De Tweede Punische Oorlog (14)

Scipio Africanus (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het laatste deel van een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het dertiende deel overlegden Hannibal en Scipio vergeefs over het einde van de strijd. Het zou nog één keer komen tot een veldslag.]

Om de vijand schrik aan te jagen plaatste Hannibal de olifanten voorop. Het waren er tachtig, het grootste aantal dat hij ooit in een slag had ingezet. Daarachter stonden de Ligurische en Gallische hulptroepen, vermengd met Balearen en Moren. In de tweede linie stelde hij de Karthagers en Libiërs op en een legioen Macedoniërs; en ten slotte, na een kleine tussenruimte, de reserve, bestaande uit Italische soldaten […]. Hij plaatste de ruiterij aan weerszijden op de vleugels; de rechtervleugel werd bezet door de Karthagers, de linker door de Numidiërs.

Deze woorden van Livius lijken sterk op de beschrijving van hetzelfde leger door Polybios. Er is echter één verschil. Bij de Griekse historicus is geen sprake van een “legioen Macedoniërs”. Dat lijkt een verzinsel van Livius, die de lezer er bij de beslissende slag blijkbaar aan wilde herinneren dat de Romeinen het in deze oorlog niet alleen tegen de Karthagers hadden opgenomen.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (14)”

De Tweede Punische Oorlog (10)

De stadsmuren van Syracuse

[Dit is het tiende stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het negende deel behandelde ik de diplomatieke situatie na de Karthaagse overwinning bij Cannae.]

De Romeinen heroverden Syracuse in 212, hoewel de beroemde ingenieur Archimedes de Syracusanen bijstond met de grootste blijden die ooit waren gemaakt. (De beroemde anekdote dat hij met behulp van brandspiegels Romeinse schepen in brand wist te steken, is een sprookje.) Een jaar later viel ook Hannibals belangrijkste stad in Italië, Capua, hoewel Hannibal nog probeerde de aandacht af te leiden met een opmars richting Rome. Omdat die stad, zoals we al zagen, niet in te nemen viel, hoefden de Romeinen niet in paniek te raken en ze wachtten geduldig de capitulatie van Capua af.

Alleen in Spanje verliep de oorlog in Karthaags voordeel doordat de inheemse stammen zich afwendden van Rome en partij kozen voor hun oude meesters. Daardoor konden de Karthagers de legioenen terugdringen naar Catalonië. Al met al was de oorlog enigszins in balans gekomen en was alles nog mogelijk.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (10)”

De Tweede Punische Oorlog (9)

De stadsmuur van Rome

[Dit is het negende stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het achtste deel lazen we hoe de Karthaagse generaal Hannibal de Romeinen versloeg bij Cannae.]

Na de veldslag bij Cannae, zo vertelt Livius, vergaderden de Karthaagse commandanten, en de meesten waren het erover eens dat het leger eerst een dag mocht uitrusten. De aanvoerder van de cavalerie, Maharbal, dacht er anders over: als de overwinnaars nu op Rome marcheerden, zouden ze over vijf dagen dineren op het Capitool. Toen Hannibal aarzelde, repliceerde Maharbal dat de goden nooit alles aan één mens gaven en dat Hannibal beter wist hoe een veldslag te winnen dan te benutten. “Velen geloven dat het uitstel op die dag de redding heeft betekend van Rome en het Romeinse Rijk,” meende Livius.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (9)”

De Tweede Punische Oorlog (8)

Cannae

[Dit is het achtste stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het zevende deel lazen we hoe de Romeinen zich opmaakten de Karthaagse generaal Hannibal beslissend te verslaan bij Cannae.]

Onze twee voornaamste bronnen, Polybios en Livius, presenteren Varro als de onbesuisde generaal en de aristocraat Paullus als zijn bedachtzame collega. Zulke karakteriseringen van niet-aristocraten en heren van stand zijn in de Romeinse literatuur gebruikelijk. Bij Livius moet deze presentatie de verklaring bieden voor de nederlaag. Niet het Romeinse leger en de Romeinse aristocratie hadden gefaald, maar de overmoedige Varro. (Op dezelfde wijze zou de nederlaag bij het Trasimeense Meer, waarover we het gisteren hadden, te wijten zijn geweest aan de onbezonnenheid van Flaminius.)

