Nieuwe oude geschiedenis

Een quadrigatus van voor de inflatie
Een quadrigatus van voor de inflatie (Wenen, Kunsthistorisches Museum)

Geen consument ligt wakker van de dagelijkse berichten dat de euro ten opzichte van de dollar of de pond, wéér in waarde gedaald is. Ze merken er niets van. Het karretje boodschappen bij de supermarkt kost precies hetzelfde als voorheen, het salaris is niet minder waard dan in de jaren dat we een sterke euro hadden.

Zo simpel als de NU.nl het uitlegde, zo simpel zou geldontwaarding kunnen zijn als onze economie een gesloten geheel was. En soms is het ook zo simpel. Bijvoorbeeld in de Romeinse Republiek tijdens de Tweede Punische Oorlog. Rome was onverwacht in Italië aangevallen door de Karthaagse veldheer Hannibal en had enkele schokkende nederlagen geleden: op de Po-vlakte (218), bij het Trasimeense Meer (217), te Cannae (216). Om de oorlog verder voort te zetten, waren extra troepen en middelen nodig; om die te betalen was geld nodig; om extra geld te scheppen, verdeelden de Romeinse muntmeesters het beschikbare zilver over meer munten – het zilvergehalte nam dus af en er was sprake van geldontwaarding.

Al na een jaar was het traditionele zilverstuk, de quadrigatus, met de helft gedevalueerd en in het volgende jaar lag de waarde nog lager. In 214 of 211, toen de oorlog zijn vijfde of achtste jaar in ging, ging het door niemand nog vertrouwde muntstelsel geheel op de schop en werd een nieuwe munt ingevoerd: de denarius. In andere landen, verwikkeld in de Vierde Syrische Oorlog, was de inflatie in deze jaren even moordend.

Rome kon de oorlog op deze wijze financieren doordat het weinig behoefde te importeren en dus zelden iets hoefde kopen tegen een hoger geworden prijs. Voor Romes dienstplichtigen gold dus dat het karretje boodschappen op de markt precies hetzelfde kostte als voorheen en dat de soldij niet minder waard was dan voor de oorlog.

Er was ook inflatie bij de Karthagers, die echter steunden op buitenlandse huurlingen. Karthago moest, om zo te zeggen, soldaten importeren en een in waarde verminderde munt maakte de huurlingen duurder. Dat maakte het moeilijk de oorlog inflatoir te financieren. Daar kwam nog bij dat Karthago strategisch belangrijke producten tegen steeds hogere prijzen moest importeren, terwijl Rome altijd toegang behield tot de metaalmijnen in Toscane.

Inflatie speelde dus een grote rol in de eerste jaren van de Tweede Punische Oorlog. Rome kon haar beter volhouden dan Karthago. Het is moeilijk te bepalen of het een ondergeschikte of een beslissende factor was, maar hoe dat ook zij: voor de uitkomst van het conflict was de geldontwaarding belangrijker dan de veldslagen op de Po-vlakte, bij het Trasimeense Meer of bij Cannae, die alleen betekenis hadden voor het verloop van de oorlog. De gevechten trekken weliswaar onze aandacht omdat ze in groot detail zijn beschreven in onze bronnen, maar dat maakt ze nog niet belangrijk.

Turner,
Turner, “De ondergang van Karthago” (1817)

De doorgaans impliciete aanname dat wat in onze bronnen uitgebreid staat beschreven, ook belangrijk is, staat bekend als de “positivist fallacy”. Persoonlijke herinnering: toen mijn leraar, professor De Neeve, dit principe uitlegde, gebruikte hij als voorbeeld het betrekkelijke belang van de genoemde veldslagen voor de uitkomst van de Tweede Punische Oorlog. Hoe hij vervolgens sprak over een niet in de bronnen vermelde inflatie was voor mij, gretige eerstejaars, een openbaring: zo ging je dus om met uiteenlopende categorieën bewijsmateriaal.

