevolking nog lange tijd herkenbaar, terwijl ze in de Maghreb snel verdween. Anders geformuleerd: in de Levant (en ook op het Iberische Schiereiland, trouwens) waren nog eeuwenlang niet-Arabisch sprekende, joodse of christelijke groepen aanwezig, maar in de Maghreb was dat fors minder. Waarom?

Steden en nomaden

Het kan samenhangen met de inbedding van de steden in het grotere economische systeem. In het oosten waren de steden oeroud en was de hele sociaal-economische wereld gebaseerd op steden. In Tunesië, Algerije en Marokko waren de Fenicische en Numidische steden weliswaar ontstaan vóór de Romeinen, maar pas groot gemaakt toen de Romeinen begonnen met de systematische kolonisatie van de Hautes Plaines. Ze waren veel minder dominant en met de demografische neergang van de Late Oudheid verschoof het economisch zwaartepunt naar de nomadische Berbers.

Lees verder “De snelle arabisering van de Maghreb”

Circumcelliones

Timgad, Donatistisch complex

Als we de kerkvader Augustinus mogen geloven, is de naam circumcelliones afgeleid van het feit dat deze lieden circum cellas pleegden te zwerven, “rondom de heiligdommen”. Dat is niet onmogelijk, maar “heiligdom” is niet de eerste betekenis van cella. Misschien bezondigt de hoogwaardige bisschop zich aan een volksetymologie, ik geef straks een andere verklaring. In elk geval gaat het om opstandelingen op het Numidische platteland die iets te maken kregen met de donatistische kerk.

Wat was dat ook alweer? Het zat zo. Nadat keizer Licinius (r.308-324) zijn medekeizer Constantijn (r.306-337) ervan had overtuigd dat de christenen financieel moesten worden gecompenseerd voor de jarenlange vervolging, kwam de vraag op of de bisschop van Karthago wel correct was gewijd. Eén van de deelnemende geestelijken had zich namelijk nogal meegaand betoond tijdens de vervolging. De officiële, door de keizers erkende kerk zou zich op het standpunt stellen dat priesters ook maar mensen waren, maar dat zo’n kerkelijke wijding toch vooral Gods eigen werk was. Gods zegen rustte dus wel op een bisschop die door niet-helemaal-volmaakte mensen was gewijd. De donatisten waren het daarmee oneens. Ze verwachtten totale zuiverheid van elke geestelijke. Lange tijd is er in de Maghreb naast de keizerlijke kerk een donatistische parallelkerk geweest, en de enorme omvang van het donatistische complex in Timgad bewijst dat die parallelkerk beschikte over aanzienlijke middelen.

Lees verder “Circumcelliones”