Het is maar de vraag of de verschillen tussen de twee consuls bij Cannae echt zo groot zijn geweest. Het was de verondersteld bedachtzame Paullus die ervoor koos Hannibal te benaderen over de kustvlakte, in plaats van de veiliger route door het binnenland te nemen, en het was de verondersteld onbesuisde Varro die op de vierde dag zijn tijd beidde. Dat laatstgenoemde uiteindelijk zou komen gelden als hoofdschuldige, zegt vermoedelijk veel over het heersende klimaat na de vernietiging van het leger. Als Rome ooit nog troepen op de been wilde brengen, was het beter er niet aan te herinneren dat rekruten niet tegen professionals waren opgewassen. Dat element werd daarom achterwege gelaten in de officiële rapporten, en dus moest de fout liggen bij de generaals. Dus kreeg Varro als enige de schuld. Zijn strijdplan was echter goed genoeg, zo lezen we bij Livius:

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (8)”

De Tweede Punische Oorlog (7)

De carrière van een Romeinse soldaat (tweede eeuw v.Chr., dus iets te jong): afscheid, naar het front en uiteindelijk een muzikaal omlijste promotie tot officier. De strijdscène ontbreekt. (Louvre, Parijs)

[Dit is het zevende stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het zesde deel lazen we hoe de Romeinen zich aarzelend herstelden van de nederlaag bij het Trasimeense Meer.]

De Romeinse consuls die in het voorjaar van 216 aantraden zouden elkaar niet snel als collega hebben gekozen. Caius Terentius Varro sympathiseerde met het volk. Zijn senatoriële lasteraars beweerden dat zijn vader niet alleen slachter was geweest, maar het vlees zelfs had verkocht, wat een heer van stand nooit zou doen. Varro’s visie op de oorlog was eenvoudig: Rome had de moeilijkste oorlogen beslist in open veldslagen en het zou slecht voor het moreel zijn van de vertrouwde benadering af te wijken.

De andere consul was de aristocratische oud-consul Marcus Aemilius Paullus, die Hannibal liever insloot in de stad waar hij overwinterde en uithongerde. Hij was bevriend met Fabius Cunctator, die hem dit plan aan de hand zou hebben gedaan.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (7)”

De Tweede Punische Oorlog (5)

Het slagveld bij het Trasimeense Meer

[Dit is het vijfde stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het vierde deel naderde de Karthaagse generaal Hannibal Rome, achtervolgd door consul Flaminius.]

Bij het Trasimeense Meer bereiken de heuvels op twee plaatsen de noordelijke oever van het water. De foto hierboven is genomen vanaf de oostelijke heuvelrug en kijkt uit op de westelijke. Daartussen ligt een vlakte. Hannibal liet zijn troepen posities innemen op de heuvels. De bedoeling was dat, als de laatste Romeinen de westelijke engte waren gepasseerd, een deel van de Karthaagse cavalerie uit de heuvels zou neerdalen en die toegang zou versperren, terwijl lichtbewapenden de oostelijke engte blokkeerden. De hoofdmacht van Libiërs en Spanjaarden zou de legioenen dan in de flank aanvallen.

Livius verwijt de Romeinse commandant, consul Flaminius, dat hij de weg niet goed had laten verkennen, maar dat verwijt kan niet terecht zijn, want een Romeins leger werd altijd voorafgegaan door bereden verkenners. Daarvoor hoefde niet eens bevel te worden gegeven. Het is veel aannemelijker dat de verkenners op pad gingen en, zodra ze de vlakte hadden bereikt, werden onderschept. Flaminius kreeg geen bericht over de vijand, maar vond dat niet verontrustend omdat de verkenners pas net waren vertrokken. Dat de vijand vlakbij het Romeinse kamp een hinderlaag had gelegd, kon hij zich niet voorstellen. En dus trok het Romeinse leger door de westelijke engte. De ochtendmist kroop uit het meer de vlakte op.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (5)”

De Tweede Punische Oorlog (4)

Karthaags borstpantser uit Ksour es-Saf (Musée national du Bardo, Tunis)

[Dit is het vierde stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers opnieuw in conflict raakten, in het tweede en derde stukje trokken we met Hannibal over de Alpen.]

De bestuurlijke elite van het Romeinse Rijk bestond uit gefortuneerde oud-magistraten, die zitting hadden in de Senaat en de twee consuls adviseerden. In theorie kon elke rijke man zich kandidaat stellen voor een ambt en dus senator worden, maar in de praktijk hadden afstammelingen van eerdere hoogwaardigheidsbekleders een monopolie. Hun families bezaten een reputatie van betrouwbaarheid, en het feit dat ze vermogende vrienden hadden deed hun ook geen kwaad in kiesvergaderingen waarin de stem van de rijken zwaarder woog dan die van de armen. Bij andere volksvergaderingen gold echter een districtenstelsel, en daarin hadden de rijken minder invloed. Zo kon het gebeuren dat een enkele politicus zich profileerde als een buitenstaander die zijn positie niet baseerde op voorvaderlijke verdiensten, maar op eigen kwaliteiten. Zo iemand was Caius Flaminius Nepos.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (4)”

De Tweede Punische Oorlog (3)

Col du Montgenèvre

[Dit is het derde stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers opnieuw in conflict raakten, dat Hannibal met het Spaanse leger Catalonië bezette en op weg was gegaan naar Italië. In het tweede stukje legde ik uit dat onze voornaamste bronnen, Polybios en Livius, elkaar tegenspraken voor Hannibals tocht over en langs de Rhône tot de hoofdstad van de Allobrogen.]

