De Iberiërs (1)

Iberisch aardewerk (Museum voor onderwaterarcheologie, Alicante)

Ik heb op deze blog al redelijk vaak geschreven over de Iberiërs. Dat is een wat onhandige term, want ze slaat van oorsprong op de bewoners van het zuidoosten van Spanje, en kreeg later een tweede betekenis: alle bewoners van het Iberische Schiereiland, dus met inbegrip van de Tartessiërs in Andalusië, de Lusitaniërs langs de Oceaankust en alle andere groepen. Ik wil nu de eerste definitie volgen: de antieke bewoners van de huidige regio’s Valencia en Murcia.

Een eigen archeologische cultuur is aan te wijzen vanaf het midden van de zesde eeuw v.Chr. Die lijkt voort te komen uit de eerdere IJzertijdculturen, maar verschilt daarvan doordat er inmiddels handelscontacten waren met Fenicische en Griekse kooplieden. De eersten zaten ook wat verder naar het zuidwesten en hadden tevens contact met Tartessos, terwijl de laatsten wat noordelijker zaten en daar contact hadden met de diverse Keltische volken.

Lees verder “De Iberiërs (1)”

De olifanten van Hannibal

Karthaagse munt uit Spanje (British Museum)

Nee, archeologen hebben in Spanje géén olifant ontdekt uit het leger van Hannibal. Of, iets genuanceerder: het is een stuk waarschijnlijker dat de ontdekte dikhuid niet komt uit de tijd van Hannibal dan wel.

De claim

Eerst de claim, zoals gemeld in de media. De NU.nl meent dat het opgegraven bot “naar alle waarschijnlijkheid bewijst dat de beroemde veldheer Hannibal Barka met olifanten de Alpen is overgetrokken”. Dat is nooit de vraag geweest en dat is ook niet wat de onderzoekers beweren. De NOS kopt dat het bot “mogelijk bewijs voor tocht Hannibal door Europa” vormt. Ik zal deze twee stukjes verder onbesproken laten en meteen doorgaan naar de wetenschappelijke publicatie, die weliswaar achter betaalmuren ligt, maar die iemand met me heeft gedeeld (bedankt!).

Lees verder “De olifanten van Hannibal”

De val van Cartagena (1)

Scipio Africanus (Capitolijnse Musea, Rome)

Tot de dingen die je in je leven niet wil meemaken, en die wij gelukkig ook niet meer mee zullen maken, is de inname van een stad door een Romeins leger. Dat overkwam de bewoners van Cartagena in 209 v.Chr. De stad heette destijds Qart Hadašt, “de nieuwe stad”, wat de Romeinen later zouden veranderen in Carthago Nova. Het was de residentie van de familie Barka, die hier namens het “echte” Karthago het gezag uitoefende. Eerst Hamilkar Barka, vervolgens Hasdrubal de Schone, die in Cartagena de residentie bouwde waarvan de resten een jaar of vijf geleden zijn geïdentificeerd, en daarna Hamilkars zoon Hannibal Barka. In de Tweede Punische Oorlog trok hij, zoals bekend, met het Spaanse leger over de Ebro, Pyreneeën, Rhône en Alpen naar de Povlakte.

Oorlog in Spanje

Bij het oversteken van de Rhône, ergens begin oktober 218 v.Chr., wist Hannibal al dat de Romeinen het plan hadden geraden en al op weg waren naar Spanje om zijn aanvoerlijnen af te snijden. Eind december zegevierden de Romeinse oud-consul Gnaeus Cornelius Scipio en diens broer, consul Publius Cornelius Scipio, in de slag bij Cissa, niet ver van het huidige Tarragona. Daarmee was Hannibals lot feitelijk bezegeld. Het Karthaagse leger in Italië boekte weliswaar spectaculaire successen, maar kon de weinige bondgenoten die het daar verwierf, nooit even krachtig beschermen als de Romeinen de opstandige steden konden bestraffen.

Lees verder “De val van Cartagena (1)”

Titus Livius (3): inhoud

Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Derde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

De Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad van Titus Livius was een zeer, zeer ambitieus werk. In totaal verschenen niet minder dan 142 boekrollen. De lengte van zo’n rol kwam overeen met pakweg vijfenzestig bladzijden in een modern pocketboek. De totale lengte van Livius’ geschiedwerk bedroeg dus een slordige 9.250 pagina’s ofwel eenendertig pocketboeken. Hij schreef dit alles in ongeveer vijfenveertig jaar, wat betekent dat hij elk jaar ruim drie rollen of 205 pagina’s publiceerde. Ook met een tekstverwerker is dat alleszins respectabel.

