Sneeuw en staal (3)

Het Duitse plan met de aanval van de drie legers
Het Duitse plan met de aanval van de drie legers

[Dit is het derde van acht stukjes over het Ardennenoffensief, dat vandaag zeventig jaar geleden zijn grootste uitbreiding kende. Het eerste stukje is hier.]

Het Duitse offensief in de Ardennen kón niet lukken. Het strategische doel, een afzonderlijke vrede met de westerse mogendheden, was niet haalbaar: Churchill en Roosevelt hadden afspraken met Stalin dat de oorlog zou doorgaan tot Berlijn was ingenomen en bovendien was de strategische zwakte van de westelijke Geallieerden, hun te lange aanvoerslijn, in oktober en november weggenomen. Het operationele doel, Antwerpen, was nauwelijks haalbaar. Dat de tactische doelen van Herbstnebel onhaalbaar waren, was, zoals we zullen zien, binnen een dag duidelijk.

Niet dat de Geallieerden vol vertrouwen de vijand konden opwachten. Een week lang belette het slechte weer de inzet van vliegtuigen, waardoor de Amerikanen en Britten een belangrijke steun moesten missen. Maar boven alles: er waren te weinig Amerikaanse troepen in deze sector. Generaal Omar Bradley had gemeend dat het terrein te onbegaanbaar was voor een grootschalige Duitse aanval, hoewel de Duitsers hier toch zowel in 1914 als in 1940 een doorbraak hadden geforceerd. Een andere Geallieerde fout was dat men teveel vertrouwde op wat men meende te weten dat er in het Derde Rijk gebeurde: de Britten hadden immers de Enigma-codes gebroken waarmee de Duitsers hun radioberichten versleutelden, maar realiseerden zich niet dat hun tegenstanders inmiddels op Duitse bodem waren, waar ze gebruik maakten van gewone telefoonverbindingen.

De aanval op zaterdag 16 december kwam dan ook volkomen onverwacht. Of beter: de Geallieerden meenden dat deze tegenaanval werd uitgevoerd door de troepen die de Siegfriedlinie verdedigden. De beschieting waarmee de aanval werd ingezet, leidde daarom niet tot groot alarm. Ondertussen kwamen echter niet de plaatselijke troepen, maar drie speciaal voor dit doel samengestelde legers in actie.

In het noorden was dat het pas geformeerde Zesde Leger, gecommandeerd door Sepp Dietrich. Vanuit Monschau moesten zijn SS-pantserdivisies via Luik oprukken naar Antwerpen. In de centrale sector moest het Vijfde Leger van Hasso von Manteuffel Brussel heroveren en daarvandaan verder trekken naar Antwerpen. Tot slot lag het Zevende Leger in het zuiden, aangevoerd door Erich Brandenberger. Zijn pas gelichte infanteriedivisies moesten het noordelijk deel van Luxemburg bezetten en zouden het, zo was voorzien, moeten opnemen tegen de tanks van het Amerikaanse Derde Leger, dat werd gecommandeerd door Patton, die door de Duitsers werd beschouwd als de gevaarlijkste geallieerde aanvoerder.

In feite was de Duitse linkervleugel dus onvoldoende beschermd, en dat is niet het enige dat wat vreemd oogt. Het zwaarste materiaal stond helemaal in het noorden opgesteld, waar het Zesde Leger ook kon rekenen op de bescheiden ondersteuning van parachutisten. De middelste sector was echter de plek waar de Amerikaanse linies het zwakst waren en waar met de inzet van zware middelen het meeste bereikt had kunnen zijn. De verkeerde allocatie van middelen was het gevolg van onvoldoende verkenningsacties – zoals we al zagen wilden de Duitsers tot elke prijs vermijden dat de Geallieerden lucht van het plan zouden krijgen – en van het feit dat Hitler alleen de SS nog vertrouwde.

Na de eerste beschietingen staken de Duitsers de Our over, maar ze verloren veel tijd doordat de bruggen óf waren verwoest óf niet snel genoeg konden worden gebouwd. (Anders dan de Geallieerden, die metalen Baileybruggen hadden, bouwden de Duitsers bruggen uit hout, die minder draagkracht hadden.) Hoewel de eigenlijke aanval dus meteen aan de Our werd vertraagd, werd het de Amerikanen nu wel duidelijk dat de operatie grootschalig was, en ze zou al vrij snel bekendstaan als het Von Rundstedt-offensief, naar de maarschalk die als enige zoveel middelen kon inzetten (en die in feite faliekant tegen het plan was geweest).

