Weekendkrantentest

Een tijdje geleden blogde ik erover dat ik, hoewel het lezen van de weekendkranten me lange tijd zoveel plezier had gedaan, de laatste tijd nauwelijks nog iets tegenkwam dat de moeite van het lezen waard leek. Dat was uiteraard niet meer dan een indruk, gebaseerd op enerzijds het feit dat ik er sneller dan ooit doorheen ga en anderzijds het herkennen van overbodige bijlagen.

Dit weekend heb ik voor de grap eens geklokt hoeveel tijd ik er nu feitelijk mee bezig ben, waarbij een rol speelde dat de voorpagina’s van het Handelsblad, het Parool, Trouw en de Volkskrant dit keer wat uitnodigender oogden dan anders. Als ik binnen een uur klaar zou zijn, zou het immers wel érg negatief ogen. Dit keer leek het op voorhand wat positiever uit te vallen en dat blijkt ook uit de uitslag:

  • Handelsblad: ongeveer veertig minuten (14:17-14:56)
  • Parool: ongeveer veertig minuten (14:56-15:37)
  • Trouw: ongeveer dertig munten (15:45-16:15)
  • Volkskrant: ongeveer vijfenzestig minuten (16:17-17:25)

Samen bijna drie uur. Eerlijk gezegd weet ik niet precies wat dit betekent, want eigenlijk zou je de leestijd moeten afzetten tegenover bijvoorbeeld het aantal pagina’s dat een krant plus bijlagen heeft, of tegen de prijs. Toch is wel duidelijk dat ik de Volkskrant van zaterdag het interessantst vond, want niet alleen was ik er het langst mee bezig, ik las deze krant ook na de drie andere kranten. Dat betekent dat ik de berichtgeving over – ik noem één voorbeeld uit vele – een verboden boek over de Rabobank in de Volkskrant kon overslaan, aangezien ik daarover al had gelezen in de andere kranten. Dat de Volkskrant me, ondanks deze “slechte startpositie” het langste bleef boeien, zegt dus echt wat. Alleen weet ik niet of het iets zegt over de kwaliteit van de krant of mijn belangstelling als lezer.

In het Handelsblad las ik het voornaamste nieuws en vond ik verder alleen de wetenschapsbijlage de moeite echt waard. Hoewel ik interessantere afleveringen heb gelezen, las ik het stuk over batterijen met belangstelling. Het artikel over Hillary Clinton was aardig, het bericht over Jeroen Bosch was niet in andere kranten te vinden, de twee pagina’s over Game of Thrones vond ik bizar veel, Pieter Steinz was op dreef over Seneca, het stuk van Joris Luyendijk over amorele bankiers was de zoveelste herhaling van wat al te vaak is herhaald, en dat geldt ook voor de analyse van de drie zwaktes van de Nederlandse economie. Mijn verkoper, die zijn snobistische Amsterdamse klanten kent, haalt het supplement “Lux” er alvast uit voor zijn klanten, dus dat heb ik niet gezien. De paginagrote advertentie voor “de stemmen van NRC Weekend” bevestigt wat ik wel eens vrees: dat het bij het Handelsblad steeds minder om de inhoud gaat en steeds meer om namen.

Het Parool lees je natuurlijk niet voor het nieuws. Het is in feite een dagelijks verschijnend feel-good-tijdschrift voor Amsterdammers, met dit keer een vileine foto van een expositie in het Maagdenhuis, die de bezetters wegzette als arty farty lichtgewichten. Wel wat gemeen, maar een krachtig beeld. Er was een interessant stuk over het Afval-energiebedrijf, waarop de stad nogal wat geld verliest, met opnieuw een erg mooie, grauwe foto, en even verder las ik een boeiend artikel over Koerden die strijden tegen Koerden. In de categorie kleinstedelijk leed las ik iets over de verdwenen leeuwen bij CS en een fantastisch, nuttig overzicht van snelle en langzame fietsroutes. Dáár lees ik het Parool voor, elke dag weer.