Het belang van inflatie voor de uitkomst van antieke oorlogen mag een typisch twintigste-eeuwse conclusie worden genoemd. Eén reden is dat numismaten (de onderzoekers die munten bestuderen) de geldontwaarding in detail hebben beschreven. Als ik het bij het rechte eind heb, was het bekend in de jaren vijftig en heeft Chris Howgego van het Ashmolean Museum in de jaren negentig de puntjes op de i gezet. Een tweede reden is dat economische geschiedenis in de vorige eeuw populair was en dat krijgshistorici de economische factor steeds meer in hun analyses meenamen.

Verandert ons beeld van de oorlog hier nu door? Mwoa. De uitkomst blijft hetzelfde: Rome won. De betekenis van de oorlog verandert ook al niet: Rome vergrootte zijn macht zó dat het machtsevenwicht voorgoed verstoord was en de eenwording van het Middellandse Zee-gebied onvermijdelijk werd.

Tegelijk begrijpen we wel beter hoe diep Rome heeft moeten gaan om de overwinning te bereiken. Een verhaal over inflatie is minstens even interessant als het tot vervelens toe vertelde verhaal over Hannibal, en in elk geval een stuk realistischer. Hedendaagse oude geschiedenis komt niet alleen tot andere inzichten over het verleden, maar ook tot betere.

[De Romeinenweek is voorbij, maar ik blog nog even verder over de Romeinen.]

19 gedachtes over “Nieuwe oude geschiedenis

  1. Wat Manfred waarschijnlijk bedoelt (en ik me afvraag) is waarom Carthago, dat toch een eigen economie kende, in het huren van soldaten afhankelijk was van Romeinse prijzen. Ze huurden toch geen Romeinen in?

    1. Omdat die soldaten geen Karthagers waren. Zij wilden gewoon de standaardhoeveelheid zilver. Dat wilden ze overal. Rome had dienstplichtigen, die niets te willen hadden over hun hoeveelheid zilver en genoegen moesten nemen met minder zilver in hun munten. Omdat de Romeinse economie betrekkelijk gesloten was, kon ze het volhouden. De spanningen zaten in de Griekse steden in het zuiden, die enerzijds deel uitmaakten van het Romeinse stelsel maar anderzijds open stonden voor handel.

      1. henktjong

        Ja maar… (standaard gezeur van een historicus ;-)) die soldaten gingen met hun zilver toch niet in Rome boodschappen doen, dus voor het zilver dat ze in Carthago kregen en daar ook uitgaven, hadden ze niks te maken met de koers van de quadrigatus. Of denk ik nou te simpel?

        1. Zou jij – als je huurling zou zijn en van land naar land zwerft – willen werken voor een loon dat, als je naar een buitenland gaat, nog maar de helft waard is?

          1. henktjong

            Romeinen werkten niet met huurlingen, dus als ik in Carthago afgedankt zou worden zou ik zowiezo niet in Romeinse gebieden boodschappen gaan doen. Ik weet echter niet in hoeverre de romeinse munt al was verspreid over het middellandse zeegebied om te weten waar ik dan in de 3e eeuw vC terecht zou moeten. Aan de andere kant: de Carthaagse munt bevatte waarschijnlijk nog wel voldoende zilver en omdat er toch meer naar gewicht dan naar de nominale waarde van geld werd gekeken, kon ik dus vier keer zoveel voor mijn geld kopen in Romeinse gebieden, als ik daar welkom zou zijn.

            1. mnb0

              “Romeinen werkten niet met huurlingen, dus als ik in Carthago afgedankt zou worden zou ik zowiezo niet in Romeinse gebieden boodschappen gaan doen.”
              Irrelevant. JL schrijft duidelijk

              “In andere landen, verwikkeld in de Vierde Syrische Oorlog, was de inflatie in deze jaren even moordend.”