Het wreekte zich dat in de centrale sector de Amerikaanse troepen niet heel geroutineerd waren. Zo moest Sankt Vith, een belangrijk knooppunt van wegen, worden verdedigd door de 106e Divisie, die echter bestond uit rekruten en werd geleid door een niet heel ervaren generaal, Alan Jones. We weten dat hij snel in de gaten had dat het menens was en contact zocht met zijn reserve in Bastogne. Over de telefoon legde hij zijn superieur, generaal Troy Middleton, uit dat hij twee vooruitgeschoven regimenten wilde terugtrekken, waarop Middleton antwoordde dat de Zevende Pantserdivisie – u kent dit onderdeel wellicht omdat het in De Peel heeft gevochten – Jones’ infanterie om zeven uur ’s morgens zou komen versterken. Jones beschouwde dit als optimistisch, maar meende dat zijn meerdere dingen wist die hij niet wist, en concludeerde dat hij twee regimenten kon handhaven op hun vooruitgeschoven positie. Zou hij meer ervaring hebben gehad, dan zou hij vragen hebben gesteld en hebben ontdekt dat Middleton ervan uitging dat de regimenten in de nacht zouden worden teruggetrokken. De twee eenheden werden vernietigd – Jones’ zoon was een van de krijgsgevangenen – en al snel konden de Duitsers op weg naar St. Vith, waar ze werden opgewacht door de Zevende Pantserdivisie. Vader Jones zou enkele dagen later door een hartaanval worden gedwongen het commando neer te leggen.

Het is zomaar een detail, bedoeld om de chaos van de eerste dag te illustreren. In Parijs begreep Eisenhower, de oppercommandant van de Geallieerde troepen in Europa, als eerste wat er gaande was. Hoewel de oppercommandant van de Amerikaanse troepen, Bradley, nog meende dat het ging om een lokale aanval, besloot Eisenhower op 16 december dat er moest worden overlegd met Patton, die vanuit het zuiden zou moeten oprukken, en dat enkele noordelijk gelegen Amerikaanse divisies tijdelijk zouden worden geplaatst onder het bevel van de Britse maarschalk Montgomery, om de noordelijke flank van het Duitse offensief beter georganiseerd te kunnen aanvallen. Bovendien besloot Eisenhower zijn reserves in te zetten. Dat waren twee eenheden die in Reims waren gestationeerd om op krachten te komen en die we toevallig goed kennen uit de Nederlandse geschiedenis: de 82e en de 101e Divisie, de parachutisten die in september hadden gevochten bij Nijmegen en in Noord-Brabant.

Die avond was operatie Herbstnebel in feite al mislukt. De Duitse oversteek van de Our had te lang geduurd om de aanval nog een verrassing te doen zijn en de Geallieerden waren al bezig met de voorbereiding van de tegenaanval.

[Wordt vervolgd]

3 gedachtes over “Sneeuw en staal (3)

  1. mnb0

    “hoewel de Duitsers hier toch zowel in 1914 …. een doorbraak hadden geforceerd.”
    Dat klopt niet. In 1914 begon de hoofdaanval nabij het drielandenpunt en was gericht op Luik. Daarna gingen de Duitsers op Namen en Leuven af. Daarmee lieten ze de Ardennen vrijwel geheel links liggen.

    1. Ik ben er eerlijk gezegd vrij zeker van dat Erwin Rommel in zijn autobiografie vertelt hoe hij met zijn troepen door de Ardennen trekt en aankomt bij het Franse Longuyon. De grote ironie van het Ardennenoffensief is dat men een bekende route nam, en nog altijd een leger had dat grotendeels te paard ging: in 1944 deed men het precies zoals in 1914.

      1. mnb0

        Longyon ligt niet ver van Luxemburg, dat op 2 of 3 augustus al bezet was. Het ligt daarmee niet ver van het gebied van plan 17, dwz de Franse hoofdaanval. Het hoofdpunt van het Schlieffenplan was de omtrekkende beweging van het Eerste Leger van Von Kluck.

        http://www.firstworldwar.com/battles/ardennes.htm

        De Slag om de Ardennen in 1914 vond plaats na de val van Luik; Leuven was zelfs al bezet. Ze begon met een Franse aanval. Mij lijkt dus dat Rommel in Longyon terecht kwam na een Duitse tegenaanval, niet na een doorbraak.

        Het hele punt van Plan Geel was daarentegen de Geallieerden in de waan te brengen dat het Schlieffenplan herhaald zou worden. De hoofdaanval vond echter veel zuidelijker plaats, zodat de Duiters dreigden linksom achter de Geallieerden terecht te komen ipv rechtsom.
        De historische ironie wil dat de Duitse plannen in januari 1940 in Geallieerde handen terecht kwamen – alleen bevatten die toen nog een herhaling van het Von Schlieffenplan. Het droeg op die manier bij aan de misleiding, die Gamelin er toe bracht de Duitse oversteek bij Sedan te onderschatten.

        en.wikipedia.org/wiki/Mechelen_incident

        Van belang voor mijn argument is

        “When the real invasion came, on 10 May 1940, the Germans had fundamentally changed their strategy ….”
        Het is vrij eenvoudig. In 1914 staken de Duitsers de Maas het eerst over bij Luik. In 1940 bij Sedan.

Reacties zijn gesloten.