Er zijn twee gevolgen. Eén: dit werk was te groot om volledig tot ons te komen. We hebben alleen nog de boeken 1-10 en 21-45.  Misschien duikt nog eens iets op in de Egyptische woestijn of bij de papyri uit Herculaneum, waar inmiddels een boekrol is geïdentificeerd van een jongere Romeinse geschiedschrijver. Twee: het is duidelijk dat Titus Livius gebruik moest maken van eerdere geschiedwerken en zelden de mogelijkheid had tot archiefonderzoek. Dat had gevolgen, waarover we het nog zullen hebben.

Lees verder “Titus Livius (3): inhoud”

Hannibal en hannibalisme aan de Rhône

De Rhône bij Tarrascon

Ik heb wel vaker geschreven – sterker nog, ik schreef er een boek over – dat de vraag waar Hannibal over de Alpen is getrokken, niet alleen triviaal is, maar ook onbeantwoordbaar. Het bewijsmateriaal is te schaars en te ambigu. Grosso modo weten we alleen dat Hannibal vanuit Iberië oprukte over de Pyreneeën en door de Languedoc naar de Rhône. Die stak hij ergens over. Vervolgens marcheerde hij vier dagen stroomopwaarts naar een plek die “het eiland” heet, en daarvandaan marcheerde hij tien dagen tot het begin van de Alpen. Daarna begon een vijftien dagen tellende expeditie over de bergen, met gevechten op de weg naar boven en sneeuw op de weg naar beneden. Drie dagen vanaf het punt van aankomst lag Turijn. Op de Alpenpas was het mogelijk te bivakkeren, dus het was een wijde pas.

Nog één aanwijzing: een Romeins leger kon vanaf de zee in drie dagen de plek bereiken waar Hannibal de Rhône was overgestoken. Dit is alles wat we weten. Wetenschappers nemen al vijf eeuwen aan dat het gaat om de samenvloeiing van de Rhône en een andere rivier, wat mogelijk is, maar dankzij paleohydrologisch weten we dat er ook echte eilanden waren – dus we weten nu minder dan ooit. Omdat al  deze informatie overal in het landschap kan worden ingepast, is de puzzel waar Hannibal de Alpen overstak, principieel onoplosbaar.

Lees verder “Hannibal en hannibalisme aan de Rhône”

Faits divers (24)

Een scheepswrak in het archeologisch museum van Girne; wellicht krijgen we zoiets ook te zien in Cartagena

Omdat het nieuwe academisch jaar is begonnen en de oudheidkunde dus wordt bedreigd, beginnen we deze “faits divers” met een petitie. Dit keer gaat het om de gymnasia in Denemarken, die geen financiële steun meer krijgen. Vorig semester waren er petities voor twee archeologische instituten, vier voor klassieke talen, één voor geesteswetenschappen in het algemeen en twee voor musea (overzicht). Soms hielpen die petities, dus tekenen is geen vergeefse moeite. U vindt de Deense petitie daar.

Ter zake nu.

Lees verder “Faits divers (24)”

Paleoproteomics

Karthaagse munt uit Iberië; dankzij paleoproteomics is vast te stellen welke olfantensoort dit is (British Museum)

Ik heb al vaker geblogd over bioarcheologische onderwerpen, zoals het DNA-onderzoek en het isotopenonderzoek. Over antieke eiwitten (proteïnen) heb ik het echter nog niet gehad, maar die zijn wel de moeite waard. Het is bijvoorbeeld mogelijk om in antiek aardewerk na vele eeuwen nog sporen te vinden van bijvoorbeeld zuivel. Zo kunnen onderzoekers uitspraken doen over de toenmalige voeding, wat weer kan leiden tot inzicht in de toenmalige volksgezondheid. Ook zijn uitspraken mogelijk over antieke ziektes. Een team uit Nottingham is er bijvoorbeeld in augustus 2023 in geslaagd om oeroude antistoffen te identificeren in het tandglazuur van iemand die ooit afweer had opgebouwd tegen het virus dat de ziekte van Pfeiffer veroorzaakt.