Dan Trouw, een krant die ik lees omdat er altijd nog een vergeten ramp in Afrika in staat – en dit keer niet teleurstelde met aandacht voor Darfur en de nasleep van de ebola-crisis. Waarvoor dank. De bijlage “Letter en Geest” trof me dit keer met maar één artikel dat ik wilde lezen, een recensie van twee boeken over Provo. Er zijn betere afleveringen geweest. Het Koerdenartikel uit het Parool stond ook in Trouw – gewoon jammer, net als aandacht voor Game of Thrones. Ook jammer: twee pagina’s aandacht voor Engels onderzoek naar de werking van middeleeuwse medicijnen. Er was weliswaar aandacht voor kritiek, maar de koppen “Eerherstel voor oude medicijnen” en “Dit onderzoek kan grote gevolgen hebben voor de moderne geneeskunde” lijken mij nogal tendentieus. Ik sluit niet uit dat het mensen in handen van kruidenvrouwtjes en andere kwakzalvers drijft. Wanneer leren kranten toch eens dat ze pas over wetenschap moeten schrijven als er een wetenschappelijke publicatie ligt?

Tot slot was er de Volkskrant, met een geslaagd interview met Othman al-Kamees, een van de “haatimams” die in het nieuws komen. Hij wordt lachend en vriendelijk geportretteerd maar je blijft, zonder dat het met zoveel woorden wordt gesuggereerd, achter met het gevoel dat er iets niet klopt. Ik heb moslimgeestelijken gesproken die me hetzelfde gevoel gaven – en ik weet niet of dat ligt aan de islam of aan het feit dat in het Midden-Oosten de beleefdheid voorschrijft dat je mensen soms naar de mond praat. Kortom, een stuk dat me aan het denken zette.

Verder in de Volkskrant: nieuws over het Chinese imperialisme en over de economie van Brazilië dat ik niet in de andere kranten zag, een overbodig interview met Peter van Straaten (die al zo vaak over zijn werk heeft mogen praten) en wat aardige recensies. Heel interessant vond ik het stuk van Martijn van Calmthout over de uitbarsting van de Tambora-vulkaan, waarover Philip Dröge een boek heeft geschreven dat ik meteen heb besteld. Zelden las ik een stuk waarvan ik zo enthousiast werd.

Tot slot. Columnisten lees ik nauwelijks. De sportpagina’s interesseren me niet. De lifestyle-supplementen gooi ik ongelezen weg. En echt nieuws verwacht ik niet in een krant, want daarvoor is internet. In het weekend wil ik gewoon interessante verhalen lezen. Darfur. Fietsroutes door mijn stad. Wetenschapsnieuws, of het nu batterijen zijn of vulkanen. Kortom, het nieuws dat door de week wat ondersneeuwt maar net zo belangrijk is. Deze zaterdag hadden de kranten een gelukkige keuze. Ik ben benieuwd of het volgend weekend weer zo zal zijn.

3 gedachtes over “Weekendkrantentest

  1. Manfred

    Het nieuws komt van de persbureaus en wordt door alle kranten ongelezen, ongecontroleerd en ongeredigeerd afgedrukt; zelfs dezelfde typo’s in alle kranten. Voor het nieuws neem je geen krant.

    De achtergrondartikelen zijn eigenlijk opiniestukken, er staat nooit informatie in die je niet ook al ergens anders had kunnen vinden. Hoe zou dat ook kunnen, de schrijver gebruikt dezelfde Google als de lezer. Het verschil met een column is minimaal, er staan alleen meer feitjes in die vooral dienen als argument om de mening van de schrijver te ondersteunen. En er staan plaatjes bij.

    De rest van de krant bestaat uit advertenties en entertainment. Dat laatste meestal in de vorm van namennoemerij en roddels, gejat van internet. En nog meer plaatjes.

    Kranten zijn alleen goed voor de sport. Niet om er over te lezen, maar voor je eigen beweging. Heen en weer naar de papiercontainer.

Reacties zijn gesloten.