              “Aan de andere kant: de Carthaagse munt bevatte waarschijnlijk nog wel voldoende zilver”
              Irrelevant. Wat JL betoogt – en volkomen correct; het is elementaire economische wetenschap – is dat de Carthaagse oorlogsleiders niet de mogelijkheid hadden om hun oorlog te financieren middels geldontwaarding (door het gehalte van zilver in hun munt te verlagen). Dus kregen ze last van begrotingstekorten. Oorlog heeft namelijk de vervelende gewoonte heel snel veel duurder te worden.
              De Romeinen konden hun oorlog wel of iig beter monetair financieren, omdat hun soldaten genoegen namen met koopkrachtdaling van hun salaris tov het buitenland. Ze kregen weliswaar te maken met andere problemen – moesten hun munt vervangen – maar die waren veel minder ernstig dan de Carthaagse.

          1. henktjong

            Ik moet wat monetaire problemen in de geschiedenis klaarblijkelijk mijn mond houden. Economie is helaas nooit mijn sterkste vak geweest… 😉

    2. mnb0

      JL schrijft helemaal niet dat Carthago afhankelijk was van Romeinse prijzen. Carthago had meer buitenland dan Rome alleen. JL schrijft dat het huren van soldaten een vorm van import is. Of die soldaten hun inkomens nou uitgaven in Rome of elders in het Middellandse Zeegebied is volstrekt niet belangrijk. Belangrijk is dat zij een waardevast inkomen eisten (dus bij devaluatie eisten ze loonsverhoging of vochten niet), terwijl Romeinse soldaten dat niet eisten.

    1. mnb0

      Ik vermoed dat elke oorlog die iets langer duurt tot inflatie leidt. Om te winnen moet elk land immers heel snel aan meer wapens en soldaten zien te komen.

  2. mnb0

    “Geen consument ligt wakker van de dagelijkse berichten dat de euro ten opzichte van de dollar of de pond, wéér in waarde gedaald is. Ze merken er niets van.”
    Ik woon in een land waar de mensen koerswisselingen onmiddellijk merken aan de prijzen in de supermarkt.

    “terwijl Rome altijd toegang behield tot de metaalmijnen in Toscane.”
    Ah – ziehier de strategische fout die Hannibal maakte na Cannae. Dat heb ik me jaren afgevraagd.

      1. Het grote probleem voor Hannibal was, doodsimpel, dat Rome niet te verslaan was met één, betrekkelijk klein leger. Hij moest de steden die naar hem overliepen, bescherming bieden (en dat ging ten koste van zijn slagvaardigheid), terwijl Rome beschikte over eindeloze voorraden. Hannibals tactische vernuft kan niet verdoezelen dat de invasie van Italië strategisch een onuitvoerbaar plan was.

        1. Dirk

          Sommigen beweren dat hij iets had kunnen bereiken als hij na Cannae Rome zelf had ingenomen. Zoals je hierboven aangeeft, is dat is nog maar zeer de vraag. Hannibal was niet in de mogelijkheid om iets te leren van Napoleons Russische veldtocht, waar ook de vernietiging van Moskou niets opleverde. Het is vreemd dat Napoleon, die oude geschiedenis verslond, niets van Hannibal heeft geleerd.

  3. mnb0

    “Het is moeilijk te bepalen of het een ondergeschikte of een beslissende factor was.”
    In het algemeen beslissen economische factoren niet de uitkomst van een oorlog. Dat is bv. de grote fout die Hitler in 1941 maakte. Zie ook de economische blokkade die Engeland aan Duitsland oplegde van 1914 tot 1918. Maar soms is een bepaalde economische factor zo belangrijk dat deze enorm kan bijdragen. De Amerikaanse Burgeroorlog was in strategische zin al na een half jaar beslist, toen de Unionisten New Orleans innamen en de Geconfereerden geen handel meer konden drijven.
    Hannibal kon het niet weten, maar die metaalmijnen waren wellicht van beslissend belang, ja.

Reacties zijn gesloten.