De monsters zijn niet alleen uit tandglazuur te nemen, maar ook uit botmateriaal, tandsteen, keramiek, textiel, perkament en papyrus. Een van de voordelen van dit type onderzoek, dat wel wordt aangeduid als paleoproteomics, is dat eiwitten opvallend goed bewaard blijven. Eitwitonderzoekers kunnen daardoor dieper het verleden in dan bijvoorbeeld hun collega’s die zich bezighouden met antiek DNA.

Lees verder “Paleoproteomics”

Het Seleukidische Rijk

Seleukos I Nikator (Archeologisch museum, Napels)

Een pagina over de Seleukiden, die was er nog niet op deze blog. Terwijl deze hellenistische dynastie toch lange tijd heeft geregeerd over een immens gebied. Ik heb trouwens ook nog geen blog gewijd aan de Ptolemaiën, hoewel die voor Egypte en Cyprus toch ook belangrijk zijn geweest. Maar goed, eerst de Seleukiden.

Na de dood van Alexander de Grote op 11 juni 323 v.Chr. verdeelden zijn generaals, de Diadochen, zijn rijk. Een daarvan was zijn vriend Seleukos I Nikator (“de overwinnaar”), die zich na een reeks conflicten koning wist te maken van de oostelijke provincies – min of meer het moderne Afghanistan, Iran, Irak, Syrië en Libanon, samen met delen van Turkije, Armenië, Turkmenistan, Oezbekistan en Tadzjikistan. Het nieuwe koninkrijk zou twee hoofdsteden hebben, allebei gesticht rond 300 v.Chr. en allebei Seleukeia genaamd. De ene stad lag aan de Middellandse Zee en zou al snel worden overvleugeld door het even verderop gelegen Antiochië; het andere Seleukeia lag aan de Tigris en zou nog eeuwenlang belangrijk zijn.

Lees verder “Het Seleukidische Rijk”

Faits divers (3): drie lezingen, drie exposities

Een van de exposities: Julius Caesar in Amsterdam

In de reeks faits divers deze keer: drie exposities en drie lezingen.

Om te beginnen even wat reclame voor mijzelf. Aanstaande dinsdag (19 september dus) verzorg ik een lezing in Naarden, in de vesting, meer precies in het gebouw dat bekendstaat als De Mess. Ik heb het vanaf 14:30 over Hannibal. Het wordt een algemeen verhaal maar er zal ook aandacht zijn voor Alpentochten en olifanten. Aanmelden kan hier.

Twee dagen later, op donderdag 21 september, is de presentatie van het boek van Daan Nijssen waarover ik al eerder blogde en waarover ik nog meer zal schrijven: Alle wegen leiden naar Babel. Het is om 20:00 in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik heb Daan nog nooit in het echt horen spreken, dus ik ben heel benieuwd, want hij heeft wat te vertellen en Alle wegen leiden naar Babel is boeiend. Aanmelden kan hier.

Lees verder “Faits divers (3): drie lezingen, drie exposities”

De slag bij Telamon (1)

De leiders van de Kelten die naar Telamon kwamen, waren bewapend met harnassen als dit, dat is gevonden op de Povlakte (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Hoe zit dat nou met die slag bij Telamon, waarover ik u vorige week een stukje beloofde? Op zich is het een simpel verhaal. In het voorjaar van 225 v.Chr. staken tienduizenden Kelten de Alpen over – Hannibal was niet de eerste of enige – en vielen Italië binnen. Ze overwonnen hun eerste tegenstanders, de verschrikte Romeinen riepen al hun bondgenoten op en versloegen de indringers bij Telamon, niet ver van Pisa.

Eenwording

Een simpel verhaal, dat van Telamon, maar niet het hele verhaal. Italië was op weg om een eenheid te worden en de Romeinen beschouwden het Apennijns Schiereiland al ruim een halve eeuw als achtertuin. Toen koning Pyrrhos in het najaar van 280 v.Chr. met de Romeinen wilde onderhandelen, gaven de senatoren als antwoord dat overleg pas mogelijk was als hij uit Italië was vertrokken. Sindsdien waren de laatste onafhankelijke stadstaten onderworpen en waren alle Italische stammen en steden verbonden door wegen en bondgenootschappen.

Lees verder “De slag bij Telamon (1)”