Nu begon Hannibals beroemde tocht over de Alpen. Met hulp van de Allobrogen rukte het Karthaagse leger langs de linkeroever van een onbekende rivier en na een dag stuitte op een geblokkeerde pas. Dankzij zijn Gallische bondgenoten, die de taal spraken van de bewoners van die streek en de bezetters uithoorden, vernam Hannibal dat het punt in de nacht niet werd bewaakt, wat de verovering eenvoudig maakte. Vervolgens nam Hannibal een versterking in die wordt aangeduid als “de hoofdplaats van die streek”, waardoor de Karthagers voldoende voedselvoorraden verwierven om de volgende drie dagen een grote afstand af te kunnen leggen.

Op de vierde dag bereikten ze een landstreek die wat dichter bevolkt was. Hier sloeg een onverwachte aanval van de Alpenbewoners het Karthaagse leger uiteen, maar de volgende dag herenigden de troepen zich en weer een dag later, de negende sinds het begin van de beklimming, bereikte het leger de pas over de Alpen. Livius vermeldt dat de voorhoede in deze laatste fase nog bijna verdwaalde, een detail dat niet wordt vermeld door Polybios.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (3)”

De Tweede Punische Oorlog (2)

Beeldje van een krijgsolifant uit Pompeii (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

[Dit is het tweede stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers in conflict raakten, dat Hannibal met het Spaanse leger Catalonië bezette en op weg was gegaan naar Italië.]

Hannibal was opgeleid door een Spartaan die hem had verteld over Alexander, maar de Karthager was geen slaafse imitator. Zijn leger kende geen met lange lansen uitgeruste falanxbataljons en leek in menig opzicht meer op de legioenen van Rome. Naast goed getrainde infanterie bezat Hannibal een superieure ruiterij en zevenentwintig Noord-Afrikaanse bosolifanten. Weliswaar waren deze kleiner dan Indische olifanten, maar ze vormden een geducht wapen om cavalerie en onervaren legionairs in paniek te brengen. Met dit leger stak Hannibal medio augustus 218 de Rhône over. Korte tijd later zagen de soldaten de westelijke uitlopers van de Alpen, maar het oorspronkelijke plan, oprukken langs de Durance naar de Col du Montgenèvre, werd onuitvoerbaar toen een Romeins leger verscheen dat op weg was naar Spanje. Hannibal besloot daarop naar het noorden te marcheren en pas verderop naar het oosten af te buigen, de bergen in.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (2)”

De Tweede Punische Oorlog (1)

Saguntum

[Vier jaar geleden blogde ik rond kerstmis vrij uitgebreid over het Ardennenoffensief, een historische gebeurtenis die in de nieuwscyclus altijd wordt overschaduwd door de gebruikelijke eindejaarsoverzichten en -lijstjes. Mocht u die stukjes destijds niet hebben gelezen, dan beveel ik ze u van harte aan. Het jaar erna blogde ik over de Trojaanse Oorlog en vorig jaar waren de christenvervolgingen het thema van het inmiddels traditionele vervolgverhaal met kerstmis. Dit jaar kreeg ik tot viermaal toe een verzoek om de Tweede Punische Oorlog. Het is wat ver verwijderd van “Vrede op aarde in de mensen een welbehagen”, maar wie een longread zoekt voor de kerst, heeft hier een veertiendelige reeks.]

Het blijft een van de meest tot de verbeelding sprekende verhalen uit de Oudheid: de Karthaagse veldheer Hannibal Barka die met zijn olifanten over de Alpen trekt. Met deze operatie viel hij de Romeinen aan waar ze het nooit hadden verwacht: in het noorden, in plaats van op Sicilië. Titus Livius, een belangrijke bron, presenteert de Tweede Punische oorlog als strijd op leven en dood, wat enigszins overdreven is omdat Hannibal er niet op uit was Rome te verwoesten. Het ging hem erom het Romeinse stelsel van bondgenoten te ontmantelen en de vijand te reduceren tot de status van stadstaat.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (1)”